ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. Genoemde aftrekken mogen op de winst uit onderneming in de inkomstenbelasting in mindering worden gebracht. 

Buitenlands belastingplichtigen

Buitenlands belastingplichtigen worden in Nederland belast voor zover ze Nederlands inkomen genieten. Nederlands inkomen is onder meer de winst die behaald is met een vaste inrichting van de buitenlandse ondernemer in Nederland. De vraag is of de ondernemersaftrek volledig in mindering mag worden gebracht op de winst van deze vaste inrichting of dat een andere toerekening plaats moet vinden?

Wereldwinst is uitgangspunt

Voor het in Nederland te belasten deel van de winst van de buitenlandse ondernemer moet naar de letter van de wet eerst de wereldwinst worden bepaald, ofwel de gehele winst van de buitenlandse ondernemer inclusief de buiten Nederland behaalde winst. De Belastingdienst antwoordt dat op deze wereldwinst de ondernemingsaftrek en mkb-winstvrijstelling volledig in mindering wordt gebracht. De in Nederland belastbare winst is het deel van de wereldwinst na aftrek van de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, dat valt toe te rekenen aan de Nederlandse vaste inrichting.

De ondernemersaftrek komt dus niet volledig in mindering op de winst van de vaste inrichting, maar naar evenredigheid van de winstverhouding Nederlandse winst versus totale wereldwinst.

Ook mkb-winstvrijstelling

De Belastingdienst geeft aan dat welk deel van de mkb-winstvrijstelling ten laste van de in Nederland te belasten winst kan worden gebracht op dezelfde manier moet worden bepaald als bij de ondernemersaftrek.

Let op! Dat de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling op bovenomschreven manier dienen te worden bepaald, vloeit volgens de Belastingdienst ook voort uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010.

nieuws
27/8/2026
Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?

Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?

De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of een in het buitenland woonachtige ondernemer recht heeft om de ondernemersaftrek volledig af te trekken van zijn Nederlandse winst.

LEES VERDER

Keuze: ondernemingsvermogen of privévermogen?

De opbrengst van de liquide middelen die tot je ondernemingsvermogen horen behoort tot de winst en wordt belast in box 1. Private liquide middelen behoren daarentegen tot het privévermogen en worden belast in box 3. Je mag in beginsel zelf kiezen of je liquide middelen in je onderneming als ondernemings- of als privévermogen aanmerkt. In bepaalde gevallen kunnen de liquide middelen echter verplicht tot het privévermogen horen. Dat is het geval als de liquide middelen duurzaam overtollig zijn in je onderneming.

Duurzaam overtollig of niet?

In een geschil dat speelde voor de rechtbank Den Haag ging het om de vraag of een deel van de als ondernemingsvermogen aangegeven liquide middelen als ‘duurzaam overtollig’ moest worden aangemerkt. De Belastingdienst vond van wel. De Belastingdienst vond dat dit deel dus niet als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt. De ondernemer had een bedrag van ruim € 450.000 aan liquide middelen als ondernemingsvermogen opgegeven, maar de Belastingdienst accepteerde dit maar voor een bedrag van € 165.000. Het verschil van ruim € 285.000 was duurzaam overtollig en diende in box 3 belast te worden. 

Bewijslast bij Belastingdienst

De bewijslast dat liquide middelen duurzaam overtollig zijn, ligt bij de Belastingdienst. Voor de rechtbank diende de Belastingdienst daarom de feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken dat sprake was van duurzaam overtollige liquide middelen.

Geringe omzet

De Belastingdienst voerde om te beginnen aan dat sprake was van een eenmanszaak van geringe omvang met slechts een beperkte omzet van € 6.298 in het voorgaande jaar en € 7.855 in het jaar zelf. Die omzet zou naar verwachting in de toekomst niet veel stijgen.

Investering laat op zich wachten

De Belastingdienst voegde hieraan toe dat niet aannemelijk was dat er op korte termijn extra liquide middelen nodig waren voor een investering in kantoorruimte, zoals de ondernemer beweerde. Een niet door de verkoper ondertekende koopovereenkomst voor een kavel grond was daarvoor onvoldoende. Tekenend was bovendien dat ten tijde van de procedure voor de rechtbank in 2026 de kantoorruimte nog steeds niet was gerealiseerd, zodat niet aannemelijk was dat hiervoor in 2020 liquide middelen gereserveerd dienden te worden.

Parallel met 2018

De ondernemer had in 2018 ook over de omvang van zijn ondernemingsvermogen geprocedeerd. Daarbij was toen een bedrag van € 165.000 aan ondernemingsvermogen door het gerechtshof geaccepteerd. Dit bedrag diende als dekking voor de fiscale oudedagsreserve en als reservering voor een aan te schaffen bedrijfsauto en zonnepanelen. 

Rechtbank laat correctie in stand

Uit bovenstaande feiten leidde de rechtbank af dat de Belastingdienst in de bewijslast was geslaagd dat sprake was van duurzaam overtollige liquide middelen. De Belastingdienst had daarom terecht een deel van het aangegeven ondernemingsvermogen als duurzaam overtollig aangemerkt en overgeheveld naar box 3. De correctie bleef dan ook in stand. 

Let op! Of de liquide middelen in jouw onderneming in de inkomstenbelasting duurzaam overtollig zijn of niet, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in jouw situatie. Zorg er in ieder geval voor dat je kunt onderbouwen waarom de liquide middelen in je onderneming nodig zijn. Op die manier wordt het voor de Belastingdienst lastiger om aan de bewijslast te voldoen dat sprake is van duurzaam overtollige liquide middelen.

nieuws
27/8/2026
Duurzaam overtollige liquiditeiten onderneming belast in box 3

Duurzaam overtollige liquiditeiten onderneming belast in box 3

Liquide middelen die je als ondernemer in de inkomstenbelasting in je bedrijf gebruikt, behoren tot je ondernemingsvermogen. Dit is niet het geval als deze liquide middelen duurzaam overtollig zijn.

LEES VERDER

Premie Werkhervattingskas (Whk)

Werkgevers zijn verplicht tot het betalen van een gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De premie voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) is onderdeel van deze premie Whk. 

De werkgever mag maximaal 50% van de gedifferentieerde premie Whk op de werknemer verhalen. Als een werkgever dat doet, is deze verhaalde premie niet aftrekbaar van het brutoloon. Dit is expliciet zo opgenomen in de wet (artikel 11c van de Wet op de loonbelasting). De werknemer betaalt deze verhaalde premie dus uit zijn nettoloon.

Premie WGA-hiaatverzekering

De WGA-uitkering is over het algemeen onvoldoende om de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid te dekken. Om die reden is in veel cao’s de verplichting opgenomen voor werkgevers om aan hun werknemers een WGA-hiaatverzekering aan te bieden. Deze verzekering voorziet in een aanvulling op de WGA-uitkering.

Als de werkgever (een deel van) de premie voor de WGA-hiaatverzekering op de werknemer verhaalt, is deze verhaalde premie wel aftrekbaar van het brutoloon. Deze verhaalde premie is namelijk niet expliciet in de wet uitgezonderd van aftrek. De werknemer betaalt deze dus niet uit zijn nettoloon maar uit zijn brutoloon. De Belastingdienst heeft dit bevestigd.

nieuws
26/8/2026
WGA-hiaatverzekering aftrekbaar van brutoloon

WGA-hiaatverzekering aftrekbaar van brutoloon

Als een werkgever de verschuldigde premie voor een WGA-hiaatverzekering in rekening brengt bij een werknemer, dan is deze aftrekbaar van het brutoloon. Dit in tegenstelling tot een werknemer verhaalde gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Hoe zit dat?

LEES VERDER

Compensatie werkelijke schade

Bij de compensatie van gedupeerden van de toeslagenaffaire werd in beginsel uitgegaan van standaard berekeningen en bedragen. Kan je aantonen dat jouw werkelijke schade groter was, dan kun je de Commissie Werkelijke Schade laten beoordelen of je recht hebt op meer compensatie. De Dienst Toeslagen neemt hierover een besluit na een wettelijk verplicht advies van deze commissie.

Raad van State: bij niet tijdig beslissen geen dwangsom

Bij het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om vergoeding van de werkelijke schade, kunnen in principe dwangsommen worden opgelegd. De Raad van State besliste hierover op 3 juni 2026 dat de normale wettelijke termijn geldt. Ofwel de Dienst Toeslagen moet alsnog een besluit nemen binnen twee weken nadat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is verzonden. Wanneer deze termijn wordt overschreden hoeft er van de Raad van State tot 3 juni 2027 echter geen dwangsom betaald te worden. 

Reden hiervoor is dat de dwangsom er niet toe leidt dat de Dienst Toeslagen eerder op het verzoek om vergoeding van de werkelijke schade gaat beslissen. De besluitvorming van de Dienst Toeslagen hierover is namelijk volledig vastgelopen en de capaciteit om dit te veranderen schiet enorm tekort, aldus de afdeling bestuursrechtspraak.

Rechtbank Midden-Nederland: wel een dwangsom

Rechtbank Midden-Nederland wijkt op 27 juli 2026 in drie uitspraken hiervan af en legt toch dwangsommen op aan de Dienst Toeslagen. Hoewel de rechtbank de problemen bij de Dienst Toeslagen herkent, oordeelt de rechtbank dat de wet aan de rechter geen mogelijkheid geeft om geen dwangsom op te leggen in een procedure over niet tijdig beslissen.

Rechtbank Midden-Nederland houdt daarbij wel een langere beslistermijn aan dan de Raad van State. De Dienst Toeslagen krijgt in deze drie zaken van de rechtbank een beslistermijn van 66 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken. Haalt de Dienst Toeslagen deze termijn niet, dan is de dwangsom € 50 per dag met een maximum van totaal € 15.000.

Let op! In casu betekent dit in de drie zaken die bij rechtbank Midden-Nederland dat de uiterste beslistermijn van de Dienst Toeslagen voordat de dwangsom gaat lopen 6 juli 2027, 15 juli 2027 en 3 augustus 2027 is. Al met al gaat de dwangsom dus in deze drie zaken niet eerder lopen dan 3 juni 2027, de datum waarop de dwangsomloze periode van de Raad van State eindigt.

nieuws
25/8/2026
Toch dwangsom bij werkelijke schade toeslagen?

Toch dwangsom bij werkelijke schade toeslagen?

De Raad van State besliste op 3 juni 2026 dat de Dienst Toeslagen tot 3 juni 2027 geen dwangsommen hoeft te betalen als ze niet of te laat beslissen op verzoeken om vergoeding van de werkelijke schade in de toeslagenaffaire. Rechtbank Midden-Nederland gaat hier niet in mee en legt toch dwangsommen op, maar geeft wel een langere beslistermijn.

LEES VERDER

Arbeidskorting

De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2026 maximaal € 5.685.

Arbeidskorting op uitkering

In bepaalde situaties ontvangt een werknemer behalve loon ook een uitkering. Deze kan rechtstreeks door het UWV betaald worden of via de werkgever.

Het UWV kan op de belasting die geheven wordt over de uitkering geen arbeidskorting inhouden omdat de arbeidskorting alleen geldt als iemand werkt. Werkgevers kunnen op de belasting over de uitkering, onder voorwaarden, wel arbeidskorting inhouden. Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.

Tot en met 2026

Vanwege het discriminatieverbod is vorig jaar al besloten dat 2026 het laatste jaar is waarin een werkgever een arbeidskorting kan inhouden op de belasting over een uitkering. Vanaf 2027 mag dat dus niet meer.

Let op! Deze aanpassing treft ongeveer 11.000 werknemers die een van de volgende uitkeringen via hun werkgever krijgen uitgekeerd: WAO, WAZ, Wajong, WIA, ZW die is ingegaan voordat de werknemer bij je in dienst kwam, WAMIL en WW bij onwerkbaar weer en vanwege werktijdverkorting.

Lager nettoloon

Door het niet meer toepassen van de arbeidskorting wordt het nettoloon van de werknemer waarschijnlijk lager. Hoeveel lager is afhankelijk van de hoogte van het loon en de uitkering. De extra belasting die een werkgever moet gaan inhouden door het niet meer toepassen van de arbeidskorting kan oplopen tot maximaal 31% van de bruto-uitkering.

Let op! Dit geldt alleen voor werknemers die de uitkering via hun werkgever krijgen uitbetaald. Voor werknemers die de uitkering van het UWV ontvangen, verandert er vanaf 2027 niets.

Tip! De Belastingdienst geeft in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, uitgave 1, 19 augustus 2026, meer uitleg over het niet meer toepassen van de arbeidskorting. Hierin zijn een stappenplan voor 2026 en 2027 en diverse voorbeelden opgenomen.

nieuws
25/8/2026
Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027

Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027

Betaal je naast loon ook een uitkering aan een werknemer? Houd er dan rekening mee dat je vanaf 2027 geen arbeidskorting meer mag berekenen over die uitkering.

LEES VERDER

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialist op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon)
  2. Het behandelen van acné
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen door de schoonheidsspecialist in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan dit wel.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialist mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen. Dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialist in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialist qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialist moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialist.

nieuws
24/8/2026
Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

De behandelingen van een schoonheidsspecialist zijn in principe met btw belast. De Belastingdienst heeft echter aangegeven dat in uitzonderingssituaties bepaalde behandelingen zonder btw verricht kunnen worden.

LEES VERDER

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialiste op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon).
  2. Het behandelen van acné.
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan een schoonheidsspecialiste hier toch de btw-vrijstelling toepassen.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialiste mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen, maar dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialiste in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialiste qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialiste moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialiste.

nieuws
24/8/2026
Kan een schoonheidsspecialiste de medische btw-vrijstelling toepassen?

Kan een schoonheidsspecialiste de medische btw-vrijstelling toepassen?

De behandelingen van een schoonheidsspecialiste zijn in principe met btw belast. De Belastingdienst heeft echter aangegeven dat in uitzonderingssituaties bepaalde behandelingen zonder btw verricht kunnen worden.

LEES VERDER

Dienstbetrekking bij de holding

Ben je in dienstbetrekking bij de holding, dan moet de holding jou een gebruikelijk loon betalen. Het gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meest verdienende werknemer in je bv of de verbonden bv’s, of
  • € 58.000.

Let op! Kun je aannemelijk maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking? Dan mag je het gebruikelijk loon vaststellen op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Reële managementovereenkomst met de werk-bv

Heeft de holding een managementovereenkomst gesloten met de werk-bv? En verricht jij op basis van die managementovereenkomst werkzaamheden bij de werk-bv? Als de managementovereenkomst een reële overeenkomst is, dan ben jij niet in dienstbetrekking bij de werk-bv. De vergoeding die de werk-bv betaalt aan de holding vormt dan ook geen (doorbetaald) loon voor jou.

Let op! Voor de beoordeling van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in de holding moet je wel de voor de werk-bv verrichte werkzaamheden meenemen.

Niet-reële managementovereenkomst met de werk-bv

Verricht je werkzaamheden voor de werk-bv. en is de managementovereenkomst geen reële overeenkomst, dan ben jij waarschijnlijk wel in dienstbetrekking bij de werk-bv. De Belastingdienst heeft aangegeven dat in zo’n geval de vergoeding die de werk-bv betaalt, het uitgangspunt vormt voor het vaststellen van het loon in de werk-bv.

Let op! Waarschijnlijk kan in deze situatie de doorbetaaldloonregeling worden toegepast. De doorbetaaldloonregeling betekent dat je dan geen loon hoeft te genieten uit de werk-bv, maar alleen uit de holding. De hoogte van het loon bij de holding wordt bepaald door de gebruikelijkloonregeling.

Wanneer reëel?

Helaas geeft de Belastingdienst in de twee casussen geen inzicht in wanneer de Belastingdienst de managementovereenkomst reëel vindt en wanneer niet. In grote lijnen gaat het erom dat jijzelf niet rechtstreeks gebonden wordt maar dat de afspraken gelden tussen de holding en de werk-bv. Als jij zelf wel rechtstreeks gebonden wordt, zou dat een indicatie kunnen zijn dat de managementovereenkomst niet reëel is.

Let op! Overleg met onze adviseurs hoe het risico op een niet-reële managementovereenkomst verkleind kan worden.

Streef naar een reële managementovereenkomst. Een niet-reële managementovereenkomst met als gevolg een dienstbetrekking bij de werkmaatschappij kan tot (ongewenste) verzekeringsplicht en premieplicht voor de werknemersverzekeringen leiden. De doorbetaaldloonregeling geldt in zo’n geval meestal niet voor de werknemersverzekeringen.

 

nieuws
24/8/2026
Bij welke bv moet je gebruikelijk loon genieten?

Bij welke bv moet je gebruikelijk loon genieten?

Heb je een holding en een werk-bv, dan is het afhankelijk van de feiten en omstandigheden bij welke bv’s je gebruikelijk loon zou moeten genieten. De Belastingdienst heeft twee situaties nader toegelicht.

LEES VERDER

Richtlijn tijdelijke bescherming

Oekraïense vluchtelingen kunnen door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in de Europese Unie (EU) verblijven zonder asiel aan te vragen. Zij hebben recht op opvang en medische zorg en mogen werken. De periode waarin dat kan is verlengd tot en met 4 maart 2028. 

Let op! Niet elke vluchteling uit de Oekraïne valt (nog) onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in Nederland. Kijk op de website van de IND wie wel en niet onder de Richtlijn valt.

Nieuwe voorwaarde

De Raad van EU heeft ook een nieuwe voorwaarde aan de tijdelijke bescherming verbonden. Iedere nieuwe aanvrager moet aantonen dat hij/zij aan de militaire verplichtingen in Oekraïne heeft voldaan of een vrijstelling daarvoor heeft.

Let op! Oekraïense vluchtelingen die al onder de Richtlijn vielen, hoeven niet te voldoen aan deze nieuwe voorwaarde.

nieuws
21/8/2026
Verblijf Oekraïense vluchtelingen verlengd en nieuwe voorwaarde

Verblijf Oekraïense vluchtelingen verlengd en nieuwe voorwaarde

De Richtlijn tijdelijke bescherming voor Oekraïense vluchtelingen is verlengd tot en met 4 maart 2028. Daarnaast geldt er een nieuwe voorwaarde voor nieuwe aanvragers van de tijdelijke bescherming.

LEES VERDER

Btw afdragen

Als een debiteur je factuur niet (meteen) betaalt, mag je daar bij je btw-aangifte nog geen rekening mee houden. Je moet daarom gewoon de btw afdragen, ook als de factuur nog niet betaald is.

Btw terugvragen

Is de factuur één jaar na de uiterste betaaldatum nog steeds niet betaald, dan gaat de wet ervan uit dat deze ook niet meer betaald gaat worden. Dit is ook het moment waarop je de afgedragen btw weer terug moet vragen.

Let op! Als al eerder dan na één jaar al vaststaat dat de factuur niet meer betaald gaat worden, moet je op dat moment de btw al terugvragen.

Hoe terugvragen?

Je vraagt de btw terug door deze in rubriek 1a of 1b van de btw-aangifte af te trekken van de verschuldigd btw.

Let op! Vraag de btw op tijd terug. Als je wacht en later pas de btw terugvraagt, is dat een te laat verzoek. De Belastingdienst neemt dat verzoek in principe wel in behandeling. Maar als de Belastingdienst het verzoek niet conform afhandelt, kun je daar niet meer tegen in bezwaar of beroep.

Factuur alsnog betaald?

Wordt de factuur alsnog betaald? Dan geef je de verschuldigde btw weer aan in het tijdvak waarin de factuur betaald is.

nieuws
20/8/2026
Vraag btw oude openstaande facturen op tijd terug

Vraag btw oude openstaande facturen op tijd terug

Betaalt een debiteur je factuur niet? Dan kun je de afgedragen btw bij de Belastingdienst terugvragen. Zorg dat je dat op tijd doet.

LEES VERDER

Entrepreneur’s allowance 

The entrepreneur’s allowance comprises the self-employed person’s allowance (in Dutch: zelfstandigenaftrek), the allowance for research and development (in Dutch: aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk), the co-worker’s allowance (in Dutch: meewerkaftrek), the start-up allowance in the event of incapacity for work (in Dutch: startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid), and the cessation allowance (in Dutch: stakingsaftrek). These allowances may be deducted from business profits for the purposes of income tax. 

Foreign taxpayers 

Foreign taxpayers are taxed in the Netherlands to the extent that they receive Dutch income. Dutch income includes, amongst other things, the profit generated by a foreign entrepreneur’s permanent establishment in the Netherlands. The question is whether the entrepreneur’s allowance may be deducted in full from the profit of this permanent establishment or whether a different allocation must be made?  

Worldwide profit is the starting point 

For the portion of the foreign entrepreneur’s profit that is taxable in the Netherlands, the letter of the law first requires the global profit to be determined, i.e. the foreign entrepreneur’s total profit, including profit earned outside the Netherlands. The Tax and Customs Administration states that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption (in Dutch: mkb-winstvrijstelling)are deducted in full from these worldwide profits. The profit taxable in the Netherlands is that part of the worldwide profit, after deduction of the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption, which is attributable to the Dutch permanent establishment.  

The business allowance is therefore not deducted in full from the profits of the permanent establishment, but in proportion to the ratio of Dutch profits to total worldwide profits.

SME profit exemption 

The Tax and Customs Administration states that the portion of the SME profit exemption that may be charged against the profit taxable in the Netherlands must be determined in the same way as for the entrepreneur’s allowance. 

Please note! According to the Tax and Customs Administration, the fact that the entrepreneur’s allowance and the SME profit exemption must be determined in the manner described above also follows from a 2010 ruling by the Supreme Court (in Dutch: Hoge Raad). 

nieuws
27/8/2026
Is a foreign taxpayer entitled to the full business expense allowance?

Is a foreign taxpayer entitled to the full business expense allowance?

The Tax and Customs Administration has provided an answer to the question of whether an entrepreneur residing abroad is entitled to deduct the full business allowance (in Dutch: ondernemersaftrek) from their Dutch profits.

READ MORE

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE