Eind vorig jaar is de youngtimerregeling gewijzigd. De Tweede Kamer heeft de regering onlangs echter verzocht de verhoging van de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet in een keer maar geleidelijk te laten plaatsvinden.

Met ingang van 2026 is de youngtimerregeling gewijzigd. In 2026 bedraagt daardoor de bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.
Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.
Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder was, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto mag heel 2026 nog uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.
Met ingang van 1 januari 2027 gaat, onder de huidige wettelijke regels, de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling in een keer naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.
De Tweede kamer meent dat de korte overgangsperiode in de huidige youngtimerregeling voor onbedoelde neveneffecten zorgt voor verkopers en gebruikers van youngtimers. De Tweede Kamer vindt dan ook dat de regering moet afzien van de verhoging van de leeftijdsgrens in een keer naar 25 jaar met ingang van 1 januari 2027.
De Tweede Kamer verzoekt de regering om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden. Dit zou dan gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economische verkeer.
De Tweede Kamer doet ook het verzoek om een e-timerregeling uit te werken om te voorkomen dat elektrische leaseauto's die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease massaal naar het buitenland worden geëxporteerd.

De Belastingdienst berekent 5% belastingrente als een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) 2025 vanaf 1 juli 2026 wordt opgelegd. Dit kunt u voorkomen met een tijdige aangifte of een tijdige aanvraag voorlopige aanslag.
Lees verder
Vanaf 1 juli 2026 vervalt de Belasting Zware Motorrijtuigen (bzm). Hiervoor in de plaats komt de vrachtwagenheffing. Heeft u met een Eurovignet bzm betaald tot na 1 juli 2026, dan kunt u nu al de bzm terugvragen. U hoeft dus niet te wachten tot 1 juli 2026.
Lees verder