ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

1. Anticipeer op 12% extra belasting fossiele personenauto van de zaak

Werkgevers gaan extra belasting betalen als ze vanaf 1 januari 2027 een fossiele personenauto van de zaak (CO2-uitstoot groter dan nul) voor het eerst aan hun werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stellen. Het addertje onder het gras bij deze regeling is dat woon-werkverkeer ook privé is! De belasting bedraagt in beginsel 12% van de cataloguswaarde. Voor personenauto’s die vóór 2027 ter beschikking worden gesteld, gaat de heffing pas in per 17 september 2030. Houd daarom ook al rekening met de regeling als u overweegt om voor 2027 nog fossiele personenauto’s voor het eerst ter beschikking te stellen. Bij een aanschaf of een leasecontract met een langere looptijd wilt u wellicht al kiezen voor een emissievrije personenauto. 

Let op! De bijtelling van de auto van de zaak blijft ook gewoon bestaan! De lagere bijtelling voor een auto van de zaak die geen CO2 uitstoot, vervalt echter per 2026. Schaft u nog in 2025 een elektrische auto aan, dan heeft u nog wel maximaal 5 jaar profijt van de lage bijtelling.

2. Plan de samenstelling van uw vermogen box 3

Heeft u privévermogen, dan is het van belang rekening te houden met de belastingheffing die u moet betalen over de verschillende typen vermogens in box 3. De hoogte van de box 3-belasting hangt namelijk niet alleen af van de hoogte van uw vermogen, maar ook van de samenstelling. Bovendien tellen roerende zaken in eigen gebruik (denk aan inboedel, juwelen of een boot) niet mee in box 3. U kunt dan ook belasting besparen door slim te plannen rondom de peildatum van 1 januari 2026. Koop roerende zaken voor eigen gebruik daarom vóór 1 januari 2026 in plaats van net daarna. En heeft u een onroerende zaak in box 3 verkocht, kijk dan of deze nog vóór 1 januari 2026 bij de notaris overgedragen kan worden. Dan bedraagt het wettelijk vastgestelde rendement hierover op 1 januari 2026 geen 7,78%, maar het veel lagere wettelijk vastgestelde rendement dat voor banktegoeden geldt. 

Let op! De advisering rondom box 3 is altijd maatwerk en omvat meer dan hiervoor beschreven! Raadpleeg daarom uw adviseur voor uw eigen situatie.

3. Controleer of u de tegenbewijsregeling box 3 kunt toepassen

Is uw totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het totaal berekende wettelijk vastgestelde rendement, dan kunt u misschien een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. De Hoge Raad sprak zich hierover vanaf medio 2024 uit. In beginsel is het mogelijk om voor de jaren 2017 tot en met 2027 een beroep te doen op de tegenbewijsregeling box 3. Voor de jaren 2017-2020 kan dat echter alleen als uw definitieve aanslag IB op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én u tijdig bezwaar maakte of verzocht om ambtshalve vermindering. Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). De Belastingdienst verstuurt vanaf juli gefaseerd brieven. Neem na ontvangst van deze brief zo snel mogelijk contact op met onze adviseurs. De reactietermijn is in bepaalde gevallen namelijk maar twaalf weken!

Let op! De berekening van het werkelijk rendement is waarschijnlijk anders dan u in gedachten heeft voor een werkelijk rendement. Zo tellen bijvoorbeeld ook de nog niet gerealiseerde waardeveranderingen mee. Neem voor de beoordeling of u een beroep kunt doen op de tegenbewijsregeling box 3 daarom contact op met onze adviseurs..

Tip! Is uw werkelijk rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U betaalt dan gewoon box 3-heffing op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

4. Dividend uitkeren of nog niet?

Het tarief in box 2 bedraagt in 2025 24,5% tot een inkomens van € 67.804 (of € 135.608 voor fiscale partners gezamenlijk). Over het meerdere bedraagt het tarief in 2025 31%. Het is daarom aantrekkelijker om dividend uit te keren tot € 67.804 (bij fiscale partners € 135.608) dan een hoger bedrag. Ga na welke bedragen aan dividend u de komende jaren wilt uitkeren en houd hierbij rekening met deze tariefverschillen.

5. Anticipeer op btw-herzieningsdiensten vanaf 2026

Voor investeringen in roerende en onroerende goederen geldt nu al een btw-herzieningsregeling. Vanaf 2026 gaat ook een btw-herzieningsregeling gelden voor diensten van minimaal € 30.000 (excl. btw)aan onroerende zaken. Deze investeringsdiensten worden vanaf 2026 gevolgd in het jaar van ingebruikname, plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

De btw-herzieningsregeling geldt alleen voor diensten die de onroerende zaak meerjarig dienen, zoals het vernieuwen en onderhouden van onroerende zaken, maar ook aan met een verbouwing samenhangende sloopwerkzaamheden. Ook materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in een dienst en na installatie of montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus nog vóór deze datum in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling. 

Tip! De grens van € 30.000 geldt per dienst.

6. Handhaving op schijnzelfstandigheid

Na jarenlang zonder handhaving (behalve bij kwaadwilligen), is de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Houd er rekening mee dat er vanaf 2026 ook weer boetes opgelegd kunnen worden, ook wanneer er geen sprake is van opzet of kwade trouw. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) volgens de wettelijke regels eigenlijk in dienst is bij een opdrachtgever. Werkt u met zelfstandigen? Controleer dan goed of deze eigenlijk niet bij u in dienst zouden moeten zijn. Welke afspraken heeft u gemaakt, hoe heeft u dit vastgelegd en sluiten de afspraken ook daadwerkelijk aan bij de praktijk?

Let op! Contractuele afspraken komen niet altijd overeen met hoe in de praktijk wordt gewerkt. De uitvoering van de werkzaamheden in de praktijk is doorslaggevend.

7. Koop tweede woning pas in 2026

Bent u van plan een woning aan te schaffen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, bijvoorbeeld een woning voor de verhuur aan uw kind? Wacht – indien mogelijk – hiermee dan tot na 2025. Vanaf 2026 wordt de overdrachtsbelasting voor woningen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken namelijk verlaagd van 10,4 naar 8%. Dat kan behoorlijk in de portemonnee schelen. Zo bedraagt het voordeel voor een woning met een waarde van € 500.000 bijvoorbeeld al € 12.000.

8. Benut uw vrije ruimte

Binnen de werkkostenregeling betaalt u als werkgever geen belasting als u met uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel binnen de vrije ruimte blijft. Deze bedraagt in 2025 2% tot een totale fiscale loonsom van € 400.000 en 1,18% daarboven. Ga na of u nog vrije ruimte over heeft en maak hier gebruik van als u uw personeel extra wilt belonen. Een overschot aan vrije ruimte kunt u namelijk niet meenemen naar 2026. Bent u dga met een bv, dan kunt u zichzelf op deze manier ook een belastingvrije bonus cadeau doen voor zover deze bonus aan de gebruikelijkheidstoets voldoet.

Tip! Tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de Belastingdienst er in beginsel van uit dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

9. Koop nog dit jaar een lijfrente 

Betaalde bedragen voor de aankoop van een lijfrente zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar. Voor degene met een pensioentekort in 2024 bedraagt de fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies in 2025 30% van het inkomen (onder meer winst en loon). De maximale jaarruimte bedraagt in 2025 € 35.798. Misschien heeft u ook nog reserveringsruimte uit voorgaande jaren? Dan kunt u daarvan in 2025 maximaal € 42.108 gebruiken. Zorg wel dat u de lijfrentepremies in 2025 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2025. Bij betaling in 2025 zijn uw banktegoeden op 1 januari 2026 lager en betaalt u over 2026 wellicht ook minder belasting in box 3.

Let op! De betaalde bedragen voor lijfrenten zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. De fiscale jaarruimte 2025 weerspiegelt dit pensioentekort in 2024.

10. Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen  

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves (HIR) niet verlopen. Een HIR die u in 2022 gevormd heeft, moet u in principe vóór 31 december 2025 benutten. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij en bent u daarover belasting verschuldigd. 

Tip! In bijzondere omstandigheden is soms een langere termijn van herinvesteren mogelijk. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs..

Let op! Een aantal van de bovengenoemde tips is nog niet definitief en moeten nog door de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Daarom overleggen wij graag met u persoonlijk of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.

nieuws
15/10/2025
Handen schudden

10 belangrijke Eindejaarstips

Wat kunt u of moet u als ondernemer, dga, werkgever of particulier aan het einde van 2025 regelen? Wat verandert er per 2026 waar u nu nog op kunt anticiperen? We geven u tien belangrijke tips.

LEES VERDER

Wat speelde er?

Een werknemer had een functie als bedrijfsleider voor bedrijf A, daarnaast werkte hij ook voor bedrijf B. Beide ondernemingen werden aangestuurd door dezelfde eigenaar. De eigenaar had aangegeven te willen stoppen en had de betreffende bedrijfsleider de gelegenheid gegeven een bod te doen op zijn bedrijven. Partijen kwamen er echter niet in onderling overleg uit.

Ontslag door Whatsapp-bericht

De bedrijfsleider had vervolgens een Whatsapp-bericht geplaatst op 2 april 2025 in een door hem samengestelde Whatsapp-groep. In dat bericht stond dat hij per 14 april 2025 zijn functie niet langer zou uitvoeren, dat hij een staatsgreep zou plegen en dat hij de eigenaar eruit zou trappen. 

Hiermee saboteerde de werknemer moedwillig de onderneming met als doel het faillissement. Hij probeerde alle collega’s tegen de eigenaar uit te spelen en stuurde een respectloze en uiterst aanstootgevende tekst aan het gehele bedrijf.

Wat volgde was uiteindelijk een ontslag op staande voet. Wat was voorgevallen rechtvaardigde dat ontslag op staande voet, aldus de werkgever. Volgens de werknemer was het niet zijn bedoeling om de WhatsApp-groep geheim te houden voor de eigenaar. Hij had de eigenaar er buiten gelaten, omdat hij hem niet wilde lastigvallen met dagelijkse beslommeringen. 

Bewuste actie

De kantonrechter vindt het weinig aannemelijk, gelet op de tekst van het bericht, alsmede door de op de zitting afgelegde verklaringen van collega’s, dat het niet de bedoeling was de Whatsapp-groep geheim te houden. Sterker nog, uit deze verklaringen volgt dat er een aanvang was genomen met de uitvoering van de plannen. De werknemer heeft concrete plannen gedeeld en ook uitgevoerd om de eigenaar onder druk te zetten en zoals de werknemer zelf schrijft, de onderneming ‘uit te werken’, met als doel dat hij de onderneming alsnog voor weinig kon overnemen. Dat dit hem uiteindelijk niet is gelukt, kwam doordat de eigenaar zijn plannen ontdekte en niet doordat de werknemer zelf besloot er toch van af te zien.

Voorbeeldfunctie

Van belang is dat de bedrijfsleider een voorbeeldfunctie heeft voor de relatief jonge werknemers in het bedrijf. Hieraan is hij voorbijgegaan. Hij heeft gezorgd voor een ernstige vertrouwensbreuk. Hij was bovendien door de werkgever na diens ontdekking van de plannen en het bericht uitgenodigd voor een gesprek om zijn kant van het verhaal te horen. Hieraan heeft de werknemer geen gevolg gegeven.

Ontslag terecht

Alhoewel een ontslag op staande voet een ernstige maatregel is, is dat gelet op het feitencomplex hier gerechtvaardigd, aldus de rechter. De arbeidsovereenkomst blijft beëindigd en de werknemer heeft geen recht op een transitievergoeding, dan wel een billijke vergoeding.

nieuws
15/10/2025
Strategie

Ontslag op staande voet wegens aankondiging ‘staatsgreep’

Dat werknemers zich ongenuanceerd uitlaten over hun werkgever, pakt niet altijd gunstig uit. Zeker als dit gebeurt in een specifieke Whatsapp-groep.

LEES VERDER

Belastingrente vennootschapsbelasting

Als uw bedrijf belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, kan in twee situaties belastingrente in rekening worden gebracht. Dit is het geval als de aanslag van uw bedrijf niet tijdig kan worden vastgesteld omdat de aangifte te laat is ingediend en in de situatie dat er van de aangifte wordt afgeweken. 

Evenredigheidsbeginsel

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 uitgesproken dat met een belastingrente van destijds 8% het evenredigheidsbeginsel is geschonden. Dit beginsel komt er in het kort op neer dat de nadelige gevolgen van een maatregel niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot het doel van de maatregel. Volgens de rechtbank is het nadeel van een hoog rentepercentage voor ondernemers onevenredig hoog ten opzichte van de te bereiken doelen van de Belastingdienst, die volgens de rechtbank onduidelijk zijn.

Mening derden

De Hoge Raad heeft in deze zaak ook voor het eerst de mening van derden over deze kwestie gevraagd. Geïnteresseerden konden commentaar geven op het geschil via de site van de Hoge Raad. Hierop zijn 149 reacties ontvangen.

Mening A-G

In zijn advies aan de Hoge Raad heeft de A-G aangegeven dat ook naar zijn mening het rentepercentage van 8% te hoog is. Hij is van mening dat het percentage onverbindend is omdat het percentage het rentenadeel voor de Belastingdienst slechts mag compenseren. Het destijds geldende percentage van 8% was in dat opzicht te hoog. Daarnaast voegt hij toe dat met de regeling inzake het hoge rentepercentage het motiverings- en evenredigheidsbeginsel zijn geschonden. 

Massaal bezwaar

De zaak is aangewezen als massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat degenen die in soortgelijke geschillen bezwaar maken of hebben gemaakt pas een uitspraak op dit bezwaar krijgen als de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Met het oordeel van de A-G is de kans vergroot dat ook de Hoge Raad oordeelt dat de berekende belastingrente van 8% te hoog is.

nieuws
15/10/2025
Euro

Ook adviseur Hoge Raad vindt belastingrente vennootschapsbelasting te hoog

Rechtbank Noord-Nederland heeft vorig jaar in een uitspraak aangegeven dat de destijds geldende 8% belastingrente voor de vennootschapsbelasting in de betreffende zaak te hoog is. Deze zaak ligt nu bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal (A-G) die over deze kwestie advies heeft uitgebracht aan de Hoge Raad, heeft ook aangegeven dat het rentepercentage van 8% destijds naar zijn mening te hoog is.

LEES VERDER

Sloop en herbouw

Een rechtbank oordeelde hierover. In die zaak kocht een echtpaar samen een woning. Ze verklaarde in de koopovereenkomst dat ze de woning gingen gebruiken als woonhuis. Na het aanvragen en verkrijgen van een vergunning tot sloop en herbouw van een woning werd de woning gesloopt en werd een vergelijkbare woning gebouwd.

Bij de notariële levering van de (te slopen) woning verzocht het echtpaar om toepassing van de startersvrijstelling welke de notaris ook toepaste. De Belastingdienst was het daar niet mee eens en legde aan beide echtgenoten een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op.

Geen startersvrijstelling door sloop en herbouw?

De zaak werd voorgelegd aan een rechtbank die moest beoordelen of de startersvrijstelling kon worden toegepast, ondanks de sloop en herbouw van de woning. De Belastingdienst voerde aan dat dit niet kon omdat niet voldaan werd aan de voorwaarde dat de woning als hoofdverblijf ging dienen. De woning was immers door sloop niet meer aanwezig.

Of wel startersvrijstelling ondanks sloop en herbouw

Het echtpaar voerde daarentegen aan dat op de levering van een stuk grond waar een fundering voor een nieuwe woning is aangebracht, ook de startersvrijstelling kan worden toegepast. Datzelfde geldt voor de levering van een onbewoonbaar bouwval dat nagenoeg volledig gerenoveerd moet worden. Zij vonden hun situatie hiermee vergelijkbaar.

De rechtbank was het met het echtpaar eens en oordeelde dat toepassen van de startersvrijstelling in deze situaties in overeenstemming is met het doel en de strekking van de wet. De rechtbank vond dat het daarbij niet uitmaakte dat het echtpaar de woning na verkrijging eerst hadden gesloopt om direct daarna op dezelfde plek een vergelijkbare woning te bouwen. Bovendien bestond er voor de rechtbank geen twijfel dat het echtpaar na voltooiing van de herbouw van de woning deze als hoofdverblijf waren gaan gebruiken.

Let op! Primair is van belang de intentie tot bewoning en de daadwerkelijke vestiging op het adres. Het gaat dus niet om het feitelijk gebruik van het oude huis als hoofdverblijf.

Voor elke sloop en nieuwbouw?

In deze specifieke situatie oordeelde de rechtbank dat de startersvrijstelling kon worden toegepast. Dat wil helaas niet zeggen dat bij elke sloop gevolgd door nieuwbouw dit het geval is. Onduidelijk is bijvoorbeeld of de rechtbank tot eenzelfde oordeel zou zijn gekomen als geen vergelijkbare woning gebouwd was maar een compleet andere woning. Bovendien is op dit moment ook nog niet duidelijk of er hoger beroep is ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.

Let op! Voor overleg over uw eigen situatie kunt u altijd contact op nemen met onze adviseurs.

Toetsmoment

Het Toetsmoment voor de startersvrijstelling is bij de notariële levering van de woning. Als een koper pas ruim twee jaar later daadwerkelijk op het adres staat ingeschreven hoeft dat geen belemmering te zijn voor de startersvrijstelling. Voorwaarde is wel dat zij kunnen laten zien dat de woning vanaf de notariële levering bedoeld is als hoofdverblijf.

nieuws
14/10/2025
Sleutel

Ook startersvrijstelling bij sloop en herbouw woning

U koopt een woning waar u niet gaat wonen. U sloopt de woning en bouwt op dezelfde plek een woning waar u permanent gaat wonen. Kan dan het 2% tarief overdrachtsbelasting of de startersvrijstelling van toepassing zijn op de levering van de eerste woning?

LEES VERDER

Casus bonusplan

Een werkgever biedt zijn werknemers de mogelijkheid om loon uit te ruilen voor een bonusplan. De werknemer kiest in januari of hij deelneemt (de minimale inleg is 5% van het loon) en ruilt dan gedurende het jaar loon uit. Als bepaalde targets worden behaald, wordt in april van het volgende jaar de bonus uit het bonusplan uitgekeerd. Gaat een werknemer gedurende het kalenderjaar uit dienst of overlijdt hij, dan wordt het brutoloon waarvan is afgezien ineens uitbetaald. Op deze uitbetaling houdt de werkgever dan loonheffing in.

Het moment van uitruil

Op de vraag hoe de belastingheffing verloopt, antwoordt de Belastingdienst dat loonheffing verschuldigd is op het moment van uitruil van het loon. Op het brutoloon waar de werknemer maandelijks van afziet, moet dan ook loonheffing ingehouden worden volgens de Belastingdienst. De Belastingdienst vindt namelijk dat in dit geval sprake is van het verschuiven van het genietingsmoment naar een ongebruikelijk tijdstip. In dat geval wordt op grond van de wet met het verschuiven geen rekening gehouden en vindt belastingheffing dus plaats op het moment van afzien van het loon.

Het moment van uitkeren bonus

Ook de uitkering van de bonus in april van het volgende jaar vormt volgens de Belastingdienst loon waarop loonheffing moet worden ingehouden. Voor de berekening van de loonheffing mag op dit loon wel het in het voorgaande jaar uitgeruilde loon in mindering worden gebracht. Op die manier vindt geen dubbele heffing plaats.

Let op! Het belastbare loon in april kan nooit negatief worden, vindt de Belastingdienst. Als de bonus lager is dan het in het voorgaande jaar uitgeruilde loon, bedraagt het loon in april dus nihil.

Casus virtueel aandelenplan

De Belastingdienst komt met eenzelfde oordeel in een casus waarin een werkgever zijn werknemers de mogelijkheid biedt om loon uit te ruilen voor een virtueel aandelenplan. Een virtueel aandelenplan geeft recht op een bedrag gebaseerd op de waarde van de aandelen. Het betreft geen echte aandelen in het kapitaal van de werkgever. 

De werknemer kiest begin januari of hij deelneemt aan dit virtueel aandelenplan en ruilt dan gedurende het jaar loon uit. Deze virtuele aandelen geven na drie jaar recht op een uitkering, mits de werknemer op dat moment nog in dienst is. De werkgever betaalt die uitkering dan ook uit. Gaat een werknemer gedurende het kalenderjaar uit dienst of overlijdt hij, dan wordt het brutoloon waarvan is afgezien ineens uitbetaald. Op deze uitbetaling houdt de werkgever dan loonheffing in.

Ook bij deze uitruil vindt de Belastingdienst dat loonheffing verschuldigd is op het moment van uitruil van het loon. Op het brutoloon waar de werknemer maandelijks van afziet, moet dan ook loonheffing ingehouden worden. Ook de uitkering na drie jaar (de opbrengst uit de virtuele aandelen) vormt volgens de Belastingdienst loon waarop loonheffing moet worden ingehouden. Voor de berekening van de loonheffing mag op dit loon wel het in de voorgaande jaren uitgeruilde loon in mindering worden gebracht. Op die manier vindt ook hier geen dubbele heffing plaats. De Belastingdienst vindt echter ook in deze situatie dat het loon niet negatief kan worden.

Let op! De Belastingdienst beantwoordt hier vragen in twee specifieke situaties. Het gegeven antwoord is bovendien de mening van de Belastingdienst. Neem voor een fiscale beoordeling van uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.

nieuws
14/10/2025
Kantoor

Belastingheffing bonusplan en virtuele aandelen

De Belastingdienst heeft een standpunt ingenomen over hoe de belastingheffing verloopt bij een deelname van een werknemer aan een door de werkgever aangeboden bonusplan of virtuele aandelen.

LEES VERDER

Wat speelt er?

In een zaak die voorlag bij de rechtbank Rotterdam was sprake van een verstoorde arbeidsrelatie. Om die reden werd ontbinding gevraagd van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster. De CEO zou tegen de werkneemster hebben aangegeven: “Bij onze organisatie is geen plaats voor vrouwen met kinderen”. De werkgever ontkende dit, maar het mag niet baten; de verstoorde arbeidsrelatie blijft bestaan. De werkneemster werd op non-actief gesteld. 

De kantonrechter gaat daarom over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en beslist daarnaast op een aantal vorderingen van de werkneemster, zoals over de hoogte van haar salaris tijdens haar Wazo-verlof.

Hoogte inkomen tijdens Wazo-verlof

De werkneemster was van mening dat ze tijdens haar Wazo-verlof recht had op 100% van haar salaris, omdat zij tijdens haar non-actiefstelling door de werkgever het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten. Een non-actiefstelling komt als uitgangspunt namelijk voor rekening en risico van een werkgever. Deze werkneemster die een salaris heeft dat boven het maximumdagloon ligt, stelt zich op het standpunt dat de werkgever de Wazo-uitkering moet aanvullen tot 100% van haar overeengekomen salaris. 

Wat oordeelt de rechter?

De rechter gaat hier niet in mee. Tijdens de verlofperiode bestaat er alleen recht op een Wazo-uitkering en niet op loon. Dat de Wazo samenvalt met de non-actiefstelling, maakt dat niet anders. Ook haar argument dat sprake is van discriminatie gaat niet op. De Wazo is namelijk gebaseerd op de Europese Zwangerschapsrichtlijn. Deze richtlijn geeft geen recht op volledig behoud van het loon, maar heeft het over een adequate uitkering. Met de uitkering van 100% van het gemaximeerde dagloon is hieraan volgens de kantonrechter in Nederland voldaan.

Bijkomend punt is dat er vaak al minder door het UWV wordt uitgekeerd, omdat de grondslag waarover de Wazo-uitkering wordt berekend (het SV-loon) veelal lager ligt dan het brutoloon. De werkgever krijgt evenmin van het UWV een compensatie voor bijvoorbeeld de pensioenpremie. Bij werknemers met een dagloon dat (al dan niet inclusief bijtelling auto) hoger is dan het maximumdagloon (€ 297,82 juli 2025) komt de werkgever onevenredig meer tekort als 100% van het salaris wordt doorbetaald tijdens zwangerschapsverlof. 

Let op! Het blijft wel van belang na te gaan of in een eventuele toepasselijke cao een regeling staat die aangeeft dat een werkneemster tijdens het Wazo-verlof 100% van haar loon krijgt doorbetaald. Als dit het geval is, maakt dit de beoordeling anders.

nieuws
13/10/2025
Flesjes

Zwangerschaps- en bevallingsverlofuitkering aanvullen tot 100% niet altijd verplicht

Tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof (Wazo-verlof) kan de moeder met behoud van 100% van haar salaris voor haar pasgeboren kind kan zorgen. Heeft ze in alle gevallen recht op doorbetaling van 100% van haar salaris of ligt dit toch wat genuanceerder?

LEES VERDER

Differentiatie

In het wetsvoorstel wordt het tarief van de vliegbelasting progressief en trapsgewijs gedifferentieerd. Per saldo is gekozen voor drie tarieven die samenhangen met drie verschillende vliegafstanden. Daarbij is de eindbestemming van de passagier beslissend. Een rechtstreekse vlucht of een vlucht met overstap op een andere luchthaven kent dus hetzelfde tarief vliegbelasting.

Indeling in staten

In het wetsvoorstel is gekozen voor een indeling in staten per afstandscategorie. Daarbij ligt in de eerste categorie staten de hoofdstad op maximaal ongeveer 2.000 km van Amsterdam. Soms wordt hierop een uitzondering gemaakt. Zo is deze categorie onder meer uitgebreid met Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius.

De tweede categorie kent staten met een hoofdstad die tussen ongeveer 2.000 en 5.500 km van Amsterdam ligt, terwijl in de derde categorie de hoofdstad van de staat op meer dan 5.500 km van Amsterdam ligt. Vanwege de uitvoering is er uitdrukkelijk niet gekozen voor een open afstandsberekening per vlucht.

Tarieven

Voor de verschillende afstanden gaan de onderstaande tarieven gelden. Voor bestemmingen tot 2.000 km bedraagt het tarief € 29,40. Dit is gelijk aan het huidige tarief dat voor alle afstanden geldt. Voor bestemmingen tussen 2.000 en 5.000 km wordt het tarief € 47,24 en voor alle overige bestemmingen € 70,86. De tarieven voor categorie 2 en 3 zijn dus fors hoger dan nu. Er wordt niet gedifferentieerd naar reisklasse, dus de economyclass betaalt hetzelfde tarief als bijvoorbeeld de businessclass.

Niet voor transfers

Passagiers die in Nederland alleen overstappen op een andere vlucht zijn van de vliegbelasting uitgesloten. Ook heeft het kabinet er niet voor gekozen om degenen die veel vliegen zwaarder te belasten. Dit zou de regeling namelijk erg complex maken. 

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

nieuws
13/10/2025
Paspoort

Vliegbelasting gedifferentieerd en verhoogd

De vliegbelasting wordt vanaf 2027 gedifferentieerd en verhoogd. Dit staat in het Belastingplan 2026. Met de voorgestelde wijzigingen wil het kabinet met name langere vluchten ontmoedigen. Bovendien moet het wetsvoorstel € 257 miljoen extra opbrengen.

LEES VERDER

Brochure Voorbeelden per sector

In de brochure Voorbeelden sector vindt u voorbeelden of sprake is van loondienst of zzp in de sectoren zorg, onderwijs, bouw, schildersbedrijf, kinderopvang, bezorgdiensten en particuliere beveiliging. Verder zijn er voorbeelden opgenomen voor de creatieve sector, voor advisering, een grafisch ontwerper en een interim-manager.

Brochure Uitgebreide praktijkvoorbeelden

In de Brochure Uitgebreide praktijkvoorbeelden wordt dieper ingegaan op de wijze van beoordeling of sprake is van loondienst of zzp. Dit gebeurt aan de hand van een praktijkvoorbeeld over een websitebeheerder, een onderhoudsmonteur, een cateraar en een installateur van beveiligingsproducten.

Let op! Het betreft voorbeelden waarmee u een idee kunt krijgen hoe het ministerie en de Belastingdienst beoordelen of sprake is van loondienst of zzp. Houd er rekening mee dat deze beoordeling altijd afhankelijk is van de individuele feiten en omstandigheden en de waarde die wordt toegekend aan de diverse elementen. Neem voor overleg over uw eigen situatie daarom contact op met een van onze adviseurs.

nieuws
10/10/2025
Juridisch

Nieuwe versies brochures zzp-ja of nee

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft twee nieuwe versies van brochures gepubliceerd betreft schijnzelfstandigheid. Beide brochures geven voorbeelden per sector of sprake is van loondienst of zzp en geven uitgebreide praktijkvoorbeelden over schijnzelfstandigheid.

LEES VERDER

Deze NVP Sollicitatiecode is begin september 2025 vernieuwd, zowel inhoudelijk als ook qua vormgeving en schrijfstijl. Het doel hiervan was om de code overzichtelijker, toegankelijker en gebruiksvriendelijker voor iedereen die met solliciteren te maken heeft.

Nieuwe ontwikkelingen: inzet van AI

Er is bij de nieuwe Sollicitatiecode rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen, zoals het gebruik van AI. Bij gebruik van AI moet het voor de sollicitant duidelijk zijn wanneer de organisatie dit inzet. Ook moet het AI-selectiemiddel voldoen aan de AI Verordening (‘de AI Act’) en de regels, eisen en kaders voor de ontwikkeling en het gebruik van AI in de Europese Unie (EU), welke zijn opgesteld. De inzet van AI bij werving en selectie is geclassificeerd als ‘hoog risico’ en er zijn scherpe voorwaarden aan verbonden. Organisaties moeten onder meer adequaat datamanagement inrichten en zorgen dat er menselijk toezicht mogelijk is. 

Overige aandachtspunten

Verder mag er door een werkgever niet naar het salaris van de sollicitant worden gevraagd. Een eventuele meeloopdag mag niet leiden tot verkapte arbeid met loonwaarde. Een psychologisch onderzoek of (selectie-)assessment mag alleen uitgevoerd worden volgens de voorwaarden van de NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) en alleen als dit van tevoren in de vacature is aangekondigd. De sollicitant moet bovendien vooraf toestemming geven om het rapport te delen met de organisatie. 

Klachtenprocedure

Ook moet de sollicitant de mogelijkheid hebben om, als hij niet tevreden is over de gevolgde procedure, hierover een klacht in te dienen bij de organisatie waar hij heeft gesolliciteerd. Wordt deze niet naar tevredenheid opgelost, dan kan de sollicitant de klacht voorleggen aan de Klachteninstantie van de Sollicitatiecode. De instantie beoordeelt de klacht op basis van de klachtenprocedure Sollicitatiecode.

nieuws
9/10/2025
Handtekening

Nieuwe NVP Sollicitatiecode

Er is nog geen wetgeving waar het gaat om werving en selectie. Daarom heeft de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) in samenwerking met de Stichting van de Arbeid een sollicitatiecode opgesteld. Deze code bevat richtlijnen voor een zorgvuldig wervings- en selectiebeleid.

LEES VERDER

Contante betalingen vanaf € 3.000

Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf waarschijnlijk 1 januari 2026 in Nederland verboden. Een contante betaling van bijvoorbeeld € 2.999 blijft wel mogelijk.

Een Europees verbod op contante betalingen vanaf € 10.000 volgt in 2027. Dit betekent niet dat de grens in Nederland dan verhoogd wordt naar € 10.000. EU-landen mogen namelijk zelf de grens voor contante betalingen bepalen, zolang deze vanaf 2027 maar onder de € 10.000 ligt.

Alleen voor handelaren

Het verbod gaat gelden voor alle ondernemers die goederen aan- of verkopen, ongeacht in welke sector zij werkzaam zijn. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer aan- of verkoopt aan een andere ondernemer of aan een particulier. In alle gevallen zijn contante betalingen vanaf € 3.000 niet meer toegestaan.

Let op! Particulieren vallen buiten de verbodsbepaling. Een particulier die bijvoorbeeld via Marktplaats iets verkoopt aan een andere particulier, mag dus nog wel een contante betaling boven de € 3.000 accepteren.

Alleen voor goederen

In eerste instantie gaat het verbod alleen gelden voor de handel in goederen. Een verbod op contante betalingen voor diensten komt in 2027 op basis van Europese regelgeving.

Splitsen transacties

Het heeft geen zin om transacties te splitsen om daarmee de verbodsgrens te ontlopen. Samengestelde transacties vallen ook onder het verbod. Dit geldt bijvoorbeeld als iemand een kunstwerk koopt voor € 7.000 en dit in drie delen betaalt (€ 2.500, € 2.500 en € 2.000). 

Let op! De verbodsbepaling is al door zowel de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen. De wet treedt in werking op een nog bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De verwachting is dat dit per 1 januari 2026 zal zijn, maar helemaal zeker is dit nog niet.

nieuws
8/10/2025
Geld

Contante betalingen vanaf € 3.000 verboden

Vanaf waarschijnlijk 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 voor goederen. Wat betekent dit voor u?

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE