Voor het onbelast vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een arbovoorziening aan een werknemer bestaat een gerichte vrijstelling. Als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, kan dit onbelast zonder dat je vrije ruimte in de werkkostenregeling (wkr) wordt aangetast:
Een werkgever heeft aan de Belastingdienst gevraag of hij aan zijn werknemers onbelast een budget van € 500 mag geven voor de aanschaf van arbovoorzieningen voor de thuiswerkplek. De kosten van deze arbovoorzieningen mag de werknemer op declaratiebasis bij de werkgever indienen. De werknemer toont dus aan wat hij aanschaft ten laste van het budget van € 500.
De Belastingdienst heeft geantwoord dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing is als:
De kosten van een arbovoorziening moeten geheel door de werkgever gedragen worden. De werknemer mag dus geen eigen bijdrage betalen. Betaalt de werknemer wel een eigen bijdrage dan is de gerichte vrijstelling niet van toepassing. Een uitzondering geldt voor een eigen bijdrage die een werknemer betaalt omdat hij voor een luxere arbovoorziening wil kiezen dan noodzakelijk is. In zo’n geval geldt de gerichte vrijstelling wel, ondanks de eigen bijdrage.
Als de arbovoorzieningen die de werknemer declareert het budget van € 500 overschrijdt, kan het zijn dat de vergoeding voor een bepaalde arbovoorziening niet meer kostendekkend is. De werknemer betaalt dan als het ware een eigen bijdrage omdat hij niet de volledige kosten van de arbovoorziening vergoed krijgt. De gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen mag voor die voorziening dan niet worden toegepast.
Een werknemer schaft een bureaustoel (€ 300), een beeldscherm (€ 150) en een noise-cancelling koptelefoon (€ 100) aan. Deze voorzieningen voldoen aan alle voorwaarden. Alleen de vraag of de vergoeding kostendekkend en er geen eigen bijdrage betaald is, staat nog open. Hiervoor zijn drie scenario’s denkbaar:
Let op!De vraag of de voorziening direct samenhangt met de arboverplichtingen van de werkgever is niet voor elke voorziening meteen zonder meer duidelijk, maar afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg hierover met onze adviseurs

Kun je onbelast een budget voor arbovoorzieningen aan je werknemer geven voor de thuiswerkplek? Ja, volgens de Belastingdienst kan dit, maar er gelden wel voorwaarden.
LEES VERDER
In beginsel is over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto, btw verschuldigd. Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb echter geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring namelijk aangemerkt als quasi doorlopende post.
Het was de bedoeling dat de goedkeuring van 18 juli 1995 met een besluit van 25 januari 2007 werd ingetrokken. Vanaf dat moment had daarom btw berekend moeten worden over de doorberekende mrb. De goedkeuring van 18 juli 1995 is in de praktijk echter nog steeds toegepast omdat het besluit van 25 januari 2007 niet helemaal helder was over de intrekking. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 ook bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.
Tegelijkertijd heeft de staatssecretaris echter aangekondigd dat de goedkeuring definitief per 1 januari 2027 eindigt. Vanaf dat moment moet ook over de doorberekende mrb btw berekend worden.
Let op! Lease je een auto en heb je niet (volledig) recht op aftrek van btw omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent de intrekking van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekend over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.

De staatssecretaris heeft aangekondigd dat vanaf 1 januari 2027 btw berekend moet worden over de motorrijtuigenbelasting (mrb) die een leasemaatschappij doorberekend.
LEES VERDER
De Belastingdienst heeft in principe acht weken de tijd om je verzoek om btw-teruggaaf af te handelen. Duurt dit langer, dan heb je recht op vergoeding van belastingrente als de btw-teruggaaf betrekking heeft op een voorgaand jaar én het al 1 april is geweest.
Voorbeeld
De Belastingdienst ontvangt je verzoek om btw-teruggaaf over het vierde kwartaal 2025 op 20 januari 2026. Als je op 1 april 2026 nog geen teruggaafbeschikking van de Belastingdienst ontvangen hebt, heb je vanaf 1 april 2026 recht op vergoeding van belastingrente.
Het tijdvak waarover de belastingrente berekend wordt vangt aan op 1 april of acht weken na ontvangst van je verzoek (als dit later is dan 1 april). Het tijdvak loopt tot veertien dagen na de dagtekening van de teruggaafbeschikking..
Vervolg voorbeeld
Als de Belastingdienst een teruggaafbeschikking afgeeft met dagtekening 15 juni 2026, dan moet de Belastingdienst 5% belastingrente vergoeden over de periode 1 april 2026 tot en met 29 juni 2026.
Wijst de Belastingdienst je verzoek om btw-teruggaaf, ten onrechte af? Kom dan op tijd, dat wil zeggen binnen zes weken na de dagtekening van de afwijzende beschikking, in bezwaar. Als de Belastingdienst dan alsnog de btw-teruggaaf verleent, heb je ook recht op vergoeding van belastingrente.
Let op! De Belastingdienst heeft op vragen daarover laten weten dat geen recht bestaat op vergoeding van de belastingrente als het oorspronkelijk verzoek om btw-teruggaaf te laat is ingediend en/of als het bezwaar tegen de afwijzende beschikking te laat is ingediend.

Heb je verzocht om een btw-teruggaaf en duurt de afhandeling lang? Dan heb je mogelijk recht op vergoeding van de belastingrente.
LEES VERDER
Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2% of is, onder voorwaarde, een startertsvrijstelling van toepassing. Maar geldt er ook een termijn waarbinnen je de woning als hoofdverblijf moet gaan gebruiken?
Of er een termijn geldt voor het als hoofdverblijf gaan gebruiken, is voor een verbouwing van een woning besproken bij de totstandkoming van de wet. Ook in de rechtspraak is dit al enkele keren aan de orde geweest. Daarbij is geen termijn genoemd waarbinnen de verbouwing voltooid dient te zijn. In 96% van de gevallen wordt een woning namelijk binnen een jaar bewoond. Duurt een verbouwing langer, dan kan door de Belastingdienst gevraagd worden aannemelijk te maken dat je de woning toch anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken.
In een zaak die speelde voor rechtbank Noord-Nederland had een echtpaar een woning gekocht, maar gingen hier niet direct zelf in wonen. In plaats daarvan verhuurden ze de woning aan hun terminaal zieke dochter en haar twee kinderen. Ze gaven aan het appartement gekocht te hebben omdat ze zelf kleiner wilden gaan wonen. Ze zouden het gelijkvloerse appartement na het overlijden van hun dochter zelf gaan bewonen.
Voor de rechtbank stond de vraag centraal welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was. De ouders wezen erop dat het hun intentie was de woning op termijn zelf als hoofdverblijf te gaan gebruiken en bepleitten een tarief van 2%. Volgens de Belastingdienst was de woning echter aangekocht voor de dochter. De Belastingdienst vond dat het echtpaar daarom de woning na verkrijging niet anders dan tijdelijk als hoofdverblijf was gaan gebruiken. Het normale tarief van toen nog 10,4% (voor woningen is dat nu 8%, waarschijnlijk vanaf 2027 7%) was daarom van toepassing, aldus de Belastingdienst.
De rechtbank kwam echter tot de conclusie dat de woning was gekocht met de intentie deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Dat dit niet direct na aankoop gebeurde was volgens de rechtbank niet van belang, nu aannemelijk was dat de intentie aanwezig was en ook zou worden uitgevoerd na overlijden van de dochter.
De wet bevat ook geen fatale termijnen, waarbinnen de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt moet gaan worden, aldus de rechtbank.
De rechtbank achtte het ook niet aannemelijk dat de woning voor de dochter was gekocht, aangezien die er nog maar een korte periode in kon wonen. Vanwege de situatie van de dochter was de aankoop door het echtpaar vervroegd en het bewonen door henzelf slechts kort uitgesteld. Er diende dan ook uitgegaan te worden van een overdrachtsbelastingtarief van 2%.
Let op! De uitspraak van rechtbank Noord-Nederland betekent niet dat bij elk uitgesteld gebruik van bewoning, het 2% tarief van toepassing is. Dit is altijd afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval. Bovendien is nog niet bekend of er mogelijk hoger beroep wordt ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom over uw eigen situatie met onze adviseurs.

Kun je het verlaagde tarief overdrachtsbelasting (2%) toepassen als je een woning koopt die je als hoofdverblijf wilt gaan gebruiken, maar er eerst iemand anders in laat wonen? In een casus waarin een echtpaar hun terminaal zieke dochter eerst in hun aangekochte appartement liet wonen, kon dit volgens de rechtbank. Wat speelde hier?
LEES VERDER
Je bent een uitzendorganisatie die een uitzendkracht te werk stelt bij een onderneming. Die onderneming betaalt aan zijn werknemers een vaste kostenvergoeding. De onderneming heeft hierover overleg gevoerd met de Belastingdienst. Zij zijn samen tot de conclusie gekomen dat een deel van de vaste kostenvergoeding onder een gerichte vrijstelling valt en een deel is aan te merken als een vergoeding voor intermediaire kosten. Kortom, de vaste kostenvergoeding kan onbelast en raakt de vrije ruimte van de werkkostenregeling van de onderneming niet.
Je wilt de uitzendkracht dezelfde vaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de onderneming krijgen waar de uitzendkracht te werk is gesteld. Kun je dan gebruik maken van de afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming? Ofwel mag je er van uit gaan dat de vaste kostenvergoeding aan de uitzendkracht ook onbelast is en jouw vrije ruimte van de werkkostenregeling niet raakt.
In principe kun je geen beroep doen op een afspraak tussen de Belastdienst en een andere partij. Voor deze situatie heeft de Belastingdienst echter aangegeven dat je de kostenvergoeding wel onbelast mag vergoeden aan de uitzendkracht als je aannemelijk maakt dat:
De uitzendkracht verkeert vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden als hij met dezelfde soort kosten wordt geconfronteerd. Bij gelijkenis van werkzaamheden onder soortgelijke omstandigheden, vindt de Belastingdienst dat het aannemelijk is dat dit het geval is.
Let op! Een andere voorwaarde die de Belastingdienst stelt is dat je dezelfde voorwaarden stelt en dezelfde vergoedingen geeft volgens de afspraak die de onderneming heeft met de Belastingdienst. Je moet daarom ook beschikken over (een kopie van) de geldige afspraak tussen de Belastingdienst en de onderneming.

Kan een uitzendorganisatie een uitzendkracht dezelfde onbelaste kostenvergoeding geven als de werknemers van de organisatie krijgen, waar de uitzendkracht te werk gesteld is? De Belastingdienst geeft aan dat dit onder voorwaarde kan.
LEES VERDER
Als je inkomen over 2025 en je vermogen per 1 januari 2025 niet te hoog was en je een zelfstandige woonruimte huurde in dat jaar, heb je mogelijk recht op huurtoeslag. Vroeg je de huurtoeslag voor 2025 nog niet aan, dan heb je nog tot en met 31 december 2026 de tijd om dat alsnog te doen.
Tip! Meer informatie over de huurtoeslag vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Huurtoeslag.
Als je inkomen over 2025 en je vermogen op 1 januari 2025 niet te hoog was, heb je over 2025 recht op zorgtoeslag. Ook de zorgtoeslag 2025 kun je nog tot en met 31 december 2026 aanvragen.
Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Meer informatie vind je op de website van de Belastingdienst bij het onderdeel Zorgtoeslag.
Met het kindgebonden budget kun je een bijdrage krijgen in de kosten voor je kinderen tot 18 jaar. Ook voor het kindgebonden budget 2025 mag je inkomen en vermogen niet te hoog zijn. Kom je in aanmerking, vraag dan het kindgebonden budget 2025, uiterlijk 31 december 2026 aan.
Let op! Kijk voor alle voorwaarden en meer informatie op de website van de Belastingdienst, onderdeel Kindgebonden budget.
Op de website van de Belastingdienst kun je een proefberekening maken van de toeslagen waarop je voor het jaar 2025 recht hebt. Die berekening kan je overigens ook maken voor eerdere jaren en voor het jaar 2026.
Voor kinderopvangtoeslag gelden andere termijnen. De kinderopvangtoeslag kun je met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht aanvragen. Je kunt dus nu geen kinderopvangtoeslag 2025 meer aanvragen.
Vroeg je als ondernemer uitstel aan voor het indienen van je aangifte inkomstenbelasting 2025? Dan geldt voor jou een andere termijn voor het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget. Je kunt deze toeslagen voor het jaar 2025 nog aanvragen tot de datum waarop je uitstel voor het indienen van je aangifte afloopt.

De aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget voor het jaar 2025 loopt tot en met 31 december 2026. Vroeger eindigde die termijn altijd eerder, namelijk op 1 september.
LEES VERDER
De Cbw is de Nederlandse uitwerking van een Europese richtlijn (NIS2) en vervangt de bestaande Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen. Het doel is simpel: organisaties die belangrijk zijn voor de samenleving moeten hun digitale beveiliging op orde hebben. Een cyberincident bij hen kan namelijk grote gevolgen hebben voor anderen. Denk aan uitval van energie, zorg of digitale dienstverlening. Vanaf 15 augustus 2026 gelden er nieuwe verplichtingen voor ruim 8.000 organisaties in Nederland.
Deze aanpak is er niet zomaar gekomen. Onze economie en samenleving zijn steeds afhankelijker van digitale systemen. Die systemen zijn vaak ook met elkaar verweven. Een storing of hack bij een organisatie kan zich zo razendsnel verspreiden naar klanten, leveranciers en ketenpartners.
De Cbw geldt voor organisaties in 18 aangewezen sectoren, zoals energie, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, vervoer, drinkwater en overheid. Ook sectoren die dichter bij het mkb liggen vallen eronder, denk aan afvalwaterbeheer, voedselproductie en -distributie, de maakindustrie voor bepaalde producten, en post- en koeriersdiensten. De volledige lijst met sectoren en de bijbehorende soorten organisaties vind je op de website van de NCTV.
Val je onder één van de aangewezen sectoren en heb je 50 of meer medewerkers, of een jaaromzet en een balanstotaal van beide meer dan 10 miljoen euro, dan kwalificeert je organisatie als belangrijke entiteit. Heb je 250 of meer medewerkers, of een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro en een balanstotaal van meer dan 43 miljoen euro, dan word je aangemerkt als essentiële entiteit.
Het verschil zit vooral in het toezicht. Als essentiële entiteit controleert de toezichthouder actief of je aan de wet voldoet, ook zonder aanleiding. Bij een belangrijke entiteit wordt daarentegen meestal pas gecontroleerd na een concreet signaal of incident.
Let op! Ook als je organisatie op het eerste gezicht niet in een van deze sectoren lijkt te vallen, of klein van omvang is, kan de Cbw toch van toepassing zijn. De minister kan een organisatie namelijk alsnog aanwijzen als essentiële of belangrijke entiteit. Dit kan ook als de organisatie niet aan de gebruikelijke voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat zij een grote maatschappelijke impact kan hebben bij uitval. Ga er dus niet te snel vanuit dat de wet je niet raakt.
Tip! Wil je snel weten of jouw organisatie onder de Cbw valt? Met deze zelfevaluatie kan je dat nagaan.
Val je onder de Cbw, dan krijg je te maken met:
Ook wordt de verantwoordelijkheid voor cyberbeveiliging expliciet bij je bestuur gelegd. Je bestuur moet de genomen maatregelen goedkeuren en er toezicht op houden. Onderdeel hiervan is de plicht om bestuursleden hierin op te leiden, zodat zij cyberrisico's kunnen herkennen en beoordelen.
Val je niet onder de Cbw, dan is dit ook een goed moment om je beveiliging eens tegen het licht te houden. Werk je voor of met organisaties die wel onder de wet vallen, dan is de kans groot dat zij ook van jou passende beveiligingsmaatregelen gaan verwachten, simpelweg omdat jij onderdeel bent van hun keten.
Let op! Alle informatie over de Cbw staat op de website van het NCSC. Heb je meer, of specifieke, vragen over de Cbw en wat dit concreet voor je betekent? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

Vroeger was het in de informatiebeveiliging vooral zaak om beter beveiligd te zijn dan je buurman, zodat aanvallers eerder bij hem aanklopten en niet bij jou. Die tijd is voorbij. De gehele samenleving moet weerbaarder worden tegen cyberdreigingen. Iedereen die daarin een belangrijke rol speelt moet eraan meewerken. Daarom is er vanaf 15 augustus 2026 de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Valt jouw bedrijf daar ook onder? Hieronder lees je in het kort waar je aan toe bent.
LEES VERDER
Uit onderzoek is gebleken dat de onjuiste uitkeringen onder meer veroorzaakt werden door een foute vaststelling van het dagloon in de periode 1 januari 2020 en 31 december 2024.
Een andere oorzaak is gelegen in het niet indexeren van het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022.
Tenslotte wordt ook compensatie geboden naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor WIA-uitkeringen waarvan het recht inging op of na 1 juli 2015 met een uiterste datum van dagloonvaststelling op 4 augustus 2025. Deze uitspraak betrof de vaststelling van het dagloon in situaties waarin een werknemer in de WIA-referteperiode (= het jaar voordat iemand ziek werd) in een kalendermaand geen inkomen heeft genoten.
Uitkeringsgerechtigden die te weinig uitkering hebben gekregen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding. Hierover hoeft geen loon- en inkomstenbelasting betaald te worden en de uitkering telt ook niet mee voor het verzamelinkomen. Dit betekent dat de uitkering geen invloed heeft op inkomensafhankelijke uitkeringen, zoals huur- of zorgtoeslag.
Vanaf deze zomer horen de eerste uitkeringsgerechtigden of hun uitkering te hoog is, te laag, of gelijk blijft. Een te lage uitkering wordt direct aangepast, een te hoge pas na twee maanden. Degenen met een te lage uitkering horen ook welke eenmalige vergoeding zij ontvangen. Vanaf oktober 2026 worden de eerste vergoedingen uitbetaald.
Let op! Als blijkt dat de WIA-uitkering te hoog is vastgesteld, dan wordt het te veel ontvangen bedrag niet teruggevorderd.
Uitkeringsgerechtigden worden door het UWV op de hoogte gehouden het verloop van de gang van zaken met betrekking tot de eenmalig netto vergoeding. Een wijziging van het dagloon wordt ook doorgegeven aan een eventuele pensioenuitvoerder. Bij eventuele vragen biedt het UWV onafhankelijk financieel advies.
Let op! UWV start deze zomer met de hersteloperatie, maar deze duurt waarschijnlijk tot eind 2027. Het kan dus nog even duren voordat je bericht krijgt van UWV.

Door gemaakte fouten bij het UWV heeft een aantal uitkeringsgerechtigden de afgelopen jaren een onjuiste WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) ontvangen. Zij worden hiervoor vanaf dit najaar gecompenseerd via een eenmalige uitkering. Minister Vijlbrief heeft de betreffende vergoedingsregeling bekendgemaakt.
LEES VERDER
Het gemiddelde premieniveau van de WGA bedraagt in 2027 1,07% (2026: 0,96%). De maximum WGA-premie is 4,28% en de minimumpremie 0,26% (in 2026: 3,84 respectievelijk 0,24%).
De gemiddelde premie voor de ZW bedraagt in 2027 0,60% (2026: 0,56%). De maximum ZW premie is 2,40% en de minimumpremie 0,15% (in 2026:2,24% respectievelijk 0,14%).
Let op! Voor werkgevers in sector 52 (Uitzendbedrijven) geldt een afwijkende maximumpremie van 5,96%.
De gedifferentieerde premie Whk is afhankelijk van de grootte van je onderneming. Bij middelgrote en grote werkgevers telt de eigen instroom van zieken in het publieke stelsel mee voor de hoogte van de premie.
De loonsom over 2025 bepaalt in welke categorie je in 2027 valt. De basis hiervoor is het gemiddelde premieplichtig loon. Dit bedraagt in 2026 nog € 43.300 en stijgt in 2027 naar € 45.400.
De grens tussen kleine en middelgrote werkgevers ligt in 2027 bij een loonsom van maximaal € 1.135.000 (in 2026 € 1.082.500). Bij een loonsom van meer dan € 4.540.000 is in 2027 sprake van een grote werkgever (in 2026 € 4.330.000).
Let op! Alle grote en middelgrote werkgevers ontvangen tegen het einde van 2026 een beschikking van de Belastingdienst met de hoogte van de premie. Kleine werkgevers ontvangen geen beschikking, maar een mededeling.
Ben je eigenrisicodrager, maar wil je dat niet meer zijn vanaf 1 januari 2027? Meld je dan vóór 1 oktober 2026 af. Ben je geen eigenrisicodrager, dan kun je dat worden vanaf 1 januari 2027 door je vóór 1 oktober 2026 aan te melden. Je betaalt dan niet langer de premies WGA en ZW.
Let op! Of het zinvol is om te wisselen is van diverse omstandigheden afhankelijk. Denk aan (de wijziging van) de instroom van zieken in het publieke stelsel, hoeveel zieken buiten het publieke stelsel zitten bij terugkeer naar dit stelsel en de kosten van een private verzekering etcetera. Overleg daarom met onze adviseur of wisselen raadzaam is. Aan- of aanmelden kan voor de WGA vervolgens met dit formulier en voor de ZW met dit formulier.

De gedifferentieerde premies Werkhervattingskas (Whk) voor 2027 zijn bekend. De premies Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet (ZW), die onderdeel hiervan zijn, gaan in 2027 beiden omhoog.
LEES VERDER
Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2%. Er bestaat dan ook een eenmalige startersvrijstelling voor kopers die minstens 18 jaar oud zijn en jonger zijn dan 35 jaar, als de woning een maximale waarde heeft van €555.000 (cijfer 2026).
In een rechtszaak bij gerechtshof Amsterdam had een echtpaar een woning gekocht, deze vervolgens helemaal laten slopen (inclusief de fundering) en op dezelfde plaats een nieuwe woning laten bouwen. Het echtpaar had geen overdrachtsbelasting afgedragen, ervan uitgaande dat er recht bestond op de startersvrijstelling. De Belastingdienst was het hiermee niet eens en had een naheffingsaanslag opgelegd naar het normale tarief.
Bij het tot stand komen van het lage tarief en de vrijstelling overdrachtsbelasting is bepaald dat deze ook gelden voor de verkrijging van een nieuwe woning in aanbouw. Van dit laatste is sprake vanaf het moment dat de fundering van een woning is aangebracht.
Het gerechtshof kwam in het geval van het echtpaar tot de conclusie dat er geen recht bestond op de startersvrijstelling, omdat de verkochte woning volledig gesloopt was, inclusief fundering. De oude woning was volledig opgehouden te bestaan en kon dus niet meer worden bewoond. Daarom werd niet voldaan aan de eis dat de verkregen woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt zou gaan worden.
Als de fundering niet was gesloopt, had dit in deze casus verschil gemaakt. De Belastingdienst had namelijk bij de rechtbank verklaard dat wel aan het hoofdverblijfcriterium was voldaan als de fundering was gebleven en gebruikt was voor de nieuwe woning.
Het echtpaar vond hun situatie vergelijkbaar met situaties waarin de fundering wel behouden was, maar het gerechtshof ging daar niet in mee. De Hoge Raad heeft eerder namelijk beslist dat er voor de overdrachtsbelasting geen sprake is van discriminatie als bouwgrond mét fundering wel als een woning wordt aangemerkt en bouwgrond zonder fundering niet. Het echtpaar deed dan ook tevergeefs een beroep op het gelijkheidsbeginsel om alsnog de startersvrijstelling te kunnen claimen.
Let op! Het is niet helemaal duidelijk of het funderingscriterium ook betrekking heeft op sloopwoningen. Het gerechtshof geeft in de uitspraak aan dat uit de wetsgeschiedenis zou kunnen worden afgeleid dat dit criterium alleen geldt voor woningen in aanbouw. In dat geval is de verklaring van de Belastingdienst bij de rechtbank begunstigend beleid geweest, waarvan het niet helemaal duidelijk is of dit door de Belastingdienst breed gedragen wordt. Overleg over uw eigen situatie daarom altijd met onze adviseurs.

Wie een woning koopt, deze laat slopen en vervolgens op de grond een nieuwe woning laat bouwen, loopt het risico dat het normale tarief overdrachtsbelasting verschuldigd is. Dit was aan de orde in een uitspraak van gerechtshof Amsterdam. Wat speelde hier?
LEES VERDER
In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed.
Example
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026.
The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision.
Continuation of example
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026.
Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest.
Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late.

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.
READ MORE
It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.
At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years.
Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return.
The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:
For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.
READ MORE
The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.
If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal
The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority.
The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you.

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?
READ MORE
Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.
The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.
Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.
A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.
On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.
Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.
READ MORE
If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.
Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.
If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.
You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.
If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.
To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026.
The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.
Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.
Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number.

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.
READ MORE
For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.
Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.
The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.
The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.
Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.
Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.
READ MORE
It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.
The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.
The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.
| Year | Maximum deduction percentage |
| 2025 | 25 |
| 2026 | 20 |
| 2027 | 15 |
| 2028 | 10 |
| 2029 | 5 |
| 2030 | 0 |
Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.
The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.
READ MORE