17/9/2026

Lagere verzuimboete bij vergelijkbaarheid bv met eenmanszaak

Een bv die te laat de aangifte Vpb 2022 indiende, kreeg van een rechtbank een lagere boete, onder meer omdat de bv vergelijkbaar was met een eenmanszaak. Wat speelde in deze zaak?

Lagere verzuimboete bij vergelijkbaarheid bv met eenmanszaak

Verzuimboete te late aangifte

Als je niet of te laat je aangifte inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) doet, kan de Belastingdienst je een verzuimboete opleggen. Deze verzuimboete bedraagt in 2026 voor de IB € 469 voor een eerste verzuim en kan oplopen tot € 6.709 bij vaker verzuim.

Voor de Vpb is de boete veel hoger, namelijk in 2026 € 3.354 bij een eerste verzuim. Deze verzuimboete kan bij vaker verzuim ook oplopen tot € 6.709.

Let op! Er is pas sprake van een verzuim als je niet binnen de op de aanmaning vermelde termijn je aangifte hebt ingediend. Ontvang je een aanmaning vanwege het niet indien van je aangifte, dien dan binnen die termijn alsnog je aangifte in.

Eerste verzuim bv

Een bv had de aangifte Vpb te laat ingediend. Het betrof een eerste verzuim. De bv gaf aan dat dit kwam omdat vergeten was uitstel aan te vragen voor het indienen van de aangifte. De Belastingdienst legde een verzuimboete op naar een bedrag van € 2.757 (het toen geldende bedrag bij een eerste verzuim). Na bezwaar van de bv, verminderde de Belastingdienst de verzuimboete naar € 1.000.

De bv vond de verzuimboete van € 1.000 nog steeds disproportioneel in verhouding tot het verzuim. De bv vond zichzelf ook vergelijkbaar met een eenmanszaak en vond dat de boete ook daarmee vergelijkbaar moest zijn.

Vergelijkbaar met eenmanszaak

De rechtbank vond de bv ook vergelijkbaar met een eenmanszaak. De bv had een omzet die paste bij een eenmanszaak (de omzet was in 2022 € 196.960). Daarnaast was sprake van een eerste verzuim en had de bv de aangiftes van latere jaren wel op tijd ingediend. Om die reden vond de rechtbank de verzuimboete van € 1.000 te hoog en verlaagde deze naar € 500.

Let op! De Belastingdienst heeft zich in deze casus neergelegd bij het oordeel van de rechtbank en geen hoger beroep ingesteld.

Naar overzicht