ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Invoerrechten

De vaste invoerrechten van € 3 per aangifteregel gaan gelden voor goederen die de EU binnenkomen van verkopers van buiten de EU. De heffing gaat alleen gelden voor pakketten met een waarde tot € 150. Voor pakketten vanaf € 150 gelden nu namelijk al reguliere invoerrechten.

Let op! Het vaste invoerrecht gaat gelden per productgroep. Als een pakket drie verschillende producten bevat is vanaf 1 juli 2026 dus 3 keer € 3 vaste invoerrechten verschuldigd.

Union handling fee (UHF)

Om de kosten van de controles op de stroom pakketten met een waarde tot € 150 te vergoeden en de grote toestroom van dit soort pakketten te beperken, wordt vanaf waarschijnlijk 1 november 2026 ook een Union handling fee (UHF) ingevoerd. De voorziene hoogte is € 2 per aangifteregel voor individuele zendingen.

Tijdelijke oplossingen

De heffing van € 3 invoerrechten en € 2 UHF betreffen tijdelijke oplossingen tot waarschijnlijk 1 juli 2028. De Raad van de Europese Unie wil namelijk zo snel mogelijk normale invoerrechten voor kleine pakketten invoeren. Vanaf waarschijnlijk 1 juli 2028 zal over alle goederen van minder dan € 150 invoerrechten betaald worden tegen de normale EU-tarieven voor de afzonderlijke producten. Voor bulkzendingen zal dan een UHF tarief van € 0,50 per aangifteregel gelden.

 
nieuws
28/5/2026
Brievenbus

Invoerrechten op pakket tot € 150 en handling fee

Op invoer in de EU van kleine pakketten met een waarde tot € 150 wordt vanaf 1 juli 2026 € 3 invoerrechten per aangifteregel geheven. Verder wordt vanaf waarschijnlijk 1 november 2026 voor individuele zendingen € 2 handling fee per aangifteregel geheven.

LEES VERDER

Verlaagde vrachtwagenheffing

Via de vrachtwagenheffing betalen eigenaren van vrachtwagens vanaf 1 juli 2026 op bijna alle snelwegen en een aantal andere wegen een heffing per gereden kilometer. De omvang van de heffing hangt onder meer af van de CO2-uitstoot en bedraagt gemiddeld €0,191 per kilometer. Door de verlaging gaat de vrachtwagenheffing gemiddeld €0,148 per kilometer bedragen. De verlaging gaat gelden vanaf 1 september 2026 tot en met 31 december 2026.

Let op! Op deze manier wil het kabinet de transportsector compenseren voor de sterk gestegen brandstofprijzen als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. De verlaging komt neer op een lastenverlichting van € 80 miljoen.

Controles

De Dienst wegverkeer (RDW) gaat vanaf 1 juli 2026 controleren of je wel vrachtwagenheffing betaalt. Dat gebeurt op vaste plekken, door bijvoorbeeld camera’s boven de weg, maar ook met veplaatsbare apparaten.

Let op! De handhaving gebeurt grotendeels door de RDW, maar voor een deel door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). In het Handhavingsplan vrachtwagenheffing is vastgelegd hoe de overheid op naleving van de vrachtwagenheffing controleert.

Boetes bij geen tolkastje

Ondernemers kunnen rekenen op forse boetes als ze de vrachtwagenheffing geheel of deels niet betalen. De vrachtwagenheffing wordt elektronisch geregistreerd en geïnd. Ondernemers die geen contract met een aanbieder hebben afgesloten voor een tolkastje, kunnen rekenen op een boete van € 800. Tot 1 januari 2027 is er nog enige coulance en bedraagt deze boete € 400.

Let op! Heb je nog geen contract afgesloten met een aanbieder voor tolkastjes? Doe dat dan alsnog vóór 31 mei 2026 zodat je voldoende tijd hebt om vóór 1 juli 2026 het kastje te ontvangen en te installeren.

Boetes bij fouten met tolkastjes

Ook bij fouten met de tolkastjes die de vrachtwagenheffing registreren, gelden vaste boetes. Staat het tolkastje uit, werkt het niet (goed) of rijd je met een tolkastje dat bij een andere vrachtwagen hoort, dan bedraagt de boete € 500. Ook hier geldt tot 1 januari 2027 nog enige coulance door een lagere boete van € 250.

Let op! Je kunt binnen 24 uur maximaal één boete krijgen. Is sprake van meer dan één overtreding, dan wordt alleen het hoogste boetebedrag opgelegd.

nieuws
28/5/2026
Verkeer

Lagere vrachtwagenheffing en boetes

De per 1 juli 2026 geldende vrachtwagenheffing wordt per 1 september 2026 tijdelijk met 22,3% verlaagd. Betaal je ten onrechte geen vrachtwagenheffing, dan kan de RDW boetes opleggen. Waar moet je rekening mee houden?

LEES VERDER

Korting producten uit eigen bedrijf

Je kunt werknemers een korting of vergoeding geven voor de aankoop van producten uit jouw eigen bedrijf. Als je daarbij voldoet aan de voorwaarden, geldt daarvoor een zogenaamde gerichte vrijstelling. Dit betekent dat over de korting of vergoeding geen loonbelasting verschuldigd is. De voorwaarden zijn:

  • de producten zijn niet branchevreemd voor jouw bedrijf, en
  • de korting of vergoeding per product is maximaal de waarde in het economische verkeer (dat is de prijs waartegen het product aan een willekeurige derde wordt verkocht), en
  • de kortingen en vergoedingen bedragen in een kalenderjaar maximaal € 500.

Bedragen de kortingen en vergoedingen in een kalenderjaar voor een werknemer meer dan € 500? Dan is het meerdere belast als loon voor de werknemer. Je kunt er ook voor kiezen om dit meerdere ten laste te brengen van je vrije ruimte in de werkkostenregeling. Dat kan alleen als de hogere kortingen en vergoedingen voldoen aan de gebruikelijkheidstoets.

Let op! Gebruikt een werknemer de € 500 in een jaar niet volledig, dan mag het niet-gebruikte deel doorgeschoven worden naar het volgende jaar.

Geen gerichte vrijstelling meer vanaf 2027

Van het doorschuiven kan voor het jaar 2026 geen gebruik meer worden gemaakt. Het kabinet heeft namelijk aangekondigd dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt.

Dat betekent dat elke korting of vergoeding vanaf 2027 bij de werknemer belast is als loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Dat kun je voorkomen door de korting of vergoeding ten laste te brengen van je vrije ruimte in de werkkostenregeling, mits dat voldoet aan de gebruikelijkheidstoets.

Let op!Onbelaste korting of vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf kan dus nog wel vanaf 2027, maar dit gaat dan ten laste van je vrije ruimte. Je houdt dan dus minder vrije ruimte over voor andere vergoedingen en verstrekkingen.

Waarom vervalt de gerichte vrijstelling?

De gerichte vrijstelling vervalt omdat daarmee geld vrijkomt om het fiscale maatregelenpakket in verband met het conflict in het Midden-Oosten te betalen. In dat pakket is onder meer een verhoging van de onbelaste reiskosten van € 0,23 naar € 0,25 en verlaging van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van btw-ondernemers en vrachtauto’s opgenomen.

Een eerder aangekondigd versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) gaat niet door. 

Let op! Een andere dekking van het fiscale maatregelenpakket betreft de afschaffing van de startersaftrek. Deze afschaffing gebeurt in twee tranches. In 2027 wordt de startersaftrek verlaagd en vanaf 2028 wordt deze volledig afgeschaft.

nieuws
27/5/2026
EU

Vrijstelling korting producten uit eigen bedrijf vervalt

De gerichte vrijstelling voor korting op producten uit eigen bedrijf vervalt met ingang van 2027. Het kabinet wil hiermee het fiscale maatregelenpakket in verband met het conflict in het Midden-Oosten dekken.

LEES VERDER

Bestelauto’s voor btw-ondernemers

Voor de bestelauto van een btw-ondernemer die deze bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks verreden kilometers voor zijn onderneming gebruikt, wordt de mrb verlaagd met 50%. Een bestelauto is in dit verband een motorrijtuig met een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder die geen personenauto of een autobus is.

Let op!Je bent btw-ondernemer als je leveringen en diensten verricht waarvoor je voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt. Daarbij is het niet relevant of je btw-vrijgestelde prestaties of btw-belaste prestaties verricht. Ook een ondernemer met alleen btw-vrijgestelde prestaties is gewoon een ondernemer voor de btw.

De verlaging met 50% betekent dat vanaf 1 juli 2026 tot 31 december 2026 de volgende mrb geldt:

Massa rijklaar in kg van Tijdvak 3 maaden Vermeerderd met Per 100 kg massa rijklaar boven
 600 of minder  €  25,99    
 700 t/m 1.100  €  31,78  € 4,07  700 kg
 1.200 t/m 2.100  €  52,21  € 4,38  1.200 kg
 2.200 t/m 2.800  €  96,23  € 4,71  2.200 kg
 2.900 en meer  € 127,40  € 1,07  2.900 kg

Vrachtauto’s

Voor vrachtauto’s wordt de mrb verlaagd naar nul. Voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo zou al een tarief van nul gaan gelden vanaf 1 juli 2026, maar voor vrachtauto’s van 12.000 kilo of meer gaat dat nu tijdelijk ook gelden.

Periode

De verlaging is niet structureel, maar geldt voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026. Effectief kan de verlaging echter ook na 31 december 2026 nog van toepassing zijn. De verlaging geldt namelijk pas vanaf het tijdvak dat begint op 1 juli 2026 of later.

Start het tijdvak van jouw voertuig bijvoorbeeld op 15 juli 2026? Dan is de verlaging pas van toepassing vanaf het tijdvak dat start op 15 juli 2026 en stopt op 15 januari 2027.

Let op!Het tarief van nul voor vrachtauto’s met een toegestane massa lager dan 12.000 kilo is structureel en geldt dus ook vanaf 2027.

nieuws
26/5/2026
Bedrijfswagen

Verlaging mrb bestelauto’s en vrachtauto’s in tweede helft 2026

De motorrijtuigenbelasting (mrb) van bestelauto’s van ondernemers en voor vrachtauto’s wordt van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 verlaagd. Voor wie en welke auto’s geldt deze verlaging en hoe werkt de verlaging uit?

LEES VERDER

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

nieuws
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

LEES VERDER

Werkgevers en werknemers

Werkgevers mogen met terugwerkende kracht naar 1 januari 2026 aan hun werknemers een onbelaste reiskostenvergoeding geven van € 0,25 per kilometer. Tot nu toe bedroeg dit onbelaste bedrag in 2026 nog € 0,23 per kilometer.

Dit bedrag is van toepassing op woon-werkverkeer en op zakelijke kilometers. Het is niet relevant van welk vervoermiddel de werknemer gebruikmaakt. De vergoeding geldt dan ook voor gemaakte reizen per auto, fiets, lopend of met het openbaar vervoer.

 

Let op!Het kabinet roept werkgevers op om gebruik te maken van deze maximale onbelaste reiskostenvergoeding, maar een werkgever is niet verplicht om daadwerkelijk € 0,25 per kilometer aan de werknemer te vergoeden. De hoogte van de vergoeding is en blijft een afspraak tussen werkgever en werknemer.

Tip! Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan een werkgever er ook voor kiezen om de werkelijke kosten van het openbaar vervoer onbelast te vergoeden. Dat kon al en is dus niet veranderd.

Tip! Werkgevers die gebruikmaken van de terugwerkende kracht mogen met correctieberichten de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding verwerken in de al ingediende aangiften van 2026.

Ondernemers en resultaatgenieters

De verhoging van € 0,23 naar € 0,25 geldt ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting (IB)en resultaatgenieters. Zij kunnen straks in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar 2026 rekening houden met aftrekbare zakelijke reiskosten tegen een bedrag van € 0,25 cent per kilometer.

Vrijwilligers

Een vrijwilliger die afziet van zijn recht op een reiskostenvergoeding mag in zijn aangifte IB 2026 bij het berekenen van zijn giftenaftrek ook rekeninghouden met € 0,25 per kilometer voor zijn kilometers in heel 2026.

Let op!Alleen het bedrag is gewijzigd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. De overige voorwaarden voor deze aftrek zijn ongewijzigd. Daaraan moet je dus nog steeds voldoen voordat je toekomt aan de aftrek.

Particulieren

Ook particulieren kunnen in hun aangifte IB 2026 voor het hele jaar rekeninghouden met € 0,25 per kilometer. Het gaat hierbij om:

  • aftrek van reiskosten naar onder meer een arts of andere medisch hulpverlener en een apotheek,
  • aftrek van reiskosten voor ziekenbezoek, en
  • aftrek van reiskosten in verband met weekenduitgaven voor gehandicapten.

Let op!Ook voor deze aftrekken gelden nadere voorwaarden. Die zijn niet gewijzigd en daaraan moet je dus nog steeds voldoen om gebruik te kunnen maken van de aftrek van € 0,25 per kilometer.

Structureel

De goedkeuring om € 0,25 in plaats van € 0,23 onbelast te vergoeden is opgenomen in een beleidsbesluit. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander in een wetsvoorstel worden opgenomen. De verhoging van € 0,23 naar € 0,25 is ook niet alleen voor 2026, maar structureel. Dit betekent dat de € 0,25 ook na 2026 nog van toepassing is.

Goedkoop onbeperkt treinreizen

Het kabinet denkt nog verder mee om de gevolgen van de hoge brandstofprijzen te verlagen. Zo ligt er een voorstel om voor € 49 per maand in de daluren (doordeweeks tussen 9-16 uur en van 18.30-6.30 uur en in weekenden en op feestdagen de hele dag) onbeperkt met de trein te reizen. Dit kan dan van 21 juni tot 1 september 2026.

Let op!Een dergelijk product om onbeperkt in de daluren te reizen bij de NS bestaat al. Het heet Flex Dal Vrij en kost op dit moment € 127,95 per maand. In de periode van 21 juni tot 1 september 2026 zou dit dan € 49 per maand gaan kosten.

nieuws
26/5/2026
Verkeer

Belastingvrij bedrag reiskosten € 0,25 vanaf 1 januari 2026

Vanaf 22 mei 2026 bestaat de mogelijkheid om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 rekening te houden met een belastingvrij bedrag voor reiskosten van € 0,25 per kilometer. Wat betekent dit voor werkgevers, werknemers, ondernemers, vrijwilligers en particulieren?

LEES VERDER

Overgangsrecht

Vanaf 2013 zijn de regels rond de aftrek van rente voor een eigen woning flink gewijzigd. Zo is onder meer bepaald dat de rente van aflossingsvrije leningen niet meer aftrekbaar is. De lening moet namelijk minimaal annuïtair in maximaal 360 maanden volledig afgeloste worden, wil er nog recht bestaan op renteaftrek. Wel is er overgangsrecht van toepassing voor op 31 december 2012 al bestaande gevallen. Voor die gevallen blijft de rente wel aftrekbaar.

Tijdelijk naar een huurwoning en door naar andere eigen woning

De Belastingdienst heeft aangegeven dat dit overgangsrecht en de renteaftrek niet herleeft in de volgende situatie.

Een belastingplichtige verhuist van een eigen woning, waarvoor hij vóór 2013 een aflossingsvrije lening afsloot, naar een huurwoning. Deze gaat hij permanent bewonen, terwijl hij de oude woning aanhoudt als vakantiewoning. De oude woning (inmiddels vakantiewoning) en de aflossingsvrije lening gaan hierdoor over naar box 3. Na een jaar koopt hij een nieuwe eigen woning, waarvoor hij een aflossingsvrije lening aangaat. Hij verhuist onmiddellijk naar deze nieuwe woning. 
De Belastingdienst geeft aan dat de rente voor de nieuwe eigen woning niet aftrekbaar is. Door de overgang van de oude woning naar box 3 is namelijk het overgangsrecht beëindigd. Dit overgangsrecht herleeft niet voor de nieuwe eigen woning. 

Tijdelijk naar een huurwoning en terug naar oorspronkelijke eigen woning

Dit is anders als de belastingplichtige terugverhuist naar zijn oorspronkelijke eigen woning. In 2023 gaf de Belastingdienst namelijk aan dat het overgangsrecht en de renteaftrek namelijk in de volgende situatie wel herleeft.

Een belastingplichtige verhuist van een eigen woning, waarvoor hij vóór 2013 een aflossingsvrije lening afsloot, naar een huurwoning. Deze gaat hij permanent bewonen, terwijl hij de oude woning aanhoudt als vakantiewoning. De oude woning (inmiddels vakantiewoning) en de aflossingsvrije woning gaan hierdoor over naar box 3. Na enkele jaren verhuist hij weer terug naar de oude eigen woning en gaat hier permanent wonen.

De Belastingdienst geeft aan dat de rente voor de (oude) eigen woning vanaf dat moment weer aftrekbaar is. In deze situatie herleeft het overgangsrecht, omdat de oorspronkelijke eigen woning met de oorspronkelijke aflossingsvrije lening weer terugkeren in box 1.

Let op! De regels rondom de eigen woning zijn behoorlijk ingewikkeld, zeker bij verhuis- en echtscheidingssituaties. Neem voor je eigen situatie daarom altijd contact op met onze adviseurs.

nieuws
22/5/2026
Bedrijfspand

Rente aflossingsvrije lening aftrekbaar na tijdelijk in huurwoning?

Heb je vóór 2013 een geldlening afgesloten voor aankoop, onderhoud of verbetering van een eigen woning, dan is hierop overgangsrecht van toepassing met betrekking tot de aftrekbare rente. Herleeft dat overgangsrecht en is de rente weer aftrekbaar als je, na tijdelijk in een huurwoning te wonen, weer in een (andere) eigen woning gaat wonen?

LEES VERDER

Regels bij verhuizing naar zorginstelling

De wettelijke regel bij opname in een verpleeg- of verzorgingshuis (zorginstelling) is dat de rente nog maximaal twee jaar aftrekbaar blijft, nadat je eigen woning niet meer je hoofdverblijf is. Voorwaarde is dat je gedurende die periode bent opgenomen in een zorginstelling vanwege medische redenen of ouderdom.

Let op! Je hoofdverblijf verplaatst van je eigen woning naar de zorginstelling als de opname in een zorginstelling niet tijdelijk is. Als je slechts tijdelijk in een zorginstelling wordt opgenomen, blijft je eigen woning gewoon je hoofdverblijf. De rente blijft dan gewoon aftrekbaar.

Kan er een ander in je woning wonen?

Vraag is of de rente nog steeds aftrekbaar is als gedurende die twee jaar dat je woning niet meer je hoofdverblijf is, een ander in je woning verblijft. De Belastingdienst heeft aangegeven dat de rente aftrekbaar blijft mits jij nog vrijelijk over de woning kan beschikken en deze op elke gewenst moment weer als hoofdverblijf zou kunnen betrekken.

Vrijelijk beschikken

Wanneer sprake is van vrijelijk beschikken en het op elke gewenst moment weer als hoofdverblijf kunnen betrekken, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Blijft je fiscale partner in je eigen woning wonen, dan is daar in ieder geval sprake van. Verhuur je de woning, dan is daar geen sprake meer van, omdat de huurder dan het gebruiksrecht van de woning heeft. In dat geval gaat de woning en de eventuele schuld vanaf aanvang huur over naar box 3.

Let op! Twijfel je of in jouw geval sprake is van vrije beschikking en het op elke moment weer als hoofdverblijf kunnen betrekken? Overleg hierover dan met onze adviseurs.

nieuws
21/5/2026
Medisch

Kan een ander in je woning tijdens opname in zorginstelling?

De rente van een hypotheeklening voor je eigen woning blijft onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar als tijdens een opname in een verpleeg- of verzorgingshuis een ander in de eigen woning verblijft. Wanneer kan dat?

LEES VERDER

Geen aftrek btw dak bij niet-geïntegreerde zonnepanelen

Om de btw op het dak van een woning in aftrek te kunnen brengen moet er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen de bouw van het dak en de btw-belaste verhuur.

In juli 2021 oordeelde de Hoge Raad dat ingeval een belanghebbende een huis (met dak) bouwt en daarop niet-geïntegreerde zonnepanelen aanbrengt, een dergelijk rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbreekt. De Hoge Raad oordeelde dat in zo’n geval de belanghebbende de kosten voor het huis (met dak) hoe dan ook zou hebben gemaakt, ook als er geen zonnepanelen op het dak zouden zijn geplaatst.

Geen aftrek btw dak bij btw-belaste verhuur dak?

Een belanghebbende die een nieuwe woning bouwde en het dak van de woning btw-belast verhuurde met btw aan een ander, wilde de btw op dat dak in aftrek brengen. De ander gebruikte het dak om daar niet-geïntegreerde zonnepanelen op te plaatsen en daarmee btw-belaste energie te leveren.

De Belastingdienst, de rechtbank en het gerechtshof vonden dat btw-aftrek niet mogelijk was omdat een rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbrak. Zij vonden dat de belanghebbende de kosten vor het dak ook zou hebben gemaakt, ook als het dak niet btw-belast verhuurd zou zijn.

Of toch wel?

Een A-G, een adviseur van de Hoge Raad, vindt dat aftrek btw op het dak misschien wel mogelijk is bij btw-belaste verhuur van het dak. De toets uit het arrest van de Hoge Raad uit juli 2021 geldt in deze situatie niet, oordeelt de A-G.

De A-G vindt dat er in dit geval een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten van het dak en de btw-belaste verhuur van het dak. Al bij de aankoop, bij de oplevering en bij de ingebruikname van het dak stond al vast dat het dak btw-belast verhuurd zou worden.

Wel moet volgens de A-G nog nader worden onderzocht of het dak wel voor 90% of meer gebruikt wordt voor btw-belaste activiteiten. Alleen dan is namelijk btw-belaste verhuur van het dak mogelijk en kan sprake zijn van btw-aftrek.

En nu?

De Hoge Raad moet zich nog uitspreken. Tot die tijd is in ieder geval nog niet duidelijk of de Hoge Raad het advies van de A-G volgt.

Let op! De fiscale gevolgen zullen ook afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden van het geval. Laat je daarom over je eigen situatie altijd goed adviseren.

nieuws
21/5/2026
Zonnepanelen

Btw-aftrek bij verhuur dak voor zonnepanelen?

Kan de btw op het dak van een woning in aftrek worden gebracht als het dak btw-belast wordt verhuurd aan een ander voor het plaatsen van niet-geïntegreerde zonnepanelen van die ander? Een A-G sluit dit in ieder geval niet uit.

LEES VERDER

WOZ-waarde

Als u iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.

Medio 2025 was in een internetconsultatie een voorstel opgenomen om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen te laten plaatsvinden tegen de WEV. In de Voorjaarsnota 2026 is echter bekendgemaakt dat dit voorstel niet doorgaat.

 

Let op! Voor woningen die u erft, waren geen aanpassingen voorgesteld en zou de waardering, ook vanaf 2027, gebaseerd blijven op de WOZ-waarde.

 

Voordelen van de WOZ-waarde

Nu de wet niet gewijzigd wordt, blijven bij schenken en erven de voordelen bestaan van een verschil tussen de WOZ-waarde en de WEV van een woning. Welke voordelen dat zijn wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.

WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde

Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.

WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde

Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.

Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.

nieuws
20/5/2026
Woning

Waarde geschonken woning blijft WOZ vanaf 2027!

Als u een woning erft of geschonken krijgt, wordt de waarde van de woning berekend naar de WOZ-waarde. Voorgesteld was om dit per 2027 bij schenkingen te berekenen naar de waarde in het economische verkeer (WEV). Dit voorstel gaat niet door.

LEES VERDER