ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Wat betekent dit voor jou?

Als je belasting moet betalen, krijg je hierover bericht van de Belastingdienst. Het nieuwe rekeningnummer staat bij het bericht over de te betalen belasting.

Let op! Het nieuwe rekeningnummer heeft geen gevolgen voor de manier van betaling. Zo blijven bijvoorbeeld internetbetalingen gewoon mogelijk.

Het meest gebruikte nieuwe rekeningnummer van de Belastingdienst wordt NL04 RABO 0200112244. Maar let op, voor sommige belastingen worden andere nieuwe rekeningnummers gebruikt.

Let op bij periodieke betalingen

Betaal je de Belastingdienst periodiek via een automatische incasso, dan hoef je niets te doen. De betalingen worden automatisch overgemaakt naar het nieuwe rekeningnummer.

Je moet alleen opletten wanneer je een periodieke betaling anders hebt geregeld, bijvoorbeeld via een periodieke overboeking bij je bank. In dat geval moet je wel zelf zorgen dat het rekeningnummer wordt aangepast.

Gebruik oude nummer gaat (nog) goed

Gebruik je per ongeluk het ‘oude’ rekeningnummer voor een betaling aan de Belastingdienst, dan wordt je betaling vooralsnog gewoon doorgesluisd naar de Belastingdienst en daar verwerkt. De Belastingdienst heeft hierover afspraken gemaakt met de ING, zodat belastingplichtigen niet de dupe worden.

Vanaf 20 april 2026 ander nummer inkomstenbelasting

Voor het betalen van een voorlopige of definitieve aanslag inkomstenbelasting, kun je al vanaf 20 april 2026 het nieuwe rekeningnummer gebruiken. 

Toeslagen

De Dienst Toeslagen stapt ook over naar de Rabobank en heeft vanaf 1 mei 2026 dus ook een nieuw rekeningnummer. Vanaf die datum kun je aan de Dienst Toeslagen betalen op het nieuwe rekeningnummer NL04 RABO 0200112244. Uitbetalen vanaf dit nummer doet de Dienst Toeslagen voor het eerst op maandag 22 juni 2026.

Let op!Ook hier geldt dat bij betaling op het oude rekeningnummer, de betaling vooralsnog wordt doorgesluisd naar het nieuwe rekeningnummer van de Belastingdienst.

Belastingdienst waarschuwt voor phishing

Vanwege de wijziging van de rekeningnummers, waarschuwt de Belastingdienst nadrukkelijk voor phishing. Criminelen proberen namelijk regelmatig via e-mail, sms, whatsApp of per telefoon een niet-bestaande belastingschuld bij belastingplichtigen te innen. De Belastingdienst int belastingen echter nooit op die manier. Twijfelt u of een bericht echt is, volg dan het stappenplan op de website van de Belastingdienst en controleer het rekeningnummer. 

 
nieuws
29/4/2026
Overheid

Vanaf 1 mei ander rekeningnummer voor Belastingdienst

De Belastingdienst én de Dienst Toeslagen stappen per 1 mei 2026 over van de ING naar de Rabobank. Dit betekent dat ook de rekeningnummers wijzigen.

LEES VERDER

Gebruikelijk loon tot en met € 5.000

Als u zo weinig werkzaamheden voor uw bv verricht dat hier een gebruikelijk loon bij hoort van maximaal € 5.000 op jaarbasis, hoeft u geen gebruikelijk loon in aanmerking te nemen.

Let op! Van deze regel mag u alleen gebruikmaken als u ook daadwerkelijk geen loon uitkeert.

Loon verbonden lichamen telt mee

Voor de beoordeling van de maximaal € 5.000 op jaarbasis tellen uw werkzaamheden en het daarbij horende gebruikelijk loon mee van uw bv, maar ook van zogenaamde verbonden lichamen.

Dga in meer bv’s

In dat verband heeft de Belastingdienst laten weten dat in de volgende situatie sprake is van verbonden lichamen. Een dga heeft een 100% belang in bv X en een 100% belang in bv Y. Voor de werkzaamheden in bv X geldt geen hoger loon dan € 5.000. Dit geldt ook voor bv Y. Worden de werkzaamheden voor bv X en bv Y bij elkaar opgeteld, dan geldt wel een hoger loon dan € 5.000.

De Belastingdienst vindt dat bv X en bv Y verbonden lichamen zijn en dat daarom de regel van het maximale loon van € 5.000 niet opgaat. Zowel in bv X als in bv Y moet daarom een gebruikelijk loon in aanmerking worden genomen.

Ook bij een derde belang of meer

In de aan de Belastingdienst voorgelegde casus had de dga een belang van 100% in beide bv’s. Houd er echter rekening mee dat de Belastingdienst bij een belang van 33,33% of hoger ook zal oordelen dat er sprake is van verbonden lichamen.

Inhoudingsplicht bv X én bv Y?

Het standpunt van de Belastingdienst betekent dat zowel bv X als bv Y inhoudingsplichtig worden voor de dga en een loonadministratie moeten voeren. Deze extra administratieve last kan voorkomen worden als in plaats van de dga, bv Y de opdracht heeft om de werkzaamheden in bv X te verrichten. Of als bv Y de dga in het kader van zijn dienstverband bij bv Y ter beschikking stelt aan bv X voor het uitoefenen van de werkzaamheden in bv X. Als de vergoeding door bv X dan niet rechtstreeks aan de dga betaald wordt, maar aan bv Y, kan de doorbetaaldloonregeling worden toegepast. In dat geval hoeft bv X geen loonadministratie te voeren, maar wordt bv Y inhoudingsplichtig voor zowel de werkzaamheden in bv X als in bv Y.

Let op! Toepassing van deze alternatieven moet wel op de juiste manier worden uitgevoerd. Overleg daarover daarom met onze adviseurs.

nieuws
28/4/2026
Geld

Gebruikelijk loon bij meerdere bv’s

Als u dga bent van meerdere bv’s kan het zijn dat de Belastingdienst vindt dat u in alle bv’s een gebruikelijk loon moet genieten. Dit geldt ook als het loon niet hoger is dan € 5.000 per jaar. Hoe zit dat?

LEES VERDER

Private financiering

Welke ondernemer kent ze niet: de private financiers. Of het nu familie, vrienden of zakenrelaties zijn, voor velen zijn ze bij de start van een bedrijf onmisbaar om aan aanvullend kapitaal of een geldlening te komen. Toch biedt dit persoonlijke netwerk niet altijd uitkomst. Naarmate de financieringsbehoefte, de risico’s, de omvang en complexiteit van je plannen toenemen, zul je sneller op zoek moeten naar andere financieringsvormen, als alternatief of aanvullend. De particuliere financieringsmarkt kent een breed palet aan potentiële geldschieters.

Tip! Denk bij alternatieve financieringsbronnen ook aan leverancierskrediet, hypotheekbanken, leasemaatschappijen, huur en factoring. Voor je liquiditeitspositie het overwegen waard!

Business angels

Deze ‘angels’ worden ook wel informal investors genoemd. Het zijn veelal particulieren en voormalig ondernemers die, al dan niet verenigd, hun kennis, ervaring, netwerk en kapitaal inzetten voor startende of jonge, veelal innovatieve ondernemingen. Voor deze investeerders draait het om een goed plan en geloof in de ondernemer. Wat ze ook hebben, is de wil om risicodragend te investeren. De ondernemer ontvangt risicokapitaal. De informal investor krijgt een aandeel in de zeggenschap, het eigendom of de winst van de onderneming. De informal investor kan aandelen in je bedrijf kopen, zodat hij automatisch invloed kan uitoefenen op het bedrijf, of een geldlening verstrekken. Je kunt met hen in contact komen via erkende adviseurs voor mkb-bedrijfsfinanciering.

Tip! Informeer ook naar initiatieven van business angels en bijeenkomsten bij jou in de regio of daarbuiten. Zij brengen ondernemers en investeerders bij elkaar.

Private equity

Investerings- en participatiemaatschappijen, ook wel private equity genoemd, zijn doorgaans private maatschappijen waarin kleinere en grotere beleggers en/of investeerders zijn verenigd. Zij kunnen zorgen voor het benodigde risicodragend vermogen dat je als ondernemer nodig hebt om bij andere financiers met succes je kredietbehoefte te regelen. Risicodragend vermogen kan worden verstrekt in de vorm van zowel aandelenkapitaal als een (achtergestelde) lening. De drijfveer van private equity is rendement!

Kredietunie: een financieringsvorm in een coöperatief jasje

De kredietunie is een coöperatieve kredietvereniging van mkb-ondernemers. Doel van een kredietunie is om via een gemeenschappelijke kas geld uit te lenen aan collega-ondernemers binnen een sector of regio. Zowel kredietgevers als kredietnemers zijn lid en mede-eigenaar van de coöperatie. De kredietunie heeft geen winstoogmerk en wil voorzien in het verlenen van krediet van €50.000 tot € 500.000. Onder voorwaarden zijn hogere bedragen ook mogelijk. Verliezen en levende have worden in het algemeen niet door een kredietunie gefinancierd. De looptijd van de leningen ligt tussen de 1 en 10 jaar. De rente is meestal lager dan bij een commerciële instelling, zoals een bank.

Crowdfunding

Deze financieringsvorm wint snel aan populariteit. Het is een internetmarktplaats voor financiering. Hoe werkt het? De ondernemer plaatst het idee of plan op een van de crowdfundingplatforms en doet een beroep op meerdere particuliere investeerders om te financieren. Het crowdfundingsplatform vraagt meestal een vergoeding als je een idee plaatst. De kredietvraag, rente en looptijd van je financiering bepaalje zelf. Wil je de geldverschaffers in ruil voor hun inleg aandelen in het bedrijf of een percentage van de omzet of winst aanbieden, dan kan dat ook. Investeerders kunnen inschrijven tot de inschrijving vol is, waarna je financiering rond is!

Let op! De regelgeving voor alternatieve financieringsvormen staat nog in de kinderschoenen. Controleer of het crowdfundingplatform beschikt over een AFM-vergunning!

Nederlandsche Participatie Exchange (NPEX)

NPEX is een aandelenbeurs voor mkb-bedrijven. Via NPEX kan men financieringen krijgen van €500.000 tot €10.000.000 door de uitgifte van aandelen of obligaties. Vereist is dat je bedrijf minstens drie jaar bestaat en in deze drie jaar minstens één jaar winst heeft gemaakt. Aan de toegang tot de NPEX zijn kosten verbonden, eenmalig en periodiek. De obligaties kennen bij NPEX een looptijd tussen vier en zeven jaar. Je kunt ook kiezen voor converteerbare obligaties. Deze obligaties kan men na een afgesproken tijd omzetten in aandelen.

Overheid als cofinancier

Met de helpende hand van de overheid heb je als ondernemer meer kans van slagen om bij kredietinstellingen een lening te kunnen afsluiten. Ook al zijn je plannen en de financiële vooruitzichten nog zo goed, zonder voldoende zekerheden zul je de kredietaanvraag al snel zien stranden. Vandaar dat de overheid diverse regelingen in het leven heeft geroepen om de toegang tot de kredietmarkt te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn veelal voorzien van soepeler voorwaarden.

Borgstelling MKB-Kredieten (BMKB)

Voor ondernemers met een financieringsbehoefte, maar onvoldoende onderpand, kan de BMKB uitkomst bieden. Deze is bedoeld voor bedrijven met niet meer dan 250 werknemers (fte’s) in dienst en een jaaromzet tot € 50 miljoen of een balanstotaal tot € 43 miljoen. De kredietregels inzake omvang, aflossing en looptijd zijn afhankelijk van het bestedingsdoel en type onderneming. Voorwaarde is wel dat de toekomstperspectieven gunstig zijn en de kredietverstrekker een aanvraag hiervoor indient. In de reguliere regeling betreft het borgstellingskrediet 50% van het krediet dat de bank verstrekt. De borg van de overheid bedraagt 90% van dit borgstellingskrediet. De BMKB is verruimd tot en met 1 juli 2027. Bedrijven met een kredietbehoefte tot € 333.333 kunnen driekwart financieren met BMKB-krediet en dus niet maximaal de helft van de kredietverstrekking. Verder is het maximum van het BMKB-krediet tijdelijk verhoogd van € 1 miljoen naar € 1,5 miljoen.

Tip! Om tegemoet te komen aan de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten kondigde het kabinet op 20 april 2026 aan het borgstellingskrediet voor de periode 1 juli 2026 tot 1 juli 2027 te willen verhogen van 50% naar 75% van het krediet dat de bank verstrekt.

Ook is de BMKB verruimd voor investeringen inzake verduurzaming, de BMKB-G (Groen). Deze verruiming is bedoeld voor mkb-ondernemingen met maximaal 250 personeelsleden. Met deze verruiming is de omvang van het borgstellingskrediet in de BMKB verhoogd van 50 naar 75% van het kredietbedrag. De looptijd van de garantie bedraagt maximaal 12 jaar. De provisie voor BMKB-G bedraagt 2% bij een looptijd tot en met 24 kwartalen en 3% bij een looptijd van 25 tot en met 48 kwartalen. De regeling is toepasbaar op:

  • Bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de Energielijst
  • Overige middelen verbonden aan energie-investeringen (maximaal aandeel 50%)
  • De aanpassing of vervanging van bedrijfspanden naar ten minste Label C

Tip! De aanvraag van een BMKB-krediet of BMKB-G krediet loopt via je financier. Vraag de bank (of de niet-bancaire financierder) bij je kredietaanvraag of je in aanmerking komt voor de BMKB of BMKB-G!

Innovatiekrediet

Heb je een innovatief idee, maar ontbreken alleen de middelen nog om verder te investeren, dan biedt wellicht het Innovatiekrediet uitkomst. Hiermee kunnen veelbelovende innovatietrajecten worden gefinancierd. Het is een risicodragend krediet. Het krediet voor klinische ontwikkelingsprojecten bedraagt maximaal € 5 miljoen; voor technische ontwikkelingsprojecten bedraagt het krediet maximaal € 10 miljoen. In 2026 is € 10 miljoen voor klinische ontwikkelprojecten beschikbaar, € 10 miljoen voor technische ontwikkelprojecten en € 30 miljoen voor klinische én technische ontwikkelprojecten. Voor beide groepen projecten is in 2026 in totaal dus € 50 miljoen beschikbaar. Je kunt het innovatiekrediet aanvragen bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl) tot en met 31 december 2026. Op de site van de RVO kun je via een Quick Scan snel nagaan of je voor een innovatiekrediet in aanmerking komt.

Microkrediet

Veel ondernemers zijn al geholpen met een relatief gering krediet. Maar het risicoprofiel belemmert de toegang tot een bankkrediet. Denk dan eens aan microfinanciering. Op dit moment bedraagt het kredietplafond € 50.000 en de rente 9,95%. Daarnaast betaalje een bedrag aan behandelkosten, dat loopt uiteen van € 375  tot maximaal € 850. Voor ondernemers met een zogenaamde sociale doelstelling is het kredietplafond € 250.000 en bedraagt de rente 7,95%. De regeling staat open voor startende en bestaande ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en wordt uitgevoerd door Qredits Microfinanciering Nederland. Qredits komt alleen in beeld als de bank je kredietaanvraag heeft afgewezen.

MKB-krediet

Sinds enkele jaren biedt Qredits ook het MKB-krediet aan. Dit is een zakelijke lening aan startende en bestaande ondernemers in het mkb van minimaal € 50.000 en maximaal € 250.000. Deze lening is er speciaal voor ondernemers die een financiering nodig hebben en hiervoor niet bij een bank terechtkunnen. Er geldt wel een aantal voorwaarden. De rente bedraagt 9,95%. Voor ondernemers met een zogenaamde sociale doelstelling bedraagt de rente 7,95%.

Voor bestaande ondernemers die onverwachts extra geld nodig hebben voor hun bedrijf is er het flexibel krediet. Je betaalt daarbij alleen rente over het opgenomen bedrag van je lening. Het maximum bedraagt € 25.000 en de rente bedraagt 1,1% per maand over het opgenomen bedrag. Ook betaalt u 2% aan beheerskosten per jaar en eenmalig een vast bedrag dat varieert van € 375 tot € 650. Speciaal voor de financiering van zakelijk onroerend goed biedt Qredits een hypothecair krediet.

Vroegefasefinanciering

Ben je ambitieus, groeit je onderneming in de komende periode substantieel in omvang en wil je onderzoeken of je idee kans van slagen heeft op de markt, dan is de Vroegefasefinanciering misschien iets voor je. Met een lening uit deze financieringsvorm kan de overheid je ondersteunen om je idee van de planfase naar de startfase te brengen. Het maximum van de lening bedraagt €450.000. Uiteraard moet je de lening, inclusief 7,19% (per 1 januari 2026) rente, terugbetalen. Meer informatie vind je op RVO.nl.

Garantie Ondernemingsfinanciering GO-regeling)

Speciaal voor (middel)grote ondernemingen die hoofdzakelijk actief zijn in Nederland, financieel gezond zijn en toekomstperspectief hebben, is er nog de GO-regeling. Via de GO-regeling kan de bank met 50% overheidsgarantie de benodigde extra zekerheden binnenhalen. Leningen van maximaal € 150 miljoen zijn tot maximaal de helft gegarandeerd. De GO-regeling kun je aanvragen tot 1 juli 2026 17.00 uur bij één van de twaalf tot de GO-regeling toegelaten banken, waaronder ABN-Amro, ING en de Rabobank.

Tip! Om tegemoet te komen aan de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten kondigde het kabinet op 20 april 2026 aan de GO-regeling vanaf 1 juli 2026 met vijf jaar te willen verlengen met een garantieplafond van € 300 miljoen.

Tot slot

De besproken regelingen zijn slechts een selectie uit het groeiende aanbod. Wij kunnen de kansen en de valkuilen met je verkennen om uiteindelijk te komen tot een passende financieringsoplossing.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

advieswijzer
28/4/2026
Grafiek

Advieswijzer Alternatieve financieringsvormen

Voor mkb-bedrijven is het niet eenvoudig om geld te lenen bij een bank. Gelukkig is er een nieuwe financieringsmarkt ontstaan, een markt die complementair kan zijn aan de zo vertrouwde bancaire financiering. Daarnaast biedt ook de overheid je soms nog extra financieringshulp. Welke alternatieve mogelijkheden zijn er?

LEES VERDER

Hoogte gebruikelijk loon

Het gebruikelijk loon wordt in 2026 gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meestverdienende werknemer in de bv of verbonden bv’s, of € 58.000.

Ook lager?

Het is mogelijk om het gebruikelijk loon lager vast te stellen als aannemelijk is dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het hoogste van deze drie bedragen. De belastingplichtige moet het aannemelijk kunnen maken, als hij bepleit dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het wettelijk bepaalde.

Aanmerkelijk belang telt niet mee

Daarnaast is bepaald dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking niet vastgesteld mag worden op het loon van een werknemer die zelf een aanmerkelijk belang in de bv bezit. Voor het bepalen van de werknemer met het hoogste loon, is het bezit van een aanmerkelijk belang echter niet relevant. 

Dga slaagt niet in bewijslast

In een zaak die speelde bij Rechtbank Den Haag slaagde de dga van een bv niet in de op hem rustende bewijslast. Het loon van een dga was volgens de dga vastgesteld op die van de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dit zou niet meer dan € 6.000,- bruto per maand zijn. Dit gebruikelijk loon lag lager dan de meestverdienende werknemer uit bedrijf, een mede-dga in het bedrijf. De inspecteur stelde dat het gebruikelijk loon moest worden vastgesteld op het loon van deze mede-dga.

Primair loon niet het uitgangspunt

Het gebruikelijk loon was ook volgens de rechtbank te laag, gelet op het feit dat de dga algemeen directeur van een administratiekantoor was, daar ook de verantwoordelijke taken naar had, beschikte zo’n 30 jaar werkervaring en een werkweek had van ongeveer 60 uur. 

Uit de feiten bleek bovendien dat de dga ten onrechte was uitgegaan van het primaire loon en daarbij het vakantiegeld en de auto van de zaak buiten de berekeningen had gehouden. Dit moet bij de vaststelling van het brutoloon bij het primaire loon worden opgeteld.

Conclusie

De inspecteur had het gebruikelijk loon dan ook terecht gelijkgesteld aan het loon van de meestverdienende werknemer uit het bedrijf. De naheffingen bleven dan ook in stand.

nieuws
24/4/2026
Huwelijk

Lager gebruikelijk loon dga moet realistisch zijn

Een dga met minimaal 5% van de aandelen moet een gebruikelijk loon in aanmerking nemen als hij ook werkzaamheden verricht voor de bv. Dit mag het loon zijn uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Dat moet dan wel aannemelijk gemaakt kunnen worden door de dga zelf.

LEES VERDER

Rekening-courant

In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er – onder voorwaarden – geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente ook niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld in dat geval ook niet in box 3 opnemen. Een eventuele rekening-courantvordering valt in box 1 en dus ook niet in box 3.

Let op! Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

De goedkeuring van de staatssecretaris geldt niet voor leningen, dus ook niet voor leningen waarvan het saldo niet hoger is dan € 17.500.

Dga-tax

Sinds 1 januari 2023 bestaat een maatregel om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond de ‘dga-tax’ genoemd. De maatregel houdt in 2026 kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 van de bv is geleend, bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang wordt gerekend. De drempel van € 500.000 geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk, en ook voor alle bv’s tezamen waarin de dga en de partner een aanmerkelijk belang houden. Deze maatregel geldt voor alle directe en indirecte schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan.. Alleen eigenwoningschulden die voldoen aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting zijn uitgezonderd. Er moet wel ook een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv, tenzij de eigenwoningschuld op 31 december 2022 al aan de bv verschuldigd was.

Als uw bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (groot)ouders en (klein)kinderen) ook schulden hebben aan uw bv, dan tellen deze schulden over het algemeen ook mee voor het deel dat boven de € 500.000 uitkomt. Wel heeft iedere bloed- of aanverwant nog een ‘eigen’ drempel van € 500.000. Slechts het meerdere is dan belast, maar wel bij de dga en dus niet bij de betreffende bloed- of aanverwant. Maar let op, dat is anders als de bloed- en aanverwanten zelf een aanmerkelijk belang hebben in uw bv.

Let op! De peildatum voor dit jaar is 31 december 2026. Heeft u dus voor meer dan € 500.000 aan schulden bij uw eigen bv, dan kunt u belastingheffing in box 2 nog voorkomen door het meerdere boven € 500.000 uiterlijk op 31 december 2026 af te lossen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel kunt doen.

Sparen en beleggen in de bv

U kunt ook sparen en beleggen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair of werkelijk rendement dat bij u in box 3 belast is.

Tip! In box 3 kan het werkelijk rendement belast zijn als dit lager is dan het forfaitair rendement. Het werkelijk rendement in box 3 kan, door de spelregels die de Hoge Raad hierover gaf, anders zijn dan het werkelijk rendement in de bv. Of het fiscaal voordeliger is om privékapitaal in de bv in te brengen of te (blijven) sparen en beleggen in privé zal van geval tot geval verschillen. Overleg over uw eigen situatie met onze adviseurs. 

Let op!Sparen of beleggen in de bv kan misschien ook aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Geldleningen

Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een zakelijk rentepercentage. Bovendien zal het over het algemeen zakelijk zijn om zekerheden te stellen. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf onder meer afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Borgstelling

Als dga kunt u zich ook borg stellen voor schulden van uw bv. Soms is dit vereist om voor de bv een lening van de bank te verkrijgen. Zorg ervoor dat wanneer u zich borg stelt, u dit doet op zakelijke voorwaarden. 

Let op! Houd er rekening mee dat wanneer u als borg wordt aangesproken voor een lening van uw bv, dit verlies voor u meestal niet aftrekbaar is volgens de Belastingdienst. Het verlies is namelijk niet aftrekbaar als u het risico van de borgstelling aanvaard vanuit uw rol als aandeelhouder van de bv. De Belastingdienst vindt dat hier bijna altijd sprake van is.

Zorg er in ieder geval voor dat u zakelijke voorwaarden hanteert. Ook hierbij geldt dat dit voorwaarden moeten zijn, waaronder u zich ook voor de schuld van een willekeurige derde borg bij de bank zou willen stellen. De vergoeding die u van uw bv ontvangt voor de borgstelling, is bij u belast in box 1 en is voor de bv aftrekbaar.

Tip! Heeft u al een lenings- of borgstellingsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv

Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Uzelf krijgt te maken met de regeling omtrent het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen (hierna: TBS-regeling). Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12% tegen maximaal een tarief van 37,56%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale, zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv

Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders (kunnen) zijn.

Let op! Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden aangewezen als eindheffingsloon en eventueel opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling. Die bedraagt in 2026 2% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere daarvan. Voor zover de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen meer bedragen dan de vrije ruimte, is de werkgever 80% heffing verschuldigd.

Let op! Als u niet aanwijst als eindheffingsloon, is het rentevoordeel individueel bij u belast in de loonheffing.  Houd er rekening mee dat het totaal van alle aangewezen vergoedingen en verstrekkingen aan een werknemer gebruikelijk moet zijn.. Als de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen maximaal € 2.400 per persoon per jaar bedragen, zal de Belastingdienst  ̶  met uitzondering van bijzondere gevallen  ̶  de gebruikelijkheid niet ter discussie stellen.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura, waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2025 bepaald op 37,56%.

Tip! Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het mogelijk om geen of een lagere rente te rekenen. Het rentevoordeel blijft dan onbelast.

Let op! Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijk handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar als u in box 3 belast wordt volgens de forfaitaire regeling, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast. Deze lening telt dan uiteraard ook mee voor de regeling van de dga-tax (zie hiervoor).

Let op!Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is in 2026 waarschijnlijk niet  aantrekkelijk als u in box 3 belast wordt volgens de forfaitaire regeling. Voor de beleggingen geldt in 2026 in box 3 namelijk een forfaitair rendement van 6,00%, terwijl de schulden maar aftrekbaar zijn tegen waarschijnlijk 2,70% (het percentage van 2,70% is voorlopig, het definitieve percentage is pas begin 2027 bekend).

Let op! In box 3 mag u volgens de tegenbewijsregeling ook uitgaan van uw werkelijk behaalde rendement, als dit lager is dan het forfaitaire rendement. Dit werkelijke rendement is niet altijd wat u zelf als werkelijk rendement ervaart omdat dit berekend wordt volgens de spelregels die de Hoge Raad daarover gaf. Onze adviseurs kunnen u daar voor uw eigen situatie meer over vertellen.

Lenen voor de eigen woning

De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een zakelijke leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1  en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw op 31 december 2022 bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met deze aflossingseisen. Voor het nieuwe deel van de lening is de rente dan alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst informeren over deze hypothecaire geldlening in uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op!De hypotheekrente is in 2026 maximaal aftrekbaar tegen 37,56%

Investeren in eigen bedrijfspand

 Mocht u willen en kunnen  investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is de vraag wie gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op! Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie de mogelijkheden zijn, kunnen wij met u bespreken.

Op naam van de bv

De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en (financierings)kosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga

Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen, exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgeno(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2024 zowel in de vennootschapsbelasting als in de inkomstenbelasting beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand. Voor bedrijfspanden waarop vóór 1 januari 2024 al is afgeschreven, maar waarop nog geen drie volledige jaren zijn afgeschreven, geldt overgangsrecht. In die gevallen is de bodemwaarde, onder voorwaarden, nog niet beperkt tot 100% van de WOZ-waarde, maar tot 50% van die waarde.

Tip! Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, maar door toepassing van de TBS-vrijstelling is het effectieve tarief voor de dga lager. Door de TBS-vrijstelling is namelijk 12% van het resultaat vrijgesteld. Let wel dat deze 12% vrijstelling geldt tegen maximaal een tarief van 37,56%.

Belastingtarief in box 2

Als uw bv dividend aan u uitkeert, bent u belasting verschuldigd in box 2. Dat kan ook het geval zijn in andere situaties, waarvan er een aantal hiervoor beschreven staan.  In 2026 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 68.843 aan box 2-inkomen (voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag) bent u 24,5% belasting verschuldigd in box 2. Over het meerdere bedraagt de belasting 31%.

Bv studiekosten laten betalen

De bv kan voor u als werknemer, net als voor ‘gewone’ werknemers, onbelast studiekosten vergoeden. Het gaat om kosten voor het onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden voor  uw huidige werk of om een opleiding of studie voor toekomstig werk. In dat laatste geval is het wel belangrijk dat het gaat om realiseerbaar inkomen. Loopt u bijvoorbeeld tegen pensioenleeftijd en duurt de opleiding lang? Dan is het de vraag of u daadwerkelijk inkomen gaat realiseren.

Naast voor uzelf, kunt u bijvoorbeeld ook uw kinderen in dienst nemen en hun opleidingskosten betalen. Let hierbij wel op dat het een zakelijke uitgave moet zijn voor uw onderneming. Als u uw eigen kind hierbij heel anders behandelt dan andere werknemers of de opleiding heeft geen verband met de (toekomstige) werkzaamheden van het kind , dan zal de Belastingdienst de kosten al gauw onzakelijk vinden. De kosten zijn dan niet meer aftrekbaar bij de bv en de Belastingdienst zal dit als een uitdeling beschouwen.

Kopen van en verkopen aan de bv

Regelmatig komt het voor dat een dga spullen koopt van of verkoopt aan zijn bv. Denk aan een auto, beleggingen of onroerende zaken. Dergelijke transacties zullen altijd kritisch bekeken worden om te zien of u wel zakelijk handelt. In een dergelijk geval is het handig om de waarde te kunnen bewijzen, denk bijvoorbeeld aan een taxatie door een onafhankelijke partij of een aanbieding voor een vergelijkbaar bedrag. Zorg dat u deze bewijsmiddelen goed bewaard en voorkom dat u bijvoorbeeld een uitdeling in aanmerking moet nemen (geen aftrek van Vpb en wel belasting over de uitkering).

Tot slot

U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv, maar moet daarbij goed de (fiscale) regels in het oog houden. In deze advieswijzer staan slechts enkele voorbeeldengenoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

 
advieswijzer
23/4/2026
Geld

Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de regels in acht neemt, kan goed zakendoen met zijn eigen bv.

LEES VERDER

Verplichtingen bij zieke werknemer

Een werkgever is verplicht om minimaal 104 weken lang het loon door te betalen als een werknemer ziek en als gevolg daarvan arbeidsongeschikt is. Daarnaast moet de werkgever zich inspannen om de werknemer optimaal te re-integreren, bij voorkeur in zijn eigen werk dan wel in de eigen organisatie. Dit wordt re-integratie in spoor één genoemd.

Als duidelijk is dat terugkeer in het eigen werk dan wel de eigen organisatie niet te verwachten valt, moet gekeken worden naar mogelijkheden buiten de organisatie. Dit wordt re-integratie in spoor twee genoemd. Spoor twee moet uiterlijk binnen zes weken na de eerstejaarsevaluatie worden ingezet. 

Re-integratie spoor één versus re-integratie spoor twee

In spoor twee houdt de werknemer altijd de mogelijkheid om terug te keren in het eigen werk of de eigen organisatie. Er kan ook een zogenaamd tweesporenbeleid worden gevoerd. Dit houdt in dat de werknemer blijft opbouwen in spoor één en daarnaast nog een spoor twee traject volgt. Zolang het dienstverband voortduurt, is de werkgever ook verplicht tot re-integratie in spoor één. Dit laatste gaat nu mogelijk veranderen, omdat minister Aartsen van Werk en Participatie dit heeft opgenomen in een wetsvoorstel. 

Uitsluitend inzet spoor twee

Het is met name voor kleine en middelgrote bedrijven moeilijk een langdurig zieke werknemer te laten re-integreren. Niet altijd is er binnen de organisatie passend, ander werk beschikbaar. Vervanging regelen voor een zieke medewerker is vaak ook lastig. Het kabinet wil deze bedrijven nu tegemoetkomen door in het tweede ziektejaar uitsluitend en alleen in te zetten op re-integratie in spoor twee. Dit betekent dat de werknemer na het eerste ziektejaar niet meer kan terugkeren in het eigen werk. Spoor één wordt daarmee definitief afgesloten. De functie van de werknemer hoeft dan niet langer beschikbaar te blijven voor de werknemer. 

De loondoorbetaling blijft het tweede jaar wel nog bestaan. Dit geldt ook voor de verantwoordelijkheid voor de re-integratie bij een andere werkgever (spoor twee).

Overeenstemming of vervangende toestemming UWV

Werkgever en werknemer moeten het hier wel gezamenlijk over eens worden. Stemt de werknemer hier niet mee in, dan kan de werkgever vervangende toestemming vragen aan het UWV. 
Uiterlijk op de dag dat de werknemer 42 weken ziek is kan een kleine of middelgrote werkgever een aanvraag doen bij UWV. Uitgangspunt is dat UWV binnen acht weken na indiening van de aanvraag een beslissing neemt. Bij afwijzing of toekenning van de aanvraag kan door de werkgever dan wel de werknemer nog een procedure bij de rechter worden gestart. 

nieuws
23/4/2026
Medisch

Focus op spoor twee in het tweede ziektejaar

De verplichting tot re-integratie in het eigen werk (spoor één) vervalt in het tweede ziektejaar. De werkgever kan zich in het tweede ziektejaar dan concentreren op re-integratie buiten de eigen organisatie (spoor twee). Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft dit opgenomen in een wetsvoorstel.

LEES VERDER

Poortwachtertoets

Voor het einde van de 104 weken periode moet het UWV de poortwachtertoets uitvoeren. Bij deze toets, ook wel aangeduid als de RIV-toets (toetsing re-integratieverslag), bekijkt het UWV of de werkgever voldoende heeft gedaan aan re-integratie. Als de bedrijfsarts heeft aangegeven dat er sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden, kan de verzekeringsarts van het UWV daar anders over denken. In dat geval kan het UWV aan de werkgever een loonsanctie opleggen, waardoor de werkgever maximaal 52 weken langer het loon moet doorbetalen.

Advies bedrijfsarts leidend

Dit leidt tot onzekerheid voor werkgevers. Om dit weg te nemen én om verzekeringsartsen bij het UWV te ontlasten, is besloten dat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de poortwachtertoets. Er kan dan dus geen loonsanctie meer worden opgelegd bij verschil van inzicht tussen de verzekeringsarts en de bedrijfsarts. 

Kwijtschelding voorschotten

Als gevolg van de lange wachttijden voor de WIA-beoordeling, verstrekt het UWV voorschotten. De werknemer hoeft het voorschot niet terug te betalen, als bij de uiteindelijke WIA-beoordeling blijkt dat de werknemer geen recht had op een WIA-uitkering of op een uitkering van kortere duur. Dit betreft tijdelijk buitenwettelijk beleid. Het is bedoeld om te voorkomen dat werknemers te maken krijgen met forse terugvorderingen.

Het kabinet heeft besloten dit beleid in de wet vast te leggen. Ook wijzigt de financiering van de voorschotten. Deze worden in eerste instantie bekostigd uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) dat gevoed wordt door de basispremie WAO/WIA. Na de definitieve beoordeling worden de kosten op de juiste plek geboekt. Als een voorschot wordt kwijtgescholden, blijft dat ten laste komen van het Aof.

Wajong

Het wetsvoorstel bevat ook nog wat wijzigingen en verduidelijkingen van de Wajong. Mensen met een Wajong-uitkering die onafgebroken vijf jaar hebben gewerkt en voldoende inkomen verdienen, houden het recht op een uitkering als zij werken in een beschutte werkplek, met loondispensatie, loonkostensubsidie of interne jobcoach. Deze maatregel voert het UWV op verzoek van het kabinet al uit sinds 1 januari 2026. Verder vervalt het garantiebedrag als de Wajong-uitkering langer dan twaalf maanden is beëindigd. 

Let op!Het wetsvoorstel ligt bij de Raad van State voor advies.

nieuws
23/4/2026
Medisch

Advies bedrijfsarts wordt leidend bij de poortwachtertoets

Het kabinet heeft besloten dat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de poortwachterstoets. Dit neemt onzekerheid bij de werkgever weg en ontlast verzekeringsartsen bij het UWV. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van State.

LEES VERDER

Urenuitbreiding en misbruik van recht

In de wetsgeschiedenis van de totstandkoming van de Wfw is stilgestaan bij situaties waarbij werknemers de uren van de urenuitbreiding in de praktijk niet gaan werken, maar daar wel meer salaris voor ontvangen. Een dergelijk geval zou misbruik van recht kunnen opleveren en in de wetsgeschiedenis is daarvoor een tweetal voorbeelden opgenomen. De eerste is een zieke werknemer die zijn recht op aanpassing van de arbeidsuren geldend wil maken in de periode van ziekte. Het andere voorbeeld is een zwangere werkneemster die kort voor het zwangerschapsverlof een verzoek om uitbreiding van de arbeidsuren doet met de bedoeling deze uitbreiding tijdens het verlof te laten starten. 

Urenuitbreiding voor ingangsdatum seniorenregeling

Hoe moet worden omgegaan met de situatie dat een werknemer een urenuitbreiding aanvraagt, voorafgaand aan de leeftijd waarop op grond van de toepasselijke cao de seniorenregeling geldt? 
In een aan de rechter voorgelegde casus ging het om parttime magazijnmedewerkers van een supermarktketen die, voordat ze een beroep konden doen op de seniorenregeling, vroegen om uitbreiding van hun contracturen. Een deel daarvan zou dan, conform de regeling roostervrije seniorendagen (RSD-regeling), direct roostervrije tijd zijn.

Misbruik van recht?

De werkgever was hier niet van gecharmeerd en was van oordeel dat hier sprake was van misbruik van recht. De werknemers vroegen een uitbreiding naar 40 uur per week. Voor een werkneemster gold dat zij voor de 16 uur dat zij per week meer ging werken, op grond van de RSD-regeling 3,5 uur verlof kreeg. Per saldo zou ze dan 12,5 uur per week meer moeten werken. Voor een andere werknemer gold dat hij voor de 8 uur per week dat hij meer ging werken, ook op grond van de RSD-regeling 3,5 uur verlof kreeg. Per saldo zou hij 5,5 uur per week meer moeten werken. Volgens de werkgever was de seniorenregeling hier niet voor bedoeld. 

Oordeel rechter: in dit geval geen misbruik van recht

De rechter stelde de werknemers echter in het gelijk. Hier was geen sprake van misbruik van recht.

Bij ziekte en zwangerschap mag een werkgever de urenuitbreiding afwijzen, maar in deze aan de rechter voorgelegde situatie gingen de werknemers wel degelijk extra werken, ook al was dat niet voor de volledige uren-uitbreiding. Bovendien verloren deze werknemers, door toepassing van de seniorenregeling, aan de andere kant enkele andere verlofrechten. Dit was naar het oordeel van de rechter ook een factor die van belang was. De werkgever werd daarom veroordeeld om de gevraagde urenuitbreiding toe te staan.

Let op!Bij een verzoek om urenuitbreiding dat alleen is gedaan vanwege het behalen van een financieel voordeel zonder dat er een werkprestatie tegenover staat, is afwijzing wel mogelijk. 

nieuws
22/4/2026
Detailhandel

Urenuitbreiding ondanks seniorenregeling toegestaan

Een werknemer kan op grond van de Wet flexibel werken, Wfw, een verzoek doen om urenaanpassing, zowel naar boven als naar beneden. Alleen als sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang kan de verzochte urenuitbreiding of urenvermindering worden tegengehouden. Dit zal niet snel aan de orde zijn.

LEES VERDER

Hoger percentage

Het minimumjeugdloon geldt voor jongeren van 15 tot en met 20 jaar. Het is een leeftijdsafhankelijk percentage van het minimumloon van een werknemer van 21 jaar of ouder. Per 1 januari 2027 gaan de percentages voor jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 20 jaar omhoog. Voor jongeren van 15 jaar geldt dit niet en blijft het percentage gehandhaafd op 30%.

BBL-studenten

Werknemers in de bbl in het middelbaar beroepsonderwijs van 18 tot en met 20 jaar krijgen op dit moment een lager percentage dan hun leeftijdgenoten die geen bbl volgen. Dit wijzigt met ingang van 2027. Het minimumjeugdloon voor studenten in de bbl wordt dan gelijkgetrokken met het reguliere minimumjeugdloon.

In de hierna volgende tabellen zijn het huidige minimum(jeugd)loon en de huidige en toekomstige percentages vanaf 1 januari 2027 opgenomen.

Tabel regulier minimumjeugdloon

Leeftijd Huidig bedrag Huidig percentage Percentage 2027

21 jaar en ouder

 € 14,71 100% 100%
20 jaar  € 11,77 80% 87,5%
19 jaar  € 8,83 60% 75%
18 jaar  € 7,36 50% 62,5%
17 jaar  € 5,81 39,5% 50%
 16 jaar  € 5,07 34,5% 40%
 15 jaar  € 4,41 30% 30%

Tabel minimumjeugdloon bbl

Leeftijd Huidig bedrag Huidig percentage Percentage 2027

21 jaar en ouder

€ 14,71 100% 100%
20 jaar € 9,05 61,5 % 87,5%
19 jaar € 7,73 52,5% 75%
18 jaar € 6,69 45,5% 62,5%
17 jaar € 5,81 39,5% 50%
16 jaar € 5,07 34,5% 40%
15 jaar € 4,41 30% 30%

Let op!Het minimumloon wordt altijd per 1 januari en 1 juli geïndexeerd. De bedragen per 1 januari 2027 zullen dus ten opzichte van de huidige bedragen niet alleen verhoogd worden door de verhoging van het percentage maar ook door de indexatie per 1 juli 2026 en per 1 januari 2027.

nieuws
21/4/2026
Geld

Minimumjeugdloon per 2027 omhoog

Het minimumjeugdloon voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar gaat per 1 januari 2027 omhoog. Werknemers in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) van 18 tot en met 20 jaar gaan vanaf die datum recht op hetzelfde minimumjeugdloon als leeftijdsgenoten die geen bbl volgen.

LEES VERDER

Maatregelen in verband met hoge energieprijzen

In verband met de hoge energieprijzen wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:

  • Verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze verhoging gaat bij beleidsbesluit over ongeveer drie maanden in en heeft dan terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Let wel, dit betreft een mogelijkheid voor werkgevers om een hogere reiskostenvergoeding onbelast te geven. Het is dus geen verplichting.
  • Tijdelijk halveren van de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor grijze kentekens (bestelauto’s voor ondernemers) voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
  • Tijdelijk verlagen van de mrb voor vrachtauto’s naar nul voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
  • Vrijmaken van:
    o € 40 miljoen in 2026 en € 155 miljoen in 2027 voor een Noodfonds Energie, waarmee de meest kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening in de winter geholpen kunnen worden,
    o € 25 miljoen in 2026 voor energie-efficiëntieregelingen in de visserijsector,
    o € 25 miljoen in 2026 voor subsidies om gebruik van energie en kunstmest in land- en tuinbouw te verminderen.
  • Verlengen van de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) voor vijf jaar per 1 juli 2026 met een garantieplafond van € 300 miljoen.
  • Verhoging van het borgstellingsdeel in de Borgstelling MKB-krediet (BMKB) van 50% naar 75% voor de periode 1 juli 2026 tot 1 juli 2027.

Vermindering gebruik fossiele energie

Om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:

  • Verhogen van de Energie-investeringsaftrek (EIA) per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%.
  • Het invoeren van een inruilregeling in het vierde kwartaal 2026 waarbij huishoudens met een lager of middeninkomen een oude fossiele auto (emissieklasse 1 tot en met 4) kunnen laten slopen en met subsidie een elektrische tweedehandse auto kunnen aanschaffen (hiervoor is in 2026 € 2 miljoen, in 2027 € 30 miljoen en in 2028 € 20 miljoen vrijgemaakt).
  • Vrijmaken van:
    o € 180 miljoen extra in 2026 voor het Nationaal Warmtefonds waaruit woningeigenaren een lening kunnen krijgen om hun woning te verduurzamen,
    o € 40 miljoen in 2026 en € 40 miljoen in 2027 voor Energiefixers (professionals die langsgaan bij huishoudens om kleine- en middelgrote energiebesparende maatregelen te nemen),
    o € 25 miljoen in 2027 voor verduurzamingsubsidies voor VvE’s,
    o € 5 miljoen per jaar in de jaren 2026, 2027 en 2028 voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid waarmee huishoudens in energiearmoede ontzorgd worden bij het financieren van de verduurzaming van hun koopwoning,
    o € 23 miljoen in 2027 en € 8 miljoen in 2028 voor duurzaamheidsleningen voor het mkb via Qredits en een uitbreiding van het ontzorgingsprogramma op dit terrein.

Dekking

Om de kosten van deze maatregelen te dekken wil het kabinet onder meer:

  • De startersaftrek zonder overgangsrecht per 1 januari 2027 afschaffen.
  • Het maximale investeringsbedrag in de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) per 1 januari 2027 verlagen door het afbouwpercentage aan te passen en het plateau van investeringsbedragen in te korten.
  • De alcoholaccijns vanaf 2027 indexeren.

Let op! Het kabinet houdt rekening met een verdere verslechtering van de situatie. Het kabinet heeft zich daarop voorbereid door verschillende scenario’s uit te werken

nieuws
21/4/2026
Geld

Kabinetsmaatregelen in verband met onrust Midden-Oosten

Het kabinet wil voor bijna een miljard euro aan maatregelen nemen voor ondernemers en huishoudens om tegemoet te komen aan de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten.

LEES VERDER