Binnen de werkkostenregeling bestaan verschillende normbedragen, bijvoorbeeld voor maaltijden, thuiswerken, huisvesting op de werkplek en reiskosten. Welke normbedragen gelden in 2026?

Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines of soortgelijke ruimtes of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, bedraagt het normbedrag in 2026 € 4,05. In 2025 bedroeg dit bedrag nog € 3,95.
Let op! Het normbedrag – verminderd met een eventuele bijdrage van uw werknemer – is loon voor uw werknemer.
Tip! U kunt er ook voor kiezen om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte. In dat geval betaalt u werknemer hier geen loonbelasting over. U bent dan 80% eindheffing verschuldigd als het totaal van aangewezen loonbestanddelen de vrije ruimte in een jaar overschrijdt.
Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken kunt u, onder voorwaarden, een onbelaste vergoeding geven aan uw werknemer. Deze onbelaste vergoeding bedraagt in 2026 € 2,45 per dag. In 2025 was dit nog € 2,40.
Verzorgt u huisvesting op de werkplek, dan kan daar onder voorwaarden een nihilwaardering voor gelden. Als deze nihilwaardering niet van toepassing is en er geen sprake is van een (dienst)woning, kunt u onder voorwaarden voor de waarde van de huisvesting in 2026 het normbedrag van € 7,00 per dag aanhouden. In 2025 bedroeg dit normbedrag nog € 6,80 per dag.
Het bedrag van de onbelaste reiskostenvergoeding is in 2026 net als in 2025 € 0,23 per kilometer.

Per 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in werking getreden. Er geldt een overgangsregeling tot 2028. Dat betekent dat per 2028 alle pensioenregelingen aangepast moeten zijn aan de Wtp, al dan niet gebruikmakend van de diverse overgangsregelingen.
Lees verder
De Belastingdienst heeft een standpunt bekendgemaakt over stikstofdispositieruimte. Het standpunt betreft de mogelijkheid tot afschrijven en het toepassen van de herinvesteringsreserve (HIR) op de stikstofdispositieruimte.
Lees verder