Regelgeving kost ondernemers namelijk vaak onnodig veel tijd en geld. De kosten ervan zijn de laatste jaren zelfs met € 731 miljoen gestegen, hetgeen ten koste is gegaan van de concurrentiepositie van Nederland.
Het aanpakken van de regelgeving moet vóór eind 2026 een kostenbesparing van 20% hebben opgeleverd. Zo wordt onder meer de pas vorig jaar ingevoerde rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) aangepakt, waarbij werkgevers moeten aangeven hoe het woon-werkverkeer en het zakelijk reisgedrag van werknemers eruitziet.
Ook de wetgeving inzake privacy, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de enquêtedruk van het CBS, de regels betreft re-integratie van zieke werknemers en het aanwijzen en melden van een leidinggevende in de horeca staan gepland om herzien te worden zodat minder regeldruk ontstaat.
Er wordt ook een taskforce aangesteld die voorstellen kan doen de regeldruk te verminderen. Hier zullen ondernemers, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en beleidsmakers in deelnemen. Zij kunnen bijvoorbeeld afspraken maken met sectoren of uitzonderingen invoeren voor het mkb. Ook kunnen zij voorstellen doen voor alternatieven voor bepaalde regels.
Voorts zal op de eerstvolgende Ondernemerstop de vermindering van de regeldruk centraal staan en geprobeerd worden om hiervoor oplossingen aan te dragen.
Het kabinet wil in plaats van regels vaker toe naar vertrouwen in de ondernemer. Daarbij zal wel harder moeten worden opgetreden daar waar dit vertrouwen wordt geschaad. Het kabinet wil zo in ieder geval het investeringsklimaat en het verdienvermogen van Nederland verbeteren. Een onafhankelijk adviseur is gevraagd hierover vóór 2027 een advies te schrijven.

Het huidige kabinet zet nu in op het op korte termijn verminderen van regeldruk. Zo moet halverwege 2026 de druk van 500 regels zijn verminderd of moeten deze zijn geschrapt.
LEES VERDER
Vanaf 2026 geldt er geen maximale huurgrens meer die aangeeft tot welke huur de huurtoeslag verkregen kan worden. De maximale huurgrens blijft wel bestaan voor de berekening van de huurtoeslag. Dit betekent dat wanneer meer huur betaald wordt dan de huurgrens, over het deel boven deze grens geen huurtoeslag verkregen wordt. De maximale huurgrens bedraagt dit jaar (2025) € 900,07 en zal per 2026 worden geïndexeerd.
Voor jongeren geldt een speciale maximale huurgrens. Ook voor deze jongeren gaat gelden dat boven deze maximale huurgrens huurtoeslag verkregen kan worden. de toeslag wordt echter berekend tot het bedrag van de maximale huurgrens voor jongeren. Die bedraagt in 2025 € 477,20. Ook deze huurgrens wordt per 2026 hoogstwaarschijnlijk geïndexeerd.
Een andere wijziging betreft de leeftijd tot waar de jongerenhuurgrens geldt. Dit is nu nog 23 jaar, maar wordt vanaf 2026 verlaagt naar 21 jaar.
Let op! Per 2026 geldt vanaf 21 jaar voortaan dus de normale maximale huurgrens.
Over gemeenschappelijke servicekosten kan nu nog huurtoeslag verkregen worden, maar vanaf 2026 niet meer. Het betreft de servicekosten voor het schoonmaken van gemeenschappelijke ruimtes, de energiekosten van deze ruimtes, de kosten van een huismeester en de kosten voor dienst- en recreatieruimtes. Vanaf 2026 wordt de huurtoeslag dus berekend over de kale huurprijs.
De huurtoeslag wordt vanaf 2026 lineair afgebouwd bij een stijging van het inkomen. Dit betekent dat de huurtoeslag vanaf 2026 in stappen wordt afgebouwd en komt dus niet meer plotseling te vervallen.
Let op! De wijzigingen zijn al door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurd en dus definitief.

Vanaf 2026 wordt de huurtoeslag op een aantal punten gewijzigd. De wijzigingen zullen vaak voordelig, maar soms ook nadelig uitpakken. Wat zijn de wijzigingen?
LEES VERDER
In een arrest van het gerechtshof Amsterdam was aan een belastingplichtige een aanslag WOZ en rioolheffing opgelegd. De belastingplichtige had hiertegen bezwaar gemaakt, maar niet om uitstel van betaling gevraagd. Hij was verder akkoord gegaan met inning van het bedrag via een automatische incasso.
In de uitspraak op bezwaar is vermeld dat een resterend nog te betalen bedrag bij gebruik van automatische incasso direct moet worden betaald na de laatste betalingstermijn. Omdat betaling uitbleef, volgde een aanmaning plus kosten voor het resterende bedrag. Vier dagen later volgde zelfs een dwangbevel met kosten.
Het Hof acht de aanmaning en het dwangbevel onterecht. Belanghebbende heeft immers aangegeven te willen betalen via een automatische incasso en de ambtenaar heeft er zelf voor gekozen hier geen gebruik van te maken. Bovendien was niet om uitstel van betaling verzocht. Ook is niet kenbaar gemaakt dat ambtshalve uitstel van betaling zou zijn verleend voor de aanslag rioolheffing en evenmin dat dit uitstel zou zijn geëindigd.
Het Hof acht ook van belang dat op het aanslagbiljet geen betalingstermijn stond, maar enkel data waarop de automatische incasso zou worden uitgevoerd. Gelet op deze tekortkomingen kon volgens het Hof van een aanmaning of een dwangbevel geen sprake zijn.

Als u akkoord gaat met de automatische incasso van een belastingschuld, kunnen in beginsel geen kosten worden berekend als hiervan geen gebruik wordt gemaakt. Ook dient duidelijk aangegeven te worden of al dan niet gebruik kan worden gemaakt van uitstel van betaling.
LEES VERDER
In een zaak die voorkwam bij rechtbank Zeeland-West-Brabant, had een bv twee aandelenplannen voor zijn werknemers geïntroduceerd. Het ene plan was van toepassing op alle werknemers van de bv, het andere plan alleen op de directieleden. De bv had de kosten van de aandelen, de aankoopprijs, ten laste van de winst gebracht, maar de inspecteur ging hiermee niet akkoord.
Voor de rechtbank voerde de bv aan dat de wettelijke aftrekbeperking van de aandelenplannen naar zijn mening niet van toepassing was op de door de bv zelf gekochte aandelen. Volgens de bv zou dit anders zijn bij de uitgifte van extra aandelen, omdat er dan slechts sprake was van verwatering van het aandelenbelang. Nu de bv de aandelen deels zelf had ingekocht, was er wel degelijk sprake van gemaakte kosten en dienden deze volgens de bv aftrekbaar te zijn.
De rechtbank ging hier echter niet in mee en stelde dat de wetgever geen onderscheid had gemaakt in soorten aandelen. De wettekst was volgens de rechtbank duidelijk, nu hierin werd gesteld dat de kosten van aandelen in de eigen bv of een hieraan verbonden bv niet aftrekbaar zijn.
De rechtbank is het echter met de bv eens dat de ratio van de wettelijke bepaling ziet op situaties waarin de bv niet verarmt door de uitgifte van de aandelen, omdat er slechts meer aandelen worden uitgegeven. Toch is de rechtbank van mening dat dit geen reden is de wettelijke tekst niet ten uitvoer te brengen. De kosten van de aandelenplannen zijn dan ook niet aftrekbaar, wat ook geldt voor een hiertoe gevormde voorziening.
Tip! Heeft u vragen over de introductie van aandelenplannen, neem dan contact op met uw adviseur.

Als een bv aandelen uitdeelt aan zijn werknemers, zijn de kosten daarvan niet aftrekbaar. Dat is niet alleen het geval als er sprake is van verwatering van het aandelenbelang door de uitgifte van nieuwe aandelen, maar evenzo als er geen sprake is van verwatering. Ook als hiervoor een voorziening kan worden gevormd, zijn de hiermee gepaard gaande kosten niet aftrekbaar.
LEES VERDER
Of u recht heeft op huurtoeslag hangt in eerste instantie af van de hoogte van uw (gezamenlijke) inkomen en de hoogte van de huur. Daarnaast speelt ook uw vermogen een rol, hier geldt de zogenaamde vermogensgrens.
Als u voor 2025 huurtoeslag wilt ontvangen, mag u op 1 januari 2025 over maximaal € 37.395 aan vermogen beschikken. Heeft u een partner, dan is het maximale vermogen bepaald op het dubbele, dus € 74.790. Heeft u meer vermogen dan die voor uw persoonlijke situatie geldt, dan heeft u in 2025 geen recht op huurtoeslag.
Een huurder bracht een zaak voor de rechter, omdat de huurder vanwege de overschrijding van de vermogensgrens ruim € 4.800 aan huurtoeslag moest terugbetalen. Betrokkene beschikte namelijk op 1 januari van het betreffende jaar over € 25.083 aan vermogen, precies € 646 meer dan de destijds geldende vermogensgrens.
Voor de rechter bleek dat het vermogen iets te hoog was als gevolg van een fout van de ziektekostenverzekeraar. Betrokkene was dat jaar van verzekeraar gewisseld en had de verschuldigde jaarpremie van € 1.497 op 31 december overgemaakt naar het door de nieuwe verzekeraar opgegeven banknummer. Dat nummer bleek echter niet bedoeld voor het betalen van de premie en dus werd de premie dezelfde dag teruggestort.
De rechters zijn op grond van deze feiten van oordeel dat de huurtoeslag niet hoeft te worden terugbetaald, omdat hierdoor het evenredigheidsbeginsel zou worden geschonden. Het terugvorderen van de huurtoeslag bij overschrijding van de vermogensgrens is op zich niet onevenredig, maar gelet op de specifieke omstandigheden wel. Daarbij achtten de rechters ook de medische beperkingen van betrokkene van belang, die een Wajong uitkering genoot.
Tip! Wilt u weten of u recht heeft op huurtoeslag? Maak dan hier een proefberekening.

Als u in relatie tot uw inkomen veel huur betaalt, kunt u recht hebben op huurtoeslag. Een van de voorwaarden is dat u niet over te veel vermogen beschikt. Toch kan het voorkomen dat u uw ontvangen huurtoeslag niet terug hoeft te betalen, ondanks dat u over meer vermogen beschikt dan toegestaan.
LEES VERDER
De SOPV is bestemd voor het uitvoeren van één of meer productietesten waarbij (meer) gebruikt plastic in uw producten wordt verwerkt. Het gaat om een technische test waarbij het verwerken van gebruikt plastic in uw product centraal staat.
De subsidie bedraagt 75% van de gemaakte kosten met een maximum van € 25.000 per aanvraag. U kunt maximaal twee keer de SOPV krijgen voor verschillende testen. De totale subsidie bedraagt € 13 miljoen, waarvan eind augustus nog ruim € 10 miljoen beschikbaar was.
De SOPV kent ook een aantal voorwaarden. Zo moet u in Europees Nederland een productielocatie bezitten en dienen uw producten in Nederland op de markt te komen of te worden geëxporteerd. Het gerecycled materiaal mag wel van buiten Nederland komen.
Ook voor het testen geldt een aantal voorwaarden. Zo moet het verwerken van meer gerecycled plastic in uw producten het doel zijn en dit deel moet hoger zijn dan nu. Ook zijn enkele tests uitgesloten van de subsidie. Op RVO.nl treft u een overzicht aan van alle voorwaarden.
U vraagt de SOPV ook aan bij RVO.nl. Hiervoor is eHerkenning niveau 2+ nodig. U moet uw project kort omschrijven en onder meer het hogere percentage gerecycled plastic vermelden. Ook moet u een begroting opstellen, waarbij u bijvoorbeeld voor loonkosten uit moet gaan van een bedrag van € 60 per uur. Verder moet u onder meer een de-minimisverklaring invullen.
De RVO streeft ernaar om binnen 13 weken op uw subsidieaanvraag te beslissen. Wordt uw aanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u binnen twee weken het hele subsidiebedrag als voorschot. U moet na ontvangst van de subsidie een aantal stappen zetten ter controle dat u de subsidie op de afgesproken wijze heeft ingezet.

Bent u als ondernemer actief in het verwerken van plastic, dan kunt u voor dit jaar nog subsidie krijgen voor een productietest om nog meer gerecycled materiaal in uw producten te verwerken. De Subsidie Omschakeling Plasticverwerkers, SOPV, is in 2025 waarschijnlijk voor het laatst aan te vragen.
LEES VERDER
De betreffende werknemer had een tijdelijk contract, dat liep van 1 oktober 2024 tot 1 oktober 2026. Op 24 januari 2025 deelde de werknemer de werkgever mee dat hij niet meer voor hem wilde werken. Vervolgens verdween hij volledig en ondanks drie herhaalde schriftelijke waarschuwingen gaf de werknemer geen enkel teken van leven. Per 25 februari 2025 heeft de werkgever het loon stopgezet. Vervolgens is de werknemer op 28 februari 2025 op staande voet ontslagen vanwege werkweigering
De werkgever verzocht de rechter de werknemer te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 120.000 als gefixeerde schadevergoeding, bestaande uit het loon over de resterende contractduur vanwege het niet uitdienen van het contract.
De werknemer, die inmiddels weer boven water was, betwiste dat er een reden was voor een ontslag op staande voet. Ook kon hij niet ontslagen worden vanwege een opzegverbod, zo voerde hij aan. Daarnaast gaf hij aan dat hij vanaf 24 januari 2025 ziek was. Zijn gemachtigde had hem pas op 22 mei 2025 ziekgemeld en deze ziekmelding is destijds geaccepteerd door de door de werkgever ingeschakelde verzekeringsarts. De werknemer verzocht de rechter op zijn beurt de werkgever te veroordelen tot betalen van eerdergenoemde gefixeerde schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat het verzoek tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding niet toewijsbaar is, omdat er geen dringende reden was om de werknemer op staande voet te ontslaan. Een ontslag op staande voet is immers een uiterst middel, waarbij gekeken moet worden naar alle omstandigheden van het geval. De werkgever had in dit geval de loonstop kunnen voortzetten en een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter kunnen indienen.
De kantonrechter overweegt hierbij nog dat dat wellicht anders was geweest indien de werknemer met tussenpozen niet op het werk was verschenen en daarvoor officiële waarschuwingen had gehad. Door dan nogmaals zonder opgave van reden niet op het werk te verschijnen, kan bij de werkgever de maat vol zijn en een geldig ontslag op staande voet volgen. In dit geval was hiervan geen sprake.
De werkgever had op de zitting aangevoerd dat de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst maanden duurt en hij een andere tandarts wilde aannemen. De kantonrechter volgt de werkgever hierin niet, hij had in de periode van de loonstop al een andere tandarts in dienst kunnen nemen.
Ook het verzoek van de werknemer om schadevergoeding wordt door de rechter verworpen. Het verzoek is te laat ingediend en kan daarom niet meer worden gehonoreerd.

Een werkgever van een tandartspraktijk had een werknemer, een tandarts, op staande voet ontslagen. De tandarts was lange tijd onbereikbaar en ondanks herhaalde schriftelijke waarschuwingen reageerde hij nergens op.
LEES VERDER
In praktijk komt het regelmatig voor dat onzeker is of voor een bepaald project een natuurvergunning kan worden verkregen. Dit is zelfs het geval als het project zelf juist de uitstoot van stikstof vermindert. Denk hierbij bijvoorbeeld aan woonwijken die willen overstappen van gas naar warmtepompen. Juist dit soort activiteiten wil het kabinet vergunningsvrij maken.
De activiteiten waarvoor straks geen vergunning meer nodig is, moeten qua activiteit wel hetzelfde blijven. Dit betekent dat het bijvoorbeeld niet geldt wanneer kantoren vervangen worden door woningen. Ook mag de activiteit niet in omvang toenemen. Het verduurzamen van een stal mag dus niet gepaard gaan een uitbreiding van de veestapel. Verder mag de activiteit ook geen negatieve gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied.
Een verduurzamingsproject moet minstens 30% minder stikstofuitstoot realiseren ten opzichte van de bestaande situatie waarvoor een vergunning is afgegeven, maar tijdens de uitvoering van het project mag de uitstoot van stikstof gedurende maximaal drie jaar wel hoger zijn. Dit mag echter niet meer zijn dan vijf keer de uitstoot van de uiteindelijke situatie.
Het kabinet heeft besloten geïnteresseerden gelegenheid te geven op de plannen te reageren via een internetconsultatie. Reageren kan tot en met 5 oktober 2025.

Het kabinet wil dat verduurzamingsactiviteiten vaker zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd. Daarom wil minister Wiersma een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) invoeren, waarin wordt geregeld dat voor verduurzamingsmaatregelen die minstens een stikstofreductie van 30% opleveren, geen vergunning meer nodig is.
LEES VERDER
Wie een appartement bezit, is automatisch ook lid van de VvE. Deze vereniging beslist over gemeenschappelijke zaken ten aanzien van het appartementencomplex, zoals het buitenschilderwerk en het schoonhouden van gangen, liften en entree en dergelijke. De VvE int voor het uitvoeren van deze taken van de eigenaren een periodieke, meestal maandelijkse bijdrage, maar kan ook leningen afsluiten voor bijvoorbeeld de uitvoering van groot onderhoud.
Als u een bestaande woning of appartement koopt, bent u in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Als u deze woning gebruikt als hoofdelijk verblijf, moet u 2% overdrachtsbelasting betalen.
De overdrachtsbelasting kent een eenmalige vrijstelling voor jongeren tussen de 18 en 35 jaar oud. De vrijstelling geldt tot een maximale waarde van de woning, die in 2025 € 525.000 bedraagt.
De Belastingdienst heeft onlangs duidelijk gemaakt dat een last van de VvE van invloed is op de overnamesom. In een voorbeeld wordt uitgegaan van de aankoop van een appartement van € 500.000, waarbij € 30.000 extra moet worden betaald om een deel van een lening van de VvE over te nemen, dan wel te voldoen. De overdrachtsbelasting is dan verschuldigd over € 500.000 + € 30.000 = € 530.000.
In dit voorbeeld wordt ervan uitgegaan dat de VvE geen reserves bezit. Het aandeel in de waarde van de onderhoudsreserve van de VvE mag namelijk in mindering worden gebracht op de totaalsom.
De last is in dit voorbeeld van invloed op de vrijstelling in de overdrachtsbelasting die geldt voor jongeren. Die geldt namelijk tot een waarde van € 525.000 (2025). In dit voorbeeld wordt die grens met € 5.000 overschreden, is de vrijstelling niet meer van toepassing en moet er 2% overdrachtsbelasting worden betaald over de gehele som.
Tip! Informeer van tevoren goed welke lasten en reserves een VvE heeft bij de aankoop van een woning. Een VvE is verplicht deze te verstrekken. Deze gegevens moet u ook aanleveren bij de notaris om de koop vast te leggen.

Als u een appartement koopt, bent u soms verplicht bepaalde lasten van de Vereniging van Eigenaren (VvE) over te nemen. Een dergelijke eventuele over te nemen last, zoals een lening, kan van invloed zijn op de overnamesom. Komt u in aanmerking voor de vrijstelling in de overdrachtsbelasting, let dan op.
LEES VERDER
Een naheffingsaanslag parkeerbelasting kan worden opgelegd als u te weinig parkeerbelasting heeft betaald, bijvoorbeeld omdat u langer parkeerde dan voorzien. Een naheffing parkeerbelasting is dan ook iets anders dan een sanctie bij een parkeerovertreding. Die krijgt u bijvoorbeeld als u ergens geparkeerd staat waar dat niet mag. Een dergelijke sanctie ontvangt u niet van de gemeente maar van het CJIB.
Een naheffing parkeerbelasting is gebaseerd op de kosten die een gemeente moet maken om het parkeerbeleid te handhaven. Denk hierbij aan kosten van parkeerautomaten en controleurs. Een gemeente kan ook minder kosten in rekening brengen dan het maximum. Een gemeente mag namelijk niet meer kosten in rekening brengen dan de kosten die werkelijk gemaakt moeten worden.
Naast de kosten van naheffing worden ook de kosten van het parkeren zelf in rekening gebracht. Meestal wordt uitgegaan van één uur, maar als aannemelijk gemaakt wordt dat een auto langer geparkeerd staat, kan voor een langere periode kosten worden berekend.
Omdat er sprake is van belastingheffing en van een naheffingsaanslag, zijn de normale belastingregels van toepassing. Zo kunt u in bezwaar en beroep als u het met de naheffingsaanslag oneens bent.

In 2026 wordt het maximum van een naheffingsaanslag parkeerbelasting verhoogd van € 78,80 naar € 82, een stijging van ruim 4%. De stijging is afgeleid van de consumentenprijsindex.
LEES VERDER
In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed.
Example
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026.
The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision.
Continuation of example
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026.
Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest.
Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late.

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.
READ MORE
It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.
At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years.
Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return.
The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:
For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.
READ MORE
The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.
If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal
The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority.
The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you.

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?
READ MORE
Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.
The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.
Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.
A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.
On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.
Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.
READ MORE
If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.
Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.
If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.
You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.
If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.
To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026.
The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.
Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.
Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number.

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.
READ MORE
For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.
Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.
The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.
The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.
Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.
Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.
READ MORE
It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.
The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.
The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.
| Year | Maximum deduction percentage |
| 2025 | 25 |
| 2026 | 20 |
| 2027 | 15 |
| 2028 | 10 |
| 2029 | 5 |
| 2030 | 0 |
Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.
The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.
READ MORE