ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

OSS

Lever je als in Nederland gevestigde btw-ondernemer goederen of diensten aan klanten in een ander EU-land die geen btw-aangifte doen? En moet je de over die goederen of diensten verschuldigde btw aangeven in dat andere EU-land? Dan kun je in een aantal situaties ervoor kiezen om de verschuldigde buitenlandse btw aan te geven via een zogenoemde OSS-aangifte.

De OSS staat voor One Stop Shop en bied je de mogelijkheid om via het éénloketsysteem in Nederland, de btw aan te geven die je in het ander EU-land verschuldigd bent. Dat doe je dan 1 keer per kwartaal. De Belastingdienst stuurt dan je melding en betaling naar de Belastingdienst van dat andere EU-land.

Uitbreiding OSS

In het op 26 maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediende wetvoorstel ‘Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie’ wordt de OSS vanaf 1 januari 2027 uitgebreid voor leveringen van elektriciteit, gas, warmte en koude aan consumenten (B2C-leveringen ofwel Business to Consumer leveringen).

Daarnaast wordt in het wetsvoorstel de OSS per 1 juli 2028 verder uitgebreid voor B2C-montageleveringen, B2C-leveringen aan boord van schepen, luchtvaartuigen of treinen, en bepaalde binnenlandse B2C-leveringen.

Verder wordt in het wetsvoorstel vanaf 1 juli 2028 een nieuwe btw-regeling geïntroduceerd voor de overbrenging van eigen goederen, de zogenoemde overbrengingsregeling.

Uitbreiding btw-verleggingsregelingen

Vanwege het wetsvoorstel wordt per 1 juli 2028 ook een aanvullende verleggingsregeling ingevoerd. Dat leidt ertoe dat buitenlandse ondernemers die in Nederland zijn gevestigd en hier geen vaste inrichting en Nederlands btw-identificatienummer hebben, de verschuldigde btw vaker kunnen verleggen naar de Nederlandse afnemer.

Implementatie onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Europese VIDA-richtlijn

De voorgestelde wetswijzigingen gaan over één van de drie onderwerpen uit de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De andere twee onderwerpen worden via aparte wetsvoorstellen geïmplementeerd in de Nederlandse btw-wetgeving. De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:

  1. De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030).
  2. Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028). 
  3. De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Voor dit onderdeel is dus op 26 maart 2026 het hiervoor vermelde Nederlandse wetsvoorstel ingediend.

Waarom wordt de OSS uitgebreid?

De OSS wordt uitgebreid om de administratieve lasten te verlichten voor ondernemers met grensoverschrijdende transacties aan consumenten in andere EU-landen en om belemmeringen voor hun deelname aan de interne markt weg te nemen. 

Door de uitbreiding van de OSS krijgen ondernemers de mogelijkheid om zich voor meer B2C-leveringen in één EU-land te registreren voor de btw. In dat EU-land kunnen die ondernemers de in de andere EU-landen verschuldigde btw aangeven en afdragen. Dit vermindert de administratieve lasten.

Let op! Een ondernemer is niet verplicht om voor de OSS te kiezen. Een ondernemer kan de eventueel in het buitenland betaalde btw op inkopen en investeringen niet in aftrek brengen in de OSS-aangifte. Dit kan een reden zijn om niet te kiezen voor de OSS en toch buitenlandse btw-aangiften te blijven doen

Let op!Het wetsvoorstel is nu nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Als de Tweede Kamer instemt, moet daarna ook de Eerste Kamer nog instemmen.

nieuws
7/5/2026
EU

Uitbreiding OSS, deels al vanaf 1 januari 2027

De OSS wordt waarschijnlijk vanaf 1 januari 2027 al uitgebreid voor leveringen van gas, elektriciteit, warmte en koude aan consumenten.

LEES VERDER

€ 52 per dag

Voor 2026 is het bedrag vastgesteld op €52 per dag, ofwel een verhoging van €2 ten opzichte van vorig jaar. Het bedrag van €52 per dag is voor de transportondernemer aftrekbaar van de winst. 

Voorwaarden

Het bedrag is alleen aftrekbaar als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • De rit duurt langer dan 24 uur.
  • De verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand.De regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar.
  • Het aantal gereden dagen moet je kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten.
  • De vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.
  • Je geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting.

Optioneel

De regeling is optioneel. Je mag er ieder jaar opnieuw voor kiezen de regeling al dan niet te gebruiken. Als je de regeling gebruikt, hoef je de verblijfkosten niet aan te tonen met facturen en dergelijke. Dat moet wel als je de regeling niet gebruikt en je de werkelijke verblijfkosten in aftrek wilt brengen. Dit is dus alleen voordelig als de aftrek per saldo hoger uitvalt dan €52 per dag.

Let op! Daarbij is wel van belang dat sommige kosten niet volledig aftrekbaar zijn, zoals de kosten van maaltijden. 

Ritten die starten op meer dan 50 km van het woonadres

De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur. 

In dat geval moet u wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
  • Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Niet voor bv’s

Transportondernemers met een BV kunnen de regeling niet toepassen. Eigen rijders met een BV kunnen hun verblijfkosten wel onbelast door de BV laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

nieuws
7/5/2026
Transport

Verhoging aftrek verblijfkosten eigen rijders

Vanwege de inflatie is ook dit jaar het bedrag aan verblijfkosten verhoogd voor transportondernemers (eigen rijders) die zelf meerdaagse internationale ritten maken.

LEES VERDER

Berichtenbox

Via mijn.overheid.nl kun je met behulp van DigiD toegang krijgen tot je berichtenbox. Dit is je persoonlijke digitale brievenbus voor post van de overheid. Toegang is ook mogelijk met behulp van de app Berichtenbox.

Tip! Je kunt aangeven een email te willen ontvangen als er nieuwe post in je berichtenbox is bezorgd en een herinnering krijgen als er nog ongelezen post in je berichtenbox zit.

Uitbreiding

In de berichtenbox kun je aangeven van welke organisaties je de post digitaal wilt ontvangen. Vanaf 8 december 2025 was het al mogelijk om aan te geven dat je de uitnodiging tot het doen van aangifte IB alleen digitaal van de Belastingdienst wilt ontvangen. Vanaf 1 mei 2026 kan dat dit ook voor de voorlopige en definitieve aangifte IB niet-winst. De uitbreiding met de nieuwe mogelijkheden past in het streven het totale berichtenverkeer van de Belastingdienst digitaal te versturen.

Tip! Een eenmaal gemaakte keuze kan altijd worden herzien, zodat je vanaf dat moment de post van de Belastingdienst weer op papier ontvangt.


Let op! De gemaakte keuze geldt per direct, dus ook voor aanslagen en voorlopige aanslagen IB niet-winst 2025..

Minder papier en porto

De digitalisering heeft als voordeel dat de Belastingdienst fors bespaart op de kosten van papier en porto. Inmiddels hebben al zo’n drie miljoen burgers ervoor gekozen de post van de Belastingdienst alleen digitaal te willen ontvangen. De Belastingdienst verwacht eind 2026 ongeveer negen miljoen minder brieven verstuurd te hebben.

nieuws
6/5/2026
Overheid

Aanslagen IB niet-winst naar keuze alleen nog digitaal

De mogelijkheid om berichten van de Belastingdienst alleen nog digitaal te ontvangen, is per 1 mei 2026 uitgebreid. Belastingplichtigen kunnen er vanaf die datum voor kiezen om voorlopige én definitieve aanslagen inkomstenbelasting (IB) niet-winst alleen nog via de berichtenbox te ontvangen.

LEES VERDER

Vrachtwagenheffin

Vanwege de invoering van de vrachtwagenheffing per 1 juli 2026, wordt de mrb voor vrachtwagens lager. Via de vrachtwagenheffing moet op bijna alle snelwegen en een aantal andere wegen voortaan een heffing per gereden kilometer worden betaald. De omvang van de heffing hangt onder meer af van de uitstoot van CO2. Op de website van RDW kun je berekenen wat het bedrag per kilometer wordt.

 

Let op! In de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin de regering onder meer verzocht wordt op de vrachtwagenheffing zo snel mogelijk te verlagen.

 

Vermindering mrb

De vermindering van de mrb hangt onder meer af van het gewicht van de vrachtauto, het aantal assen en van de vraag of er al dan niet sprake is van luchtvering en een koppelinrichting, waarmee een aanhangwagen of oplegger verbonden kan worden. Zo bedraagt bijvoorbeeld de maximale mrb vanaf 1 juli 2026 €232,25 per drie maanden voor een vrachtauto van 40 ton of meer met koppelinrichting en zonder luchtvering, terwijl dit nu nog €752 is.

 

Let op! Voor alle vrachtwagens tot 12.000 kg verdwijnt de mrb zelfs helemaal. Ditzelfde geldt voor bepaalde vrachtwagens die zwaarder zijn, afhankelijk van het gewicht, het aantal assen, wel of geen koppeling en wel of geen luchtvering. De nieuwe tarieven vind je op de website van de Belastingdienst.

 

Bijzondere tarieven vervallen

Per 1 juli 2026 vervalt ook een aantal bijzondere tarieven in de mrb. Dit zijn de bijzondere tarieven voor personen- en vrachtauto’s die zijn ingericht als werktuig of werkplaats, voor personen- of vrachtauto’s die alleen gebruikt worden voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden en voor rijdende winkels. Voor deze voertuigen moet vanaf 1 juli 2026 het volledige tarief voor personen- respectievelijk vrachtauto’s betaald worden. 

Bedrijfsvoertuigenpark

Ook de speciale regeling voor bedrijfsvoertuigenparken vervalt per 1 juli 2026. Via deze regeling kan een bedrijf nu nog mrb terugvragen als het meer vrachtauto's dan aanhangwagens bezit, gebaseerd op de combinatie. Je kunt via een speciaal formulier op de website van de Belastingdienst over de periode 1 juli 2026 nog mrb terugvragen. 

Vanaf wanneer nieuwe tarief?

Je betaalt de mrb altijd per drie maanden. De nieuwe tarieven gaan in vanaf het eerste tijdvak dat begint vanaf 1 juli 2026. Loopt je tijdvak bijvoorbeeld van 10 april 2026 tot en met 9 juli 2026? Dan betaal je pas het nieuwe tarief vanaf 10 juli 2026.

 

Let op!Is een voertuig geschorst en gaat het na 1 juli weer uit de schorsing, dan betaal je het nieuwe tarief vanaf de datum dat het voertuig uit de schorsing gaat.

Let op!  Je kreeg uiterlijk eind april 2026 een brief over deze wijzigingen.

nieuws
5/5/2026
Verkeer

Wijzigingen motorrijtuigenbelasting per 1 juli 2026

Op 1 juli 2026 wordt een groot aantal wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot de motorrijtuigenbelasting (mrb), ook wel bekend als wegenbelasting. De wijzigingen hangen voor een deel samen met de invoering van de vrachtwagenheffing.

LEES VERDER

Verhuur squash- en padelbanen

Deze ondernemer exploiteert squash- en padelbanen. Bij de banen is ook een horecagelegenheid gevestigd. Sporters kunnen via een online reserveringssysteem een baan huren op een bepaald tijdstip voor een bepaalde duur. De sporter kan dit doen op basis van een abonnement of voor een tarief per tijdseenheid.

De sporter verkrijgt na online reservering het exclusieve gebruiksrecht tot die specifieke baan. Er is geen personeel aanwezig op de banen. Het personeel van de horecagelegenheid open en sluit het pand en doet de lichten aan vanaf achter de horecabar. Het horecapersoneel heeft verder geen zicht op de banen en houdt daarop ook geen toezicht.

Vrijgesteld van btw?

De ondernemer vindt dat de verhuur van de squash- en padelbanen aan particuliere sporters is aan te merken als de verhuur van een onroerende zaak. Hiervoor geldt een btw-vrijstelling en daarom kan de verhuur plaatsvinden zonder btw.

9% btw?

De Belastingdienst vindt dat de verhuur is aan te merken als het gelegenheid geven tot sportbeoefening. De Belastingdienst meent bovendien dat geen sprake is van kale verhuur van een onroerende zaak omdat de ondernemer aanvullende diensten verricht zoals het beschikbaar stellen van kleed- en doucheruimte, sanitair en een horecagelegenheid. Voor gelegenheid geven tot sportbeoefening geldt het 9% btw-tarief.

Rechtbank: btw-vrijstelling

De rechtbank is het met de ondernemer eens. De particulier sporter verkrijgt na een online reservering het exclusieve gebruiksrecht om op een bepaalde datum gedurende een bepaalde tijd de baan te gebruiken. Anderen kunnen van die baan dan niet gebruikmaken. Daarmee is volgens de rechtbank sprake van btw-vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak.

Kleedkamers en horeca maken dat niet anders

De kleed- en doucheruimtes, toiletten en de aanwezige horeca maken volgens de rechtbank niet dat in deze casus sprake is van meer dan het passief ter beschikking stellen van een baan aan een sporter. Ook het feit dat de huurders van plan zijn om de baan te gebruiken om te gaan sporten, maakt dat niet anders.

De ondernemer kan daarom zijn squash- en padelbanen verhuren zonder btw.

Let op! Deze uitspraak betekent niet dat elke squash -en padelbaan in Nederland nu zonder btw verhuurd kan worden. In vergelijkbare gevallen kan een beroep gedaan worden op de uitspraak van de rechtbank, maar houd er rekening mee dat de Belastingdienst tegen deze uitspraak mogelijk nog in beroep gaat. Wijkt de verhuur van een squash- en padelbaan af van de hiervoor beschreven casus, dan is de kans aanwezig dat die verhuur wel kwalificeert als gelegenheid geven tot sportbeoefening. Bespreek je eigen situatie daarom met een van onze adviseurs.

 
nieuws
5/5/2026
Tennis

Verhuur squash- en padelbanen zonder btw

Rechtbank Den Haag is van mening dat een ondernemer terecht geen btw berekent over de verhuur van squash- en padelbanen. Hoe speelt deze ondernemer de bal?

LEES VERDER

Toename met 1,90%

De indexatie van het wettelijk minimumuurloon is een gemiddelde van de procentuele ontwikkeling van contractlonen in de marktsector, de gepremieerde en gesubsidieerde sector en de overheid. In totaal neemt het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2026 met 1,90% toe ten opzichte van 1 januari 2026. Het komt daarmee uit op € 14,99.

Let op! Het referentiemaandloon stijgt hierdoor per 1 juli 2026 naar € 2.337 bruto per maand. Dit referentiemaandloon wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte en indexatie van diverse uitkeringen

Wettelijk minimumjeugdlonen ook omhoog

De wettelijk minimumjeugdlonen zijn een percentage van het wettelijk minimumuurloon dat geldt voor iedereen van 21 jaar en ouder. Door de indexatie van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen per 1 juli 2026.

Leeftijd Percentage Minimumloon
21 jaar en ouder  100%  € 14,99
20 jaar    80%  € 11,99
 19 jaar  60%  €   8,99
 18 jaar  50%  €   7,50
 17 jaar  39,5%  €   5,92
 16 jaar  34,5%  €   5,17
 15 jaar  30%  €   4,50

Let op! Het percentage gaat voor werknemers in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar met ingang van 1 januari 2027 omhoog. Voor een 20-jarige bedraagt dit dan 87,5%, voor een 19-jarige 75%, voor een 18-jarige 62,5%, voor een 17-jarige 50% en voor een 16-jarige 40%. Voor een 15-jarige blijft het percentage gehandhaafd op 30%.

Ook minimumjeugdloon bbl’er stijgt mee

Bbl’ers (leerlingen in een beroepsbegeleidende leerweg met een arbeidsovereenkomst) in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en vanaf 21 jaar hebben recht op het minimumuurloon zoals hiervoor vermeld. Voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar gelden afwijkende lagere percentages.

Leeftijd Percentage Minimumloon
 20 jaar  61,5%  €   9,22
 19 jaar  52,5%  €   7,87
 18 jaar  45,5%  €   6,82

Let op!Met ingang van 1 januari 2027 gelden er voor bbl’ers in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar geen afwijkende lagere percentages meer. De bbl’ers in deze leeftijdscategorie hebben dan ook recht op het reguliere minimumjeugdloon.

nieuws
4/5/2026
Geld

Wettelijk minimumuurloon per 1 jul 2026 € 14,99

Het wettelijk minimumuurloon wordt per 1 juli 2026 weer geïndexeerd en stijgt daardoor naar € 14,99.

LEES VERDER

Subsidie voor meer ondernemers beschikbaar

Dit jaar kunnen alle ondernemers met een grootverbruikaansluiting (een elektriciteitsaansluiting die groter is dan 3x80 ampère) de subsidie aanvragen. Huurders zonder eigen aansluit- en transportovereenkomst kunnen de subsidie dit jaar niet meer aanvragen, maar de eigenaar van het pand mogelijk wel. Nieuw is verder dat alleen voor maatregelen die samen 100 kW (flexibel) vermogen hebben, nog een congestiemanagementcontract nodig is. Bij een geringer vermogen is een dergelijk contract dus niet meer nodig.

Let op! Heb je een congestiemanagementcontract nodig, vraag dit dan op tijd aan bij je netbeheerder. De aanvraag kan namelijk enkele maanden in beslag nemen. 

Waarvoor subsidie?

Je kunt subsidie krijgen voor een flexibiliteitscan, een haalbaarheidsstudie of voor de te nemen flexibiliteitsmaatregelen zelf. Via de scan wordt duidelijk welke flexibiliseringsmogelijkheden je hebt en via de haalbaarheidsstudie weet je welke maatregelen technisch haalbaar zijn. Ook voor de maatregelen die je uiteindelijk neemt, is subsidie beschikbaar. Denk aan maatregelen voor het opslaan van energie of voor het omzetten van energie in een andere energievorm.

Omvang subsidie
Voor een flexibiliteitscan en een haalbaarheidsstudie krijg je 50% van de gemaakte kosten vergoed, net zoveel als vorig jaar. De maximum subsidie voor een flexibiliteitsscan is € 10.000 en voor een haalbaarheidsstudie € 125.000. De haalbaarheidsstudie kent een minimumbedrag van € 10.000. De subsidie voor te nemen flexibiliseringsmaatregelen is verhoogd van 35% naar 40% en bedraagt minimaal € 25.000 en maximaal € 300.000. Alleen voor landbouwbedrijven geldt een maximum van € 50.000. In totaal is €29 miljoen aan subsidie beschikbaar.

Let op! Het budget wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Wacht daarom niet te lang met je aanvraag.

Aanvragen subsidie

Je kunt de Flex-e subsidie aanvragen via de RVO van 6 mei 2026 9.00 uur tot 15 oktober 2026 17.00 uur.

Let op!  Alles over de subsidie en de voorwaarden is te vinden op de website van RVO.

nieuws
4/5/2026
Duurzaam

Vanaf 6 mei 2026 subsidie voor flexibel elektriciteitsverbruik

Ondernemers die last hebben van een overbezet elektriciteitsnet, kunnen ook dit jaar weer subsidie aanvragen voor flexibel elektriciteitsverbruik, Flex-e. De subsidie is dit jaar verbeterd en voor meer ondernemers beschikbaar. Door de flexibilisering kunt u de gevolgen van netcongestie, de overbelasting van het elektriciteitsnet, ontgaan.

LEES VERDER

Aftrek kosten werkruimte

Een ondernemer die een werkruimte in zijn woning gebruikt voor zijn onderneming, kan de kosten van die werkruimte meestal niet in aftrek brengen. Aftrek is alleen mogelijk voor een werkruimte die naar verkeersopvattingen zelfstandig is. Om zelfstandig te zijn moet een werkruimte bijvoorbeeld een eigen ingang of opgang en sanitaire voorzieningen hebben.

Let op! Naast het criterium van een zelfstandige werkruimte moet de ondernemer ook zijn winst in die werkruimte verdienen. Heeft de ondernemer ook nog een andere werkruimte niet in de woning, dan moet de ondernemer zijn winst voor 90% of meer in of vanuit de werkruimte 
verdienen en voor 70% of meer in de werkruimte.

Werkruimte tijdens coronacrisis

Een onderneemster die al jaren lesgaf bij diverse sportscholen en organisaties, wilde in haar aangifte inkomstenbelasting 2020 het deel van de huur dat betrekking had op haar woonkamer, in aftrek brengen.

Tijdens de coronacrisis maakte de onderneemster vanuit de woonkamer podcasts en instructievideo’s. De woonkamer had volgens de onderneemster een eigen deur en zij gebruikte de woonkamer als studioruimte voor de digitale lessen. Zij gaf aan in de keuken en slaapkamer van het appartement te wonen. De onderneemster vond dat wat naar verkeersopvattingen als zelfstandig moet worden aangemerkt, gedurende de coronacrisis was veranderd, omdat er over het algemeen thuis werd gewerkt. De woonkamer was in haar geval dan ook een zelfstandige werkruimte, vond zij.

Geen werkruimte

Een gerechtshof wast het daar niet mee eens. De toiletruimte was onderdeel van het appartement als geheel en geen onderdeel van de woonkamer. De woonkamer kon daarom niet als zelfstandig worden aangemerkt. Dat tijdens de coronacrisis over het algemeen thuisgewerkt werd, maakte niet dat de woonkamer daarmee ineens zelfstandigheid verkreeg, aldus het gerechtshof. Eindconclusie was dat de onderneemster geen recht had op aftrek van de huurkosten met betrekking tot de woonkamer.

Tip!  Wil je weten of de werkruimte in jouw woning kan worden bestempeld als zelfstandige werkruimte? Overleg daarover dan met een van onze adviseurs.

 
nieuws
1/5/2026
Bedrijfspand

Kosten woon- tevens werkkamer ook tijdens corona niet aftrekbaar

Zijn de huurkosten van een tijdens de coronacrisis als werkruimte gebruikte woonkamer aftrekbaar? Een gerechtshof oordeelde dat dit niet zo was en dat de coronacrisis dit niet anders maakte.

LEES VERDER

Rechtsvermoeden bij uurtarief tot € 38

Na inwerkingtreding van de wet wordt de persoon die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38,00 per uur, vermoed een arbeidsovereenkomst te hebben bij die ander.

Op deze manier wordt de rechtspositie van deze werkenden beschermd. Overigens betreft het een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat de opdrachtgevers het rechtsvermoeden kunnen tegenspreken door aan te tonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Slaagt de opdrachtgever hier niet in, dan is sprake van schijnzelfstandigheid en bestaat er recht op de bescherming die het arbeidsrecht biedt zoals recht op doorbetaalde vakantie en ontslagbescherming. 

Het kabinet verwacht dat dit rechtsvermoeden in de praktijk een preventieve en normerende werking heeft, zodat kwetsbare werkenden minder snel in een situatie van schijnzelfstandigheid terechtkomen.

Indexatie op basis van de cao-loonontwikkeling

De Tweede Kamer heeft nog een belangrijk amendement aangenomen. Het was de bedoeling om genoemd uurtarief twee keer per jaar aan te passen in lijn met de aanpassingen van het wettelijk minimumloon. Op basis van het aangenomen  amendement zal de indexatie van het uurtarief echter plaatsvinden aan de hand van de cao-loonontwikkeling.

Beoogde inwerkingtreding 1 juli 2026

 De inwerkingtreding van het rechtsvermoeden op basis van het uurtarief is 1 juli 2026. De Tweede Kamer heeft dus al ingestemd, maar de Eerste Kamer moet zich hierover nog buigen.

nieuws
30/4/2026
Geld

Arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38?

Op 21 april 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel over het invoeren van een rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026.

LEES VERDER

Aftrek zorgkosten

Zorgkosten die niet worden gedekt door de verzekering zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar van uw inkomen. Niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar, ook geldt er een drempel, wat betekent dat u een bepaald deel van uw zorgkosten niet in aftrek kunt brengen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger ook de drempel. Verder kunt u zorgkosten slechts aftrekken tegen maximaal 37,56% (2026). 

Tip! De Belastingdienst heeft alle regels over aftrek zorgkosten handig op een rij gezet.

Gevluchte studente

Voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant kwam de vraag aan de orde of een uit Iran gevluchte studente haar zorgkosten kon aftrekken. De studente verbleef heel 2020 in Nederland, maar had pas in juni van dat jaar een zorgverzekering afgesloten. De discussie spitste zich toe op de vraag of ook de zorgkosten die vóór juni 2020 gemaakt waren, aftrekbaar waren.

Verplicht verzekerd of niet?

Cruciaal was de vraag of de studente tot juni 2020 verplicht verzekerd was of niet. Zo kunnen ook rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen onder voorwaarden verzekerd zijn. De rechtbank was van mening dat de bewijslast voor het al dan niet verplicht verzekerd zijn bij de belastingplichtige lag, bij de studente dus.

Aanwijzingen onvoldoende

De studente slaagde er niet in aan te tonen dat ze vóór juni 2020 niet verplicht verzekerd behoorde te zijn. Ze woonde in heel 2020 in Nederland en werd als binnenlandse inwoner aangemerkt. Er waren weliswaar aanwijzingen dat zij mogelijk tot juni 2020 niet verplicht verzekerd was, maar dit vond de rechtbank onvoldoende.

Eerder afsluiten verzekering onmogelijk

De studente lichtte nog toe dat zij een internationale studente was, gevlucht was uit Iran en dat het daarom voor haar pas mogelijk was om een zorgverzekering af te sluiten toen zij in juni 2020 arbeid ging verrichten. Helaas vielen deze argumenten niet onder de bewijslast dat zij niet verzekerd behoorde te zijn. De aanwijzingen vond de rechtbank dan ook onvoldoende om te kunnen concluderen dat ze tot die tijd niet verzekeringsplichtig was. De aftrek van de zorgkosten van voor 20 juni 2020 werd dan ook niet toegestaan.

nieuws
30/4/2026
Medisch

Niet verzekerde zorgkosten wel fiscaal aftrekbaar?

Volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw) dient voor zorgkosten verplicht een verzekering te worden afgesloten. Gebeurt dit niet, dan zijn deze zorgkosten in ieder geval niet fiscaal aftrekbaar. Dit geldt niet voor gemoedsbezwaarden en niet-verzekeringsplichtige buitenlandse belastingplichtigen. Valt een internationale student hier ook onder?

LEES VERDER