ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Schenking

Een veelgebruikte en relatief eenvoudige manier om een kind financieel te ondersteunen, is het schenken van geld. Dit kan op diverse manieren. Door handig gebruik te maken van vrijstellingen en fiscaal vriendelijke schenkingsvormen, kunt u het rendement van uw schenking verhogen. Niet alleen op het moment van schenking zelf, maar ook later. Schenken is een voordelige manier om het opgebouwde vermogen aan de volgende generatie over te dragen. Het financiële steuntje voor nu is misschien tegelijkertijd een gelegenheid om na te denken over uw nalatenschapsplanning.

Afhankelijk van de omvang van uw vermogen en de vrijstellingen, bedraagt de erfbelasting voor uw kind al snel tussen de 10 en 20% en voor het kleinkind zelfs tussen de 18 en 36%. Regel het tijdig en goed en bespaar erfbelasting in het voordeel van uw erfgenamen!

Let op! Voor mensen met vermogen geldt een hogere eigen bijdrage voor zorg via de AWBZ. In 2024 wordt bij alleenstaanden 4% van uw vermogen boven het toetsbedrag van € 33.748 als extra inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage meegeteld. Voor partners geldt het dubbele toetsbedrag, € 67.496. De peildatum hiervoor is 1 januari 2023.

Fiscaalvrije schenkingen

Als ouder kunt u uw kind jaarlijks een bedrag schenken zonder dat daar belasting over betaald moet worden. Voor 2025 is dit bedrag € 6.713. Schenkt u aan een kind dat tussen de 18 en 40 jaar oud is (of van wie de partner tussen de 18 en 40 jaar oud is), dan kan deze vrijstelling eenmalig worden verhoogd naar € 32.195. 

Voor schenkingen ten behoeve van een kostbare studie of opleiding kan de vrijstelling zelfs eenmalig worden verhoogd naar € 67.064.

Let op! Op 13 december 2024 heeft staatssecretaris Van Oostenbruggen de Tweede Kamer een evaluatierapport gestuurd over de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling en de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor een dure studie. Uit deze evaluatie volgde dat er geen noodzaak bestaat voor beide eenmalig verhoogde schenkingsvrijstellingen. De kabinetsreactie op dit rapport wordt in het voorjaar van 2025 verwacht. Houd er rekening mee dat het kabinet dan mogelijk aankondigt dat deze schenkingsvrijstellingen worden afgeschaft, versoberd of hervormd.

Let op! De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is vanaf 2024 volledig afgeschaft.

Papieren schenking

U wilt schenken, maar u wilt of kunt nog niet het gehele bedrag in contanten aan uw kind geven. Dan heeft u de mogelijkheid tot een ‘notariële schuldigerkenning uit vrijgevigheid’, ook wel bekend als papieren schenking. U erkent een bedrag schuldig te zijn aan uw kind dat pas opeisbaar is na uw overlijden.

Voordeel is dat u blijft beschikken over het (geschonken) vermogen en liquiditeiten en toch handig gebruikmaakt van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Tegelijkertijd bent u vrij om tussentijds op de schuld af te lossen en daarmee uw kind geld te verstrekken. Om met deze schenking ook erfbelasting te besparen, moet u uw kind wel jaarlijks daadwerkelijk 6% rente betalen. Via rente en aflossing ontvangt uw kind dan financiële ondersteuning.

Let op! De schenking op papier moet zowel door de schenker als de ontvanger in box 3 worden opgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. In het box 3-stelsel in 2025 ontstaat hierbij wel een verschil tussen de belastbaarheid van de vordering en de aftrek van de schuld. Over de vordering die uw kind op u heeft, wordt namelijk een hoger forfaitair percentage (5,88% in 2025) berekend dan het forfaitair percentage waartegen de schuld die u heeft aan uw kind aftrekbaar is. Het exacte percentage voor de schuld is nog niet bekend, maar zal ongeveer 2,62% bedragen.  Een verschil dus van 3,26%!

Tip! ilt u meerdere jaren achter elkaar een papieren schenking doen aan uw kind, dan bestaat de mogelijkheid om dit in één keer voor meerdere jaren bij de notaris te regelen. Laat u wel goed informeren over de voorwaarden en de voor- en nadelen die hieraan verbonden zijn.

Schenken onder voorwaarden

Het kan gebeuren dat een schenking via het huwelijksgoederenregime of een samenlevingscontract onbedoeld bij de schoonfamilie van uw (klein)kind terechtkomt. Dit kunt u voorkomen door bij de schenking een uitsluitingsclausule op te nemen, zodat de schenking eigendom blijft van uw (klein)kind. Door het schenken van vermogen aan uw kind kan het op enig moment ook gebeuren dat uw financiële draagkracht onder druk komt te staan. Wilt u schenken zonder financieel afhankelijk te worden van uw kind, dan kunt u ook schenken onder de voorwaarde dat de schenking door u herroepen kan worden.

Let op! Is uw kind getrouwd na 1 januari 2018, dan valt uw schenking niet meer in de huwelijksgemeenschap. Uw kind kan samen met zijn of haar partner in de huwelijkse voorwaarden echter bepalen dat schenkingen wel tot de gemeenschap behoren. In die situatie is de uitsluitingsclausule desgewenst nog relevant.

Bedrijfsopvolging in de familie

Wilt u uw bedrijf geheel of gedeeltelijk overdragen aan uw kind? Met de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in de Successiewet kunt u het ondernemingsvermogen of uw aanmerkelijkbelangaandelen fiscaal vriendelijk op de kinderen overdragen. De BOF geldt alleen voor actieve ondernemingen. Beleggingsactiviteiten vallen nagenoeg geheel buiten de regeling. 

Denk na over uw bedrijfsopvolging en laat u daarover goed adviseren. De vrijstelling van de BOF is namelijk per 1 januari 2025 gewijzigd. Vanaf die datum geldt een vrijstelling van 100% voor ondernemingsvermogen tot € 1.500.000. Van het meerdere is dan nog 75% vrijgesteld. Voor de dan nog verschuldigde schenkbelasting kan tien jaar lang rentedragend uitstel van betaling worden verleend. De regeling kent onder meer voorwaarden ten aanzien van de bezitsperiode voor u als schenker en voor de voortzetting van het bedrijf door de verkrijger.

Familielening

U kunt uw kinderen natuurlijk ook geld lenen. Het is niet altijd eenvoudig, ook niet voor uw kinderen, om een financiering bij een bank te krijgen. Bij een lage rente op een spaardeposito kan een familielening dan algauw een aantrekkelijke optie zijn. Maak wel zakelijke afspraken en leg de voorwaarden, zoals rente, duur, aflossing, aanwending van de geldsom, opeisbaarheid, opzeggingsgronden en eventuele zekerheden, goed vast. Dit zorgt voor financiële en juridische duidelijkheid voor u en uw kind en voorkomt veelal onnodige fiscale narigheid.

Let op! Houd er rekening mee dat door het box 3-stelsel in 2025 hierbij wel een verschil ontstaat in belastbaarheid. Over de vordering die u op uw kind heeft, wordt namelijk een hoog forfaitair percentage (5,88% in 2025) berekend in box 3. Betreft de lening aan uw kind een zogenaamde eigenwoninglening die aan de fiscale voorwaarden voldoet? Dan is de rente tegen de werkelijke rente aftrekbaar bij uw kind.

Eigenwoninglening

Via een notariële of onderhandse akte kunt u uw kind geld lenen voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Over de lening ontvangt u van uw kind rente. Voor u behoort de (zakelijke) lening tot uw box 3-vermogen. Voor de te betalen belasting in box 3 gaat de fiscus tegenwoordig uit van de vermogensbestanddelen die u werkelijk heeft. Daarbij gebruikt men fictieve rendementen die dicht bij de werkelijke rendementspercentages voor sparen of beleggen liggen. Voor spaargeld is dat bijvoorbeeld veel lager dan voor beleggingen. Voor beleggingen en andere bezittingen, zoals een verstrekte lening aan uw kind, gaat de fiscus in 2025 uit van een fictief rendement van 5,88%.

Let op! Sinds 1 januari 2013 gelden ook voor de eigenwoningleningen binnen de familie de nieuwe regels rondom hypotheekrenteaftrek. Dat wil zeggen dat de lening dus binnen dertig jaar volledig en minimaal annuïtair moet zijn afgelost. Om de renteaftrek bij een onderhandse lening veilig te stellen, moet uw kind de Belastingdienst informeren over de eigenwoninglening. Daarvoor moeten de gegevens van de lening jaarlijks worden doorgegeven in de aangifte inkomstenbelasting. Dat geldt zowel voor een nieuwe lening als voor het doorgeven van een wijziging van een bestaande eigenwoninglening.

Let op! Het is verstandig om voor de lening een zekerheidsrecht te bedingen. Niet alleen voor de terugbetaling, maar ook om het zakelijke karakter fiscaal te onderbouwen. Voor het vastleggen van een hypotheek moet u bij de notaris zijn.

Lening en schenking via een kasrondje

U kunt uw kind extra financieel steunen door bijvoorbeeld de eigenwoninglening aan te vullen met een ‘kasrondje’. In hetzelfde jaar dat het kind de rente aan u betaalt, schenkt u een bedrag binnen de jaarlijkse schenkingsvrijstelling (2025: € 6.713). Uw kind profiteert bij een eigenwoninglening van de fiscale renteaftrek en van de vrijgestelde schenking, terwijl u (een deel van) de rente weer belastingvrij kunt teruggeven. De schenking en rentebetaling moeten overigens los van elkaar staan en niet met elkaar worden verrekend, anders valt het fiscale voordeel weg.

Borgstelling

Indien uw kind bij een bank niet op eigen kracht een (extra) lening kan krijgen, kunt u als ouder borg staan. Dit kan voor de gehele lening, maar ook voor een deel. Hiermee biedt u de bank extra zekerheid. Met een borgstelling voor een hypothecaire geldlening behoudt het kind recht op hypotheekrenteaftrek.

Risicodragende deelname

Tot slot nog een laatste tip: heeft uw kind plannen om voor zichzelf te beginnen, dan is een geldlening wellicht een voor de hand liggende optie. Maar misschien is een risicodragende deelname van u als financier in het startende bedrijf van uw kind voor beiden interessant. Er zijn vele manieren om dit vorm te geven. Vraag het ons!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

advieswijzer
6/3/2025
Geld

Advieswijzer Estate planning

Kan uw kind een financieel ruggensteuntje goed gebruiken? Bijvoorbeeld voor studiekosten, de aankoop van een woning of bij het verlies van een baan? Of misschien wil uw kind een langgekoesterde droom van een eigen bedrijf verwezenlijken of het stokje van het familiebedrijf overnemen? Uw financiële hulp zou dat mogelijk kunnen maken! Laat u inspireren door deze advieswijzer.

LEES VERDER

Bergruimte of parkeerruimte?

Een ondernemer verhuurde stenen gebouwen met een plat dak en een kanteldeur waarin plek was voor het stallen van één auto, in de volksmond ook garageboxen genoemd. De ondernemer verhuurde de garageboxen als bergruimten en was daarom van mening dat de verhuur vrijgesteld was van btw. De Belastingdienst was het daar niet mee eens en stelde dat sprake was van verhuur van parkeerruimte voor een voertuig. De ondernemer kreeg daarom een fikse naheffingsaanslag btw opgelegd.

Beroep, hoger beroep en cassatie

De ondernemer was het daar niet mee eens stelde beroep in bij de rechtbank. Daar kreeg hij geen gelijk. De rechtbank vond ook dat sprake was van verhuur van parkeerruimte. Daarop stelde de ondernemer hoger beroep in bij het gerechtshof, die tot dezelfde conclusie kwam. De Hoge Raad liet die conclusie uiteindelijk in stand.

Naar aard en inrichting parkeerruimte

In de rechtszaak werd vastgesteld dat de garageboxen door aard en inrichting bestemd waren om gebruikt te worden als parkeerruimte voor voertuigen. Daarmee stond in feite vast dat de verhuur van deze ruimten moest worden aangemerkt als verhuur van parkeerruimte voor een voertuig en daarmee met btw belast moest worden. Dat de ruimten feitelijk niet gebruikt werden voor het stallen van een voertuig was daarbij niet relevant.

Parkeren contractueel uitsluiten

Is daarmee de verhuur van garageboxen altijd btw-belast? Nee, dat is niet het geval. Als de ondernemer contractueel met de huurders had afgesproken dat de garageboxen niet gebruikt mochten worden voor het stallen van een voertuig, dan was de verhuur btw-vrijgesteld geweest. Nu het gebruik van de garagebox als parkeerruimte niet was uitgesloten, kon de ondernemer van deze uitzondering geen gebruikmaken.

Tip! Verhuurt u garageboxen en wilt u gebruikmaken van een btw-vrijstelling? Neem dan in uw huurcontracten op dat de garagebox niet gebruikt mag worden als parkeerruimte voor een voertuig.

Naar aard en inrichting geen parkeerruimte

Is de ruimte die u verhuurt door aard en inrichting primair bestemd voor andere doeleinden dan parkeren? Dan is de verhuur btw-vrijgesteld, tenzij u contractueel met uw huurder overeenkomt dat de ruimte uitsluitend als parkeerruimte voor voertuigen wordt gebruikt. In dat geval is de verhuur met btw belast.

Let op! ! Houd er wel rekening mee dat niet snel wordt aangenomen dat een ruimte primair bestemd is voor andere doeleinden dan parkeren. Wilt u gebruikmaken van de btw-vrijstelling, dan lijkt het verstandig om een verbod op het gebruik als parkeerruimte op te nemen in uw contracten.

nieuws
5/3/2025
Bedrijfspand

Verhuur garage btw-belast tenzij

Verhuur van parkeerruimte voor een voertuig is met btw belast. Maar betekent dit dat de verhuur van een garage ook altijd met btw belast is? De Hoge Raad bevestigde onlangs weer een uitspraak van een gerechtshof hierover.

LEES VERDER

Voor wie geldt de wet?

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap kan van toepassing zijn op iedereen:

  • die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een of meer vennootschap(pen), én
  • die schulden heeft aan die vennootschap(pen) en/of waarvan de partner of zogenaamde verbonden personen of hun partners schulden hebben aan die vennootschap(pen).

Grofweg heeft iemand een aanmerkelijk belang als diegene:

  • minimaal 5% van de aandelen bezit, en/of
  • het recht heeft om 5% van de aandelen te verwerven, en/of
  • winstbewijzen heeft die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst of ten minste 5% van wat bij liquidatie wordt uitgekeerd.

Met een directeur-grootaandeelhouder (hierna: dga) wordt doorgaans iemand bedoeld die op grond van voorgaande regels een aanmerkelijk belang heeft. Een dga kan dus geraakt worden door deze wet.

Tip! De regels om te bepalen of iemand een aanmerkelijk belang heeft, kunnen complex zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld ook een aanmerkelijk belang hebben in een vennootschap waarin u niet direct de aandelen bezit, maar wel indirect via een andere vennootschap. U kunt dus een aanmerkelijk belang hebben in meerdere vennootschappen. Overleg met onze adviseurs of in uw situatie sprake is van een aanmerkelijk belang, in welke vennootschappen en hoe de regels in uw geval uitwerken.

Let op! Deze advieswijzer concentreert zich met name op een aanmerkelijk belang in een bv. Een aanmerkelijk belang kan echter ook in andere entiteiten worden gehouden. Denk bijvoorbeeld aan een deelgerechtigheid in een open fonds voor gemene rekening of een lidmaatschapsrecht in een coöperatie of een aandeel in een andere (Nederlandse of buitenlandse) vennootschap waarvan het kapitaal geheel of ten dele in aandelen is verdeeld. Ook in die situaties kan de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap van toepassing zijn.

Schulden hoger dan € 500.000 van dga én partner

Een dga met schulden aan zijn bv die op 31 december 2025 hoger zijn dan € 500.000 kan in 2025 met de gevolgen van de wet te maken krijgen. Het gaat hierbij niet alleen om de schulden van de dga zelf, maar ook om de schulden van de fiscale partner van de dga. Om te beoordelen of de € 500.000 wordt overschreden, worden de schulden van de dga en de fiscale partner bij elkaar opgeteld. Heeft u naast een schuld ook nog een vordering op de bv, dan worden die twee niet gesaldeerd; er wordt dus puur naar de schulden gekeken!

Let op! Heeft u en/of uw fiscale partner een aanmerkelijk belang in meer bv’s, dan moet u de schulden die u en uw fiscale partner hebben aan al die bv’s bij elkaar optellen. Alleen als het totaal op 31 december 2025 niet hoger is dan € 500.000, krijgt u in 2025 niet met de gevolgen van de wet te maken. U kunt dus niet maximaal € 500.000 per bv lenen, maar tezamen met uw fiscale partner maximaal € 500.000 van al uw bv’s tezamen.

Als u in 2023 of 2024 al belasting betaalde over een te hoge schuld bij eigen bv, dan wordt de drempel van € 500.000 met de schuld waar u al over afrekende verhoogd. U betaalt dus geen belasting over een schuld waar u in een eerder jaar al belasting over betaalde.

Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in bv X en een aanmerkelijk belang in bv Y. U heeft van beide bv’s geld geleend. Bij bv X bedraagt uw schuld op 31 december 2025 € 350.000, bij bv Y € 500.000. Tezamen bedragen uw schulden meer dan € 500.000. Als u niets doet, moet u over 2025 belasting betalen over een bedrag van € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). Bedroeg de totale schuld op 31 december 2024 ook al € 850.000. Dan moest u over 2024 al belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In 2025 hoeft u dan niet nog een keer belasting te betalen over de in 2024 al meegenomen € 350.000. Het bedrag van de drempel wordt namelijk met deze € 350.000 verhoogd. Hierdoor bedraagt de drempel in 2025 voor u dan geen € 500.000 maar € 850.000 (€ 500.000 + € 350.000).

Ook indirecte schulden en andere rechten

Bij het inventariseren van uw schulden moet u letten op alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. Ook de indirecte schulden tellen mee.

Let op! Kan de dga en/of zijn fiscale partner alleen een externe financiering krijgen als de bv borg staat? Dan telt deze lening ook mee voor de vraag of de schulden op 31 december 2025 boven de € 500.000 uitkomen. Kan de dga en/of zijn fiscale partner wel een externe financiering krijgen zonder borg, maar zorgt borgstelling door de bv voor betere voorwaarden, dan telt de lening niet mee.

Tip! Overleg met onze adviseurs of in uw situatie mogelijk civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen aanwezig zijn en hoe u om moet gaan met borgstelling door de bv.

Ook schulden van verbonden personen

Hebben uw bloed- of aanverwanten in de rechte lijn schulden aan uw bv, dan moet u deze schulden bij uzelf meetellen voor het deel van hun schulden dat boven de € 500.000 uitkomt.
Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen enzovoort en ouder, grootouder en overgrootouders enzovoort van uw en/of uw fiscale partner.

Voorbeeld
Heeft bijvoorbeeld uw kind in 2025 € 400.000 geleend van uw bv, dan hoeft u niets mee te tellen. Bedraagt de schuld van uw kind aan uw bv op 31 december 2025 echter € 600.000, dan telt u € 100.000 mee voor de beoordeling of u boven de drempel van € 500.000 komt. Heeft u zelf in 2025 € 450.000 bij uw bv geleend, dan betekent dit dus dat u over 2025 over € 50.000 belasting moet betalen (€ 450.000 + € 100.000 -/- € 500.000).

Tip! Dit geldt niet als uw bloed- of aanverwant zelf een aanmerkelijk belang heeft in uw bv. Uw bloed- of aanverwant moet dan zelf beoordelen in hoeverre de wet op hem/haar van toepassing is. Voor uw beoordeling telt de schuld van uw bloed- of aanverwant dan niet mee.

Voorbeeld
Heeft uw kind uit het vorige voorbeeld een aanmerkelijk belang in uw bv, dan telt de € 100.000 niet bij u mee. U betaalt dan dus geen belasting. Uw kind moet echter over € 100.000 (€ 600.000 -/- € 500.000) belasting betalen.

Uitzondering voor eigenwoningschulden

Voor eigenwoningschulden geldt een uitzondering. Deze tellen niet mee voor de beoordeling of u op 31 december 2025 schulden heeft aan uw bv(’s) boven € 500.000. Het moet hierbij echter wel gaan om een schuld die voldoet aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting. Bovendien moet een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv.

Let op! Is geen hypotheek verstrekt, dan telt de lening wel mee. Dat geldt ook als wel hypotheek verstrekt is, maar de lening niet voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. Is wel hypotheek verstrekt, maar is het inschrijvingsbedrag van die hypotheekverstrekking lager dan de lening? Dan telt het deel van de lening boven dit inschrijvingsbedrag ook mee.

Tip! Bestond uw eigenwoningschuld aan de bv op 31 december 2022 al, dan geldt de voorwaarde dat hypotheek verstrekt moet zijn, niet. Deze schulden hoeven dus alleen aan de wettelijke bepalingen te voldoen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting.

Voorbeeld
U heeft op 31 december 2025 een schuld bij uw bv van € 500.000 die u heeft gebruikt voor aanschaf van uw eigen woning. Daarnaast heeft u in 2025 nog € 500.000 bij uw bv geleend voor andere zaken. De lening voor uw eigen woning voldoet aan de wettelijke bepalingen voor renteaftrek in de inkomstenbelasting. U heeft echter geen hypotheek verstrekt voor deze schuld aan uw bv. Als deze schuld aan de bv op 31 december 2022 al bestond, heeft u geen last van de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. De eigenwoningschuld telt namelijk niet mee voor de beoordeling en de andere lening is niet hoger dan € 500.000. Als de schuld na 31 december 2022 is verstrekt, moet u over 2025 over een bedrag van € 500.000 belasting betalen (€ 500.000 + € 500.000 -/- € 500.000). De lening voor de eigen woning telt dan namelijk wel mee.

Tip! De uitzondering voor eigenwoningschulden geldt ook voor schulden van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn. Zijn dit eigenwoningschulden die voldoen aan de hiervoor beschreven voorwaarden, dan tellen deze schulden dus niet bij u mee.

Peildatum 31 december 2025

Op 31 december 2025 wordt voor het jaar 2025 gepeild of uw schulden hoger zijn dan € 500.000 of niet. Dit uiteraard met inachtneming van alle regels die hiervoor gelden en die we hiervoor (deels) beschreven. Zijn uw schulden op dit moment hoger dan € 500.000 en was dat in 2024 nog niet het geval, dan heeft u dus tot die tijd om in actie komen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel nog kunt doen.

Tip! Voor de beoordeling van de grens van € 500.000 mag u vorderingen die u heeft op uw bv(’s) niet salderen met schulden die u heeft aan uw bv(’s). Mogelijk kan het daarom verstandig zijn om vóór 31 december 2025 deze vorderingen en schulden officieel met elkaar te verrekenen. Overleg daarover met een van onze adviseurs.

Belastingtarief

U bent over het surplus boven de € 500.000 belasting (of de hogere drempel die ontstaan is door betaalde belasting over excessief lenen in 2023 of 2024) verschuldigd in box 2. In 2025 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 67.804 aan box 2-inkomen (voor fiscale partner het dubbele bedrag) bent u 24,5% verschuldigd, over het meerdere 31%.

Gevolgen bij latere aflossing schuld

Heeft u in 2023 of 2024 over het deel van uw schulden boven de drempel van € 500.000 belasting betaald, dan wordt de drempel van € 500.000 met dit deel van uw schulden verhoogd. Dit voorkomt dat u elk jaar opnieuw over het surplus boven de drempel moet afrekenen. Hetzelfde systeem geldt als u in 2025 belasting betaalt over het deel van uw schulden boven de drempel van € 500.000 (of al hogere drempel).

Een latere aflossing op deze schulden leidt dan tot een negatief inkomen in box 2. Dit negatieve inkomen wordt verrekend met andere positieve inkomsten in box 2 in dat jaar of leidt tot een verlies in box 2. Dit verlies kan vervolgens verrekend worden met box 2-inkomen van het voorafgaande jaar of met box 2-inkomen van de zes opvolgende jaren.

Voorbeeld
U heeft een aanmerkelijk belang in een bv en op 31 december 2024 een schuld van € 850.000 aan deze bv. Deze schuld is in 2024 ontstaan. U moet in 2024 belasting betalen over € 350.000 (€ 850.000 minus € 500.000). In uw aangifte inkomstenbelasting 2024 bent u hierover € 109.805 (24,5% over € 67.000 plus 33% over € 283.000) belasting verschuldigd. Als u in 2025 € 350.000 aflost op de schuld (en er in dat jaar geen ander inkomen uit box 2 is), ontstaat een verlies in box 2 van € 350.000. Dit verlies kunt u volledig verrekenen met de winst uit 2024, waardoor de in 2024 betaalde belasting van € 109.805 wordt teruggegeven. De schuld bedraagt na de aflossing € 500.000 gelijk aan de drempel op 31 december 2025.

Tip! Wilt u meer weten over de gevolgen van een latere aflossing in uw situatie, bespreek dit dan met onze adviseurs.

Schulden tot € 500.000

Bedragen de schulden minder dan € 500.000, dan kunt u nog steeds een risico lopen op belastingheffing, als de Belastingdienst meent dat sprake is van een verkapte dividenduitkering. De Belastingdienst moet dit wel aannemelijk kunnen maken. Zorg daarom dat uw leningen altijd schriftelijk in een overeenkomst met zakelijke voorwaarden zijn vastgelegd. De bewijspositie van de Belastingdienst wordt dan een stuk lastiger.

Alleen fiscale werking

Als uw bv wordt geconfronteerd met de gevolgen van deze wet en dus belasting moet betalen over het surplus boven € 500.000, dan heeft dat alleen fiscale gevolgen. Met andere woorden: de schuld blijft wel gewoon bestaan. U mag de schuld ook in uw aangifte inkomstenbelasting blijven opvoeren.

Tot slot

De Wet excessief lenen kan ook in 2025 weer voor een ongewenste afrekening op 31 december 2025 zorgen. Heeft u, uw partner of met u verbonden personen schulden aan uw bv? Overleg dan met onze adviseurs welke gevolgen de wet en de verlaging van de drempel voor u kunnen hebben.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

advieswijzer
5/3/2025
Bril

Advieswijzer Dga-taks lenen bij vennootschap (Wet excessief lenen)

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap regelt grofweg dat de dga die te veel heeft geleend bij de eigen bv, hierover belasting betaalt. Er geldt een drempel van € 500.000. Voor toepassing van deze drempel kan meer meetellen dan alleen een lening aan de dga. Verder zijn ook uitzonderingen op de regel mogelijk. Het meetmoment in 2025 is 31 december 2025. U heeft daarom tot die tijd om te beoordelen wat de wetvoor uw situatie in 2025 betekent en of u nog actie kunt/moet ondernemen.

LEES VERDER

Wettelijke grondslag

Uit onderzoek is gebleken dat de huidige wettelijke mogelijkheid om bij ernstig gevaar het werk stil te leggen ook een wettelijke grondslag biedt om bij ernstige arbeidsmisstanden het werk stil te leggen. Dit is een bredere interpretatie van dit wetsartikel dan tot nu toe werd gehanteerd.

Ernstige misstanden

Bij ernstige misstanden valt te denken aan een werknemer die te maken heeft met een combinatie van slechte omstandigheden. Voorbeelden hiervan zijn het krijgen van heel weinig loon, moeten slapen op de werkplek, veel uren moeten werken, illegaal verblijven of werken, ingenomen bankpassen en reisdocumenten, onduidelijkheid over wie de leidinggevende is, ontbrekende of gebrekkige administratie en fysiek of psychisch geweld.

Stilleggen bij ernstige misstanden

De inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie krijgen handvatten om te bepalen welke (combinatie van) ernstige omstandigheden kunnen leiden tot een stillegging van werkzaamheden. Is er geen sprake meer van ernstig gevaar (de ernstige misstanden), dan wordt de stillegging weer opgeheven.

Inname reisdocumenten

Bij het wederrechtelijk innemen van reisdocumenten/bankpassen kan sprake zijn van een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet vanwege het niet naleven van de verplichting van de werkgever om beleid te maken en maatregelen te treffen om psychosociale arbeidsbelasting (psa) als arbeidsrisico’s te voorkomen of terug te dringen. In dat geval kan de Arbeidsinspectie een waarschuwing opleggen en (na recidive) een boete.

Door het innemen van dergelijke reisdocumenten en/of bankpassen wordt de afhankelijkheid van de werknemer ten opzichte van de werkgever vergroot en het risico op arbeidsmisstanden verhoogd. Ook is er dan veelal sprake van vrijheidsbeperking en stress. Een werkgever is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om te zorgen dat dergelijke psychosociale arbeidsbelasting wordt voorkomen. Mocht er bij het constateren van het innemen van dergelijke persoonlijke documenten ook nog sprake zijn van andere ernstige misstanden, dan kan ook sprake zijn van ernstig gevaar volgens de Arbeidsomstandighedenwet. In dat geval kan ook een ordemaatregel in de vorm van een stillegging gerechtvaardigd zijn.

Hogere boetes

De Arbeidsinspectie kan bij overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen die vanaf 1 februari 2025 zijn geconstateerd, hogere boetes opleggen aan werkgevers die zonder de benodigde vergunningen vreemdelingen arbeid laten verrichten. Zo bedraagt het nieuwe boetenormbedrag bij illegale tewerkstelling vanaf 1 februari 2025 € 6.000 voor rechtspersonen bij ‘normale verwijtbaarheid’. Bij opzet of grove schuld of een meer ernstige overtreding kan de maximale boete oplopen tot € 11.250. 

nieuws
4/3/2025
Juridisch

Meer mogelijkheden bedrijven stilleggen bij misstanden arbeidsmigranten

De Nederlandse Arbeidsinspectie krijgt meer mogelijkheden voor stillegging van werkzaamheden bij een bedrijf als er ernstige misstanden met arbeidsmigranten zijn. Ook kunnen er hogere boetes worden opgelegd.

LEES VERDER

In september 2020 was in een wetsvoorstel al de mogelijkheid opgenomen om maximaal 10% van het pensioen ineens op te nemen bij pensionering. Na die tijd is de ingangsdatum keer op keer verschoven. Inmiddels is de beoogde ingangsdatum 1 juli 2025, maar ook die datum lijkt niet gehaald te worden.

Bedrag ineens

Als het wetsvoorstel uiteindelijk wordt aangenomen, bestaat de mogelijkheid om bij pensionering ineens maximaal 10% van het pensioen op te nemen. Die mogelijkheid komt er dan ook voor lijfrentes.

Opnieuw uitstel?

Op 8 oktober 2024 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel aan. Desondanks lijkt de beoogde ingangsdatum van 1 juli 2025 niet gehaald te worden.

Het wetsvoorstel ligt nog bij de Eerste Kamer en de regering onderzoekt op dit moment of uitstel wenselijk is. Daarbij lijkt uitstel naar 1 juli 2026 het meest realistisch. Er is echter nog geen definitieve beslissing genomen over het uitstel. Dit gebeurt waarschijnlijk in het voorjaar tijdens de voorjaarsbesluitvorming over de Rijksbegroting.

nieuws
4/3/2025
Euro

Opname 10% pensioen ineens weer uitgesteld?

De mogelijkheid om bij het ingaan van het pensioen maximaal 10% van het pensioen ineens op te nemen wordt waarschijnlijk opnieuw uitgesteld.

LEES VERDER

Retour Roemenië

In een uitspraak van het gerechtshof Den Haag blijkt welke aspecten hierbij bepalend zijn. In deze zaak handelde het om een echtpaar dat gescheiden was. Op basis van het echtscheidingsconvenant zou de vrouw na de scheiding terugkeren naar Roemenië en er werd daarom een alimentatie afgesproken van € 300 per maand. De vrouw keerde na drie jaar echter weer terug naar Nederland, waarop partijen afspraken dat de alimentatie verhoogd zou worden naar ruim € 2.500 per maand. 

Wanneer aftrek?

Voor het Hof ging het om de vraag of het meerdere aan alimentatie voor de man aftrekbaar was. Dit is het geval als er rechtstreeks uit het familierecht een wettelijke verplichting tot het betalen van alimentatie volgt. Deze wettelijke verplichting kan blijken uit een gerechtelijke uitspraak, of uit een tussen partijen gemaakte overeenkomst. Aftrek is ook mogelijk bij in rechte vorderbare periodieke betalingen als die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud.

Geen verplichting

Het Hof kwam op basis van de stukken tot de conclusie dat de aanvullende alimentatie niet rust op een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende wettelijke verplichting. Ook bleek dat de extra betalingen niet juridisch afdwingbaar waren. Een naderhand opgestelde aanvulling op de echtscheidingsovereenkomst brengt hierin geen verandering, aldus het Hof. De conclusie is dan ook dat het meerdere aan betaalde alimentatie niet aftrekbaar is.

nieuws
3/3/2025
Schaken

Extra betaalde alimentatie niet aftrekbaar

Als partners uit elkaar gaan, is vaak sprake van een alimentatieverplichting. Deze alimentatie is bij de betaler meestal aftrekbaar en bij de ontvanger ervan belast. Wordt echter meer betaald dan overeengekomen, dan is de aftrek van het meerdere onzeker.

LEES VERDER

Eén huis, of niet?

In een zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Noord-Holland ging het om de vraag wanneer een deel van een woning tot box 1 behoort en wanneer tot box 3. In de betreffende zaak bestond een groot herenhuis uit drie afzonderlijkje verdiepingen. De onderste was in het verleden verhuurd geweest en werd nu door de eigenaar gebruikt die zelf op de bovenste verdieping woonde. De middelste verdieping was verhuurd aan zijn dochter.

Aanhorigheid?

De eigenaar was van mening dat alleen de aan zijn dochter verhuurde etage tot box 3 behoorde. De onderste etage beschouwde hij als een aanhorigheid van de door hem zelf bewoonde bovenste etage. Daarom was hij van mening dat ook de onderste etage als eigen woning moest worden aangemerkt en in box 1 thuishoorde.

Wanneer aanhorigheid?

Volgens eerdere rechtspraak is sprake van een aanhorigheid als een bouwwerk behoort bij een gebouw, daarbij in gebruik is en daaraan dienstbaar is. Volgens de rechtbank was dat hier niet het geval. De etages hadden namelijk een eigen opgang, adresaanduiding, WOZ-objectnummer en een eigen WOZ-waarde. Ook waren ze elk voorzien van een eigen keuken, badkamer en sanitair. Dit betekent dat de appartementen los van elkaar verkocht zouden kunnen worden en afzonderlijk van elkaar zouden kunnen worden gebruikt als zelfstandige wooneenheden. Ook was de onderste etage in het verleden verhuurd geweest en na een verbouwing afzonderlijk als woning te gebruiken.

Eigen gebruik niet relevant

De rechtbank stond ook stil bij het feit dat de eigenaar de onderste etage na de verhuur weer zelf is gaan gebruiken. Ook dit feit leidde echter niet tot een ander oordeel. De navordering blijft dan ook in stand.

nieuws
3/3/2025
Bedrijfspand

Herenhuis hoort deels in box 3

Een huis dat uit drie etages bestaat, kan deels in box 1 en deels in box 3 thuishoren. Bepalend hiervoor is of er sprake is van een zelfstandige woonfunctie per etage en dus van afzonderlijke appartementen. Zo ja, dan is er in dergelijke gevallen geen sprake van een onderdeel of aanhorigheid.

LEES VERDER

Wie?

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gaan de naleving van de DSA in Nederland handhaven.

Voor wie geldt DSA?

Naast online marktplaatsen, geldt de DSA ook voor sociale netwerken, zoekmachines, cloudaanbieders, online reis- en accommodatieplatforms, internetproviders en diensten om content te delen, zoals videoplatforms. 

Regels voor digitale diensten

De regels waar digitale diensten zich aan te houden hebben, betekenen onder meer een verbod op het personaliseren van advertenties op grond van bijvoorbeeld geloofsovertuiging of seksuele geaardheid. Minderjarigen genieten een extra bescherming om te voorkomen dat er ongepaste reclame op hun scherm verschijnt.

Ingrijpen bij meldingen

De DSA bevat ook verplichtingen als online dienstverleners meldingen krijgen van gebruikers, bijvoorbeeld over illegale content. Ook hierop houdt de ACM toezicht. Ook overtredingen van elders gevestigde online diensten kunnen worden gemeld bij de ACM.

Rol Europese Commissie

De Europese Commissie houdt zelf toezicht op de 25 grootste Europese bedrijven die onder de DSA vallen, zoals Amazon, Google en Booking.com.

nieuws
25/2/2025
Mobiel

Toezicht gestart op digitale diensten onder DSA

In Nederland is het toezicht gestart op digitale diensten die onder de Europese Digital Services Act (DSA) vallen. Doel is de grondrechten van gebruikers beter te beschermen, online misleiding en illegale informatie aan te pakken en een gelijk speelveld te realiseren voor gebruikers.

LEES VERDER

Waar moet op worden gelet?

De Hoge Raad gaf in het Deliveroo-arrest al aan dat gekeken moet worden naar diverse omstandigheden, bezien in onderlinge samenhang. Het gaat dus om een zogeheten holistische toets, waarbij de bedoeling van partijen niet van belang is. Het gaat daarbij om:

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de inbedding van het werk en van degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. de hoogte van deze beloningen;
  8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
  9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich als ondernemer gedraagt, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, het aantal opdrachtgevers en de duur van de opdrachten.

Geen rangorde

De Hoge Raad heeft in genoemd Deliveroo-arrest geen rangorde aangebracht in voornoemde omstandigheden. De Hoge Raad ziet nu in de recente Uber-zaak evenmin reden voor het aanbrengen van een rangorde. Niet één aspect is dus bepalend. Bijvoorbeeld: zelfs als iemand zich vrijelijk mag laten vervangen door een ander, wat duidt op zelfstandigheid, kan het vanwege alle andere aspecten nog steeds een arbeidsovereenkomst zijn.

Ondernemerschap

De Hoge Raad antwoordt in de Uber-zaak dat dit in de praktijk kan betekenen dat hetzelfde werk, voor dezelfde opdrachtgever, voor iemand met ‘ondernemerschap’ geen arbeidsovereenkomst is, en voor iemand zonder ondernemerschap wel.

De Hoge Raad antwoordt in de Uber-zaak ook dat het begrip ondernemerschap ziet op de algemene (ondernemers)situatie van de werkende. Het beperkt zich dus niet tot specifieke omstandigheden bij een opdracht, maar kan ook betrekking hebben op omstandigheden buiten de specifieke verhouding tussen de werkende en zijn opdrachtgever.

Gerechtshof nu aan zet

Nu de Hoge Raad de prejudiciële vragen beantwoord heeft, is het gerechtshof aan zet om te oordelen wat dit betekent voor de werkenden in de Uber-zaak. Het gerechtshof zou daarbij tot het oordeel kunnen komen dat de ene chauffeur een arbeidsovereenkomst heeft, terwijl de andere chauffeur dat niet heeft. Of het gerechtshof tot dat oordeel komt, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden en de holistische toets die het gerechtshof daarbij moet toepassen.

nieuws
25/2/2025
Handen schudden

Hoge Raad doet uitspraak over extern ondernemerschap

In het Deliveroo-arrest sprak de Hoge Raad zich al uit over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. In de Uber-zaak gaf de Hoge Raad onlangs antwoord op prejudiciële vragen over het gezichtspunt ‘ondernemerschap’.

LEES VERDER

In de ene uitspraak kon de Oekraïner de 30%-regeling niet toepassen, in de andere uitspraak wel. We bespreken de twee casussen hierna, zodat u inzicht heeft in hoe de rechters tot deze conclusies kwamen.

Oekraïner al woonachtig in Nederland?

Een Oekraïner van wie zijn gezin vanaf 22 maart 2022 staat ingeschreven in Nederland en hij vanaf 28 september 2022, verblijft – volgens zijn eigen verklaring – vanaf 31 juli 2022 onafgebroken in Nederland. Tot oktober 2022 heeft hij op afstand gewerkt voor een Oekraïens bedrijf. Vier dagen na aankomst in Nederland stuurt hij een cv naar een Nederlandse werkgever, waar hij op 2 september 2022 een aanbod voor een baan krijgt. Hij sluit op 17 oktober 2022 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de Nederlandse werkgever en start zijn werkzaamheden in de functie van solutions engineer op 18 oktober 2022.

De vraag is of de Oekraïner uit het buitenland is aangeworven, dan heeft hij namelijk wel recht op de 30%-regeling, of dat hij al in Nederland woonde op het moment van aanwerven. De rechtbank oordeelt dat deze vraag beantwoord moet worden op het moment dat een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Bepalend is dus of de Oekraïner op 17 oktober 2022 in Nederland woonde of in het buitenland. Gezien de feiten en omstandigheden acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de Oekraïner op 17 oktober 2022 nog in het buitenland woonde. De Oekraïner kwalificeert, naar het oordeel van de rechtbank, daarom niet als ingekomen werknemer en de 30%-regeling kan niet worden toegepast.

Oekraïner nog woonachtig in het buitenland?

In een andere casus komt een rechtbank wel tot het oordeel dat een Oekraïner bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst nog in het buitenland woonde. Deze Oekraïner is in maart 2022 met zijn vrouw en kinderen naar Nederland gevlucht vanwege de oorlog in zijn thuisland. Zij hebben in Nederland een tijdelijk verblijfsrecht en een tijdelijke woning gekregen. In Oekraïne huren zij een appartement. Vanaf april 2022 tot en met augustus 2022 is de Oekraïner werkzaam geweest als opvarende op een schip dat onder Liberiaanse vlag in internationale wateren voer. Op 1 september 2022 sluit hij een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse werkgever en op 11 oktober 2022 start hij met zijn werkzaamheden.

De rechtbank is van oordeel dat de Oekraïner op 1 september 2022 niet zijn woonplaats in Nederland had. Hij is dus een ingekomen werknemer en de 30%-regeling kan worden toegepast. Van belang bij dit oordeel vond de rechtbank onder meer dat de Oekraïner de huurwoning in Oekraïne aanhield en de kosten daarvoor bleef betalen. Hieruit volgt dat niet de intentie bestond om langere tijd in Nederland te verblijven, maar dat het verblijf was ingegeven door de uitbraak van de oorlog in Oekraïne. Bovendien voer de Oekraïner tot en met augustus 2022 nog onder Liberiaanse vlag en had hij een tijdelijk verblijfsrecht.

nieuws
24/2/2025
Juridisch

30%-regeling bij een Oekraïnse werknemer?

Kunt u de 30%-regeling toepassen als u een Oekraïner in dienst neemt? Twee gerechterlijke uitspraken wijzen uit dat het antwoord op die vraag niet eenvoudig en zeker niet eenduidig is. Dit hangt af van de specifieke feiten en omstandigheden.

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE