Het is wettelijk verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van trusts en soortgelijke juridische constructies te registreren in het UBO-register trusts. Wat zijn de bestuurlijke boetes bij overtreding van deze wettelijke verplichting?

Een trustee is de beheerder van het geld of ander bezit van de trust. De trustee is de UBO, Ultimate Beneficial Owner, van de trust.
De trustee die in Nederland woont of gevestigd is, is verplicht zich te registreren in het UBO-register trusts bij de KVK. Dat geldt ook voor de trustee die buiten de EU woont of gevestigd is, maar in Nederland namens de trust een zakelijke relatie aangaat. Denk daarbij aan het openen van een bankrekening of het kopen van onroerend goed in Nederland.
Als een rechtspersoon trustee is, dient de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon geregistreerd te worden in het UBO-register trusts.
Let op! Meer informatie is te vinden op de website https://www.uboregistertrusts.nl/.
De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register trusts. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete voor trusts en soortgelijke juridische constructies is op 1 juni 2026 in werking getreden.
Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.
De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.
Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:
Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.
De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, door het opleggen van een last onder dwangsom.

Een werkgever kan het UWV om een herbeoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werknemer op grond van de Wet WIA vragen. Als het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit neemt, kan de werkgever het UWV in gebreke stellen. Daarna kan de werkgever beroep instellen bij de rechtbank vanwege het uitblijven van de herbeoordeling. Verklaart de rechtbank dit beroep gegrond, dan geeft de rechtbank het UWV normaliter twee weken de tijd om de herbeoordeling alsnog uit te voeren. Rechtbank Gelderland wijzigde echter haar koers en besliste anders. Eerder deed rechtbank Limburg dat ook al.
Lees verder
Wanneer je een lijfrente afkoopt, betaal je over de uitkering in principe belasting én revisierente. Als sprake is van langdurige arbeidsongeschiktheid is, onder voorwaarden, echter geen revisierente verschuldigd. De Belastingdienst heeft deze uitzondering nader toegelicht.
Lees verder