ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Wat speelde er?

Een werknemer was sinds 1985 in dienst bij de werkgever voor 40 uur per week. Hij werd in 2015 ziek en viel langdurig uit. Hij hervatte zijn werk vanaf 2017 voor 20 uur per week. Hij ontving vanwege zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (voor 20 uur per week) vanaf 2017 ook een WIA-uitkering.

De werkgever wilde in 2017 het lagere aantal uren formaliseren door middel van een contractaanpassing. De werknemer ging hier niet in mee, omdat hij de mogelijkheid om verder op te bouwen wilde openhouden. Hij bleef de daaropvolgende jaren 20 uur per week werken. Na een nieuwe uitval in 2023 werd hij uiteindelijk volledig en duurzaam arbeidsongeschikt.

De arbeidsovereenkomst werd vervolgens met ingang van 1 april 2026 met wederzijds goedvinden van werkgever én werknemer beëindigd. Partijen kregen echter onenigheid over de hoogte van de transitievergoeding. De werkgever stelde dat deze gebaseerd moest zijn op een 20-urige werkweek. De werknemer vond dat er nog steeds een arbeidsovereenkomst was voor 40 uur per week. Het aantal uren was volgens hem niet aangepast. De transitievergoeding moest daarom gebaseerd worden op een 40-urige werkweek.

Oordeel rechter

De rechter moest eraan te pas komen. De rechtbank ging nog mee met de werkgever en berekende het deel van de transitievergoeding vanaf 2017 op basis van een 20-urige werkweek. Na hoger beroep oordeel het gerechtshof echter anders.

Volgens het gerechtshof was er geen sprake geweest van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer had immers niet expliciet ingestemd met een structurele vermindering van zijn arbeidsduur. Hij had juist aangegeven geen vermindering te willen en ook had hij zijn wens om zijn uren uit te breiden niet prijsgegeven. De werkgever had niet voldoende laten onderzoeken of uitbreiding van de uren medisch gezien nog mogelijk was. De bedrijfsarts was sinds 2017 zelfs niet meer betrokken geweest. De conclusie was daarom dat de overeengekomen arbeidsduur nog steeds 40 uur per week bedroeg.

Dit had tot gevolg dat de transitievergoeding geen € 29.699,55 bruto, maar het dubbele namelijk 
€ 59.399,10 bruto bedroeg.

Kun je dit voorkomen in de praktijk?

Het is de vraag of je de dubbele transitievergoeding kunt voorkomen in de praktijk.

Als de werknemer uit bovenstaande casus in 2017 akkoord was gegaan met de aangepaste arbeidsovereenkomst, was op dat moment sprake geweest van nieuw bedongen arbeid. Hij had dan ook recht gehad op een pro rato transitievergoeding voor de 20 uur die hij verloren had.

Let op! Nu in deze casus geen sprake was van nieuw bedongen arbeid, had de werkgever bij hernieuwde uitval niet langer de verplichting om het loon tijdens ziekte door te betalen. De werknemer had immers al 104 weken loon ontvangen. Dit is door de Hoge Raad zo bepaald in 2011. Dat is dan weer een voordeel voor de werkgever, maar een nadeel voor de werknemer.

Let op! Het is ingewikkelde materie. Het is van belang om als werkgever goed advies in te winnen en je werknemer goed te informeren over de consequenties van zijn keuze.

nieuws
8/9/2026
20 uur werken en toch recht op transitievergoeding op basis van 40 uur

20 uur werken en toch recht op transitievergoeding op basis van 40 uur

Een werknemer die al vanaf 2017 20 uur per week werkte, kreeg in 2026 toch een transitievergoeding op basis van een 40-urige werkweek. Hoe zit dat?

LEES VERDER

Eigen auto of auto van de zaak

Als eerste is van belang om vast te stellen of je werknemer met een eigen auto of met een auto van de zaak rijdt.

Eigen auto

Voor een werknemer met een eigen auto vormt het plaatsen van een laadpaal bij de woning of het geven van een vergoeding daarvoor over het algemeen belast loon. Die werknemer mag je namelijk maximaal € 0,25 per zakelijke kilometer onbelast vergoeden. De kosten van een laadpaal zijn in die € 0,25 begrepen.

Dus als je al € 0,25 per zakelijke kilometer vergoedt, zijn de kosten van de laadpaal (inclusief plaatsen) of de vergoeding daarvoor volledig belast loon. Vergoed je een lager bedrag per zakelijke kilometer, bijvoorbeeld € 0,20, dan kun nog € 0,05 per zakelijke kilometer onbelast geven voor de kosten van de laadpaal.

Let op! Als je al € 0,25 per zakelijke kilometer vergoedt, kun je de laadpaal of de vergoeding daarvoor wellicht nog aanwijzen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (wkr). Dat moet dan wel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets.

Auto van de zaak

Rijdt de werknemer in een auto van de zaak, dan kun je onbelast een laadpaal bij de woning van een werknemer plaatsen of een vergoeding daarvoor geven. De kosten van de laadpaal zijn namelijk verwerkt in de bijtelling voor privégebruik auto.

Let op! Rijdt de werknemer aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé? Dan is er geen bijtelling voor privégebruik auto. Ook dan kun je onbelast een laadpaal bij de woning van een werknemer plaatsen of een vergoeding daarvoor geven omdat de laadpaal bedoeld is voor zakelijk gebruik.

Teruggave laadpaal?

Plaats je de laadpaal en gaat daarbij de eigendom over op de werknemer? Dan hoef je geen belast loon in aanmerking te nemen als de werknemer de laadpaal niet teruggeeft bij het einde van de lease- of arbeidsovereenkomst.

Let op! De laadpaal zal door natrekking vaak eigendom worden van de werknemer. Als de werknemer juridische eigenaar is van de grond waar de laadpaal op geplaatst wordt, wordt de werknemer door natrekking namelijk ook eigenaar van de laadpaal.

Het kan zijn dat de leasemaatschappij of werkgever een recht van opstal gevestigd heeft. In dat geval blijft de leasemaatschappij of werkgever de eigenaar van de laadpaal. Als de laadpaal dan niet teruggeëist wordt, zal sprake zijn van belast loon.

Let op! Is de laadpaal eigendom van de werknemer, maar heeft de werkgever een teruggavebeding afgesproken? Dan is ook sprake van belast loon als de werkgever de laadpaal niet terugeist. Hoe hoog dat loon is, is afhankelijk van de waarde van de laadpaal op dat moment.

nieuws
8/9/2026
Fiscale behandeling laadpaal bij woning werknemer

Fiscale behandeling laadpaal bij woning werknemer

Kun je zonder loonbelasting in te houden een laadpaal plaatsen bij de woning van een werknemer of daar een vergoeding voor geven? Ja, dat kan onder bepaalde voorwaarden. Welke zijn dat?

LEES VERDER

Herroeping

De Belastingdienst heeft zich uitgesproken over een casus waarin iemand alle aandelen in een bv schonk aan een ander. In de schenkingsakte was een mogelijkheid opgenomen om deze schenking te herroepen. De schenker maakte gebruik van dit herroepingsrecht waardoor de aandelen weer terugkeerden in zijn vermogen.

Afrekening in box 2

De Belastingdienst heeft aangegeven dat in deze situatie bij de ontvanger van de schenking een afrekening plaatsvindt in box 2. De Belastingdienst vindt namelijk dat in zo’n geval een (fictieve) vervreemding van de aandelen plaatsvindt.

De waarde waartegen de vervreemding plaatsvindt is de waarde in het economische verkeer op het moment van de herroeping. De verkrijgingsprijs van de aandelen voor de ontvanger van de schenking is de waarde in het economische verkeer op het moment van schenking.

In een voorbeeld

Stel dat de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van schenking € 1.500.000 is. Als de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van herroeping € 2.000.000 is, wordt bij de ontvanger van de schenking een vervreemdingsvoordeel in box 2 in aanmerking genomen van € 500.000. De ontvanger betaalt hierover tot 31% belasting!

Let op! In dit vereenvoudigde voorbeeld van de werkelijkheid is geen rekening gehouden met eventuele uitgekeerde dividenden en eventuele gevolgen van de herroeping hiervoor.

Compensatie?

De (fictieve) vervreemding van de aandelen bij een herroeping van de schenking, kan zuur uitpakken voor de ontvanger van de schenking. Die wordt immers geconfronteerd met een afrekening in box 2, zonder dat hij/zij daar enige invloed op heeft of zelf inkomsten van heeft ontvangen.

Bij het schenken van de aandelen zou in de schenkingsovereenkomst wellicht een verplichting tot compensatie van de ontvanger van de schenking opgenomen moeten worden. Dit in verband met de kennis dat de Belastingdienst een belastbaar feit in aanmerking zal willen nemen bij herroeping van een schenking van box 2 aandelen.

Let op! De schenker profiteert ook van de afrekening die bij de ontvanger van de schenker plaatsvindt in box 2. De verkrijgingsprijs van de aandelen wordt voor de schenker namelijk verhoogd. In het voorbeeld dus naar € 2.000.000.

Tegengeluid?

In de literatuur is overigens niet iedereen het eens met het standpunt van de Belastingdienst. Zo zijn er geluiden dat in deze situatie geen vervreemdingsvoordeel bij de ontvanger van de schenking in aanmerking zou moeten komen. Bij de schenker zou dan zijn oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de aandelen weer moeten herleven. Er zijn echter ook geluiden die het standpunt van de Belastingdienst onderschrijven.

Let op! De Hoge Raad moet zich nog over een dergelijke situatie uitspreken. 

nieuws
7/9/2026
Pas op met herroepen schenking van aandelen

Pas op met herroepen schenking van aandelen

Je hebt aandelen in een bv geschonken aan bijvoorbeeld je kind. Vaak is de schenkingsakte de mogelijkheid opgenomen om de schenking te herroepen. Wees je wel bewust van de fiscale gevolgen als je gebruikmaakt van zo’n herroepingsrecht.

LEES VERDER

Aangifte en aanslagen inkomstenbelasting (IB)

Het was al mogelijk om in je berichtenbox aan te geven dat je de uitnodiging tot het doen van aangifte IB en je voorlopige en definitieve aanslag IB niet-winst alleen nog digitaal van de Belastingdienst ontvangt.

De digitale post komt in je berichtenbox op Mijn Overheid en/of in je berichtenbox app. Je kunt zo’n keuze weer herzien. Vanaf dat moment ontvang je de post van de Belastingdienst weer op papier.

Let op! Zet wel je e-mailnotificatie aan in Mijn Overheid zodat je een e-mail krijgt als er digitale post is.

Tip! De Belastingdienst heeft op de website een stappenplan voor het kiezen voor digitale post.

Zakelijk post

In Mijn Belastingdienst Zakelijk kun je nu ook doorgeven dat je zakelijke post alleen nog digitaal wilt ontvangen. Je ontvangt dan niet meteen alle zakelijke post digitaal. De Belastingdienst geeft aan dat de eerste brieven over de btw binnenkort digitaal beschikbaar zijn. Daarna komen de overige btw-brieven en tot slot de post over andere zakelijke belastingen digitaal beschikbaar.

nieuws
7/9/2026
Ook zakelijke post van Belastingdienst digitaal

Ook zakelijke post van Belastingdienst digitaal

Al eerder kon je kiezen om bepaalde privépost alleen nog digitaal van de Belastingdienst te ontvangen. Voor zakelijke post is dat nu ook mogelijk.

LEES VERDER

Btw-ondernemerschap VvE

Voor het beheer en onderhoud van gemeenschappelijke delen van een onroerende zaak is een VvE geen btw-ondernemer. Hierdoor is de financiële bijdrage die de leden betalen aan de VvE ook niet belast met btw. Keerzijde daarvan is dat de VvE geen recht heeft op aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op deze beheers- en onderhoudsactiviteiten. 

Voor ander activiteiten, zoals de exploitatie van laadpalen of de verhuur van ruimten, kan een VvE wel btw-ondernemer zijn. Daardoor kan een VvE wel recht hebben op aftrek van btw op kosten die betrekking hebben op deze btw-belaste activiteiten van de VvE.

Let op! Als de verhuur van ruimten is vrijgesteld van btw, kan de VvE de btw die daarop betrekking heeft ook niet in aftrek brengen. De onderstaande goedkeuring geldt niet voor deze niet-aftrekbare btw.

Goedkeuring sinds 2020

Omdat de VvE de btw op de beheers- en onderhoudskosten niet in aftrek kan brengen, vormt de btw een kostenpost. Dit kan tot cumulatie van btw leiden als de VvE leden-btw-ondernemers heeft die wel recht op btw-aftrek hebben. Daarom bestond vroeger al een bestendige gedragslijn die in 2011 als goedkeuring is opgenomen in het  Besluit Aftrek van omzetbelasting. Deze goedkeuring houdt in dat de leden-btw-ondernemers de door de VvE niet in aftrek gebrachte btw onder voorwaarden – naar rato- in aftrek mogen brengen. Op deze manier wordt de btw op de beheers- en onderhoudskosten doorgeschoven naar deze leden.

Het bedrag dat zij in aftrek mogen brengen, wordt berekend naar rato van de financiële bijdrage van de betreffende btw-ondernemer aan de vereniging.

Let op! Een ondernemer-lid dat de btw op de beheers- en onderhoudskosten in aftrek brengt op grond van deze goedkeuring, neemt voor de btw-heffing alle rechten en verplichtingen op zich alsof de btw aan hem in rekening is gebracht en alsof hij de beschikkingsmacht over het goed heeft verworven. Dit betekent dat de ondernemer eventueel ook rekening moet houden met de btw-herzieningsregels.

Verruiming goedkeuring in 2026

In de oorspronkelijke goedkeuring stond als voorwaarde dat de VvE niet mocht kwalificeren als btw-ondernemer. Omdat tegenwoordig steeds vaker voorkomt dat een VvE naast haar reguliere activiteiten, waarvoor zij geen btw-ondernemer is, ook btw-belaste activiteiten verricht, is deze voorwaarde verruimd. Nu geldt als voorwaarde voor de doorschuifmogelijkheid dat de VvE de betreffende goederen en diensten waarop de btw drukt, niet als ondernemer heeft aangeschaft. Hierdoor kan een VvE de btw op kosten voor haar reguliere activiteiten doorschuiven naar haar leden-btw-ondernemers, ondanks dat zij wel btw-ondernemer is voor eventuele andere activiteiten.

nieuws
4/9/2026
VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers

VvE kan niet-aftrekbare btw doorschuiven naar leden-ondernemers

Op grond van een al langer geldende goedkeuring mag een Vereniging van Eigenaren (hierna: VvE) de bij haar niet-aftrekbare btw doorschuiven naar haar leden-btw-ondernemers. Dit betekent dat deze leden de aan de VvE gefactureerde btw -naar rato- in aftrek kunnen brengen. In augustus 2026 zijn de voorwaarden van deze goedkeuring versoepeld.

LEES VERDER

ERE-certificaten

ERE-certificaten (Emissiereductie-eenheden) hebben CO2-besparing als doel. Als je een daarvoor geschikt laadpunt hebt (dat is een laadpunt met een gecertificeerde MID-meter), kun je een vergoeding krijgen voor thuis geladen kWh’s. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van het aantal geladen kWh’s en de marktwaarde van de certificaten.

Let op! Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet je voldoen aan verschillende voorwaarden. Op de website van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is hierover meer informatie te vinden. Hier vind je ook een lijst met erkende inboekdienstverleners.

Elektrische auto van de zaak

Ook als een werknemer een elektrische auto van de zaak thuis laadt, kan de werknemer in aanmerking komen voor een vergoeding voor de ERE-certificaten. De werknemer vraagt deze zelf aan. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze vergoeding geen loon vormt en dus onbelast is.

Let op! Dit geldt ook voor de dga met een auto van de zaak.

Wel van invloed op werkelijke laadkosten

Vergoed je aan de werknemer de werkelijke laadkosten van de auto van de zaak, dan is dat ook onbelast. Dit zijn namelijk intermediaire kosten. Houd er wel rekening mee dat door de vergoeding voor de ERE-certificaten de werkelijke laadkosten omlaaggaan. Je kunt daarom minder onbelast aan de werknemer vergoeden als de werknemer een vergoeding voor ERE-certificaten ontvangt.

Let op! Dit geldt alleen als je de werkelijke laadkosten vergoed. Heb je met je werknemer afspraken gemaakt over doorlevering van de energie onder zakelijke marktconforme voorwaarden? Dan heeft de vergoeding voor de ERE-certificaten geen invloed op de onbelaste vergoeding. Bij zakelijke marktconforme voorwaarden is namelijk de prijs op de energiemarkt op het moment van het maken van de afspraken bepalend. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

nieuws
3/9/2026
Fiscale aspecten vergoeding ERE-certificaten bij elektrisch laden

Fiscale aspecten vergoeding ERE-certificaten bij elektrisch laden

Laad je een elektrische auto thuis op met een eigen laadpaal? Dan kun je via zogenoemde ERE-certificaten een vergoeding krijgen. Hoe werkt dat fiscaal als het een auto van de zaak is?

LEES VERDER

2 of 8% overdrachtsbelasting

Op de levering van een woning is in 2026 in principe 8% overdrachtsbelasting verschuldigd. Gebruik je de woning na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf, dan geldt een tarief van 2%.

Let op! Voor starters geldt, onder voorwaarden, eventueel nog een startersvrijstelling.

Onvoorziene omstandigheden

Het kan zijn dat een koper een woning niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf kan gaan gebruiken door onvoorziene omstandigheden. In zo’n geval wordt de woning dan geacht toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt te zijn en kan het 2% tarief van toepassing blijven.

Doorverkoop na iets meer dan een maand

Er moet dan wel echt sprake zijn van onvoorziene omstandigheden. Een koper die een appartement kocht en niet bewoonde, vond dat in zijn geval sprake was van onvoorziene omstandigheden.

De dag na de levering van de woning kwam hij enige tijd vast te zitten in de lift. Door verslechtering van zijn gezondheid, kon hij moeilijk gebruikmaken van de trap. En vanwege zijn claustrofobie durfde hij na het liftincident, niet meer in de lift. Hij verkocht het appartement daarom binnen iets meer dan een maand weer door, zonder er zelf gewoond te hebben.

Claustrofobie geen bijzondere omstandigheid

De rechter vond dat er geen sprake was van onvoorziene omstandigheden. De lift was op het moment van aankoop van het appartement al aanwezig. Bovendien was niet aannemelijk dat sprake was van structurele gebreken of onveilige situaties met de lift. Het vast komen te zitten in de lift, was naar het oordeel van de rechter geen onvoorziene omstandigheid, ook niet in het licht van de claustrofobie.

Gevolg was dat over de levering van de woning 10,4% (het toenmalige tarief) overdrachtsbelasting verschuldigd was in plaats van 2%.

nieuws
3/9/2026
Geen 2% overdrachtsbelasting bij niet bewonen door claustrofobie

Geen 2% overdrachtsbelasting bij niet bewonen door claustrofobie

Iemand die vanwege claustrofobie de lift niet durfde te gebruiken, kon toch niet 2% overdrachtsbelasting toepassen op de levering van een woning waar hij niet ging wonen. De rechter vond de claustrofobie in dit geval geen bijzondere omstandigheid. Wat speelde hier?

LEES VERDER

Verdeling inkomen en aftrek

Inkomens- en aftrekposten die je onderling mag verdelen zijn:

  • het saldo van het eigenwoningforfait en aftrekposten van de eigen woning (bijvoorbeeld de hypotheekrente),
  • de aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld,
  • het inkomen in box 2 (aanmerkelijk belang) en ingehouden dividendbelasting,
  • het inkomen in box 3,
  • de persoonsgebonden aftrekposten, dat zijn:
  • de betaalde partneralimentatie en andere onderhoudsverplichtingen,
  • de aftrek ziektekosten,
  • de uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapte kinderen, broers of zussen, en
  • de aftrekbare giften
  • het restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren.

Let op! In je aangifte kun je voor de verdeling kiezen die voor jullie het gunstigst is.

Tot wanneer wijzigen verdeling?

De wijziging van de verdeling tussen partners kan nog plaatsvinden zolang de aanslagen van de belastingplichtige en zijn partner nog niet onherroepelijk vaststaan. Als je geen bezwaar maakt tegen de definitieve aanslag, staat deze zes weken na de dagtekening onherroepelijk vast. De aanslag staat nog niet onherroepelijk vast, als je tijdig bezwaar of beroep hebt ingesteld en dit nog loopt of er nog geen zes weken verstreken zijn na de uitspraak op bezwaar/beroep.

Let op! Procedeer je door tot aan de Hoge Raad, dan staat je definitieve aanslag na de uitspraak van de Hoge Raad meteen onherroepelijk vast. In dit geval geldt een uitzondering en kunt je daarna nog binnen zes weken verzoeken om wijziging van de verdeling.

Ook wijziging verdeling bij navordering

In geval van een navorderingsaanslag vond de Belastingdienst tot voor kort dat wijziging van de verdeling alleen betrekking kon hebben op inkomen en/of aftrekposten die waren nagevorderd. Alle andere onderdelen uit de al onherroepelijk vaststaande definitieve aanslagen IB konden volgens de Belastingdienst niet opnieuw worden verdeeld. De Hoge Raad was het hier niet mee eens en oordeelde dat de wijziging van de verdeling niet beperkt is tot de inkomensbestanddelen waarop de navordering betrekking heeft.

Geen wijziging verdeling vanwege toeslagen of bij verrekenbare verliezen

In twee andere uitspraken is beslist dat de beperking van de verdeling tot het moment van onherroepelijk vaststaan van de definitieve aanslagen, niet anders wordt vanwege gemiste toeslagen of verliesverrekening. 

Het ging hierbij in een zaak voor rechtbank Gelderland om toeslagen waarop geen recht bestond, omdat te veel vermogen was toegerekend aan een partner. Daardoor werd de vermogensgrens voor de toeslagen overschreden. Dat dit voor de belastingplichtige pas duidelijk werd na vaststelling van het bedrag aan toeslagen, maakte niet dat alsnog verzocht kon worden om een andere verdeling.

In de andere zaak besliste de Hoge Raad dat het verloren gaan van heffingskortingen nadat achterwaartse verliesverrekening was toegepast, eveneens geen reden was de termijn waarbinnen opnieuw verdeeld kan worden te verlengen.

Uitzondering na uitspraak massaalbezwaarprocedure kerstarrest

De Hoge Raad heeft ook geoordeeld dat je nog opnieuw kunt verdelen na de collectieve uitspraak in de massaalbezwaarprocedure van het kerstarrest.

De Hoge Raad oordeelde in 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Alle bezwaarschriften die meeliepen in de massaalbezwaarprocedure werden vervolgens in een collectieve uitspraak op bezwaar op 4 februari 2022 gegrond verklaard. Hierdoor kwamen die aanslagen allemaal onherroepelijk vast te staan. De Belastingdienst stuurde echter pas ná 4 februari 2022 de nieuwe berekeningen van het box 3-inkomen op basis van het rechtsherstel. 

De Hoge Raad oordeelde dat in zo’n situatie nog wel gekozen kan worden voor een andere verdeling van het box 3-inkomen als dat verzoek gedaan wordt binnen zes weken na de beschikking van de Belastingdienst met de nieuwe berekeningen.

 
nieuws
2/9/2026
Tot wanneer is wijziging verdeling inkomen en aftrekposten tussen partners mogelijk?

Tot wanneer is wijziging verdeling inkomen en aftrekposten tussen partners mogelijk?

Fiscale partners kunnen een aantal inkomens- en aftrekposten naar keuze onderling verdelen in hun aangifte inkomstenbelasting (IB). Op die manier kan gekozen worden voor de laagste gezamenlijke belasting. Soms kunnen er echter redenen zijn om die verdeling achteraf te wijzigen. Maar tot wanneer is wijzigen nog mogelijk?

LEES VERDER

Zelfstandige doktersassistente

Aan de Belastingdienst is gevraagd of in de volgende situatie de medische btw-vrijstelling geldt. Een doktersassistente werkt als zelfstandige in een zorgcentrum en als waarnemend doktersassistente bij verschillende huisartsenpraktijken.

De doktersassistente heeft een MBO-4-opleiding tot doktersassistente afgerond en volgt elke jaar relevante bij- en nascholing. Zij is niet BIG-geregistreerd maar heeft wel al meer dan 10 jaar kennis en ervaring opgedaan in het beroep.

Zij verricht diverse medische handelingen tijdens de werkzaamheden: bloedafname, vingerprikken, urineonderzoek, vaccineren, toedienen van injecties, verwijderen van hechtingen, wrattenbehandeling, oren uitspuiten, zwachtelen, baarmoederhalsonderzoek, behandelen van (brand)wonden, triage, lichamelijk onderzoek en het maken van hartfilmpjes (ECG’s).

Medische btw-vrijstelling

In principe kan de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing zijn op diensten met een therapeutisch doel die een BIG-geregistreerde beoefenaar van een medisch of paramedisch beroep uitvoert.

Maar ook een niet BIG-geregistreerde kan deze btw-vrijstelling toepassen op diensten met een therapeutisch doel als hij/zij aantoont dat hij beroepskwalificaties heeft die zorgen voor een gelijkwaardig kwaliteitsniveau als een BIG-geregistreerde. Dit kan aangetoond worden met een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.
Doktersassistente vergelijkbaar met verpleegkundige

In de hiervoor beschreven casus vindt de Belastingdienst dat de doktersassistente de medische btw-vrijstelling kan toepassen. Dit is het geval omdat:

  • de diensten van de doktersassistente een therapeutisch doel hebben, en
  • kwalitatief soortgelijk zijn aan de gezondheidskundige diensten van een verpleegkundige die wel BIG-geregistreerd is.

Let op!Ben jij zelfstandig doktersassistente met vergelijkbare werkzaamheden en opleiding en ervaring? Dan is de medische btw-vrijstelling ook bij jou waarschijnlijk van toepassing. Overleg hierover met onze adviseurs.

nieuws
1/9/2026
Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente

Medische btw-vrijstelling voor zelfstandige doktersassistente

Een zelfstandige doktersassistente kan, onder voorwaarden, de medische btw-vrijstelling toepassen.

LEES VERDER

In de tekst hierna wordt ingegaan op de situatie waarin een inwoner van Duitsland werkt voor een Nederlandse werkgever. De situatie waarin een inwoner van Nederland werkt voor een Duitse werkgever werkt echter hetzelfde.

Let op! Voor overheidswerknemers gelden andere regels.

Belastingverdrag

Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland bevat afspraken over in welk land welk inkomen belast mag worden. Zo mag Nederland belasting heffen over het loon als een inwoner van Duitsland in Nederland werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever.

Werken in woonland

Werkt de inwoner van Duitsland voor de in Nederland gevestigde werkgever in Duitsland? Dan mag Duitsland belasting heffen over het met dat werk corresponderende loon.

Thuiswerkregeling

Om bij thuiswerken niet meteen het heffingsrecht te verleggen naar het woonland, is per 1 januari 2026 de zogenaamde thuiswerkregeling ingevoerd. Een inwoner van Duitsland die voor een Nederlandse werkgever werkt kan hierdoor in een kalenderjaar maximaal 34 dagen buiten Nederland werken, zonder dat het heffingsrecht verplaatst naar buiten Nederland.

Let op! Werkt de Duitse werknemer in een kalenderjaar meer dan 34 dagen buiten Nederland, dan verplaatst het heffingsrecht ook voor de eerste 34 dagen!


Let op! Hoewel het de thuiswerkregeling heet, gaat het niet alleen om de dagen die thuisgewerkt worden. Alle dagen die door de Duitse werknemer in loondienst gewerkt worden buiten Nederland tellen mee voor de 34 dagen drempel.

Meer werkgevers

De Belastingdienst heeft bevestigd dat de 34 dagen-drempel per werknemer geldt. Als een Duitse werknemer dus bij meerdere Nederlandse werkgevers werkt, mag hij voor al die werkgevers totaal niet meer dan 34 dagen buiten Nederland werken.

Werkgever in woonland telt niet mee

Hoe zit het als een inwoner van Duitsland voor een Nederlandse werkgever minder dan 34 dagen in Duitsland werkt, maar ook voor een Duitse werkgever uitsluitend in Duitsland werkt? De Belastingdienst heeft bevestigd dat de dagen die deze inwoner alleen voor de Duitse werkgever werkt, niet meetellen voor de 34 dagen-drempel.

Incidentele werkzaamheden op locatie

Bij de 34 dagen-drempel gaat het niet alleen om de in Duitsland thuis gewerkte dagen. Als een inwoner van Duitsland voor zijn Nederlandse werkgever incidenteel op locatie in Duitsland werkt, tellen deze dagen ook mee, volgens de Belastingdienst.

Let op! De Belastingdienst heeft ook nog vragen beantwoord over een inwoner van Duitsland die zowel voor een in Nederland gevestigde private werkgever werkt als voor een Nederlandse overheidswerkgever. Is zo’n situatie op jou van toepassing, neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs.

nieuws
1/9/2026
Hoe bereken je de 34-dagen drempel uit het verdrag Nederland-Duitsland?

Hoe bereken je de 34-dagen drempel uit het verdrag Nederland-Duitsland?

De Belastingdienst heeft de 34-dagen thuiswerkdrempel uit het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland nader toegelicht.

LEES VERDER

Entrepreneur’s allowance 

The entrepreneur’s allowance comprises the self-employed person’s allowance (in Dutch: zelfstandigenaftrek), the allowance for research and development (in Dutch: aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk), the co-worker’s allowance (in Dutch: meewerkaftrek), the start-up allowance in the event of incapacity for work (in Dutch: startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid), and the cessation allowance (in Dutch: stakingsaftrek). These allowances may be deducted from business profits for the purposes of income tax. 

Foreign taxpayers 

Foreign taxpayers are taxed in the Netherlands to the extent that they receive Dutch income. Dutch income includes, amongst other things, the profit generated by a foreign entrepreneur’s permanent establishment in the Netherlands. The question is whether the entrepreneur’s allowance may be deducted in full from the profit of this permanent establishment or whether a different allocation must be made?  

Worldwide profit is the starting point 

For the portion of the foreign entrepreneur’s profit that is taxable in the Netherlands, the letter of the law first requires the global profit to be determined, i.e. the foreign entrepreneur’s total profit, including profit earned outside the Netherlands. The Tax and Customs Administration states that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption (in Dutch: mkb-winstvrijstelling)are deducted in full from these worldwide profits. The profit taxable in the Netherlands is that part of the worldwide profit, after deduction of the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption, which is attributable to the Dutch permanent establishment.  

The business allowance is therefore not deducted in full from the profits of the permanent establishment, but in proportion to the ratio of Dutch profits to total worldwide profits.

SME profit exemption 

The Tax and Customs Administration states that the portion of the SME profit exemption that may be charged against the profit taxable in the Netherlands must be determined in the same way as for the entrepreneur’s allowance. 

Please note! According to the Tax and Customs Administration, the fact that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption must be determined in the manner described above also follows from a 2010 ruling by the Supreme Court (in Dutch: Hoge Raad). 

nieuws
27/8/2026
Is a foreign taxpayer entitled to the full business expense allowance?

Is a foreign taxpayer entitled to the full business expense allowance?

The Tax and Customs Administration has provided an answer to the question of whether an entrepreneur residing abroad is entitled to deduct the full business allowance (in Dutch: ondernemersaftrek) from their Dutch profits.

READ MORE

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE