Heeft u momenteel een eenmanszaak, maatschap of vof? Dan kan het in bepaalde situaties interessant zijn om over te stappen naar een bv. Of dit voor u de juiste keuze is, hangt af van tal van aspecten. Wat zijn de afwegingen?

De vraag of – en zo ja wanneer – u er als mkb-ondernemer verstandig aan doet om over te stappen naar een bv is niet eenduidig te beantwoorden en hangt af van individuele factoren. Van oudsher speelt de fiscaliteit hierbij een belangrijke rol, omdat de ondernemer in de inkomstenbelasting anders wordt belast dan de onderneming die onderneemt via een bv. Maar met name andere, niet-fiscale aspecten zullen vaak een rol spelen om over te stappen naar een bv.
Let op!De belasting in box 3 kan ook een rol spelen bij de beslissing om over te stappen naar de bv. In deze advieswijzer wordt op dit aspect verder niet ingegaan. Voor de belasting in box 3 wordt verwezen naar de advieswijzer die over dat onderwerp beschikbaar is.
Niet-fiscale motieven om over te stappen naar een bv zijn onder meer de aansprakelijkheid en bedrijfsoverdracht/continuïteit van de onderneming.
Aansprakelijkheid
De ondernemer in een eenmanszaak is met zijn gehele privévermogen hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van zijn onderneming. Vennoten in een vof zijn ook met hun gehele privévermogen hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vof. Maten in een maatschap zijn met hun gehele privévermogen voor een evenredig deel aansprakelijk voor alle schulden van de maatschap.
Bij het voeren van een onderneming vanuit een bv, is deze aansprakelijkheid niet aanwezig. Een voordeel van de bv is dat de aansprakelijkheid van de dga beperkt is tot het in de bv geïnvesteerde bedrag, oftewel de waarde van de aandelen. Formeel is de dga dus niet aansprakelijk voor de schulden van de bv, tenzij sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid. Dit is vaak een reden om de onderneming te voeren vanuit een bv.
Let op!In de praktijk komt het voor dat banken, bij het verstrekken van een financiering voor de bv, eisen dat de dga in privé meeondertekent. Wanneer de bv haar schulden niet meer kan betalen, worden deze dan toch verhaald op het privévermogen van de dga.
De aandeelhouder van een bv is wel aansprakelijk tot het bedrag van de storting op zijn aandelen. Is de aandeelhouder ook bestuurder, dan kan hij ook als bestuurder aansprakelijk worden gesteld bij onbehoorlijk bestuur. Daarbij is de aansprakelijkheid dan niet beperkt tot de storting op de aandelen. Ook kan bestuurdersaansprakelijkheid richting de Belastingdienst ontstaan bij het niet-nakomen van bepaalde verplichtingen, zoals het tijdig melden van betalingsonmacht.
Bedrijfsoverdracht is over het algemeen gemakkelijker en (fiscaal) aantrekkelijker als de onderneming gedreven wordt vanuit een bv dan vanuit een eenmanszaak, vof of maatschap. Zo moeten bij overdracht vanuit een eenmanszaak alle activa en passiva apart overgedragen worden. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat alle contracten en afspraken met leveranciers en afnemers opnieuw voorgelegd moeten worden. Bij een bv kan de bedrijfsoverdracht ook op deze wijze gebeuren, maar kan er ook gekozen worden voor overdracht van de aandelen, wat een stuk eenvoudiger is.
Voor bedrijfsoverdracht is een structuur met een holding en een werkmaatschappij (twee bv’s dus) het aantrekkelijkst. Op die manier kan de holding de aandelen in de werkmaatschappij verkopen en daarbij de deelnemingsvrijstelling toepassen.
Let op! Laat u over een bedrijfsoverdracht altijd goed adviseren. Zo kan ook in een bv-structuur bijvoorbeeld de keuze vallen op een overdracht van de activa en passiva in plaats van de overdracht van aandelen.
In het vervolg van deze advieswijzer gaan we vooral in op de fiscale aspecten. De keuze om over te stappen naar een bv zal echter altijd een afweging zijn tussen alle aspecten.
Het fiscale aspect van wel of niet overstappen naar een bv is de afgelopen jaren veranderd. Dit wordt vooral veroorzaakt door wijziging van het tarief in box 2 en de steeds verdere afbouw van ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting. In box 2 wordt de door de bv aan de dga uitgekeerde winst belast. In 2026 wordt de uitgekeerde winst tot een bedrag van € 68.843 belast tegen 24,5% en geldt over het meerdere een tarief van 31%. Omdat fiscale partners inkomsten in box 2 onderling mogen verdelen, is voor de belastingplichtige met een fiscaal partner het tarief van 24,5% van toepassing tot twee x € 68.843, ofwel € 137.686. Pas wanneer meer winst dan € 137.686 wordt uitgekeerd, geldt voor dga’s met een fiscaal partner een tarief van 31% over het meerdere. Door de twee tarieven van 31% en 24,5% is het volledig oppotten van de winst fiscaal minder aantrekkelijk. Over het algemeen zal de bv niet meer gebruikt worden – als dat al gebeurde – voor het volledig oppotten van alle overwinst.
Heeft u momenteel een eenmanszaak, maatschap of vof, dan betaalt u over de volledige winst het progressieve tarief van de inkomstenbelasting. Onbelast oppotten van winst is niet mogelijk. U heeft wel recht op een aantal ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling, die de belastingdruk beperken, maar die al jaren steeds verder worden afgebouwd.
Een van de ondernemersfaciliteiten is de zelfstandigenaftrek. Dit is in 2026 een vaste aftrek van € 1.200. Voor de zelfstandigenaftrek is vereist dat u minstens 1.225 uur per jaar besteedt aan werkzaamheden voor uw bedrijf én dat dit meer dan de helft van het totaalaantal werkzame uren is. Dit wordt het urencriterium genoemd. Deze laatste eis geldt niet voor starters.
Let op!De zelfstandigenaftrek was eerst een veel hoger bedrag, maar wordt al jaren afgebouwd. Bedroeg de aftrek in 2021 nog € 6.670 per jaar, in 2026 bedraagt deze € 1.200 per jaar en vanaf 2027 € 900 per jaar.
Let op!Voor starters geldt in 2026 een extra zelfstandigenaftrek van € 2.123. Deze blijft vooralsnog ongewijzigd.
De zelfstandigenaftrek mag u in mindering brengen op de winst; in 2026 tegen maximaal het tarief van de tweede schijf van de inkomstenbelasting, te weten 37,56%.
Een andere belangrijke faciliteit voor de ondernemer in de inkomstenbelasting is de mkb-winstvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat 12,7% (2026) van uw winst onbelast blijft. Daar staat tegenover dat bij een verlies 12,7% van het verlies niet aftrekbaar is.Ook deze aftrek is in 2026 beperkt tot maximaal de tweede schijf van de inkomstenbelasting van 37,56%. Door de mkb-winstvrijstelling betaalt u maximaal 43,21% in plaats van 49,50% belasting over de behaalde winst (vóór aftrek van ondernemingsfaciliteiten).
In de bv betaalt u vennootschapsbelasting over – kort gezegd – de behaalde winst. Het aan de dga uitbetaalde loon is hierbij wel een aftrekpost. Over de eerste € 200.000 winst betaalt de bv in 2026 19% vennootschapsbelasting, over het meerdere 25,8%. Pas als de bv de winst die na belasting resteert, uitkeert aan de directeur-grootaandeelhouder (dga), moet de dga over hierover aanvullend inkomstenbelasting betalen in box 2 (zie hiervoor). Daardoor wordt de totale winst belast tegen 38,85 tot 48,80%. U bereikt dit tarief dus pas na uitkering van de winst en het moment hiervan bepaalt u zelf. Dit betekent dat het aantrekkelijk kan zijn om in de bv een deel van de winst op te potten en dit pas uit te keren zolang dit tegen het lage tarief van 24,5% mogelijk is. Zoals eerder aangegeven, is het daarbij ook van belang of u een fiscale partner heeft.
Belasting in de IB
Bij een winst van € 200.000 brengt u in de inkomstenbelasting eerst de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling tot de maximale aftrek in mindering. U betaalt daardoor over € 173.552 belasting. Deze bedraagt € 79.034. Ook betaalt u € 3.851 inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw-premie), samen € 82.885.
Belasting in de bv
In de bv vermindert u de winst van € 200.000 eerst met het gebruikelijk loon van de dga. Stel dat dit gebruikelijk loon € 59.000 bedraagt. Hierover betaalt u als dga dan € 14.790 loonbelasting en € 2.862 Zvw-premie. Over het restant betaalt de bv 19% vennootschapsbelasting, ofwel € 26.790. Keert de bv de rest van de winst van € 114.210 uit aan u als dga, dan betaalt u hierover nog eens 24,5% belasting, ervan uitgaande dat u een partner heeft, ofwel € 27.981. Door de uitkering van deze winst verliest u wel uw algemene heffingskorting van € 1.872. In totaal betalen u en de bv in dit voorbeeld samen dus € 74.295 aan belasting als de winst direct wordt uitgekeerd. Dit is € 8.590 minder dan in de inkomstenbelasting.
Hierbij wordt opgemerkt dat als een hoger gebruikelijk loon in aanmerking moet worden genomen, het voordeel aanmerkelijk lager kan worden en zelfs om kan slaan in een hogere belasting in de bv dan in de inkomstenbelasting. Zo bedraagt bij een gebruikelijk loon van € 120.000 de inkomstenbelasting € 48.527 en de Zvw-premie € 3.851. De Vpb over het restant is dan € 15.200, waarna er € 64.800 winst uitgekeerd kan worden tegen een belasting van 24,5% (€ 15.876). De totale belasting van u en de bv bedraagt dan € 83.454, dus € 569 meer dan in de inkomstenbelasting.
Naast de rekensom of het financieel/fiscaal gezien interessant is om de overstap te maken naar een bv zijn er nog andere aspecten die van belang kunnen zijn:
Anders dan de zelfstandig ondernemer wordt de dga voor de loonbelasting als werknemer gezien als hij werkzaamheden verricht voor de bv. Over het loon moet loonbelasting en Zvw-premie worden ingehouden Voor de sociale zekerheid wordt een dga doorgaans niet als werknemer beschouwd.
De gebruikelijkloonregeling geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap én die ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap. Heeft u een bv, dan bent u als dga verplicht een minimumbedrag aan salaris uit de bv op te nemen.
Dit gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:
Het gebruikelijk loon wordt belast in box 1, dus progressief.
Let op! Des te meer gebruikelijk loon u in aanmerking neemt dan wel in aanmerking moet nemen, des te minder u profiteert van het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 19% en van het lage tarief in box 2 van 24,5% over de eerste € 68.843, respectievelijk € 137.686 als u een fiscaal partner heeft. Dat blijkt ook wel uit het voorbeeld dat hiervoor is gegeven.
Tip! De dga kan in beginsel tevens profiteren van de regelingen die ook voor andere werknemers gelden. Dit betreft met name kostenvergoedingen via de werkkostenregeling. Volgens deze regeling kan in 2026 2% van de fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere van de loonsom daarboven besteed worden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen.
Let op!! Kostenvergoedingen mogen alleen via de werkkostenregeling worden afgewikkeld als deze niet meer dan 30% afwijken van hetgeen in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. De beoordeling of iets voldoet aan deze gebruikelijkheidseis is niet altijd eenvoudig. Om discussie over elke euro met de Belastingdienst te voorkomen, kunt u gebruikmaken van de doelmatigheidsmarge van € 2.400. Tot een bedrag van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst de zaken namelijk in alle redelijkheid als gebruikelijk.
In sommige situaties kunt u uitgaan van een lager loon dan het berekende gebruikelijk loon. Zo kunnen startende ondernemingen maximaal drie jaar van een lager loon uitgaan als de bv het gebruikelijk loon niet kan betalen door het opstarten van de onderneming. Houd er hierbij wel rekening mee dat de periode waarin u uw bedrijf al dreef als eenmanszaak van die maximale drie jaar moet aftrekken.
Ook als uw onderneming structureel zo veel verlies lijdt dat de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt, kunt u van een lager loon uitgaan.
Tip! Bent u een startende onderneming of lijdt u zo veel verlies dat de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt, neem dan contact met ons op voor de voorwaarden waaronder een lager loon mogelijk is.
Anders dan een gewone werknemer is de dga met een meerderheidsbelang in de bv in de regel niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Er is dan geen sprake van premieplicht. In dat geval moet de dga zichzelf dus verzekeren tegen onder meer arbeidsongeschiktheid.
Let op! De regels of een dga wel of niet verzekerd is voor de werknemersverzekeringen kunnen met name bij meerdere aandeelhouders ingewikkeld zijn. Neem daarom voor de beoordeling of u wel of niet verzekerd bent contact op met onze adviseurs.
De dga is wel verzekerd voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en moet hiervoor, net als de zelfstandig ondernemer, zelf de premies betalen. Voor 2026 is de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vastgesteld op 4,85% van het premieplichtig inkomen, tot een maximuminkomen van € 79.409. De maximale inkomensafhankelijke bijdrage Zvw komt daardoor op € 3.851. Deze bijdrage geldt zowel voor de zelfstandig ondernemer als de dga.
Als u een bv heeft, kunt u hier als dga ook zakelijk mee handelen. U bent in feite te vergelijken met een onafhankelijke derde. Zo kunt u bijvoorbeeld geld lenen van uw bv voor een grote aankoop of via uw bv een (hypothecaire) lening afsluiten voor de aankoop van een woning. De winst die uw bv hiermee behaalt, komt dan ten goede aan uw bv en niet aan uw bank. En de rente die u betaalt voor een eigenwoningfinanciering is onder voorwaarden aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. Houd er wel rekening mee dat leningen bij de bv zijn gemaximeerd tot € 500.000. Leent u meer, dan is het meerdere belast als fictief inkomen in box 2. Voor dit bedrag tellen kwalificerende leningen voor de eigen woning niet mee.
Let op! Eigenwoningleningen die vanaf 2023 bij de eigen bv zijn afgesloten, tellen alleen niet mee als op de woning een recht van hypotheek is gevestigd.
Houd er ook rekening mee dat u bij dergelijke transacties zakelijke voorwaarden in acht neemt. Denk aan het rentepercentage, onderpand en voortijdig aflossen. Schakel desgewenst een adviseur in om u hiermee bij te staan.
Als u wilt overstappen van een onderneming in de inkomstenbelasting naar een bv, dient u in beginsel met de Belastingdienst af te rekenen over de opgebouwde (stille) reserves, waaronder ook de stand van de oudedagsreserve (FOR). Een stille reserve is bijvoorbeeld aanwezig als de boekwaarde van uw pand lager is dan de werkelijke waarde. Dit heet in vaktermen ook wel een ruisende overgang.
Er bestaat een mogelijkheid om niet af te rekenen, maar ‘geruisloos’ door te schuiven. Hieraan is onder meer de voorwaarde verbonden dat de bv met dezelfde boekwaarde verdergaat als waarmee de onderneming in de inkomstenbelasting stopte.
Een nadeel hiervan is dat de bv geen investeringsaftrek kan claimen en ook over lagere bedragen af kan schrijven. Het is dan ook helemaal afhankelijk van uw situatie of geruisloos doorschuiven voor u voordeliger is of niet. Er is ook een alternatief voor geruisloos doorschuiven, namelijk een ruisende overgang, waarbij een lijfrente bij de eigen bv of een bank of verzekeraar wordt bedongen. Tegenover de belaste stakingswinst staat dan de aftrek van de inleg in het lijfrenteproduct (die bij een eigen bv niet hoeft te worden betaald). Dit kan echter niet voor onbeperkte bedragen.
Let op! Bij geruisloos doorschuiven moet op termijn, bij verkoop van de bv, in principe nog wel over de opgebouwde reserves afgerekend worden. Tenzij uw opvolger ook weer besluit om geruisloos door te schuiven. Op deze manier kan de belastingclaim (eindeloos) worden uitgesteld. Geruisloos doorschuiven is echter niet altijd mogelijk of aantrekkelijk.
Tip! In deze advieswijzer hebben wij een aantal belangrijke aspecten van de overstap naar een bv op een rij gezet. Het is onmogelijk om hierin alle aspecten voldoende te belichten. Daarbij is er altijd sprake van maatwerk. Overweegt u de overstap naar een bv, neem dan contact met ons op. Wij adviseren u graag bij uw beslissing.
Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Als u uw personeel van kleding of werkkleding wilt voorzien, kan dit belastingvrij. Hier zijn wel strikte voorwaarden aan verbonden. De Belastingdienst heeft hierover onlangs wat regels geüpdatet en aangevuld in een speciale handreiking voor adviseurs. Deze zijn ook voor u als werkgever handig om te weten.
Lees verder
De kosten van ziekenbezoek zijn onder voorwaarden aftrekbaar als zorgkosten. Er gelden dan wel eisen aan de af te leggen afstand tussen de woon- of verblijfplaats en de plaats van verpleging. De vraag is of in bepaalde gevallen ook een werkadres als verblijfplaats kan worden aangemerkt?
Lees verder