De MKB Klimaatwijzer geeft je informatie over maatregelen en subsidies die bij je ondernemingen passen. Bijvoorbeeld over zonnepanelen, elektrisch bedrijfswagens en maatregelen waarmee je energie kunt besparen.
De MKB Klimaatwijzer is een interactieve tool. Je vult maximaal 10 minuten een aantal vragen in en krijgt daarna een persoonlijk overzicht. Je kunt aan het begin van de vragenlijst aangeven over welke onderwerpen je advies wilt: energiebesparing, vervoer, innovatie of provinciale regelingen.

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de MKB Klimaatwijzer ontwikkeld. Met behulp hiervan kun je een overzicht krijgen van maatregelen, subsidies en andere mogelijkheden om energie te besparen en je onderneming te verduurzamen.
LEES VERDER
It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.
At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years.
Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return.
The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:
For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.
LEES VERDER
Wettelijk is vastgelegd dat belastingplichtigen recht hebben op inzage in hun eigen fiscale dossier bij de Belastingdienst. In de brief geeft de staatssecretaris aan hoe de implementatie van dit fiscaal inzagerecht de komende jaren gestalte gaat krijgen, wat het beoogde tijdpad is en welke uitzonderingen er op het inzagerecht gemaakt gaan worden.
Op dit moment is bij de Belastingdienst nog geen centrale dossiervorming: de informatie van het fiscale dossier is nog vergaand versnipperd in tientallen niet aan elkaar gekoppelde systemen. Voor het fiscale inzagerecht zal de Belastingdienst daarom een verandering in de manier van werken door moeten voeren. Het doel is het bereiken van een gestructureerde, extern gerichte en ontsluitbare dossiervorming, aldus de staatssecretaris. De stukken van het fiscaal dossier zullen de komende jaren stapsgewijs digitaal beschikbaar gesteld worden.
Met het op dit moment binnen de Belastingdienst uitgevoerde programma ‘Keuze digitaal’ zullen beschikkingen, uitnodigingen, herinneringen en ingediende stukken tot 2030 stapsgewijs beschikbaar komen in MijnBelastingdienst (Zakelijk). Dit wordt later uitgebreid met standaardbrieven en automatische berichten, gevolgd door informatie uit individuele dossiers bijvoorbeeld over de behandeling van een aangifte.
In de brief staat ook een voorlopig tijdpad, waarin de voorgenomen invoering van het fiscale inzagerecht is opgenomen:
Voor de Douane zou het fiscale inzagerecht alleen van toepassing zijn op accijnzen en verbruiksbelastingen. De staatssecretaris zondigt deze heffingen echter uit van het fiscale inzagerecht. Dit laatste betekent niet dat de Douane zich niet inzet op het verder verbeteren van de informatiepositie en rechtsbescherming van belastingplichtigen, zo geeft de bewindsman aan.

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer de stand van zaken geschetst met betrekking tot de invoering van het fiscale inzagerecht. Invoering van dit fiscaal inzagerecht zal in fases gebeuren.
LEES VERDER
Op 25 juni 2026 besliste de Hoge Raad al dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3 voor de jaren 2017-2020. In de collectieve beslissing komt de Belastingdienst tot dezelfde conclusie.
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Daarna kreeg elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (hierna: IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, rechtsherstel volgens een in juli 2022 ingevoerde Herstelwet.
Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, werd de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd.
In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3, toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.
De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over.
De Hoge Raad sprak op 25 juni 2026 uit geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt is gebleven dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben.
Op 17 juli 2026 heeft de Belastingdienst, in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad, alle verzoeken in de MB+-procedure afgewezen en alle bezwaren ongegrond verklaard.
Let op! Tegen deze collectieve beslissing kan geen beroep in worden gesteld.
Stonden ook jouw aanslagen IB 2017-2020 op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. Deze verzoeken zijn door de Belastingdienst met de collectieve beslissing van 17 juli 2026 afgewezen. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren.
Dit betekent ook dat je voor de jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-day-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het Kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten van het werkelijke rendement. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan.

De Belastingdienst heeft op 17 juli 2026 de verzoeken om ambtshalve vermindering van niet-bezwaarmakers betreffende box 3 voor de jaren 2017-2020 in een collectieve beslissing definitief afgewezen. Wat betekent dit en wat ging hieraan vooraf?
LEES VERDER
Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.
Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:
De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.
Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.
Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.
Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.
Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.
Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.
Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.
Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.
Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:
Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.
Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.
Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.

Op dinsdag 15 september 2026 is het weer Prinsjesdag. Een aantal plannen van het kabinet is al bekend. In dit artikel vind je een selectie van wat er op fiscaal gebied te verwachten is.
LEES VERDER
Bij maatschappelijk vastgoed moet je denken aan scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen, sportaccommodaties en monumenten. De subsidie DUMAVA is beschikbaar voor maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen.
De subsidie kan verder aangevraagd worden door stichtingen en verenigingen voor gebouwen met een publieksfunctie. Ook eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.
Er gelden verschillende voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie. Belangrijk is dat je eerst een verduurzamingsadvies laat opstellen voordat je DUMAVA aanvraagt. Verder dien je eerst DUMAVA aan te vragen en pas na toekenning van de subsidie een contract aan te gaan met een aannemer of te starten met de verduurzaming. Doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen.
Let op! Kijk voor alle voorwaarden hier.
DUMAVA is ook beschikbaar voor amateursportverenigingen, mits voor de sportaccommodatie niet al eerder BOSA-subsidie is ontvangen.
Let op! Voor amateurverenigingen gelden wel extra voorwaarden.
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal verduurzamingsmaatregelen:
De aanvraagperiode startte op 1 juni 2026 9.00 uur en loopt tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen budget beschikbaar gesteld. Op 3 augustus 2026 was hier nog ruim 283 miljoen (70%) van over. Er is dus nog voldoende budget beschikbaar.

Voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed is de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) beschikbaar. Begin augustus was nog 70% van het budget beschikbaar.
LEES VERDER
Let op! Eerder was bekendgemaakt dat het tweede tijdvak op 10 augustus 2026 zou starten. Dit is dus niet correct.
Met de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Personeel kan zodoende groeien in hun werk en zich zo beter voorbereiden op wijzigingen in de arbeidsmarkt.
De subsidie kan individueel of via een samenwerkingsverband worden aangevraagd. Voor individuele mkb-ondernemingen gelden andere aanvraagtijdvakken en budgetten dan voor samenwerkingsverbanden.
De totale subsidie voor het tweede tijdvak voor individuele mkb-ondernemingen bedraagt € 6 miljoen. Voor het eerste tijdvak dit jaar bedroeg de totale subsidie voor individuele mkb-ondernemingen € 11 miljoen. Daarmee is de subsidie voor het tweede tijdvak dus bijna gehalveerd ten opzichte van het eerste tijdvak.
Let op! Samenwerkingsverbanden hebben maar één aanvraagtijdvak. Dat was van 22 juni 2026 9.00 uur tot en met 20 juli 2026 17.00 uur. De totale subsidie voor samenwerkingsverbanden bedroeg € 6 miljoen.
Als het aantal subsidieaanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt de SLIM-subsidie toegekend via loting. De datum van binnenkomst van de aanvraag is dus niet van belang. Op basis van ervaringscijfers zal naar verwachting zo’n 23% van alle aanvragen worden toegewezen. Ook in het eerste tijdvak van 2026 was het beschikbare subsidiebudget ruim overvraagd en heeft er een loting plaatsgevonden.
De maximum SLIM-subsidie voor individuele mkb-ondernemingen voor het tweede aanvraagtijdvak bedraagt, net als voor het eerste tijdvak, €24.999 (voor landbouwbedrijven € 20.000).
Let op! De SLIM-subsidie kun je digitaal aanvragen via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de omvang van de SLIM-subsidie mkb (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) voor het tweede tijdvak van dit jaar bekend gemaakt. Mkb-ondernemingen kunnen van 19 augustus 2026 9.00 uur tot en met 7 september 2026 17.00 uur deze subsidie weer aanvragen.
LEES VERDER
Een trustee is de beheerder van het geld of ander bezit van de trust. De trustee is de UBO, Ultimate Beneficial Owner, van de trust.
De trustee die in Nederland woont of gevestigd is, is verplicht zich te registreren in het UBO-register trusts bij de KVK. Dat geldt ook voor de trustee die buiten de EU woont of gevestigd is, maar in Nederland namens de trust een zakelijke relatie aangaat. Denk daarbij aan het openen van een bankrekening of het kopen van onroerend goed in Nederland.
Als een rechtspersoon trustee is, dient de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon geregistreerd te worden in het UBO-register trusts.
Let op! Meer informatie is te vinden op de website https://www.uboregistertrusts.nl/.
De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register trusts. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete voor trusts en soortgelijke juridische constructies is op 1 juni 2026 in werking getreden.
Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.
De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.
Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:
Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.
De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, door het opleggen van een last onder dwangsom.

Het is wettelijk verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van trusts en soortgelijke juridische constructies te registreren in het UBO-register trusts. Wat zijn de bestuurlijke boetes bij overtreding van deze wettelijke verplichting?
LEES VERDER
Een pand in privé-eigendom valt in principe in box 3. Voorwaarde is wel dat met betrekking tot het pand sprake is van normaal vermogensbeheer. Is sprake van meer dan normaal vermogensbeheer, dan valt het pand in box 1. Daar wordt het dan belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden.
Rechtbank Den Haag gaf aan dat er geen harde grens is tussen box 3 en box 1. Het is afhankelijk van de feiten en omstandigheden of de activiteiten/werkzaamheden dusdanig zijn dat de grens van normaal vermogensbeheer wordt overschreden. De rechtbank stelde dat deze beoordeling in principe per pand moet plaatsvinden. Voor de vraag of vervolgens sprake is van winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden zal daarna een beoordeling van alle activiteiten voor alle panden in box 1 moeten plaatsvinden.
In de casus die voorlag bij de rechtbank, oordeelde de rechtbank dat de Belastingdienst voor vier panden aannemelijk had gemaakt dat sprake was van meer dan normaal vermogensbeheer. De werkzaamheden voor deze panden bestonden uit veel meer dan bijvoorbeeld een verbouwen van een keuken of een badkamer. Deze werkzaamheden kwalificeerden volgens de rechtbank als projectontwikkeling die naar aard en omvang de grens van normaal vermogensbeheer overschreed. Het ging daarbij om:
Deze panden vielen volgens de rechtbank in box 1, voor de andere panden gold dat niet. Die werden belast in box 3.
De rechtbank volgde het standpunt van de belanghebbende dat als de panden in box 1 vielen, er sprake was van winst uit onderneming en niet van resultaat uit overige werkzaamheden. De rechtbank volgde dit standpunt omdat dit voor de belanghebbende gunstiger was in verband met de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.
Let op! Zoals de rechtbank al aangaf, is er geen harde grens tussen box 3 en box 1 en is een en ander afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg over je eigen panden daarom met onze adviseurs.

Een pand dat je in privé verhuurt, valt in principe in box 3. Verricht je dusdanige activiteiten/werkzaamheden dat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer? Dan is je pand belast in box 1. Rechtbank Den Haag deed daar in juni 2026 een uitspraak over.
LEES VERDER
Op 2 juli stuurden de ministers Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Aartsen van Werk en Participatie een Kamerbrief met de vooraankondiging van een wetswijziging. Het kabinet wil dat iedereen die daartoe in staat is mee gaat doen op de arbeidsmarkt. Om die reden wordt onder meer de doelgroep van de banenafspraak verbreed. Daarnaast gaat de loonkostensubsidie (LKS) het leidende, rijksbrede instrument worden om de verminderde loonwaarde van een werknemer te compenseren.
Op 20 februari 2024 is het principebesluit genomen dat de doelgroep van de banenafspraak wordt uitgebreid met personen met een WIA- of een WW-uitkering die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Dit betekent dat deze personen straks ook gebruik kunnen maken van de instrumenten van de banenafspraak: no-riskpolis, een loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak en straks ook de loonkostensubsidie (LKS). Er komt een wetsvoorstel waarin deze personen aan de doelgroep van de banenafspraak worden toegevoegd.
Voor de WW en de WIA wordt de LKS beschikbaar gesteld. Dit geeft het UWV een instrument om de verminderde loonwaarde van werknemers te compenseren voor werkgevers. Bij de LKS gaat het om een financiële regeling voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen.
De LKS compenseert het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de lagere arbeidsproductiviteit (loonwaarde) van de werknemer. De werkgever betaalt op deze manier alleen voor de werkelijke productiviteit. Hiermee wordt hij gestimuleerd om iemand met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen en houden.
In de Wajong wordt de loondispensatie vervangen door de LKS. Loondispensatie houdt in dat aan een werkgever toestemming wordt verleend om een Wajong gerechtigde een loon uit te betalen dat lager ligt dat het wettelijk minimumloon. Dit maakt de regels voor werkgevers eenvoudiger en herkenbaarder.
Let op! Er komt overgangsrecht dat inhoudt dat de LKS pas wordt ingezet als de beschikking loondispensatie afloopt. Het UWV verstrekt op dit moment maximaal vijf jaar loondispensatie. Hierdoor kan het overgangsrecht maximaal vijf jaar doorlopen.
Als de LKS wordt ingevoerd, wordt ook de loondispensatie in de Wajong vervangen door de LKS. De hoogte van de LKS wordt bepaald aan de hand van de loonwaarde van de werknemer. Daarvoor is nu nog een loonwaardemeting nodig.
Het is de bedoeling dat vanaf 2028 geen loonwaardemeting meer nodig is. De LKS wordt vanaf dat moment, ook voor de Wajong, standaard vastgesteld op 68% van het wettelijk minimumloon. Werkgevers krijgen daarmee een vaste LKS als zij iemand aannemen met een WW, WIA- of Wajong-uitkering die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon per uur kan verdienen.
Let op! Het betreft nog een voornemen dat nog in wetgeving moet worden omgezet.

Het kabinet wil de doelgroep banenafspraak uitbreiden. Het kabinet wil daarnaast de loonkostensubsidie leidend maken om de verminderde loonwaarde van een werknemer te compenseren.
LEES VERDER