Uit onderzoek is gebleken dat de onjuiste uitkeringen onder meer veroorzaakt werden door een foute vaststelling van het dagloon in de periode 1 januari 2020 en 31 december 2024.
Een andere oorzaak is gelegen in het niet indexeren van het dagloon tussen 1 juli 2006 en 31 december 2022.
Tenslotte wordt ook compensatie geboden naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep voor WIA-uitkeringen waarvan het recht inging op of na 1 juli 2015 met een uiterste datum van dagloonvaststelling op 4 augustus 2025. Deze uitspraak betrof de vaststelling van het dagloon in situaties waarin een werknemer in de WIA-referteperiode (= het jaar voordat iemand ziek werd) in een kalendermaand geen inkomen heeft genoten.
Uitkeringsgerechtigden die te weinig uitkering hebben gekregen, ontvangen een eenmalige netto vergoeding. Hierover hoeft geen loon- en inkomstenbelasting betaald te worden en de uitkering telt ook niet mee voor het verzamelinkomen. Dit betekent dat de uitkering geen invloed heeft op inkomensafhankelijke uitkeringen, zoals huur- of zorgtoeslag.
Vanaf deze zomer horen de eerste uitkeringsgerechtigden of hun uitkering te hoog is, te laag, of gelijk blijft. Een te lage uitkering wordt direct aangepast, een te hoge pas na twee maanden. Degenen met een te lage uitkering horen ook welke eenmalige vergoeding zij ontvangen. Vanaf oktober 2026 worden de eerste vergoedingen uitbetaald.
Let op! Als blijkt dat de WIA-uitkering te hoog is vastgesteld, dan wordt het te veel ontvangen bedrag niet teruggevorderd.
Uitkeringsgerechtigden worden door het UWV op de hoogte gehouden het verloop van de gang van zaken met betrekking tot de eenmalig netto vergoeding. Een wijziging van het dagloon wordt ook doorgegeven aan een eventuele pensioenuitvoerder. Bij eventuele vragen biedt het UWV onafhankelijk financieel advies.
Let op! UWV start deze zomer met de hersteloperatie, maar deze duurt waarschijnlijk tot eind 2027. Het kan dus nog even duren voordat je bericht krijgt van UWV.

Door gemaakte fouten bij het UWV heeft een aantal uitkeringsgerechtigden de afgelopen jaren een onjuiste WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) ontvangen. Zij worden hiervoor vanaf dit najaar gecompenseerd via een eenmalige uitkering. Minister Vijlbrief heeft de betreffende vergoedingsregeling bekendgemaakt.
LEES VERDER
Het gemiddelde premieniveau van de WGA bedraagt in 2027 1,07% (2026: 0,96%). De maximum WGA-premie is 4,28% en de minimumpremie 0,26% (in 2026: 3,84 respectievelijk 0,24%).
De gemiddelde premie voor de ZW bedraagt in 2027 0,60% (2026: 0,56%). De maximum ZW premie is 2,40% en de minimumpremie 0,15% (in 2026:2,24% respectievelijk 0,14%).
Let op! Voor werkgevers in sector 52 (Uitzendbedrijven) geldt een afwijkende maximumpremie van 5,96%.
De gedifferentieerde premie Whk is afhankelijk van de grootte van je onderneming. Bij middelgrote en grote werkgevers telt de eigen instroom van zieken in het publieke stelsel mee voor de hoogte van de premie.
De loonsom over 2025 bepaalt in welke categorie je in 2027 valt. De basis hiervoor is het gemiddelde premieplichtig loon. Dit bedraagt in 2026 nog € 43.300 en stijgt in 2027 naar € 45.400.
De grens tussen kleine en middelgrote werkgevers ligt in 2027 bij een loonsom van maximaal € 1.135.000 (in 2026 € 1.082.500). Bij een loonsom van meer dan € 4.540.000 is in 2027 sprake van een grote werkgever (in 2026 € 4.330.000).
Let op! Alle grote en middelgrote werkgevers ontvangen tegen het einde van 2026 een beschikking van de Belastingdienst met de hoogte van de premie. Kleine werkgevers ontvangen geen beschikking, maar een mededeling.
Ben je eigenrisicodrager, maar wil je dat niet meer zijn vanaf 1 januari 2027? Meld je dan vóór 1 oktober 2026 af. Ben je geen eigenrisicodrager, dan kun je dat worden vanaf 1 januari 2027 door je vóór 1 oktober 2026 aan te melden. Je betaalt dan niet langer de premies WGA en ZW.
Let op! Of het zinvol is om te wisselen is van diverse omstandigheden afhankelijk. Denk aan (de wijziging van) de instroom van zieken in het publieke stelsel, hoeveel zieken buiten het publieke stelsel zitten bij terugkeer naar dit stelsel en de kosten van een private verzekering etcetera. Overleg daarom met onze adviseur of wisselen raadzaam is. Aan- of aanmelden kan voor de WGA vervolgens met dit formulier en voor de ZW met dit formulier.

De gedifferentieerde premies Werkhervattingskas (Whk) voor 2027 zijn bekend. De premies Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en Ziektewet (ZW), die onderdeel hiervan zijn, gaan in 2027 beiden omhoog.
LEES VERDER
Bij de koop van een woning is de koper in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Het normale tarief bij verkrijging van een woning bedraagt op dit moment 8%. Wordt de woning door de koper na aankoop anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, dan geldt een tarief van 2%. Er bestaat dan ook een eenmalige startersvrijstelling voor kopers die minstens 18 jaar oud zijn en jonger zijn dan 35 jaar, als de woning een maximale waarde heeft van €555.000 (cijfer 2026).
In een rechtszaak bij gerechtshof Amsterdam had een echtpaar een woning gekocht, deze vervolgens helemaal laten slopen (inclusief de fundering) en op dezelfde plaats een nieuwe woning laten bouwen. Het echtpaar had geen overdrachtsbelasting afgedragen, ervan uitgaande dat er recht bestond op de startersvrijstelling. De Belastingdienst was het hiermee niet eens en had een naheffingsaanslag opgelegd naar het normale tarief.
Bij het tot stand komen van het lage tarief en de vrijstelling overdrachtsbelasting is bepaald dat deze ook gelden voor de verkrijging van een nieuwe woning in aanbouw. Van dit laatste is sprake vanaf het moment dat de fundering van een woning is aangebracht.
Het gerechtshof kwam in het geval van het echtpaar tot de conclusie dat er geen recht bestond op de startersvrijstelling, omdat de verkochte woning volledig gesloopt was, inclusief fundering. De oude woning was volledig opgehouden te bestaan en kon dus niet meer worden bewoond. Daarom werd niet voldaan aan de eis dat de verkregen woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt zou gaan worden.
Als de fundering niet was gesloopt, had dit in deze casus verschil gemaakt. De Belastingdienst had namelijk bij de rechtbank verklaard dat wel aan het hoofdverblijfcriterium was voldaan als de fundering was gebleven en gebruikt was voor de nieuwe woning.
Het echtpaar vond hun situatie vergelijkbaar met situaties waarin de fundering wel behouden was, maar het gerechtshof ging daar niet in mee. De Hoge Raad heeft eerder namelijk beslist dat er voor de overdrachtsbelasting geen sprake is van discriminatie als bouwgrond mét fundering wel als een woning wordt aangemerkt en bouwgrond zonder fundering niet. Het echtpaar deed dan ook tevergeefs een beroep op het gelijkheidsbeginsel om alsnog de startersvrijstelling te kunnen claimen.
Let op! Het is niet helemaal duidelijk of het funderingscriterium ook betrekking heeft op sloopwoningen. Het gerechtshof geeft in de uitspraak aan dat uit de wetsgeschiedenis zou kunnen worden afgeleid dat dit criterium alleen geldt voor woningen in aanbouw. In dat geval is de verklaring van de Belastingdienst bij de rechtbank begunstigend beleid geweest, waarvan het niet helemaal duidelijk is of dit door de Belastingdienst breed gedragen wordt. Overleg over uw eigen situatie daarom altijd met onze adviseurs.

Wie een woning koopt, deze laat slopen en vervolgens op de grond een nieuwe woning laat bouwen, loopt het risico dat het normale tarief overdrachtsbelasting verschuldigd is. Dit was aan de orde in een uitspraak van gerechtshof Amsterdam. Wat speelde hier?
LEES VERDER
De MKB Klimaatwijzer geeft je informatie over maatregelen en subsidies die bij je ondernemingen passen. Bijvoorbeeld over zonnepanelen, elektrisch bedrijfswagens en maatregelen waarmee je energie kunt besparen.
De MKB Klimaatwijzer is een interactieve tool. Je vult maximaal 10 minuten een aantal vragen in en krijgt daarna een persoonlijk overzicht. Je kunt aan het begin van de vragenlijst aangeven over welke onderwerpen je advies wilt: energiebesparing, vervoer, innovatie of provinciale regelingen.

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft in samenwerking met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de MKB Klimaatwijzer ontwikkeld. Met behulp hiervan kun je een overzicht krijgen van maatregelen, subsidies en andere mogelijkheden om energie te besparen en je onderneming te verduurzamen.
LEES VERDER
Wettelijk is vastgelegd dat belastingplichtigen recht hebben op inzage in hun eigen fiscale dossier bij de Belastingdienst. In de brief geeft de staatssecretaris aan hoe de implementatie van dit fiscaal inzagerecht de komende jaren gestalte gaat krijgen, wat het beoogde tijdpad is en welke uitzonderingen er op het inzagerecht gemaakt gaan worden.
Op dit moment is bij de Belastingdienst nog geen centrale dossiervorming: de informatie van het fiscale dossier is nog vergaand versnipperd in tientallen niet aan elkaar gekoppelde systemen. Voor het fiscale inzagerecht zal de Belastingdienst daarom een verandering in de manier van werken door moeten voeren. Het doel is het bereiken van een gestructureerde, extern gerichte en ontsluitbare dossiervorming, aldus de staatssecretaris. De stukken van het fiscaal dossier zullen de komende jaren stapsgewijs digitaal beschikbaar gesteld worden.
Met het op dit moment binnen de Belastingdienst uitgevoerde programma ‘Keuze digitaal’ zullen beschikkingen, uitnodigingen, herinneringen en ingediende stukken tot 2030 stapsgewijs beschikbaar komen in MijnBelastingdienst (Zakelijk). Dit wordt later uitgebreid met standaardbrieven en automatische berichten, gevolgd door informatie uit individuele dossiers bijvoorbeeld over de behandeling van een aangifte.
In de brief staat ook een voorlopig tijdpad, waarin de voorgenomen invoering van het fiscale inzagerecht is opgenomen:
Voor de Douane zou het fiscale inzagerecht alleen van toepassing zijn op accijnzen en verbruiksbelastingen. De staatssecretaris zondigt deze heffingen echter uit van het fiscale inzagerecht. Dit laatste betekent niet dat de Douane zich niet inzet op het verder verbeteren van de informatiepositie en rechtsbescherming van belastingplichtigen, zo geeft de bewindsman aan.

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer de stand van zaken geschetst met betrekking tot de invoering van het fiscale inzagerecht. Invoering van dit fiscaal inzagerecht zal in fases gebeuren.
LEES VERDER
Op 25 juni 2026 besliste de Hoge Raad al dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3 voor de jaren 2017-2020. In de collectieve beslissing komt de Belastingdienst tot dezelfde conclusie.
De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Daarna kreeg elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (hierna: IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, rechtsherstel volgens een in juli 2022 ingevoerde Herstelwet.
Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, werd de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd.
In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3, toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.
De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over.
De Hoge Raad sprak op 25 juni 2026 uit geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt is gebleven dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben.
Op 17 juli 2026 heeft de Belastingdienst, in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad, alle verzoeken in de MB+-procedure afgewezen en alle bezwaren ongegrond verklaard.
Let op! Tegen deze collectieve beslissing kan geen beroep in worden gesteld.
Stonden ook jouw aanslagen IB 2017-2020 op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. Deze verzoeken zijn door de Belastingdienst met de collectieve beslissing van 17 juli 2026 afgewezen. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren.
Dit betekent ook dat je voor de jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-day-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het Kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten van het werkelijke rendement. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan.

De Belastingdienst heeft op 17 juli 2026 de verzoeken om ambtshalve vermindering van niet-bezwaarmakers betreffende box 3 voor de jaren 2017-2020 in een collectieve beslissing definitief afgewezen. Wat betekent dit en wat ging hieraan vooraf?
LEES VERDER
Eind 2024 is al in de wet opgenomen dat de eerste schijf in de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) per 1 januari 2027 omhooggaat van 2 naar 2,16%. SEO Economisch Onderzoek (SEO) heeft, na een evaluatie van de WKR over de jaren 2019-2024, echter aanbevolen om de eerste schijf in de vrije ruimte helemaal af te schaffen. Op Prinsjesdag 2026 wordt waarschijnlijk duidelijk of het kabinet deze aanbeveling overneemt.
Ook wordt dan duidelijk of het kabinet de volgende aanbevelingen van SEO overneemt:
De verwachting is dat in ieder geval de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf wordt afgeschaft.
Het vergoedingspercentage in de expatregeling (voorheen: 30%-regeling) gaat per 1 januari 2027 omlaag van 30 naar 27%. Tegelijkertijd gaan er ook hogere salarisnormen gelden. Deze aanpassingen zijn al eerder in de wet opgenomen. Het kabinet heeft aangegeven niet van plan te zijn de expatregeling nog verder te versoberen.
Al eerder bekendgemaakt – en ook al in werking getreden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 –, is de verhoging van het belastingvrije bedrag voor reiskosten van € 0,23 naar € 0,25. Deze verhoging geldt voor de onbelaste reiskostenvergoeding die een werkgever aan zijn werknemer geeft, en voor de aftrekbare zakelijke reiskosten van een ondernemer of resultaatgenieter in de inkomstenbelasting. Je mag vanaf de aangifte IB 2026 ook rekening houden met dit hogere bedrag bij het berekenen van de aftrekbare ziektekosten.
Let op!De verhoging naar € 0,25 is nu nog in een besluit opgenomen, maar wordt in het belastingpakket van Prinsjesdag 2026 ook in de wet opgenomen.
Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen, maar op Prinsjesdag 2026 worden aanpassingen verwacht, zoals een uitzondering op de pseudo-eindheffing voor vervangende auto’s bij schade, reparatie en onderhoud, en een uitzondering op de heffing voor lesauto’s.
Het kabinet denkt erover om de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet ineens per 1 januari 2027 te verhogen van 16 naar 25 jaar. Een auto van de zaak die onder de youngtimerregeling valt, kent een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer in plaats van de reguliere bijtelling die geldt voor jongere auto’s. Het kabinet denkt nog na over een ander afbouwpad in plaats van de verhoging naar 25 jaar per 1 januari 2027.
Het kabinet heeft de gedachte om een nieuwe bijtellingskorting te introduceren voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. Deze regeling zou de naam Greentimerregeling moeten krijgen.
Er ligt een plan om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het effectieve loonheffingentarief wordt dan afgerond 32%, waarmee het ongeveer gelijk is aan de belastingheffing over aandelenopties in box 2.
Het kabinet heeft eerder aangegeven het wetsvoorstel hiervoor in september 2026 aan de Tweede Kamer te willen aanbieden. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.
Wat betreft aftrekmogelijkheden voor ondernemers worden de volgende wijzigingen in het belastingpakket verwacht:
Voor de particulier wordt waarschijnlijk de aftrek van specifieke zorgkosten afgeschaft per 1 januari 2028. Verder worden op Prinsjesdag diverse aanpassingen op het nog bij de Eerste Kamer in behandeling zijnde wetsvoorstel Werkelijk rendement box 3 verwacht. Hiervoor liggen verschillende opties, waarover het kabinet in augustus nog een besluit neemt.
Waarschijnlijk gaat het algemene woningtarief in de overdrachtsbelasting omlaag van 8 naar 7% per 1 januari 2027. Dit tarief geldt voor de verkrijging van woningen die de verkrijger niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken.
Voor overdrachten van woningen tussen woningcorporaties binnen de sociale huisvestingstaak komt er waarschijnlijk een vrijstelling overdrachtsbelasting.
Het plan om per 1 januari 2028 het btw-tarief op sierteeltproducten te verhogen van 9 naar 21% btw wordt ook in de belastingpakketten op Prinsjesdag 2026 verwacht.

Op dinsdag 15 september 2026 is het weer Prinsjesdag. Een aantal plannen van het kabinet is al bekend. In dit artikel vind je een selectie van wat er op fiscaal gebied te verwachten is.
LEES VERDER
Bij maatschappelijk vastgoed moet je denken aan scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen, sportaccommodaties en monumenten. De subsidie DUMAVA is beschikbaar voor maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen.
De subsidie kan verder aangevraagd worden door stichtingen en verenigingen voor gebouwen met een publieksfunctie. Ook eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.
Er gelden verschillende voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie. Belangrijk is dat je eerst een verduurzamingsadvies laat opstellen voordat je DUMAVA aanvraagt. Verder dien je eerst DUMAVA aan te vragen en pas na toekenning van de subsidie een contract aan te gaan met een aannemer of te starten met de verduurzaming. Doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen.
Let op! Kijk voor alle voorwaarden hier.
DUMAVA is ook beschikbaar voor amateursportverenigingen, mits voor de sportaccommodatie niet al eerder BOSA-subsidie is ontvangen.
Let op! Voor amateurverenigingen gelden wel extra voorwaarden.
De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal verduurzamingsmaatregelen:
De aanvraagperiode startte op 1 juni 2026 9.00 uur en loopt tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen budget beschikbaar gesteld. Op 3 augustus 2026 was hier nog ruim 283 miljoen (70%) van over. Er is dus nog voldoende budget beschikbaar.

Voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed is de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) beschikbaar. Begin augustus was nog 70% van het budget beschikbaar.
LEES VERDER
Let op! Eerder was bekendgemaakt dat het tweede tijdvak op 10 augustus 2026 zou starten. Dit is dus niet correct.
Met de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Personeel kan zodoende groeien in hun werk en zich zo beter voorbereiden op wijzigingen in de arbeidsmarkt.
De subsidie kan individueel of via een samenwerkingsverband worden aangevraagd. Voor individuele mkb-ondernemingen gelden andere aanvraagtijdvakken en budgetten dan voor samenwerkingsverbanden.
De totale subsidie voor het tweede tijdvak voor individuele mkb-ondernemingen bedraagt € 6 miljoen. Voor het eerste tijdvak dit jaar bedroeg de totale subsidie voor individuele mkb-ondernemingen € 11 miljoen. Daarmee is de subsidie voor het tweede tijdvak dus bijna gehalveerd ten opzichte van het eerste tijdvak.
Let op! Samenwerkingsverbanden hebben maar één aanvraagtijdvak. Dat was van 22 juni 2026 9.00 uur tot en met 20 juli 2026 17.00 uur. De totale subsidie voor samenwerkingsverbanden bedroeg € 6 miljoen.
Als het aantal subsidieaanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt de SLIM-subsidie toegekend via loting. De datum van binnenkomst van de aanvraag is dus niet van belang. Op basis van ervaringscijfers zal naar verwachting zo’n 23% van alle aanvragen worden toegewezen. Ook in het eerste tijdvak van 2026 was het beschikbare subsidiebudget ruim overvraagd en heeft er een loting plaatsgevonden.
De maximum SLIM-subsidie voor individuele mkb-ondernemingen voor het tweede aanvraagtijdvak bedraagt, net als voor het eerste tijdvak, €24.999 (voor landbouwbedrijven € 20.000).
Let op! De SLIM-subsidie kun je digitaal aanvragen via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de omvang van de SLIM-subsidie mkb (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) voor het tweede tijdvak van dit jaar bekend gemaakt. Mkb-ondernemingen kunnen van 19 augustus 2026 9.00 uur tot en met 7 september 2026 17.00 uur deze subsidie weer aanvragen.
LEES VERDER
Een trustee is de beheerder van het geld of ander bezit van de trust. De trustee is de UBO, Ultimate Beneficial Owner, van de trust.
De trustee die in Nederland woont of gevestigd is, is verplicht zich te registreren in het UBO-register trusts bij de KVK. Dat geldt ook voor de trustee die buiten de EU woont of gevestigd is, maar in Nederland namens de trust een zakelijke relatie aangaat. Denk daarbij aan het openen van een bankrekening of het kopen van onroerend goed in Nederland.
Als een rechtspersoon trustee is, dient de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon geregistreerd te worden in het UBO-register trusts.
Let op! Meer informatie is te vinden op de website https://www.uboregistertrusts.nl/.
De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register trusts. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete voor trusts en soortgelijke juridische constructies is op 1 juni 2026 in werking getreden.
Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.
De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.
Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:
Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.
De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, door het opleggen van een last onder dwangsom.

Het is wettelijk verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van trusts en soortgelijke juridische constructies te registreren in het UBO-register trusts. Wat zijn de bestuurlijke boetes bij overtreding van deze wettelijke verplichting?
LEES VERDER
In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed.
Example
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026.
The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision.
Continuation of example
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026.
Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest.
Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late.

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.
READ MORE
It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.
At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years.
Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return.
The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:
For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.
READ MORE
The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.
If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal
The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority.
The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you.

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?
READ MORE
Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.
The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.
Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.
A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.
On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.
Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.
READ MORE
If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.
Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.
If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.
You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.
If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.
To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026.
The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.
Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.
Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number.

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.
READ MORE
For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.
Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.
The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.
The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.
Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.
Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.
READ MORE
It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.
The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.
The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.
| Year | Maximum deduction percentage |
| 2025 | 25 |
| 2026 | 20 |
| 2027 | 15 |
| 2028 | 10 |
| 2029 | 5 |
| 2030 | 0 |
Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.
The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.
READ MORE