ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Bpm bestelauto 

Voor een bestelauto is net als voor een personenauto bpm verschuldigd. Tot 1 januari 2025 konden ondernemers hiervoor echter onder voorwaarden een ondernemersvrijstelling krijgen. De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of bij export van een gebruikte bestelauto van vóór 2025 teruggave van bpm plaatsvindt, als voor deze bestelauto eerder bpm is betaald. 

Bpm betaald

De Belastingdienst gaat in het antwoord uit van een situatie waarbij voor een bestelauto met een datum van eerste toelating van vóór 2025, eerder bpm was betaald. Dit gold voor situaties waarbij niet of niet langer aan de voorwaarden voor de bpm ondernemersvrijstelling was voldaan. Zo was de vrijstelling onder meer niet van toepassing als minder dan 10% van de met de bestelauto gereden kilometers zakelijk was. 

Na vijf jaar vrij van bpm 

Onder de tot 2025 geldende regeling was, als niet langer aan de voorwaarden werd voldaan, slechts bpm verschuldigd als na het tijdstip waarop een bestelauto voor het eerst in gebruik was genomen, een periode van minder dan vijf jaar was verstreken. Zo kon een bestelauto dus na vijf jaar ook bpm-vrij verkocht worden aan een particulier. 

Andere regels bij export 

De vraag was of bij export recht bestaat op een teruggaaf van rest-bpm op het moment dat voor zo’n bestelauto van vóór 2025 al meer dan vijf jaar zijn verstreken na de datum van eerst ingebruikname. De Belastingdienst maakt duidelijk dat bij export andere regels gelden: ook na vijf jaar kan nog steeds een deel van de bpm teruggekregen worden bij export van een bestelauto van vóór 2025. Voorwaarde is wel dat voor die bestelauto daadwerkelijk eerder bpm is betaald. 

Teruggave afhankelijk van leeftijd 

Hoeveel bpm er teruggegeven wordt, is afhankelijk van de leeftijd van de auto. Hoe ouder de auto, hoe lager de bpm-teruggave. Er bestaat nog recht op teruggave tot een periode van 17 jaar en 10 maanden na de eerste ingebruikname. Daarna krijgt men bij export geen bpm meer terug. 

Let op! De antwoorden van de Belastingdienst hebben alleen betrekking op bestelauto’s waarvan de datum van eerste toelating vóór 1 januari 2025 lag. 

 

nieuws
30/6/2026
Auto

Teruggave bpm bij export bestelauto van vóór 1 januari 2025?

Bestaat recht op teruggaaf bpm bij export van een bestelauto ouder dan vijf jaar met een datum eerste toelating vóór 1 januari 2025?

LEES VERDER

Lkv’s 

In 2025 waren er nog vier soorten lkv’s: voor oudere werknemers, voor arbeidsbeperkte werknemers, voor het herplaatsen van arbeidsbeperkte werknemers en voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden. 

Let op! Elk lkv kent zijn eigen voorwaarden. De voorwaarden in 2025 kunnen op bepaalde onderdelen verschillen van de huidige voorwaarden in 2026. 

Beschikking Wtl 2025 

De beschikking Wtl 2025 ontvang je vóór 1 augustus 2026. Het bevat jouw lkv-bedrag voor 2025. De definitieve berekening vind je in de bijlage bij de beschikking. 

Let op! De Belastingdienst betaalt dit bedrag binnen zes weken na de dagtekening van je beschikking aan je uit. 

Recht op lkv bij overgang van onderneming 

Bij overgang van een onderneming ging de Belastingdienst ervan uit dat het recht op lkv niet mee over zou gaan naar de nieuwe werkgever. De Hoge Raad oordeelde echter in mei 2024 dat het lkv bij zo’n overgang niet vervalt. 

Als in 2025 sprake was van een overgang van de onderneming, dan bleef het recht op lkv dus bestaan, mits ook aan de voorwaarden voor het lkv werd voldaan. Zo moet onder meer de oorspronkelijke doelgroepverklaring geldig zijn in 2025 en moet je die ook in je administratie hebben opgenomen. Je moest in de aangifte loonheffingen 2025 het vinkje aanzetten om het recht te behouden. Was je dit in 2025 vergeten, dan kon je dit nog tot uiterlijk 1 mei 2026 corrigeren. 

Controleer beschikking goed 

Was in 2025 sprake van overgang van een onderneming? Controleer dan of dit goed is opgenomen in de beschikking Wtl 2025. De Belastingdienst heeft laten weten dit niet altijd goed in de beschikking Wtl 2025 verwerkt te hebben. 

Klopt jouw beschikking niet, kom dan op tijd in bezwaar. Dat geldt uiteraard niet alleen voor fouten bij de overgang van de onderneming, maar ook bij andere fouten. 

Let op!Op dit tijd betekent binnen zes weken na dagtekening van de beschikking. 

Fout in aangiften 2025? 

Zat er een fout in je aangiften over 2025, dan had je de fout uiterlijk 1 mei 2026 via een correctiebericht moeten corrigeren. Alleen dan heeft het UWV dit meegenomen in de berekening van de lkv’s 2025. 

Let op! Ontdek je de fout nu pas? Dan heb je daar dus niets meer aan voor je lkv’s 2025. Je bent echter nog wel verplicht om een correctiebericht in te dienen. De gegevens worden namelijk wel opgenomen in de polisadministratie van het UWV.

nieuws
30/6/2026
Hand schudden

Controleer recht op LKV 2025 bij overgang van een onderneming

In de beschikkingen Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) 2025 houdt de Belastingdienst niet altijd correct rekening met de overgang van een onderneming. Kom op tijd in bezwaar tegen deze beschikking die de Belastingdienst vanaf begin juni tot eind juli 2026 verstuurt.

LEES VERDER

Gebruikelijkloonregeling 

Iedereen met een aanmerkelijk belang in een bv, bijvoorbeeld een dga met minimaal 5% van de aandelen, is verplicht jaarlijks een gebruikelijk loon uit de bv op te nemen als hij ook werkzaamheden verricht voor de bv. Op dit gebruikelijk loon wordt loonbelasting ingehouden. Het is in de inkomstenbelasting belast in box 1 (met verrekening van de ingehouden loonbelasting) en aftrekbaar voor de bv als loonkosten.  

Eenmanszaak wordt bv 

Stel een eenmanszaak wordt omgezet in een bv. Dit gebeurt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, terwijl de oprichtingsakte van de bv per 31 maart 2026 bij de notaris wordt gepasseerd. Vanaf welke datum moet aan de dga dan een gebruikelijk loon worden toegekend? De Belastingdienst heeft bevestigd dat tijdens de voorperiode van de bv, in deze casus van 1 januari 2026 tot 31 maart 2026, geen gebruikelijk loon van toepassing is.  

Geen dienstbetrekking 

In de voorperiode van de bv bestaat namelijk nog geen dienstbetrekking tussen de dga en de bv omdat de bv juridisch nog niet bestaat. Dit betekent dat er ook nog geen gebruikelijk loon aan de dga kan worden toegerekend. 

Let op! De dga geniet gedurende deze periode wel andere inkomsten uit arbeid. 

Bevestigd door rechtspraak 

Het niet van toepassing zijn van gebruikelijk loon in de voorperiode is ook al bij het tot stand komen van de gebruikelijkloon wetgeving en door latere rechtspraak bevestigd. 

Wél aanmerkelijk belang 

In een besluit heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat er bij de dga in de voorperiode wel een aanmerkelijk belang bestaat voor wat betreft het beschikbaar stellen van vermogen aan de bv. De dga heeft namelijk het recht om alle nog uit te geven aandelen in zijn bv te verwerven, terwijl het economische belang van de nog uit te geven aandelen al bij hem ligt. Deze inkomsten uit het ter beschikking stellen van vermogen aan de bv over de voorperiode zijn daarom dus al wel belast in box 2.

nieuws
29/6/2026
Sparen

Geen gebruikelijk loon in voorperiode bv

De Belastingdienst heeft bevestigd dat in de periode vóór oprichting van een bv (de voorperiode) de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing is.

LEES VERDER

Waarde in het economische verkeer 

De wet bepaalt dat vorderingen en schulden in box 3 gewaardeerd moeten worden op de waarde in het economische verkeer. De Belastingdienst heeft aangegeven dat de waarde in het economische verkeer bij van vorderingen en schulden normaal gesproken gelijk is aan de nominale waarde hiervan, als sprake is van zakelijke condities. 

Contante waarde bij vaste rente 

Betreft het een vordering of schuld met een vaste rente? Dan is de waarde in het economische verkeer gelijk aan de contante waarde als de marktrente op enig moment gedurende de looptijd afwijkt van de vaste rente. 

Goedkeuring Belastingdienst 

Het berekenen van de waarde in het economische verkeer is administratief bewerkelijk. Bovendien geven banken altijd de nominale waardes door aan de Belastingdienst. Om die reden keurt de Belastingdienst goed dat je in box 3 uitgaat van de nominale waarde in plaats van de waarde in het economische verkeer. 

Voorwaarden goedkeuring 

Deze goedkeuring geldt alleen als je consistent kiest voor de nominale waarde. Dit betekent dat je de nominale waarde gebruikt voor de berekening van het forfaitair rendement maar ook voor de berekening van het werkelijke rendement volgens de tegenbewijsregeling box 3. 

Let op!De goedkeuring geldt totdat de Wet werkelijk rendement box 3 in werking treedt. Dit is voorzien per 1 januari 2028.

nieuws
29/6/2026
Belastingdienst

Hoe waardeer je vorderingen en schulden in box 3?

De Belastingdienst keurt onder voorwaarden goed dat je bij de waardering van vorderingen en schulden in box 3 uitgaat van de nominale waarde.

LEES VERDER

Vernietiging verzuimboetes 

De Douane kan in de periode tussen 1 juli 2021 en 1 juli 2024 een verzuimboete opgelegd hebben als je een onjuiste aangifte deed of onjuiste inlichtingen gaf. Die boetes blijken geen juridische basis te hebben. Daarom vernietigt de Douane deze boetes. 

Gevolgen 

Wat er na de vernietiging van de verzuimboete gebeurt, is onder meer afhankelijk van de vraag of je de verzuimboete wel of niet betaald hebt. 

  • Betaalde je de verzuimboete nog niet, dan hoef je ook niet meer te betalen. 
  • Betaalde je de verzuimboete al wel, dan betaalt de Douane dit bedrag aan je terug. Dit is anders als je nog openstaande bedragen bij de Douane hebt. In dat geval verrekent de Douane de betaalde verzuimboete met deze openstaande bedragen. 

Let op! Kwam je in bezwaar tegen de verzuimboete, dan zal de Douane je bezwaar toewijzen en de verzuimboete vernietigen. 

Afwikkeling tot 1 januari 2027 

Je hoeft niet in actie te komen. De Douane vernietigt de verzuimboete automatisch en betaalt, indien van toepassing, de verzuimboete aan je terug. 

Let op! De Douane is hier wel even mee bezig. Je kunt contact opnemen met de Douane als je op 1 januari 2027 nog steeds geen bericht hebt gehad. 

Verzuimboetes vanaf 1 juli 2024 

Alleen de verzuimboetes opgelegd tussen 1 juli 2021 en 1 juli 2024 worden vernietigd. De verzuimboetes vanaf 1 juli 2024 hebben wel een juridische basis. Deze blijven dan ook intact. 

nieuws
26/6/2026
Sparen

Vernietiging verzuimboetes Douane van juli 2021 tot juli 2024

Voor verzuimboetes van de Douane tussen 1 juli 2021 en 1 juli 2024 bestond geen juridische basis. Om die reden is de Douane begonnen met het terugbetalen of verrekenen van deze boetes.

LEES VERDER

Kerstarrest 

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. 

Om uitvoering te geven aan het rechtsherstel, voerde de wetgever voor de jaren 2017 tot en met 2022 de Wet rechtsherstel box 3 (hierna: Herstelwet) in. Elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (hierna: IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, kreeg rechtsherstel volgens deze Herstelwet. 

Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, is de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd. 

MB+-procedure 

De uitspraak van de Hoge Raad van 25 juni 2026 is gedaan in twee proefprocedures die onderdeel zijn van die MB+-procedure. In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3 toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement. 

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over. 

Uitspraak Hoge Raad 

De Hoge Raad heeft uitgesproken geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. De Hoge Raad is van oordeel dat er ook geen sprake is van discriminatie ten opzichte van belastingplichtigen die wel op tijd bezwaar maakten. Ook het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel zijn niet geschonden, aldus de Hoge Raad. 

Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt blijft dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben. 

Wat betekent dit voor jouw aanslagen IB? 

De twee uitspraken van 25 juni 2026 zijn niet alleen van belang voor de betreffende belastingplichtigen, maar voor elke belastingplichtigen die is aangesloten bij de MB+-procedure. 

Stonden ook jouw aanslagen IB op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. De Hoge Raad heeft daarover op 25 juni 2026 beslist dat deze verzoeken niet gehonoreerd hoeven te worden. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren. 

Let op! Dit betekent ook dat je voor die jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-dag-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het Kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan. 

nieuws
25/6/2026
Binnenhof

Definitief geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers

De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitgesproken dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3. Wat betekent deze uitspraak?

LEES VERDER

Greentimerregeling 

Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen. Het idee van deze regeling is dat de elektrische auto’s langer aan werknemers ter beschikking worden gesteld dan de huidige vijf jaar. Na afloop van deze verlengde terbeschikkingstelling, is de auto goedkoper. In tegenstelling tot nu heeft de auto dan wel de juiste prijs voor de Nederlandse tweedehandsmarkt voor particulieren. 

Het kabinet heeft onderzoek laten doen naar de greentimerregeling op basis van een verlaagd bijtellingspercentage van 14-15% over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de greentimerregeling met name interessant is voor de huidige gebruikers van de youngtimerregeling. 

Let op! Het kabinet besluit in augustus of en zo ja wanneer, de greentimerregeling wordt ingevoerd. Dit zal mede afhangen van het besluit over de aanpassingen in de youngtimerregeling. 

Advies Formule E-team 

Het Formule E-team (met daarin onder andere BOVAG, RAI, ANWB, Natuur en Milieu, VER en VNA) heeft het kabinet ook nog over een aantal andere maatregelen geadviseerd. Deze maatregelen worden richting de zomer 2026 verder uitgedacht en doorgerekend. Daarna moet nog een politieke weging en besluitvorming hierover plaatsvinden. 

Subsidie voor tweedehands elektrische auto’s 

Het zou dan gaan om een tijdelijke subsidie voor particulieren ten bate van de aanschaf van een tweedehands elektrische auto. Het subsidiebedrag zou vergelijkbaar zijn met de eerdere subsidieregeling: ongeveer 2.000 euro per auto. 

Inruilregeling 

Een variant op de subsidieregeling is een regeling die bij de sloop van een oudere fossiele brandstofauto een slooppremie oplevert. Die slooppremie zou dan alleen gebruikt kunnen worden voor de aanschaf van een tweedehands elektrische auto. Het idee is om de regeling toe te spitsen op de lagere (midden-) inkomens. 

Verlaagde energiebelasting voor publieke laadpalen 

Een ander advies is de herintroductie van een verlaagd energiebelastingtarief voor publieke AC-laadpalen tot 50.000 kWh. Dit was er ook in de jaren tot en met 2023. Het is wel de vraag hoe snel dit kan worden ingevoerd. De Belastingdienst geeft aan dit uitvoeringstechnisch pas per 1 januari 2030 te kunnen. Daarnaast moet hier goedkeuring voor komen van den Europese Commissie. 

nieuws
25/6/2026
Laadpaal

Ideeën over stimulering tweedehandsmarkt elektrische auto’s

Het kabinet heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over mogelijke maatregelen om de tweedehandsmarkt voor elektrische auto’s te stimuleren. Het gaat hierbij om een greentimerregeling en andere regelingen.

LEES VERDER

Youngtimerregeling 

Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer, in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. 

Let op! Voor auto’s van vóór 1 januari 2017 die niet onder de youngtimerregeling vallen, bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde. Stoot zo’n auto geen CO2 uit, dan is het bijtellingspercentage in 2026 21%. 

Leeftijd auto 

Of een auto van de zaak onder de youngtimerregeling valt is afhankelijk van het moment waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen. In 2025 viel een auto van de zaak die vijftien jaar of langer geleden voor het eerst in gebruik was genomen onder de youngtimerregeling. In 2026 bedraagt deze leeftijdsgrens zestien jaar en vanaf 2027 zelfs vijfentwintig jaar. 

Let op! Auto’s die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking waren gesteld en die in 2025 vijftien jaar maar nog geen zestien jaar oud zijn geworden, kunnen in 2026 het hele jaar onder de youngtimerregeling vallen. Dus ook in de periode dat ze nog geen zestien jaar zijn. Dit is geregeld in overgangsrecht. 

Gevolgen verhoging leeftijd naar 25 jaar 

De verhoging van de leeftijdsgrens naar vijfentwintig jaar per 2027, betekent dat veel auto’s ineens van een bijtelling van 35% van de waarde in het economische verkeer naar 25% van de oorspronkelijke cataloguswaarde gaan. 

Ander afbouwpad 

De Tweede Kamer schrok toch wel van deze gevolgen van deze wijziging en nam daarom een motie aan. Naar aanleiding van deze motie heeft het kabinet de volgende vier opties voor een ander afbouwpad uitgewerkt. 

  • De youngtimerregeling blijft definitief gelden voor alle auto’s die op 1 januari 2027 minimaal zestien jaar oud zijn, de leeftijdsgrens wordt in deze optie voor jongere auto’s wel verhoogd naar vijfentwintig jaar. 
  • De youngtimerregeling blijft tot 31 december 2031 gelden voor alle auto’s die op 1 januari 2027 minimaal zestien jaar oud zijn, de leeftijdsgrens wordt in deze optie voor jongere auto’s wel per 1 januari 2027 al verhoogd naar vijfentwintig jaar. 
  • De leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling blijft vanaf 1 januari 2027 zestien jaar en wordt dus niet verhoogd naar vijfentwintig jaar. 
  • De leeftijdsgrens voor de youngtimerregeling gaat per 2027 naar zeventien jaar, per 2028 naar twintig jaar en per 2032 naar vijfentwintig jaar. 

Let op! Of er een ander afbouwpad komt en zo ja welke, wordt in augustus 2026 door het kabinet besloten. Dit besluit zal onder meer afhangen van andere te nemen besluiten en de budgettaire dekking. 

Geen verhoging van het bijtellingspercentage 

In de door de Tweede Kamer aangenomen motie werd de suggestie gedaan om het bijtellingspercentage van 35% te verhogen. Dit zou dan de budgettaire dekking kunnen zijn van het andere afbouwpad.  

Het kabinet wil de 35% echter niet zonder nader onderzoek verhogen omdat het de vraag is of de bijtelling dan nog het werkelijke privévoordeel benadert. 

Let op! Het kabinet kiest nu dus niet voor een verhoging van de 35%. Het kabinet gaat nader onderzoek doen of de huidige bijtellingspercentages het werkelijke privévoordeel voldoende benaderen. In het voorjaar 2027 worden de resultaten van dit onderzoek met de Tweede Kamer gedeeld.

nieuws
24/6/2026
Auto

Nieuw afbouwpad in youngtimerregeling?

Met ingang van dit jaar én volgend jaar wijzigen de spelregels van de youngtimerregeling. Het kabinet heeft vier opties uitgewerkt voor een ander afbouwpad vanaf 2027. Wat houdt dit in?

LEES VERDER

Wat doet platform Temper? 

Temper is een digitaal platform dat zzp'ers (freelancers) en bedrijven direct met elkaar in contact brengt voor tijdelijk werk, ook wel 'shifts' genoemd. Het richt zich voornamelijk op de horeca, logistiek, retail (detailhandel) en bezorging. 

Werkers en opdrachtgevers kunnen via Temper overeenkomsten sluiten over uit te voeren werkzaamheden. Volgens Temper zijn de werkers kleine ondernemers (zzp’ers) die via het platform zelfstandig opdrachten verwerven. De vakbonden FNV en CNV vinden echter dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De werkers zijn in werkelijkheid geen zelfstandigen maar uitzendkrachten van Temper. Ze zijn hierover gaan procederen. 

Oordeel gerechtshof: werkers zijn uitzendkrachten 

Het gerechtshof in Amsterdam heeft in afwijking van de kantonrechter geoordeeld dat inderdaad sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en de werkers die werkzaamheden verrichten via het onlineplatform. 

Het gerechtshof hanteerde daarbij onder meer de volgende argumenten: Temper werft en selecteert werkers, beheert de toegang tot klussen via de app, stelt kwaliteitseisen, kan zo nodig werkers van het platform weren en bepaalt de spelregels van de samenwerking. Denk bij dat laatste aan zaken als:  de wijze waarop de beloning wordt bepaald, hoe deze wordt uitgekeerd en de hoogte van de beloning. Het platform kan daarom niet louter worden gekarakteriseerd als een bemiddelingssite, aldus het gerechtshof. 

Het gerechtshof concludeerde dat Temper de beschikking over de werkers heeft in de zin van de wet, dat de werkers voor rekening en risico van Temper werken, en dat de overeenkomsten dus kwalificeren als uitzendovereenkomsten. Dat voor de betalingen sprake is van een factoringconstructie doet daar in de ogen van het gerechtshof niet aan af. 

Gevolgen voor Temper 

Het oordeel van het gerechtshof betekent dat Temper kwalificeert als een uitzendwerkgever. Temper is daarom verplicht de cao voor uitzendkrachten toe te passen op de werkers die via het platform werkzaamheden verrichten. 

Dit arrest zal mogelijk nog gevolgen hebben voor en leiden tot individuele claims van werkers, loon- en cao-nabetalingen en de positie van opdrachtgevers. 

Let op! Temper heeft aangegeven de uitspraak zorgvuldig te beoordelen en serieus te onderzoeken of ze in cassatie bij de Hoge Raad gaan.

nieuws
23/6/2026
Binnenhof

Gerechtshof: Temper is een uitzendbureau

Gerechtshof Arnhem heeft geoordeeld dat het platform Temper een uitzendbureau is. Hoe kwam het gerechtshof tot dit oordeel en wat betekent dit?

LEES VERDER

12% pseudo-eindheffing 

Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. 

Let op!Deze heffing geldt ook voor de dga die een fossiele personenauto van de zaak rijdt. Een ondernemer met een eenmanszaak of in een vof zal voor zichzelf niet door de heffing geraakt worden, maar mogelijk krijgt hij wel te maken met de pseudo-eindheffing voor zijn personeel. 

Voorwaarden 

Voorwaarden voor de pseudo-eindheffing zijn dat de werkgever: 

  • een personenauto ter beschikking stelt aan een werknemer, 
  • die de werknemer ook privé mag gebruiken, en 
  • die een CO2-uitstoot heeft groter dan nul. 

Let op! Auto’s die geen personenauto zijn, bijvoorbeeld bestelbusjes, vallen straks niet onder de pseudo-eindheffing. Datzelfde geldt voor volledig elektrische en waterstof aangedreven personenauto’s. 

Uitsluitend zakelijk gebruik? 

Ook personenauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, vallen straks niet onder de pseudo-eindheffing. Uitsluitend zakelijk gebruik zal echter niet snel voorkomen, omdat het woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing niet zakelijk, maar privé is. 

Al pseudo-eindheffing vanaf 1 dag! 

De pseudo-eindheffing geldt voor de hele kalendermaand, ook als in die kalendermaand maar een of enkele dagen een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. De pseudo-eindheffing geldt dan dus niet voor die een of enkele dagen maar voor de hele maand! 

Aanpassingen

De praktijk heeft overlegd met het ministerie van Financiën over knelpunten in de pseudo-eindheffing. Voor een aantal van die knelpunten heeft de staatssecretaris aanpassingen aangekondigd. 

  • Zo geldt bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ auto bij schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel de pseudo-eindheffing straks niet voor de vervangende auto. Deze uitzondering geldt maximaal voor een periode van veertien aaneengesloten kalenderdagen. 
  • Verder komt er een vrijstelling van de pseudo-eindheffing voor de terbeschikkingstelling van een fossiele auto voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze vrijstelling vervalt per 1 januari 2031. 
  • Tot slot geldt de pseudo-eindheffing straks niet voor lesauto’s. 

Let op! Bij de evaluatie van de pseudo-eindheffing in 2030 zal beoordeeld worden of deze aanpassingen effectief en nog nodig zijn.  

Overgangsregeling verlengd naar 1 januari 2031 

Personenauto’s die al voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling. Deze zou oorspronkelijk lopen tot 17 september 2030, maar de staatssecretaris heeft aangekondigd deze te willen verlengen naar 1 januari 2031. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen. 

Geen oplossing voor pseudo-eindheffing bij wisseling werkgever 

De pseudo-eindheffing zal er waarschijnlijk voor zorgen dat werkgevers vanaf 2027 de oude fossiele brandstofauto van nieuwe werknemers niet willen overnemen van de vorige werkgever. Op dat moment eindigt namelijk het overgangsrecht, omdat de auto door een andere werkgever (met een ander loonheffingennummer) ter beschikking wordt gesteld.  

Het kabinet heeft kennisgenomen van dit punt, maar wil hier geen aanpassingen op doen. Dit betekent dat de werknemer bij wisseling van werkgever waarschijnlijk vaak geconfronteerd zal worden met een afkoopsom van de leaseauto. 

Let op! Het overgangsrecht blijft wel van toepassing als de auto gedurende de overgangstermijn aan een andere werknemer ter beschikking wordt gesteld. 

Wel een oplossing bij fusies en overnames 

De staatssecretaris heeft aangegeven dat bij fusies en overnames, waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, wel een uitzondering mogelijk is. Hier is geen wettelijke aanpassing voor nodig, dit kan op grond van doel en strekking van de pseudo-eindheffing. Dit betekent dat als de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever bij een fusie of overname, het overgangsrecht van toepassing blijft. 

Heffingsrecht in ander land 

Tot slot heeft de staatssecretaris nog uitleg gegeven over berekening van de pseudo-eindheffing als het heffingsrecht van een ter beschikking gestelde fossiele personenauto op grond van een belastingverdrag deels is toegewezen aan een ander land. In dat geval mag deze verdeling ook worden toegepast op de pseudo-eindheffing. 

nieuws
23/6/2026
Bedrijfswagen

Aanpassingen 12% pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s

De staatssecretaris van Financiën heeft aanpassingen aangekondigd voor de 12% pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s van de zaak. Deze eindheffing gaat in 2027 in.

LEES VERDER