ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Internetconsultatie wetsvoorstel Passende huurcontracten

Zo loopt er van 2 juli tot en met 28 augustus 2026 een internetconsultatie over het wetsvoorstel Passende huurcontracten. De bedoeling is om aan de ene kant huurders sneller huurbescherming te bieden, maar aan de andere kant voor studenten en arbeidsmigranten de mogelijkheid te bieden om een tijdelijk huurcontract af te sluiten.

Zo wordt verhuur voor korte duur (short stay) in het wetsvoorstel beperkt tot maximaal 30 dagen. Daarmee kan de short stay zonder huurbescherming eigenlijk alleen nog gebruikt worden voor vakantieverhuur.

Voor studenten komt er wel de mogelijkheid om een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar af te sluiten. Nu kan dat al als een student voor de studie verhuist naar een andere gemeente. Als het wetsvoorstel ongewijzigd wordt aangenomen kan dat straks ook voor een student die al binnen de gemeente woont. Het wordt daarnaast ook mogelijk om met een arbeidsmigrant een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar af te sluiten.

Let op! Het kabinet staat open om ook andere knelpunten op te lossen die zijn ontstaan na inwerkingtreding van de Wet vaste huurcontracten op 1 juli 2024. In reactie op de internetconsultatie kan iedereen ideeën daarvoor aandragen.

Wetswijziging stimulering hospitaverhuur

Om hospitaverhuur aantrekkelijker te maken is bij de Tweede Kamer een wetswijziging ingediend om hospitaverhuur te stimuleren. Het streven is om met ingang van 1 januari 2027 het mogelijk te maken om:

  • Een tijdelijk hospitaverhuurcontract te sluiten van maximaal vijf jaar met een proeftijd van negen maanden.  De opzegtermijn binnen die proeftijd wordt drie maanden.
  • Het hospitaverhuurcontract te beëindigen bij (gedwongen) verkoop van de woning, bij overlijden van de hospita of bij verhuizing van een hospita die in een huurwoning woont.
  • Op verzoek van de hospita het inkomen van de kamerhuurder niet mee te tellen voor de inkomensafhankelijke huurverhoging.

Huurwoningen verplicht minimaal energielabel D vanaf 2029

Eigenaren van huurwoningen zijn verplicht om hun woningen dusdanig te verduurzamen dat deze uiterlijk op 1 januari 2029 minimaal het energielabel D hebben. Huurwoningen mogen dan niet meer de energielabels E, F of G hebben. Het ontwerpbesluit voor deze wettelijke minimumenergieprestatie-eisen voor huurwoningen is op 10 juli 2026 naar de Tweede en Eerste Kamer gezonden.

Let op! Voor het verduurzamen van je huurwoning kun je als private verhuurder een beroep doen op de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH).

Eenvoudiger optoppen, splitsen en woningdelen

Het kabinet gaat het juridisch makkelijker voor gemeenten maken om het optoppen, splitsen en woningdelen in bestaande gebouwen te faciliteren en belemmeringen weg te nemen. Hierdoor zouden de vergunningstrajecten minder complex en langdurig moeten worden.

Let op!Het kabinet geeft aan dat gemeenten niet hoeven te wachten op de juridische uitwerking van dit voornemen. Via het Nationaal Expertisecentrum Woningbouw (NEW) kunnen gemeenten ook nu al ondersteuning krijgen. 

nieuws
28/7/2026
Bedrijfspand

Voorgenomen wijzigingen voor (verhuurde) woningen

Het kabinet wil de vastgelopen woningmarkt proberen vlot te trekken. Hiervoor en voor de verduurzaming van huurwoningen zijn de afgelopen periode een aantal voorstellen gedaan.

LEES VERDER

Gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • Het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meest verdienende werknemer in je bv of verbonden bv’s, of
  • € 58.000.

Let op! Kun je aannemelijk maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking? Dan mag je het gebruikelijk loon vaststellen op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Aanmerkelijk belang én werkzaamheden

De bv moet een gebruikelijk loon aan jou uitbetalen als je een aanmerkelijk belang hebt in de bv (je hebt bijvoorbeeld minimaal 5% van de aandelen) én je ook werkzaamheden voor de bv verricht.

Ziekte

Een dga die in een jaar hartfalen had, liet de bv geen loon aan hem uitbetalen. De Belastingdienst was het daar niet mee eens en stelde het gebruikelijk loon vast op het loon van de meest verdiende werknemer, in casu € 26.470.

Geen werkzaamheden?

De dga stelde dat hij vanwege zijn ziekte geen werkzaamheden had verricht voor de bv en dat de gebruikelijkloonregeling daarom niet van toepassing was. De Belastingdienst gaf echter aan dat de dga administratieve werkzaamheden voor de bv had verricht. De Belastingdienst kon dat ook bewijzen omdat de dga had in het jaar diverse contactmomenten met de Belastingdienst gehad over de bv. De rechter vond dan ook dat was bewezen dat de dga werkzaamheden had verricht voor de bv.

Lager loon niet bewezen

De dga moest daarom een gebruikelijk loon in aanmerking nemen. De rechter stelde dit vast op het loon van de meest verdiende werknemer. De rechter gaf daarbij aan dat de dga niet bewezen had dat het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking tot een lager loon zou leiden.

Lager loon bij ziekte onder voorwaarden mogelijk

Ziekte betekent dus niet automatisch dat je geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te nemen. Dat is alleen het geval als je echt geen werkzaamheden meer hebt verricht voor de bv of dusdanig weinig werkzaamheden dat daarvoor een loon van maximaal € 5.000 per jaar gebruikelijk is.

Een lager loon is mogelijk als je kan bewijzen dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking dat hoort bij de werkzaamheden die je tijdens je ziekte nog kan verrichten, lager is.

Let op! Een en ander is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in je eigen specifieke situatie. Wil je geen of een lager gebruikelijk loon in aanmerking nemen omdat je werkzaamheden sterk zijn verminderd? Overleg dan met onze adviseurs of dit tot de mogelijkheden behoort en hoe je dat kunt onderbouwen richting de Belastingdienst.

nieuws
28/7/2026
Portemonnee

Ook gebruikelijk loon bij ziekte

Een dga die geen gebruikelijk loon aan zichzelf betaalde omdat hij in het jaar ziek was, kwam daar niet mee weg. Een rechter vond namelijk dat de Belastingdienst bewezen had dat hij werkzaamheden had verricht voor de bv. Wat speelde hier?

LEES VERDER

De verkoop van een bouwkavel vanuit privé is niet automatisch zonder btw. Het kan voorkomen dat de verkoper zogenoemde actieve stappen onderneemt, waardoor de verkoper voor de levering van de bouwkavel kwalificeert als btw-ondernemer. Dit geldt ook als die verkoop slechts eenmalig is. De levering van de bouwkavel is dan belast met 21% btw. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de volgende zaak van een gerechtshof.

Actieve stappen vergelijkbaar met projectontwikkelaar

In deze zaak ging het een verkoper die in 2007 een landgoed met diverse opstallen kocht, waaronder een monumentenpand, arbeiderswoningen en een molen. De verkoper was van plan om de arbeiderswoningen te slopen en op die plek vier bouwkavels te realiseren. In 2014 sloot de verkoper een intentieovereenkomst met de gemeente en een molenstichting, waardoor de bebouwing van de vier kavels mogelijk werd. Verder had de verkoper onder meer een makelaar ingeschakeld voor de verkoop van de bouwkavels, een archeologisch bodemonderzoek laten uitvoeren, een vijver laten aanleggen en de oude toegangsweg richting de vier kavels laten verharden.

Het gerechtshof oordeelde dat de verkoper met deze inspanningen diverse actieve stappen ondernam die vergelijkbaar waren met die van een projectontwikkelaar. De verkoper had zich immers actief ingezet om de woningbouw mogelijk te maken en het terrein bouwrijp te maken. Daarom gingen de door de verkoper gezette stappen verder dan de loutere uitoefening van een eigendomsrecht en handelde de verkoper als btw-ondernemer. Dit betekende dat de levering van de bouwkavel vanuit privé was belast met 21% btw. De verkrijging van de bouwkavel was vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Beheer privévermogen

Stel dat bij de verkoop van de bouwkavel vanuit privé wel sprake is van de loutere uitoefening van een eigendomsrecht. Dan leidt die verkoop niet tot btw-ondernemerschap, omdat sprake is van het beheer van privévermogen. De levering van de bouwkavel is in die situatie vrijgesteld van btw. De verkrijging van de bouwkavel is dan belast met overdrachtsbelasting.

Let op! Er bestaat veel jurisprudentie over deze problematiek. Soms kan de verkoop van een bouwkavel ook meeliften op het voor andere activiteiten al bestaande btw-ondernemerschap van de verkoper. De gevolgen voor de btw en overdrachtsbelasting zijn erg afhankelijk van de exacte feiten en omstandigheden en verschillen daarom per situatie. Breng deze feiten en omstandigheden daarom duidelijk in kaart en beoordeel met onze adviseurs op basis daarvan wat dit betekent voor de btw en de overdrachtsbelasting. 

nieuws
27/7/2026
Bedrijfspand

Verkoop bouwkavels vanuit privé kan leiden tot btw-heffing

Verkoopt je klant een stuk grond dat hij of zij in privé bezit? Afhankelijk van welke (voorbereidende) handelingen je klant verricht, kan die verkoop leiden tot btw-heffing.

LEES VERDER

SDE++ subsidie

Met de SDE++ regeling worden grootschalige duurzame energieprojecten gesubsidieerd. De subsidie is gericht op projecten die duurzame energie produceren of de uitstoot van broeikasgassen verminderen.

Noodzaak goede voorbereiding

Dat een goede voorbereiding van de aanvraag noodzakelijk is, blijkt uit de cijfers. Zo is vorig jaar twee derde van alle aanvragen afgewezen, omdat deze niet aan de voorwaarden voldeden. RVO, de uitvoerder van de subsidie, geeft aan dat in een aantal gevallen bijvoorbeeld de vereiste vergunningen ontbraken.

Verschuiving in gesubsidieerde projecten

Volgens RVO verdubbelde vorig jaar het aantal goedgekeurde aanvragen voor lucht-water-warmtepompen ten opzichte van het jaar ervoor. Verder ging ongeveer een derde van alle subsidies naar de afvang en opvang van CO2. Voor zonnepanelen en windmolens werd vorig jaar juist minder SDE++ aangevraagd.

Strengere eisen

RVO maakt ook bekend dat voor zonprojecten de eisen dit jaar strenger zijn. Zo moet aangetoond worden dat het bedrijf een goede kans maakt op aansluiting op het elektriciteitsnet. Dit moet blijken uit een verklaring van de netbeheerder. Omdat op veel plaatsen het elektriciteitsnet overbelast is, wordt een dergelijke verklaring minder snel afgegeven. 

Wijziging per 2027

RVO geeft ook aan dat per 2027 een vereenvoudiging tegemoet kan worden gezien. Voor bepaalde subsidiabele zaken is dan geen vergunning meer nodig, maar een 'verklaring van vergunbaarheid'. Hierdoor wordt tijd bespaard, is de kans groter dat een aanvraag wordt goedgekeurd en kan een project sneller worden gestart. In 2026 zijn vergunningen nog wel vereist.

SDE++ gegarandeerd tot 2032

Ook is bekend gemaakt dat voor de subsidieregeling in ieder geval tot 2032 jaarlijks €8 miljard euro subsidie beschikbaar is. Op die manier kan geïnvesteerd blijven worden in projecten die positief uitwerken op het klimaat en het milieu.

Let op! Je kunt de SDE++ aanvragen van 27 oktober 2026 9.00 uur tot en met 26 november 2026 17.00 uur. Heb je vragen, dan kun je nu al een kosteloos adviesgesprek aanvragen bij RVO. Dit kan naar wens telefonisch, per mail, online of bij RVO op kantoor.

nieuws
27/7/2026
Windmolen

SDE++ subsidie dit jaar later aanvragen

Ondernemers kunnen de SDE++ subsidie dit jaar later aanvragen dan gepland. De aanvraagperiode zou op 22 september 2026 van start gaan, maar dit is verschoven naar 27 oktober 2026. Aanvragen kunnen op deze manier beter worden voorbereid.

LEES VERDER

Wanneer bpm betalen?

Bpm betaal je als je een nieuwe auto koopt of een auto importeert. Bij een nieuwe auto gaat het betalen van bpm meestal via de dealer. Importeer je zelf een auto, dan moet je zelf aangifte doen en de bpm betalen. Als je aangifte binnen is bij de Belastingdienst, krijg je bericht of en hoeveel bpm je moet betalen. Na de betaling krijgt de rdw bericht dat ze het kenteken kunnen afgeven.

Bpm per tijdvak

Autohandelaren die regelmatig aangifte bpm moeten doen, kunnen de belasting ook per tijdvak betalen. Betaling van de bpm moet dan plaatsvinden binnen een maand na het einde van elk tijdvak. 

Ook in bovenvermelde rechtszaak was hiervan sprake. De betreffende onderneemster had in 2021 over twee tijdvakken aangifte gedaan van de verschuldigde bpm, maar de bedragen niet meteen betaald. Wel had de vrouw bezwaar gemaakt tegen haar aangiftes, maar de Belastingdienst had deze niet-ontvankelijk verklaard omdat de belasting niet betaald was. Na deze uitspraak van de Belastingdienst had de vrouw de bpm alsnog betaald, maar toen was de betaaltermijn (één maand na het einde van het tijdvak) al verstreken.

Ontvankelijk bij betaling binnen betaaltermijn

De betaling buiten de termijn brak de vrouw uiteindelijk op. Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010 volgt namelijk dat een bezwaarschrift dat vóór de betaling is ingediend alsnog ontvankelijk is als die betaling daarna nog binnen de betaaltermijn plaatsvindt. Nu de vrouw buiten de betaaltermijn had betaald, was haar bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Bpm niet automatisch betaald bij aangifte

De vrouw stelde nog dat uit eerdere rechtspraak zou zijn af te leiden dat de bpm geacht werd te zijn betaald bij het doen van de aangifte. Dat de bpm daadwerkelijk pas later werd betaald, deed volgens haar niet ter zake. De Hoge Raad stelde echter dat dit niet uit de betreffende uitspraak kon worden afgeleid.

Belastingdienst hoeft niet te wachten

De Hoge Raad voegde nog toe dat de Belastingdienst met zijn uitspraak op bezwaar ook niet hoeft te wachten totdat de betaling, na het verstrijken van de betaaltermijn, alsnog volgt. 

Let op! Wil je bezwaar maken tegen de bpm, zorg dan dat je eerst de bpm betaalt en dan pas bezwaar indient. Betaal wel binnen de betaaltermijn en zorg dat je bezwaarschrift binnen zes weken daarna bij de Belastingdienst binnen is.

nieuws
24/7/2026
Verkeer

Geen bezwaar mogelijk tegen aangifte bpm zonder betaling

Als je aangifte belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) moet doen en afdragen, kun je in bezwaar als het er niet mee eens bent. Maar het bezwaar is alleen ontvankelijk als je de verschuldigde bpm ook daadwerkelijk betaalt binnen de betaaltermijn. Tot deze conclusie kwam de Hoge Raad in een zaak waarbij bezwaar tegen de verschuldigde bpm was gemaakt, voordat die belasting betaald was.

LEES VERDER

Tarief overdrachtsbelasting

Voor woningen die je voor langere tijd als hoofdverblijf gaat bewonen geldt een verlaagd tarief van 2% of een vrijstelling. Ga je de woning niet als hoofdverblijf bewonen, dan geldt voor de woning een tarief van 8%. Voor andere panden, zoals winkels en bedrijfspanden, geldt een tarief van 10,4%. Voor de hoogte van het tarief is dus van belang wanneer is sprake is van een woning.

Pand bestemd als woning?

Tijdens de wetsbehandeling is aan de orde geweest dat een pand bij de juridische overdracht naar zijn aard bestemd moet zijn als woning om ook als zodanig te worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft bepaald dat daarbij van belang is waarvoor het pand oorspronkelijk is gebouwd. Is een woning verbouwd voor een andere vorm van gebruik, dan blijft het naar zijn aard alleen een woning, als er maar beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer voor bewoning geschikt te maken.

Buurthuis, school of woning?

Bovenstaande uitgangspunten stonden centraal in een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een belastingplichtige had een pand gekocht dat bestond uit een voormalige woning, die was samengevoegd met een school, die op zijn beurt weer was verbouwd tot buurthuis met gymzalen. Om te bepalen welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was, diende de rechtbank te bepalen of er al dan niet sprake was van een woning.

Bewijslast

De rechtbank stelde vast dat de bewijslast in dit soort geschillen bij de belastingplichtige ligt. Die moest in deze zaak aannemelijk maken dat de panden oorspronkelijk gebouwd waren als woning en ook hun aard als woning hadden behouden. 

Geen aard als woning

Uit onder meer bouwtekeningen bleek dat het pand door de verbouwingen tot dorpshuis met sportzaal zonder aanpassingen naar zijn aard niet meer bestemd was als woning. Dat het pand nog wel voor bewoning gebruikt kon worden, deed niet ter zake.

Ook was één van de panden oorspronkelijk bestemd voor ander gebruik dan als woning. Dit pand was groter dan het andere. Met de samenvoeging van beide panden in het verleden was het geheel niet meer aan te merken als ‘oorspronkelijk gebouwd als woning’. Hierdoor was de aard als woning definitief verloren gegaan. Of er slechts beperkte aanpassingen nodig zouden zijn om het pand weer voor bewoning geschikt te maken, deed daardoor niet meer ter zake. 

Hoog tarief in plaats van 2%

Al met al lukte het de koper dus niet om aannemelijk te maken dat het pand naar zijn aard bestemd was tot bewoning. Gevolg was dat het hoge tarief overdrachtsbelasting in plaats van 2% van toepassing was.

nieuws
23/7/2026
Bouw

Wanneer is pand voor de overdrachtsbelasting een woning?

Als je een bestaand pand koopt, moet je meestal overdrachtsbelasting betalen. Het tarief is onder meer afhankelijk van de vraag of sprake is van een woning of niet.

LEES VERDER

Doelgroep

Het verbod op uitzendkrachten zal van toepassing zijn voor bedrijven die de volgende activiteiten verrichten: slachten, verwerken, koelen en invriezen van vlees. Voor functies die niet direct samenhangen met de primaire vleesproductie zoals verkoopmedewerkers, of administratief personeel mogen straks nog wel uitzendkrachten worden ingezet.

Let op! Kleine bedrijven die minder dan 20 mensen inzetten vallen niet onder het verbod. Voor de grens van 20 mensen gaat het om het totaal van werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst voor het bedrijf werken en de uitzendkrachten.

Parlementair onderzoek

Al tijdens een parlementair onderzoek in 2011 is gebleken dat er sprake was van malafide praktijken in de vleesverwerkende industrie. Die misstanden die vooral arbeidsmigranten betreffen omdat die relatief veel in deze sector werken, zijn blijven voortduren. Het gaat dan om zaken als intimidatie, ontslag tijdens ziekte en onderbetaling. De Arbeidsinspectie heeft geconcludeerd dat bij de inzet van uitzendkrachten twee keer zo vaak sprake is van een overtreding van de arbeidswetten.

De vleessector is te weinig actief geweest waar het gaat om het aanpakken van de geconstateerde misstanden. Om die reden gaat de minister ingegrepen.

Ervaringen in Duitsland

Het kabinet verwijst naar de in Duitsland opgedane ervaringen, waar een vergelijkbaar verbod eerder is ingevoerd. Volgens het ministerie heeft dat daar bijgedragen aan minder arbeidsongevallen, betere naleving van arbeidsvoorwaarden en meer verantwoordelijkheid van werkgevers voor hun eigen personeel.

Gefaseerde invoering

Het verbod moet ingaan op 1 maart 2028. Voor bestaande dienstverbanden gaat een overgangstermijn gelden tot 1 juni 2028. Dit betekent dat per 1 juni het uitzendverbod in de vleesketen dus volledig van kracht is. Bedrijven hebben nu dus nog 23 maanden de tijd om zich voor te bereiden.

Let op! De Arbeidsinspectie gaat toezien op de naleving van het verbod.

Internetconsultatie

Over dit wetsvoorstel staat een internetconsultatie open van 3 juli 2026 tot en met 28 augustus 2026. 

nieuws
23/7/2026
Veeteelt

Verbod op uitzendkrachten in de vleesindustrie

Vanwege de vele geconstateerde misstanden gaat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vleessector per 1 maart 2028 verbieden om nog met uitzendkrachten te werken. Er werken relatief veel arbeidsmigranten in de vleessector.

LEES VERDER

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

nieuws
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

LEES VERDER

Duits pensioen

Een inwoner van Nederland woonde en werkte meer dan 17 jaar in Duitsland. Hij was gedurende die tijd verplicht verzekerd voor de Deutsche Rentenversicherung (een Duits pensioen). Van de premies die hij voor dit Duitse pensioen betaalde was 45 procent aftrekbaar in Duitsland.

Volledig belast?

In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij uitkeringen uit het Duitse pensioen. De Belastingdienst belaste het volledige bedrag van de uitkeringen.

Of slechts ten dele?

De belastingplichtige vond dat niet terecht en stelde dat Nederland slechts mocht heffen over 45% van de uitkeringen omdat destijds ook maar 45% van de premies aftrekbaar waren in Duitsland. Het gerechtshof volgde hem in dit standpunt en belaste alleen 45% van de uitkeringen en de andere 55% niet.

Hoge Raad: slechts belast voor zover aftrek

De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. De uitkeringen waren dus slecht belast voor zover de premies aftrekbaar waren geweest.

nieuws
21/7/2026
Pensioen

Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Het in Duitsland opgebouwde pensioen van een inwoner van Nederland mocht volgens de Hoge Raad niet geheel door Nederland belast worden. Wat speelde hier?

LEES VERDER

 Verlofwet

De Verlofwet moet zorgen voor een eenvoudiger systeem van verlofvormen. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk. De Wazo wordt met dit wetsvoorstel geheel herschreven en geherstructureerd.

Let op! Gekozen is voor de nieuwe naam Verlofwet omdat deze beter aansluit bij de inhoud van de wet. Het past ook beter dan de naam “Wet arbeid en zorg”, omdat niet alle regelingen gaan om het verlenen van zorg. Zo regelt de nieuwe wet niet het vakantie- of ziekteverlof.

Drie pijlers

De verlofregelingen in het wetsvoorstel zijn ingedeeld in drie pijlers:

  1.  Verlof voor ouders: hieronder vallen het zwangerschaps- en bevallingsverlof, (aanvullend) geboorteverlof en het (betaald) ouderschapsverlof.
  2. Zorg voor naasten: het kortdurend- en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot één zorgverlof.
  3. Persoonlijk verlof: dit betreft onder meer het kort verzuimverlof.

Verlof voor ouders

De verschillende verlofregelingen worden beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken naar over het algemeen een half jaar. Verder worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Dat kan dan straks vooraf, tijdens en na de verlofperiode.

Let op! Bij zelfstandigen wordt straks gekeken naar het inkomen van de zelfstandige (de winst) in plaats van naar het aantal gewerkte uren, omdat dit een representatiever criterium is. 

Verlof voor zorg voor naasten

Er komt één regeling waarbij het kort- en het langdurend zorgverlof wordt samengevoegd tot een verlof van in totaal acht weken. Hierbij blijven de eerste twee weken betaald tegen 70% van het loon en de overige zes weken onbetaald. De regeling wordt door de samenvoeging breder inzetbaar. Het zorgverlof kan straks ook gebruikt worden voor hulp aan naasten (bijvoorbeeld mantelzorg) en palliatieve zorg.

Persoonlijk verlof

Het calamiteiten- en kortverzuimverlof wordt opgenomen in het kortverzuimverlof. Voor het overige wijzigt er niets.

Overige wijzigingen

Werkgevers moeten voortaan een werknemer tijdens het verlof met recht op uitkering voorzien van een loon vervangende betaling. Dit vraagt financiële ruimte bij de werkgever. Om werkgevers tegemoet te komen wordt het mogelijk alle uitkeringen vooraf bij het UWV aan te vragen. Hiermee is de periode tussen de loon vervangende betaling en de uitbetaling van de uitkering door UWV zo kort mogelijk.
Ook moeten werkgevers een inschatting maken van het dagloon. Dit kunnen ze doen door te kijken naar het SV-loon (sociale verzekeringsloon) van de werknemer in de referteperiode. Op die manier kan zo dicht mogelijk bij het dagloon worden aangesloten. 

Let op! De internetconsultatie loopt van 29 juni 2026 tot en met 10 augustus 2026. Het nieuwe verlofstelsel zou op 1 januari 2028 moeten ingaan.

nieuws
21/7/2026
Personeel

Vereenvoudiging verlofregelingen door wetsvoorstel Verlofwet

Het kabinet wil de huidige wet Arbeid en zorg (Wazo) vervangen door de Verlofwet. Het wetsvoorstel hiervoor is ter internetconsultatie aangeboden.

LEES VERDER