ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Kwalificerend buitenlands belastingplichtige

Voor de status van kwalificerend buitenlands belastingplichtige is vereist dat u niet in Nederland woont, maar in een ander EU-land, in Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Zwitserland, op Bonaire, Sint Eustatius of Saba. Verder is vereist dat u over minstens 90% van uw inkomen belasting betaalt in Nederland. Daarbij gaat het om uw gehele inkomen in en buiten Nederland.

Voordelen

Bent u kwalificerend buitenlands belastingplichtige, dan heeft u recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als personen die in Nederland wonen. Denk bijvoorbeeld aan de aftrek van hypotheekrente en van mogelijke hoge zorgkosten.

Inkomensverklaring

Voor de status van kwalificerend buitenlands belastingplichtige heeft u wel een inkomensverklaring nodig. Deze is te downloaden op de site van de Nederlandse Belastingdienst, maar de Belastingdienst in het woonland moet wel verklaren dat de ingevulde gegevens kloppen en dit ondertekenen. Omdat dit in de praktijk vaak moeilijkheden oplevert omdat niet ieder land hieraan mee wil werken, is vanaf 1 januari 2026 niet meer vereist dat u een inkomensverklaring kunt tonen.

Wat dan wel?

U dient vanaf 1 januari 2026 desgevraagd aan kunnen tonen dat minstens 90% van uw inkomen in Nederland wordt belast. Dit kan met behulp van een inkomensverklaring, maar u kunt dit ook aannemelijk maken via bijvoorbeeld aangiftes of aanslagen uit het land waar u woont.

Let op! Dit wetsvoorstel moet nog door de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden goedgekeurd en is dus nog niet definitief.

nieuws
3/10/2025
Internationaal

Versoepeling vereiste inkomensverklaring

Buitenlands belastingplichtigen kunnen onder voorwaarden als kwalificerend buitenlands belastingplichtige worden aangemerkt. Dit kan tal van fiscale voordelen hebben. Tot nu toe is hiervoor wel een inkomensverklaring vereist. In het Belastingplan 2026 is een voorstel opgenomen om deze eis te versoepelen.

LEES VERDER

Gemengde kosten

Bij gemengde kosten moet u denken aan:

  • voedsel, drank en genotmiddelen;
  • representatie, daaronder begrepen recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak; 
  • congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke;

inclusief reis- en verblijfkosten voor al deze categorieën.

Beperking aftrek in de inkomstenbelasting

Deze kosten komen tot een bedrag van € 5.700 (2025) niet in aftrek op de winst. Een ondernemer in de inkomstenbelasting kan er ook voor kiezen om niet de grens van € 5.700 aan te houden, maar om alle kosten in aftrek te brengen tegen 80% in plaats van 100%.

Beperking aftrek in de vennootschapsbelasting

Een vennootschap (zoals een bv) met één of meer werknemers past in de vennootschapsbelasting vergelijkbare regels toe voor de aftrek van gemengde kosten. De grens van € 5.700 kan echter in zo’n geval hoger uitvallen als 0,4% van het gezamenlijk door de werknemers genoten belastbare loon hoger is dan € 5.700. In dat geval zijn de kosten namelijk niet aftrekbaar tot een bedrag van 0,4% van het gezamenlijke belastbare loon.

De vennootschap kan er ook voor kiezen om niet de grens van € 5.700 of 0,4% van het gezamenlijke belastbare loon aan te houden, maar om alle kosten in aftrek te brengen tegen 73,5% in plaats van 100%.

Wijziging vanaf 2026

Vanaf 2026 wijzigt de berekening van 0,4% van het gezamenlijk door de werknemers genoten belastbaar loon. Tot en met 2025 omvat dit loon namelijk ook alle in de werkkostenregeling aangewezen vergoedingen en verstrekkingen. Vanaf 2026 omvat dit loon alleen nog het loon waarover daadwerkelijk loonbelasting wordt ingehouden.

Dit zorgt voor een vereenvoudiging van de berekening van 0,4% van het gezamenlijk belastbaar loon. Maar dit kan ook betekenen dat er voor werkgevers die met 0,4% van het gezamenlijk belastbaar loon de grens van € 5.700 overschrijden, mogelijk meer recht bestaat op aftrek van de gemengde kosten vanaf 2026.

Let op! De wijziging is opgenomen in de Fiscale Verzamelwet 2026. Dit wetsvoorstel is op 23 september 2025 door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer moet nog instemmen. De wijziging is dus nog niet definitief.

nieuws
2/10/2025
Belastingdienst

Soms meer aftrek gemengde kosten in Vpb vanaf 2026

Bepaalde zogenaamde gemengde kosten zijn niet volledig aftrekbaar van de winst. In de Fiscale Verzamelwet 2026 is voor de aftrek van deze kosten in de vennootschapsbelasting een wijziging voorgesteld.

LEES VERDER

Richtijn

De richtlijn volgt op de wet ‘ingroei-quotum en streefcijfers’. Deze wet – die sinds 2022 van kracht is – heeft als doel een betere man-vrouwverhouding in top en subtop van het bedrijfsleven te realiseren. Grote vennootschappen rapporteren vanaf 2023 in het SER Diversiteitsportaal over de man-vrouwverhouding in de (sub)top, de streefcijfers en bijbehorende plannen van aanpak.

Vereisten uit de richtlijn

Bedrijven in de EU moeten voortaan looninformatie openbaar maken en maatregelen treffen als het loonverschil tussen mannen en vrouwen bij hen groter is dan 5%. Daarnaast wordt het mogelijk voor werknemers en hun vertegenwoordigers om informatie op te vragen over hun loonniveau en dat van werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk verrichten. Verder zal de werkgever voor indiensttreding moeten meedelen welk loon of welke loonschaal aan de toekomstige werknemer zal worden betaald. Ook wordt het verboden voor werkgevers om sollicitanten vragen te stellen over hun salarisgeschiedenis. Werkgevers vanaf 100 werknemers moeten gaan rapporteren over loonverschillen binnen hun organisaties. De betreffende informatie wordt grotendeels openbaar gemaakt. 

Uitstel

Van 26 maart 2025 tot en met 7 mei 2025 heeft er een internetconsultatie opengestaan over een wetsvoorstel ter implementatie van de betreffende richtlijn. De genoemde datum van 7 juni 2026 bleek niet haalbaar. 

Naar verwachting wordt het wetsvoorstel nog dit jaar aan de Raad van State aangeboden, zodat de Tweede en Eerste Kamer het in 2026 kunnen behandelen. De inwerkingtredingsdatum verschuift dan naar 1 januari 2027. 

Meer tijd

Dit betekent voor organisaties met 150 of meer werknemers dat ze voor het eerst een rapportageverplichting hebben over het kalenderjaar 2027, in plaats van over 2026. Het moment waarop werkgevers met 100-150 werkgevers moeten rapporteren, wordt conform de Richtlijn geïmplementeerd. Werkgevers krijgen hierdoor meer tijd om deze verplichtingen in te richten in hun systemen.

nieuws
2/10/2025
Juridisch

Uitstel implementatie Richtlijn Loontransparantie

De Europese Raad heeft op 24 april 2023 de EU-richtlijn voor loontransparantie aangenomen. De EU-richtlijn heeft tot doel loondiscriminatie te bestrijden en de loonkloof tussen mannen en vrouwen in de EU te helpen dichten. Deze richtlijn moet uiterlijk op 7 juni 2026 zijn vertaald in Nederlandse wetgeving. Voorgesteld is om deze datum te verschuiven naar 1 januari 2027.

LEES VERDER

Onbekend maakt onbemind

Veel werkgevers zijn relatief onbekend met de genoemde technologie. Een voorbeeld van deze technologie is een voorleesbril of robotarm. De aanschafkosten hiervan kunnen een belemmering zijn en werpen daardoor een barrière op om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. De inclusiviteitssubsidie komt hierin tegemoet. Algemeen gebruikelijke techniek, zoals een computer, komt niet voor de subsidie in aanmerking, tenzij deze speciaal voor de werknemer met een arbeidsbeperking is aangepast.

Omvang subsidie

Er is een lijst beschikbaar met technologieën die in aanmerking komen voor de subsidie. De subsidie dekt 50% van de subsidiabele kosten en moet tenminste € 2.500 zijn. Per aanvraag kan tot € 25.000 subsidie verstrekt worden. Hiervan mag maximaal een bedrag van € 1.000 bestemd zijn voor advies- en implementatiediensten.

Aanvragen subsidie

De subsidie kan tijdens twee tijdvakken worden aangevraagd.

  • Het eerste tijdvak loopt van 1 oktober 2025 9:00 uur tot en met 28 november 2025 17:00 uur. 
  • Het tweede tijdvak loopt van 5 januari 2026 9:00 uur tot en met 29 mei 2026 17:00. 

Voor ieder tijdvak is in totaal € 1 miljoen beschikbaar. 

Let op! Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

Activiteitenplan

In de aanvraag moet met een activiteitenplan worden aangegeven op welke activiteiten de aanvraag ziet en welk doel bereikt wil worden. Hiernaast moet duidelijk zijn of de aanvraag betrekking heeft op een persoon die al in dienst is of nog moet worden aangenomen. Ook moet worden aangegeven op welke manier de gesubsidieerde techniek de arbeidsbeperking compenseert. Er is een aantal standaardformulieren voor uw aanvraag beschikbaar. Deze en alle voorwaarden vindt u een speciale site van het UWV,

nieuws
1/10/2025
Geld

Nieuwe subsidie inclusiviteitstechnologie start 1 oktober

Werkgevers in het mkb kunnen vanaf 1 oktober een nieuwe subsidie aanvragen voor inclusiviteitstechnologie. Dit is technologie die werknemers met een arbeidsbeperking ondersteunt bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Op deze manier kan hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren.

LEES VERDER

ETK-regeling

Onder de ETK-regeling kunnen werkgevers onbelast zogenaamde extraterritoriale kosten vergoeden aan werknemers. Bij het onbelast vergoeden kan de werkgever kiezen uit twee regelingen: de forfaitaire regeling, voorheen de 30%-regeling, tegenwoordig aangeduid als expatregeling, en de ETK-regeling. Bij keuze voor de ETK-regeling worden de werkelijke extraterritoriale kosten vergoed.

Versoberen

In het Belastingplan 2026 is het voorstel opgenomen om de ETK-regeling te versoberen. Deze versobering houdt in dat bepaalde kosten niet meer onbelast vergoed kunnen worden vanaf 2026. Het gaat daarbij om:

  • Extra kosten van levensonderhoud doordat het prijspeil in Nederland hoger is dan in het land van herkomst van de werknemer. Hieronder vallen ook de kosten van gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen.
  • Extra gesprekskosten voor privédoeleinden met het land van herkomst.

Let op! De inschatting is dat door deze uitsluiting het nettoloon van de ingekomen werknemer in 2026 gemiddeld daalt met € 20 per maand.

Geen verdere versobering expatregeling

In 2026 is het nog mogelijk om onder de expatregeling - kort samengevat - maximaal 30% van het belastbaar loon onbelast te vergoeden aan een ingekomen werknemer. Eerder is al in de wet opgenomen dat deze onbelaste vergoeding vanaf 2027 maximaal 27% bedraagt. In deze regeling vindt geen verdere versobering plaats.

Vergoeding uitgezonden werknemers niet gewijzigd

De onbelaste vergoeding voor werknemers die vanuit Nederland naar het buitenland worden gezonden (uitgezonden werknemers) wordt niet versoberd. Aan deze werknemers kunnen daarom ook vanaf 2026 nog de extra uitgaven voor levensonderhoud en de gesprekskosten voor privédoeleinden onbelast vergoed worden.

Let op! Het Belastingplan 2026 moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. De Tweede Kamer stemt pas in de nieuwe samenstelling (na de verkiezingen). De versoberingen zijn daarom nog niet definitief.

nieuws
30/9/2025
Internationaal

Minder onbelaste vergoeding extraterritoriale kosten vanaf 2026

Vanaf 2026 kan een werkgever bepaalde extraterritoriale kosten niet meer onbelast aan de uit het buitenland aangeworven werknemer vergoeden. Deze wijziging is opgenomen in het Belastingplan 2026.

LEES VERDER

Wanneer kunt u de uitzendregeling toepassen?

U moet een verzoek doen om de uitzendregeling toe te passen. U kunt de uitzendregeling toepassen als:

  • u of uw fiscale partner al minimaal één jaar eigenaar van de woning is, en
  • de woning ook al minimaal één jaar uw hoofdverblijf vormt op het moment dat u tijdelijk ergens anders gaat wonen in verband met een uitzending of overplaatsing, en
  • u na afloop van de uitzending of overplaatsing weer in de woning gaat wonen, en
  • u tijdens de uitzending of overplaatsing niet in een andere eigen woning als hoofdverblijf gaat wonen, en
  • er in principe geen anderen in uw woning wonen in de periode dat u elders woont.

Bepaalde personen mogen wel in uw woning wonen

Het is op dit moment al goedgekeurd dat bepaalde personen wel in uw woning mogen wonen, zonder dat dit toepassing van de uitzendregeling blokkeert. Het gaat daarbij om uw fiscale partner of degene die direct voorafgaand aan uw uitzending of overplaatsing uw fiscale partner was. Verder geldt de goedkeuring ook voor uw kinderen of de kinderen van uw fiscale partner of degene die direct voorafgaand aan uw uitzending of overplaatsing uw fiscale partner was. Hetzelfde geldt voor personen die al minimaal één jaar tot uw huishouden horen op het moment dat u tijdelijk ergens anders gaat wonen (bijvoorbeeld een hulpbehoevende ouder).

Let op! Om van de goedkeuring gebruik te kunnen maken mogen deze personen geen huur of een andere vergoeding aan u betalen.

Uitbreiding groep personen in de wet

De goedkeuring dat de hiervoor genoemde personen in uw woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling, wordt met ingang van 2026 opgenomen in de wet.

In de wet worden vanaf 2026 echter nog meer personen opgenomen die in uw woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling. Ook andere bloed- en aanverwanten in de rechte neergaande lijn mogen in de woning wonen. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook uw kleinkind of achterkleinkind in uw woning kan wonen tijdens uw uitzending.

Let op! De aanpassingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026. De Tweede Kamer nam dit wetsvoorstel op 23 september 2025 aan, maar de Eerste Kamer moet nog instemmen. De aanpassingen zijn daarom nog niet definitief.

nieuws
30/9/2025
Vastgoed

Uitzendregeling eigen woning wijzigt vanaf 2026

De uitzendregeling zorgt ervoor dat u recht houdt op aftrek hypotheekrente ondanks dat u tijdelijk niet in uw eigen woning woont. Goedkeurend beleid over deze regeling wordt per 2026 in de wet opgenomen in ruimere vorm.

LEES VERDER

Pseudo-eindheffing RVU

Als u als werkgever een oudere werknemer een uitkering verstrekt zodat hij eerder kan stoppen met werken, is een pseudo-eindheffing verschuldigd van 52%. Dit geldt als er sprake is van een regeling voor vervroegde uittreding, de RVU-regeling. Dit is het geval als de regeling het effect heeft dat een periode (van maximaal drie jaar) wordt overbrugd tot een pensioenregeling of tot wanneer de AOW start. Ook uitkeringen die een pensioenregeling aanvullen worden als zodanig aangemerkt.

Let op! Over de vraag of sprake is van een RVU of niet zijn verduidelijkingen gegeven in handreikingen en de jurisprudentie. Neem voor uw eigen situatie contact op met een van onze adviseurs.

Drempelvrijstelling pseudo-eindheffing RVU

Vanaf 1 januari 2021 kunt u maximaal drie jaar voor de AOW-leeftijd van een werknemer een bedrag meegeven, zonder dat hierover de pseudo-eindheffing verschuldigd is. Hiervoor geldt een drempelvrijstelling die jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Is de RVU-uitkering hoger dan de drempelvrijstelling, dan is over het meerdere wel 52% pseudo-eindheffing verschuldigd.

Verlenging drempelvrijstelling

De sociale partners en het kabinet hebben afgesproken om de toepassing van de drempelvrijstelling structureel te maken. Dit betekent dat de vrijstelling in ieder geval tot en met 2028 nog gebruikt kan worden.

Let op! De structurele regeling wordt gericht ingezet op werknemers met zwaar werk die niet gezond werkend de AOW-leeftijd kunnen bereiken. Hiervoor zijn tussen het kabinet en de sociale partners afspraken gemaakt over de vormgeving van (collectieve) RVU-regelingen. Zo moeten deze regelingen altijd een onderbouwde afbakening van de doelgroep bevatten.

Verhoging drempelvrijstelling

In het Belastingplan 2026 is ook een verhoging van de drempelvrijstelling met € 300 bruto per maand voorgesteld. Deze € 300 wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het minimumloon. De drempelvrijstelling bedraagt dan in 2026 (voor indexatie) € 2.573 bruto per maand (2025 nog € 2.273). 

Verhogen pseudo-eindheffing tot maximaal 65%

Ter dekking van de verlenging en verhoging van de drempelvrijstelling wordt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen verhoogd van 52% nu, naar 57,7% in 2026, 64% in 2027 en 65% vanaf 2028.

Let op! De verlenging en verhogingen zijn nog niet definitief omdat deze zijn opgenomen in het Belastingplan 2026. De nieuwe Tweede Kamer moet hierover na de verkiezingen nog stemmen en de Eerste Kamer moet daarna ook nog instemmen.

nieuws
29/9/2025
Sparen

Drempelvrijstelling pseudo-eindheffing RVU verlengd en verhoogd

Voor de periode 2021-2025 is de regeling vervroegde uittreding versoepeld. Na een akkoord in oktober 2024 en de aankondiging bij de Voorjaarsnota 2025, is een verlenging van de versoepeling en de verhoging van de drempelvrijstelling in het Belastingplan 2026 opgenomen.

LEES VERDER

Geen accijnsverhoging brandstoffen

De accijnzen op autobrandstoffen worden ook in 2026 niet verder verhoogd. Dit betekent dat deze accijnzen op het niveau van 1 juli 2023 gehandhaafd blijven. Het stabiliseren van de accijnzen is bedoeld om de kosten van autorijden te beperken. 

Let op! Het Belastingplan bevat geen voorstel om voor de landbouwsector opnieuw de zogenaamde rode diesel te introduceren. Hier was mogelijk sprake van. Deze diesel – met een lager accijnstarief – werd op 1 januari 2023 afgeschaft.

Hogere korting mrb elektrische auto

Elektrische auto’s zijn door het gewicht van accu’s voor de voortdrijving zwaarder dan vergelijkbare auto’s op fossiele brandstoffen. In verband hiermee krijgen elektrische auto’s momenteel een korting van 75% op de mrb (motorrijtuigenbelasting). Deze korting wordt per 2026 verlaagd naar 30% en tot en met 2028 gehandhaafd. In 2029 wordt de korting verder verlaagd naar 25% en per 2030 helemaal afgeschaft. Oorspronkelijk zou de korting verminderd worden naar 25% in de periode 2026 tot en met 2029. 

Mrb type vrachtauto’s en kampeerauto’s

Voor bepaalde vrachtauto’s geldt momenteel een kwarttarief voor de mrb. Het betreft vrachtauto’s die zijn ingericht als werktuig of als werkplaats, en vrachtauto’s die worden gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden. Dit verlaagde tarief wordt per 2028 afgeschaft. 

Voor kampeerauto’s wordt het kwarttarief in de mrb vanaf 2026 verhoogd naar een halftarief. 

Let op! Voor kampeerauto’s die bedrijfsmatig verhuurd worden, vervalt de huidige korting van 50% in de mrb per 2026 volledig.

Vrachtwagenheffing

Er wordt naar gestreefd per 1 juli 2026 een vrachtwagenheffing in te voeren. De heffing varieert van € 0,035 tot € 0,201 per kilometer, afhankelijk van het gewicht en van de vraag of de vrachtauto al dan niet elektrisch is. De invoering gaat gepaard met de afschaffing van het Eurovignet, het afschaffen van de mrb voor vrachtauto’s tot 12.000 kg en een verlaging van de mrb voor zwaardere vrachtauto’s.

Wijzigingen bpm

Voor plug-in hybride personenauto’s vervalt de huidige korting van 25% op de bpm, de speciale belasting bij aanschaf van een auto. Om een hogere bpm voor deze auto’s te voorkomen vanwege een nieuwe meetmethode van de CO2-uitstoot, wordt verder het aparte tarief voor plug-in hybride auto’s afgeschaft. Ook worden elektrische bijzondere voertuigen, zoals rolstoelvoertuigen, voor de bpm gelijkgesteld aan normale elektrische voertuigen.  Dit was al bij besluit geregeld, maar wordt nu wettelijk vastgelegd. Verder worden, vanwege de verdergaande vergroening van auto’s, de bpm-tarieven aangepast aan de hand van de verwachte daling van de gemiddelde CO2-uitstoot.

Let op! De meeste van bovengenoemde voorstellen moeten nog door de nieuwe Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

nieuws
29/9/2025
Auto

Wat wijzigt er in tarieven brandstofaccijns, bpm en mrb per 2026?

Het Belastingplan 2026 bevat tal van wijzigingen voor automobilisten, waarvan een aantal samenhangt met de wens tot vergroening van het wagenpark. De belangrijkste wijzigingen zetten we hier op een rij.

LEES VERDER

Rechtbank Noord-Holland: Oekraïner al woonachtig in Nederland

Zo oordeelde rechtbank Noord-Holland eind juli 2025 over een Oekraïner. Hij verblijft vanaf 10 mei 2023 in Nederland met zijn echtgenote en kind en is vanaf 11 mei 2023 ingeschreven in basisregistratie personen (BRP) op een Nederlands adres. De Oekraïner werkt tussen 1 september 2020 en 6 november 2023 op afstand voor een in Israël gevestigd bedrijf als freelancer.

Op 6 november 2023 tekent hij een arbeidsovereenkomst en op 13 november 2023 treedt hij in dienst bij een in Nederland gevestigde werkgever. Voor de toepassing van de 30%-regeling was in geschil of de Oekraïner uit een ander land was aangeworven. Daarvoor zou zijn woonplaats op het moment van aangaan van de arbeidsovereenkomst buiten Nederland gelegen moeten zijn.

De rechtbank oordeelde dat de woonplaats van de Oekraïner op het moment van aangaan van de arbeidsovereenkomst in Nederland was. De rechtbank oordeelde daarbij dat het motief van de verhuizing naar Nederland niet van doorslaggevende betekenis is. Verder nam de rechtbank onder meer in aanmerking dat de Oekraïner met zijn gezin al zes maanden in Nederland woonde,  voordat hij de arbeidsovereenkomst aanging.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant: Oekraïner al woonachtig in Nederland

Ook rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde begin 2025 dat een Oekraïner al woonachtig was in Nederland op het moment van aangaan van de arbeidsovereenkomst. De Oekraïner van wie zijn gezin vanaf 22 maart 2022 staat ingeschreven in Nederland en hij vanaf 28 september 2022, verblijft – volgens zijn eigen verklaring – vanaf 31 juli 2022 onafgebroken in Nederland. Tot oktober 2022 heeft hij op afstand gewerkt voor een Oekraïens bedrijf. Vier dagen na aankomst in Nederland stuurt hij een cv naar een Nederlandse werkgever, waar hij op 2 september 2022 een aanbod voor een baan krijgt. Hij sluit op 17 oktober 2022 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de Nederlandse werkgever en start zijn werkzaamheden in de functie van solutions engineer op 18 oktober 2022.

Rechtbank Noord-Holland: Oekraïner nog niet woonachtig in Nederland

In een andere casus van medio 2024 kwam rechtbank Noord-Holland overigens wel tot het oordeel dat een Oekraïner bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst nog in het buitenland woonde. Deze Oekraïner is in maart 2022 met zijn vrouw en kinderen naar Nederland gevlucht vanwege de oorlog in zijn thuisland. Zij hebben in Nederland een tijdelijk verblijfsrecht en een tijdelijke woning gekregen. In Oekraïne huren zij een appartement. Vanaf april 2022 tot en met augustus 2022 is de Oekraïner werkzaam geweest als opvarende op een schip dat onder Liberiaanse vlag in internationale wateren voer. Op 1 september 2022 sluit hij een arbeidsovereenkomst met een Nederlandse werkgever en op 11 oktober 2022 start hij met zijn werkzaamheden.

De rechtbank was van oordeel dat de Oekraïner op 1 september 2022 niet zijn woonplaats in Nederland had. Hij was dus een ingekomen werknemer en de 30%-regeling kon worden toegepast. Van belang bij dit oordeel was dat onder meer dat de Oekraïner de huurwoning in Oekraïne aanhield en de kosten daarvoor bleef betalen. Hieruit volgt dat niet de intentie bestond om langere tijd in Nederland te verblijven, maar dat het verblijf was ingegeven door de uitbraak van de oorlog in Oekraïne. Bovendien voer de Oekraïner tot en met augustus 2022 nog onder Liberiaanse vlag en had hij een tijdelijk verblijfsrecht.

Let op! In deze casus loopt inmiddels hoger beroep bij een gerechtshof.

nieuws
26/9/2025
Binnenvaart

Heeft een Oekraïense vluchteling recht op 30%-regeling?

Of een Oekraïense vluchteling recht heeft op de toepassing van de 30%-regeling is onder meer afhankelijk van de vraag of de vluchteling door de werkgever uit een ander land is aangeworven. Verschillende rechters deden in verschillende casussen al uitspraak hierover.

LEES VERDER

In deze advieswijzer geven we aan wat deze plichten voor u in de praktijk betekenen en hoe u aan deze plichten kunt voldoen. Ook treft u aan waar u voor nadere informatie terechtkunt.

Energiebesparingsplicht

Als ondernemer heeft u een energiebesparingsplicht als u in een jaar op een locatie minstens 50.000 kWh aan elektra of minstens 25.000 m3 gas verbruikt. De energiebesparingsplicht betekent dat u verplicht bent alle energiebesparende maatregelen te treffen waarvan de terugverdientijd vijf jaar of minder bedraagt. Ook maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder die geen energie besparen maar die wel de uitstoot van CO2 reduceren, bent u verplicht te treffen. U voldoet aan uw plichten als u alle maatregelen uitvoert met een terugverdientijd van vijf jaar of minder of als u alle maatregelen die voor u van toepassing zijn uitvoert die zijn vermeld op de Erkende Maatregelenlijst voor energiebesparing (EML). Voert u een maatregel van de EML niet uit, dan moet u een alternatieve maatregel uitvoeren die minstens evenveel energie bespaart. Heeft u een energiebesparingsplicht, dan moet u hierover iedere vier jaar rapporteren.

Let op! U moest uw rapportage uiterlijk 1 december 2023 digitaal inleveren bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Heeft u dit nog niet gedaan, doe dit dan alsnog zo snel mogelijk. Meer informatie over de energiebesparingsplicht is te vinden via Energiebesparingsplicht vanaf 2023 (rvo.nl).

Uitbreiding besparingsplicht

Ook voor ETS-ondernemingen, de glastuinbouw en bedrijven die over een omgevingsvergunning milieu dienen te beschikken, geldt de energiebesparingsplicht per 1 juli 2023. ETS-ondernemingen zijn bedrijven die verplicht moeten deelnemen aan het Emission Trade System, een handelssysteem voor de CO2-uitstoot van de industrie. In dat systeem moeten bedrijven voor elke ton aan CO2-uitstoot één emissierecht inleveren, dat men kan kopen en eventueel verhandelen. Het aantal emissierechten wordt jaarlijks lager vastgesteld, zodat bedrijven ofwel steeds duurdere emissierechten moeten kopen, ofwel moeten investeren in het beperken van de uitstoot. De energiebesparingsplicht geldt ook voor erkende monumenten. Hiervoor gelden wel speciale regels.

Regels bij verhuur

Bent u de enige gebruiker van een gebouw, dan bent u ook verantwoordelijk voor de te nemen energiebesparende maatregelen én voor de te leveren informatie hierover. Voor maatregelen met betrekking tot het gebouw treedt u in overleg met de eigenaar. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk voor de maatregelen hieromtrent, tenzij anders contractueel is afgesproken. De maatregelen waarvoor u als huurder verantwoordelijk bent, dient u ook zelf te nemen. Bij een gebouw met meerdere huurders is de eigenaar verantwoordelijk voor de te nemen energiebesparende maatregelen aan het gebouw. De huurders zijn verantwoordelijk voor de maatregelen van het proces. Het ligt voor de hand dat de gebouweigenaar, bij weinig processen die plaatsvinden bij de huurders, ook rapporteert namens de huurders.

Let op! Het ligt voor de hand dat degene die de maatregelen uitvoert ook rapporteert over de maatregelen. Er zijn bijvoorbeeld situaties, zoals in winkelcentra, dat de eigenaar van het winkelcentrum rapporteert over de collectieve voorzieningen, zoals een roltrap of verlichting en dat de huurder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de maatregelen en hierover dan ook rapporteert.

Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML)

Als voor uw bedrijf de energiebesparingsplicht geldt, dan moet u bij de RVO iedere vier jaar rapporteren welke energiebesparende maatregelen u heeft genomen. Uw rapportage stelt u op aan de hand van de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML). Op deze lijst staan energiebesparende maatregelen waarvan de terugverdientijd vijf jaar of minder bedraagt. Van de op de EML genoemde maatregelen geeft u aan of u deze heeft uitgevoerd of dat u een alternatieve maatregel heeft uitgevoerd.

Let op! Momenteel ligt er een wetsvoorstel om de terugverdientijd van vijf jaar naar zeven jaar te brengen. Dit zal mogelijk vanaf de volgende rapportageronde in 2027 het geval zijn. Door de RVO is echter aangegeven, dat de extra energiebesparing die dit oplevert, niet valt te bepalen.

De EML kent drie onderdelen, te weten ‘gebouwen’, ‘faciliteiten’ en ‘processen’. Per categorie moet u bekijken of deze voor u relevant is. Zo ja, dan dient u de maatregelen uit te voeren. Voor gebouwen betreft dit bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor de verwarming van het gebouw of voor de verlichting van de binnenruimte. Bij faciliteiten treft u onder meer energiebesparende maatregelen aan voor de koeling van producten, voor roltrappen of met betrekking tot uw serverruimte. Voor energiebesparende maatregelen inzake processen kunt u onder meer denken aan maatregelen om warmteverlies te beperken en aan energiebesparende maatregelen voor veehouderijen.

Of u een maatregel van de EML direct dient uit te voeren, hangt af van diverse omstandigheden. Onder meer de uitgangssituatie is hiervoor van belang. Zo kunt u bijvoorbeeld geen energie met betrekking tot warmte besparen in een ruimte die niet verwarmd is. Ook technische factoren zijn van belang. Brandt in een bepaalde ruimte gedurende de dag slechts kort de verlichting, dan zal de terugverdientijd van energiebesparende verlichting te lang zijn. Ook kunnen sommige energiebesparende maatregelen pas op een later moment rendabel zijn. Als u bijvoorbeeld op een bepaald moment uw gevel dient te renoveren, kan het rendabel zijn dan gelijk te kiezen voor isolerend glas.

Let op! Voor de glastuinbouw geldt sinds 1 juli 2023 ook de energiebesparingsplicht. Voor deze sector is een specifieke EML beschikbaar.

EED-auditplicht

Naast de energiebesparingsplicht en de hieraan gekoppelde rapportageplicht bestaat er de Europese Richtlijn Energie-Efficiëntie (EED). Deze plicht geldt alleen voor grote bedrijven. Dat wil zeggen dat u minstens 250 werknemers (fulltime) in dienst heeft. De plicht geldt daarnaast ook als uw omzet meer dan € 50 miljoen bedraagt en uw balanstotaal meer dan € 43 miljoen is. 

Let op! DE EED-auditplicht wordt gewijzigd. In de herziene EED-plicht gaat het niet meer om de vraag of uw bedrijf als grootbedrijf wordt aangemerkt, maar bepaalt het energiegebruik van de onderneming of die onder de EED-plicht valt. Naar verwachting treedt de wijziging halverwege 2026 in werking. Tot die tijd geldt de plicht volgens bovengenoemde eisen.

Het doel van de EED-auditplicht is om bedrijven inzicht te geven in hun energiegebruik en aan te geven op welke manieren energie bespaard kan worden. U dient met name te rapporteren welke energiebesparende maatregelen u kunt nemen en welke besparing dit oplevert. De rapportage op grond van de EED beperkt zich niet tot maatregelen met een terugverdientijd van maximaal vijf jaar. Voor de EED kunt u desgewenst gebruikmaken van slablonen die u aantreft op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

Ook ‘vervoer’ maakt onderdeel uit van de rapportageplicht over de EED, maar alleen voor zover u binnen uw bedrijf zelf het vervoer verzorgt. Besteedt u het vervoer uit, dan is de vervoerder eventueel rapportageplichtig, als deze aan de voorwaarden voor de plicht voldoet. Het woon-werkverkeer van uw werknemers valt niet onder de rapportageplicht. Onderdeel van de rapportage is onder meer een overzicht van het totaal gemeten energieverbruik van uw bedrijf alsmede een uitsplitsing van het energieverbruik voor de processen, gebouwen, installaties en vervoer van uw onderneming. Ook dient u een lijst van energiebesparende maatregelen op te nemen, waarbij u gebruik kunt maken van bovengenoemde EML.

U dient iedere vier jaar te rapporteren. Dit is opengesteld op 4 juli 2023. De rapportage dient digitaal aangeleverd te worden bij de RVO. Hiervoor heeft u eHerkenning niveau 2+ of hoger nodig.

Let op! U bent wettelijk verplicht uw EED-rapportage aan te leveren. Doet u dit niet, dan kan de RVO u een last opleggen met een dwangsom. Voldoet u dan nog niet aan uw verplichting, dan dient u de dwangsom te betalen.

Tip! Als u investeert in een energiebesparende maatregel waarop de Energie-investeringsaftrek (EIA) van toepassing is, komen de rapportagekosten ook voor de EIA in aanmerking. De EIA bedraagt in 2025 40%. Uw investeringsbedrag dient minstens € 2.500 te bedragen. Het bedrag dat maximaal voor de EIA in aanmerking komt, bedraagt in 2025 € 151 miljoen.

Onderzoeksplicht

Grote energie verbruikende bedrijven kunnen ook nog te maken hebben met een onderzoeksplicht over energiebesparing. Dit geldt voor locaties van bedrijven met een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas. Of de onderzoeksplicht op de activiteiten van uw bedrijf van toepassing is, hangt af van wie de milieuregels voor de milieubelastende activiteit van uw bedrijf bepaalt. Om te bepalen of er een onderzoeksplicht geldt voor de locatie kunnen ondernemers het stappenplan raadplegen: Stappenplan Energiebesparing Rapportageplicht (rvo.nl).

De onderzoeksplicht houdt in dat u eens per vier jaar onderzoekt welke energiebesparende maatregelen u moet nemen. Dit dient u digitaal te rapporteren bij de RVO. U moet in uw rapportage ook aangeven welke maatregelen u de voorafgaande periode al heeft genomen.

Let op! De eerstvolgende rapportage moest uiterlijk 1 december 2023 bij de RVO binnen zijn. Heeft u deze nog niet ingediend, doe dit dan alsnog zo snel mogelijk.

Wettelijk is bepaald over welke aspecten van uw bedrijfsvoering u met betrekking tot energiebesparing moet rapporteren. Dit betreft onder meer een analyse van uw energieverbruik, waaronder een opgave van onbenutte warmtestromen alsmede een inventarisatie van kosteneffectieve CO2-reducerende maatregelen. Ook hiervoor kunt u gebruikmaken van de EML. Voor uw rapportage is wettelijk vastgelegd hoe u de terugverdientijd van een investering en de CO2-reductie dient te berekenen. U kunt voor uw rapportage gebruikmaken van sjablonen die u kunt vinden op de site van de RVO.

Fiscale maatregelen m.b.t. energiebesparing

Voor maatregelen waarvan de terugverdientijd langer is dan vijf jaar, bestaat geen plicht deze uit te voeren. Voor dergelijke maatregelen komt u vaak wel in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA). Deze aftrek is met name bedoeld voor energiebesparende investeringen die, gelet op het rendement, nog onvoldoend rendabel zijn. Door hiervoor een fiscale aftrek te verlenen, dalen de nettokosten van de investering en is deze eerder rendabel.

Alleen bedrijfsmiddelen die op de zogenaamde Energielijst staan, komen voor de EIA in aanmerking. De Energielijst kunt u inzien en downloaden op de site van de RVO en wordt ieder jaar vernieuwd. De EIA levert voor investeringen in het jaar 2025 een extra aftrek van de winst op van 40%. Het totale maximumbedrag dat voor de EIA in aanmerking komt, bedraagt € 151 miljoen. Een investering in een bedrijfsmiddel dat bijvoorbeeld € 100.000 kost en op de Energielijst staat, levert dus een extra aftrek op de winst op van € 40.000. 

Handhaving

Een onderneming die voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden is wettelijk verplicht energiebesparende en/of CO2-reducerende maatregelen te treffen, te rapporteren en/of te informeren. Zijn er maatregelen genomen die niet staan vermeld op de EML, dan is het bevoegd gezag ook gerechtigd te controleren of de genomen alternatieve maatregelen voldoende zijn geweest. Voldoet een onderneming niet aan haar plichten, dat is het bevoegd gezag gerechtigd om eerst een waarschuwingsbrief te versturen. Ook kan het bevoegd gezag een dwangsom opleggen. Het bevoegd gezag is veelal de gemeente, de provincie of het Rijk. De hoogte van de dwangsom moet evenredig zijn aan de ernst van de overtreding en is bedoeld om bedrijven er alsnog toe te brengen de vereiste maatregelen te nemen dan wel te rapporteren en/of te informeren. Een bedrijf moet de dwangsom betalen als niet alsnog aan de wettelijke plichten wordt voldaan, vóór de termijn die daartoe door het bevoegd gezag gesteld is. Bij het vaststellen van deze termijn wordt rekening gehouden met de tijd die nodig is om een geconstateerde overtreding te beëindigen. Een dwangsom kan herhaald worden bij het niet blijven voldoen aan de wettelijke regels. 

Meer informatie: RVO

De energiebesparingsplicht, de informatieplicht en de rapportageplicht bestaan voor de gemiddelde ondernemer uit behoorlijk ingewikkelde regelingen. Er zijn tal van bedrijven die ondernemers deze werkzaamheden tegen betaling uit handen kunnen nemen. Als u googelt op ‘energiebesparingsplicht advies’ blijkt dat er aan adviseurs keuze genoeg is.

Op RVO.nl kunt u terecht voor alle informatie die op uw specifieke situatie, voor uw branche of bedrijf, van toepassing is. Via deze site dient u ook uw rapportages digitaal aan te leveren, waarvoor eHerkenning niveau 2+ of hoger met machtiging RVO-diensten niveau eH2+ nodig is.

Meer informatie: DEB

Voor informatie over de energiebesparingsplicht en rapportageplichten kunt u ook terecht op de site deb.nl (duurzaam energie besparen). DEB verstrekt informatie aan ondernemers die geconfronteerd worden met de wettelijke plichten op dit gebied, maar ook aan ondernemers die niet verplicht zijn tot energiebesparende maatregelen en overwegen om hier uit het oogpunt van kostenbesparing toe over te gaan.

Tip! DEB heeft een praktisch overzicht van alle 149 maatregelen die deel uitmaken van de EML.

DEB werkt samen met tal van branches, zodat de informatie zo veel mogelijk toegespitst is op de persoonlijke situatie van de ondernemer. U kunt op de site van DEB kosteloos inloggen en hier een eigen account aanmaken.

Voorbeeld
Als voorbeeld noemen we de maatregel tot plaatsing van een dubbelwandige vaatwasmachine in grootkeukens, zoals aanwezig in de horeca. Op de site van DEB treft u deze aan bij de maatregelen in de categorie ‘faciliteiten’. De site geeft aan dat een dubbelwandige vaatwasmachine vanwege de dubbele wanden minder warmteverlies heeft, waardoor water niet opnieuw opgewarmd hoeft te worden, wat energie bespaart. Deb.nl bevat ook informatie over beschikbare subsidies en bevat namen en contactinformatie van energieadviseurs. U kunt zich bij DEB aanmelden voor een speciale nieuwsbrief, zodat u altijd op de hoogte bent van het laatste nieuws en de nieuwe maatregelen.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

advieswijzer
26/9/2025
Windmolen

Advieswijzer Informatieplicht energiebesparing

De overheid wil dat ondernemers zo min mogelijk energie verbruiken om zo de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals CO2, te beperken. Om energie te besparen, hebben ondernemers die veel energie verbruiken een energiebesparingsplicht. Bovendien moeten deze ondernemers hier iedere vier jaar over rapporteren volgens de informatieplicht. Daarnaast bestaat er voor sommige ondernemers een onderzoeksplicht over energiebesparing.

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE