ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Deadline 1 oktober 2027

Uiterlijk 1 oktober 2027 moet aan de uitvoerder worden doorgegeven hoe de nieuwe pensioenregeling er vanaf 2028 gaat uitzien. Er zijn dan 5 (globale) keuzes die gemaakt moeten worden. Daarnaast is uiteraard de nodige fine-tuning nodig.

  1. Een middelloonregeling mag niet meer. Deze kan nog omgezet worden in een stijgende beschikbare premiestaffel voor zittende werknemers. Een andere mogelijkheid is om deze direct om te zetten in een flatrate-premie, al dan niet met extra compensatie. Nieuwe werknemers moeten vanaf 2028 sowieso een flatrate-premie toegezegd krijgen.
  2. Zittende werknemers per eind 2027 mogen hun bestaande beschikbare premie-regeling, met een stijgende staffel, wel gewoon uitdienen. Nieuwe werknemers moeten uiteraard wel een flatrate-premie toegezegd krijgen. 
  3. Het nabestaandenpensioen moet voor iedereen, dus ook voor werknemers die onder het overgangsregime vallen, worden aangepast. Dit mag maximaal 50% van het salaris bedragen, en moet op risico-basis verzekerd zijn. Het gemiddelde in de markt ligt ongeveer op 25 á 30% overigens. Het wezenpensioen moet, zonder verdere keuzes, tot 25 jaar duren. Werknemers mogen er niet op achteruit gaan, dus wellicht moet voor sommige werknemers een aanvullend partnerpensioen verzekerd worden. 
  4. Voor nieuwe werknemers vanaf 2028 moet altijd een flatrate-premie worden vastgesteld. Deze mag maximaal 30% bedragen van de pensioengrondslag. Ook moet een eventuele eigen bijdrage van de werknemers afgesproken worden. Deze mag afwijken van die van de zittende werknemers. Of dat verstandig is ‘op de werkvloer’ is een andere discussie. 
  5. Tot slot kan aan zittende werknemers een opt-in voor de nieuwe flatrate-regeling worden geboden. Dat zij dan ook een hogere eigen bijdrage moeten betalen is dan hun eigen keus. Voor jongere werknemers kan dit een goede optie zijn. Uiteraard worden de kosten voor de werkgever dan (ook) hoger. Een opt-in is daarom ook geen recht.

Ondernemingsraad

De ondernemingsraad moet instemmen met alle wijzigingen. Dit proces duurt vaak maanden, dus ook in dat kader is op tijd beginnen aan te raden. Ook de kostendoorrekeningen vergen tijd en de agenda’s van pensioenadviseurs en -rekenaars beginnen echt vol te lopen.

Let op! Let er goed op dat alle pensioenregelingen worden meegenomen. Dus ook een netto-pensioenregeling, gesloten pensioenregelingen waarin geen nieuwe werknemers meer mogen deelnemen en excedent- en vrijwillige pensioenregelingen, dus aanvullend op de basispensioenregeling. Ook is het (weer) een goed moment om te checken of alle werknemers deelnemen en/of een afstandsverklaring hebben getekend. 

Tot slot

Natuurlijk zal de Minister niet nu al aangeven dat de deadline van 1 januari 2028 wordt verlengd. Dan blijven veel werkgevers natuurlijk niets doen. Maar als het nodig is zal deadline echt wel opgerekt worden. Toch lijkt wachten en risico lopen niet verstandig. Aan de slag dus!

nieuws
16/7/2026
Pensioen

Pensioentransitie gaat laatste fase in!

De Wet toekomst pensioenen is per juli 2023 ingevoerd, en het overgangsregime loopt tot eind 2027. Alle pensioenfondsen zijn al volop bezig met de transitie of zelfs al klaar. De ‘vrije markt’, werkgevers die de pensioenregeling hebben ondergebracht bij een verzekeraar of PPI zijn echter nog lang niet zover. De einddatum van eind 2027 komt echter steeds dichterbij en zal niet worden verlengd, zo meldde Minister Vijlbrief begin juli 2026 nog.

LEES VERDER

Toelatingsstelsel

De wet en het toelatingsstelsel gaan op 1 januari 2027 in. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten zich in beginsel vóór die datum bij de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) melden. Bedrijven die een SNA-keurmerk hebben kunnen later een aanvraag doen.

Let op! De wetsartikelen die nodig zijn voor een goede uitvoering en implementatie van het toelatingsstelsel zijn op 1 juli 2026 als in werking getreden.

Wie vallen er onder uitleners?

De wet richt zich op partijen die arbeidskrachten – dus ook zzp’ers – ter beschikking stellen aan derden (zoals bedoeld in de WAADI). Onder uitleners vallen onder meer:

  • Uitzenders
  • Detacheerders
  • Uitleners van zzp’ers

Let op! Collegiale uitleen, waarbij geen winst wordt gemaakt of in- en uitleen binnen concernverband valt straks niet onder het toelatingsstelsel.

Vrijstelling

Betreft het bedrijven die in zeer beperkte mate arbeidskrachten ter beschikking stellen, dan kunnen ze om ontheffing verzoeken waarbij de volgende voorwaarden gelden:

  • de inkomsten uit het uitlenen zijn minder dan 10% van de totale inkomsten in een jaar, én;
  • die inkomsten zijn niet hoger dan € 5 miljoen per jaar.

Voorwaarden

Om toegelaten te worden, moeten uitleners aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moeten zij beschikken over een actuele Verklaring Omtrent het Gedrag voor rechtspersonen (VOG RP), moeten zij aantonen dat zij voldoen aan relevante wetgeving (zoals het wettelijk minimumloon) en moeten zij een waarborgsom van € 100.000 storten (voor startende bedrijven geldt in eerste instantie een waarborgsom van € 50.000 en na zes maanden nogmaals € 50.000). Bedrijven die zich aan de regels houden, krijgen de waarborgsom na vier jaar teruggestort.

Aanvraagloket

Het toelatingsstelsel treedt op 1 januari 2027 in werking. Alhoewel het aanvraagproces dan in werking treedt, gaat het aanvraagloket later open. Bedrijven die werknemers willen blijven uitlenen, moeten tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een toelating aanvragen. Het beoordelen van de bedrijven begint vanaf 1 juli 2027.

Overgangsregeling

Er geldt een overgangsregeling voor bestaande uitleners die zich tussen 1 november 2026 en 31 december 2026 hebben aangemeld voor die overgangsregeling. Als zij van 1 mei 2027 tot en met 30 juni 2027 een aanvraag tot toelating doen, kunnen zij personeel blijven uitlenen gedurende de tijd dat de NAU hun aanvraag beoordeelt.

Let op! Uitleners die op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk hebben, hoeven geen aanmelding te doen voor de overgangsregeling. Zij moet wel een aanvraag tot toelating doen.

Vergoeding

De uitlener betaalt een eenmalige vergoeding (leges) voor een aanvraag tot toelating of ontheffing aan de NAU, maar daarnaast ook een jaarlijkse vergoeding. De vergoeding voor de behandeling van een aanvraag bedraagt € 1.960, de jaarlijkse vergoeding voor behoud van de toelating € 13.427.

Let op! Deze bedragen worden jaarlijks opnieuw vastgesteld.

Uitleen- en inleenverbod

Ook inleners moeten rekening houden met de Wtta. Zij mogen alleen zaken doen met toegelaten uitleners op straffe van een boete. Het uitleen- en inleenverbod treedt pas met ingang van 2028 in werking. Dit geeft uitleners en inleners de tijd hun bedrijfsvoering aan te passen en zich voor te bereiden op de toelatingsplicht.

In 2027 ligt de nadruk op voorlichting en ondersteuning, waarna de formele handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie start op 1 januari 2028.

Tip! Meer informatie is te vinden op: www.toelatinguitleenmarkt.nl.

nieuws
15/7/2026
Glazenwasser

Gefaseerde inwerkingtreding Wet toelating ter beschikking stelling arbeidskrachten (Wtta)

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten regelt dat er voor partijen die werknemers uitlenen (uitleners) een toelatingsstelsel komt. De wet treedt gefaseerd in werking.

LEES VERDER

Zero-emissie zones 

In zero-emissie zones mogen geen zakelijke vracht- en bestelauto’s rijden die schadelijke stoffen uitstoten. Op dit moment zijn er in 19 steden, waaronder alle grote steden, zero-emissie zones. Ook Schiphol is als zodanig aangewezen. 

Verlenging overgangsregeling nul-emissiezones voor sommige bestelauto’s 

Er gelden overgangsregelingen voor bestaande vracht- en bestelauto’s, zodat ondernemers op de nieuwe regels kunnen anticiperen. Voorgesteld wordt om de overgangsregeling voor bestelauto’s met emissieklasse 6 en een Datum Eerste Toelating (DET) van vóór 2025 met één jaar te verlengen. Genoemde bestelauto’s mogen nu nog tot 1 januari 2028 in zero-emissie zones rijden, maar als het voorstel doorgaat wordt dit 1 januari 2029. De verlenging betreft de grootste en minst vervuilende groep bestelauto’s. 

Let op!Bestelauto's met een emissieklasse 5 hebben maar tot 1-1-2027 toegang tot de zero-emissiezones en dit blijft zo. Bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager hebben sinds 1 januari 2025 al geen toegang meer hebben tot de nul-emissiezones.  

Doel van de maatregel 

Met het verlengen van de overgangsmaatregel wil men het voor ondernemers makkelijker maken om op een geschikter moment over te stappen op uitstootvrije bestelauto’s. Ook is er op deze manier meer tijd om bijvoorbeeld laadpalen te installeren, zodat ondernemers minder vaak een ontheffing nodig hebben. 

Let op! Particulieren die hun voertuig niet zakelijk gebruiken, kunnen in de meeste gevallen een ontheffing krijgen, zodat ze toch in zero-emissie zones kunnen rijden.    

Internetconsultatie 

Belangstellenden kunnen tot en met 13 augustus 2026 via een internetconsultatie op de voorstellen reageren. 

nieuws
14/7/2026
Bedrijfswagen

Minst vervuilende bestelauto’s tot 2029 in zero-emissie zone?

Het kabinet wil de minst vervuilende bestelauto’s langer toegang verlenen tot zogenaamde zero-emissie zones. Het wil daarom het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens aanpassen. Belangstellenden kunnen tot en met 13 augustus 2026 op de voorstellen reageren.

LEES VERDER

Volgens een gerechtshof kon een bv als zogenoemde eigenbouwer kwalificeren, omdat de algehele leiding van de renovaties bij haar berustte. Wat speelde hier en wat waren de consequenties voor de bv? 

Renovatie 200 gedateerde woningen 

Een bv verworf in de periode 2008 tot en met 2016 ongeveer 200 gedateerde woningen. Deze woningen liet de bv renoveren volgens een standaardconcept. Daarna verkocht de bv de gerenoveerde woningen. 

Renovatiediensten feitelijk uitgevoerd door aannemers 

De bv besteedde alle werkzaamheden feitelijk uit aan een vaste aannemer. In de genoemde jaren waren dat achtereenvolgens onder meer een CV, een Ltd. en een bv geweest. Deze aannemers zijn in 2014, 2016 en 2018 ontbonden of failliet verklaard. Zij hadden grote btw-bedragen niet aangegeven, ten onrechte in aftrek gebracht en onbetaald gelaten. 

Belastingdienst: bv is eigenbouwer 

Tijdens een boekenonderzoek nam de Belastingdienst het standpunt in dat de bv een zogenoemde eigenbouwer was. Voor de btw-verleggingsregeling in de bouw werd de bv daarom gelijkgesteld met een aannemer.  

Dat betekende dat de aannemers de btw op de renovatiediensten hadden moeten verleggen naar de bv. Nu dit niet gebeurd was, legde de Belastingdienst btw-naheffingsaanslagen op aan de bv. Bij de berekening van de btw-naheffingen, bracht de Belastingdienst de btw die de CV, Ltd en bv wel hadden betaald aan de Belastingdienst in mindering op de btw die de bv  verschuldigd was als eigenbouwer.  

Rechtbank: bv is geen eigenbouwer 

De bv was het niet mee eens met de btw-naheffingsaanslagen en ging in beroep. Volgens de rechtbank was de bv geen eigenbouwer, omdat de Belastingdienst niet aannemelijk maakte dat de betrokkenheid van de bv bij de bouw in betekende mate verder ging dan die van een gewone opdrachtgever.  

Gerechtshof: bv is wel eigenbouwer 

De Belastingdienst ging in hoger beroep. Het gerechtshof was van mening dat de Belastingdienst wel aannemelijk maakte dat de algehele leiding van de renovaties bij de bv berustte. De betrokkenheid van de bv bij de bouw ging verder dan een gewone opdrachtgever, omdat de bv haar eigen technische en organisatorische kennis inzette om de renovaties tot het naar haar gewenste resultaat te brengen. Bovendien behoorden de renovaties, gelet op de regelmaat waarmee de bv de 200 renovaties liet uitvoeren, tot de normale bedrijfshandelingen van de bv. Dit betekende dat de bv kwalificeerde als eigenbouwer en de btw-naheffingsaanslag terecht waren opgelegd. 

Let op!Ga altijd goed na of niet onverhoopt een btw-verleggingsregeling van toepassing is. Als de aannemer/onderaannemer de btw ten onrechte niet verlegt, kan dat een dure vergissing voor je worden. Als de Belastingdienst stelt en aannemelijk kan maken dat je een eigenbouwer bent, kan de door de aannemer/onderaannemer niet afgedragen btw namelijk op jou verhaald worden.

 

nieuws
14/7/2026
Bouw

Eigenbouwer bij btw-verleggingsregeling in de bouw

Leidt het voeren van de algehele leiding over renovaties van woningen tot btw-eigenbouwerschap? En wat betekent het als je geen opdrachtgever maar eigenbouwer bent voor de btw?

LEES VERDER

Dit blijkt uit het SRA-Branches in Zicht-onderzoek 2026. Voor dit onderzoek zijn 7061 jaarrekeningen van mkb-bedrijven (exclusief zzp’ers) geanalyseerd. Meer dan 99% van alle bedrijven in Nederland behoort tot het mkb (Staat van het mkb, 2025).  

Investeringen uitgesteld 

Het SRA-onderzoek laat zien dat ondernemers hun investeringen uitstellen. Het eigen vermogen en de liquide middelen zijn toegenomen en ondernemers hebben minder geleend om investeringen te financieren.  

“Over 2025 zien we een magere winstgroei ten opzichte van de omzet, waardoor er steeds minder geld overblijft voor investeringen. We zien onzekerheid door de toegenomen personeels- en inkoopkosten en inconsistent overheidsbeleid. Daarbovenop liggen grote opgaven, zoals personeelskrapte, netcongestie, AI, digitalisering en is er onzekerheid door de onrust in het Midden-Oosten”, aldus Van der Kwaak.  

Afvlakking winstgroei 

Uit de BiZ-analyse blijkt dat de omzet van het mkb over 2025 met 6,4% toenam ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl de winststijging 3,4% bedroeg. Achter de omzettoename van 6,4% gaat bovendien voor een groot deel inflatie schuil (3,3%). 

De helft van alle ondernemingen zag de winst dalen, waarvan 24% met 50% of meer. De oorzaak ligt in de toename van de inkoopkosten (6,1%) en de personeelskosten (8,5%). De micro-ondernemingen (met 2-10 medewerkers) hebben naar verhouding het minst gepresteerd: 52% zag de winst dalen (versus 50% gemiddeld in het mkb).  

Tot de coronaperiode steeg het winstpercentage in het mkb elk jaar ongeveer juist twee keer zo hard als de omzetstijging, terwijl de afgelopen jaren de winstgroei in relatie tot de omzet flink afvlakte. 

41% van de ondernemers noemt hogere kosten het grootste effect van onzekerheid en het personeelstekort de grootste belemmering voor de productiviteit (Staat van het mkb, 2025). 

 Omzet- en winstontwikkeling mkb

Grote verschillen tussen branches 

Op brancheniveau liepen de cijfers flink uiteen. Op sectorniveau was de winstdaling gemiddeld het grootst bij bouw (-11,2%), horeca (-4,8%) en retail (-2,7%). Positieve uitschieters met een bovengemiddelde winsttoename waren specialistische zakelijke diensten (15,5%), industrie (13,3%), logistiek en zorg (beide 5%).  

Regionale verschillen 

De vier grote steden kenden het grootste aandeel ondernemingen met een daling van de winst: 55% (versus 50% voor heel Nederland). Hiervan had 31% een winstdaling van 50% of meer (versus 24% mkb-gemiddeld).  

Over het onderzoek 

Het SRA-onderzoek Branches in Zicht 2026 bevat de belangrijkste financiële kengetallen van het Nederlandse mkb. Het onderzoek is gebaseerd op een grootschalige cijferanalyse van 7061 jaarrekeningen over 2025 uit het SRA-benchmarkplatform BiZ, dat in totaal over de jaren heen 500.000 jaarrekeningen bevat. De cijfers zijn rechtstreeks afkomstig van de jaarrekeningen van klanten van SRA-accountantskantoren. De betrouwbaarheid is gegarandeerd, omdat de data volledig automatisch en anoniem worden verzameld vanuit de software. De massa, validiteit en actualiteit van deze data zijn uniek. 

Dit rapport bevat, naast de gemiddelde prestaties over 2025 in het mkb als geheel, ook de financiële prestaties (omzet, winst, kosten) van ondernemers in de branches bouw, detailhandel, horeca, industrie, logistiek, medische zorg en specialistische zakelijke dienstverlening.  

Over SRA 

SRA is de grootste vereniging van accountantskantoren werkzaam voor het mkb. Sinds 1989 vormen wij een landelijke vereniging van 386 zelfstandige accountantskantoren, die 1.060 vestigingen, 3.900 accountants (AA’s en RA’s), 1.800 fiscalisten (NOB en RB) en in totaal 22.500 professionals met elkaar verbindt. De SRA-kantoren bedienen 65% van het mkb. 

nieuws
13/7/2026
Sparen

Mkb houdt adem in: investeringen ‘on hold’

Mkb-ondernemers zetten hun investeringen ‘on hold’. Er blijft steeds minder winst over voor investeringen, ook in 2025. “De mkb-ondernemer houdt de adem in. Dat de investeringen achterblijven is zorgwekkend, want dat betekent stilstand in plaats van groei. En dat terwijl het mkb voor grote opgaven staat en innovatie daarvoor essentieel is”, zegt Pieter van der Kwaak, bestuurslid van SRA.

LEES VERDER

Voordeel slimme tachograaf 

Een tachograaf houdt de rij- en rusttijden van de chauffeur bij, evenals de snelheid en de afgelegde afstand. Een slimme tachograaf houdt daarnaast automatisch bij of de grens wordt gepasseerd. Het voordeel hiervan is dat de chauffeur dan zelf niet meer handmatig de landcode hoeft te wijzigen. 

Verplichte slimme tachograaf tot 1 juli 2026 

De slimme tachograaf was tot 1 juli 2026 al verplicht voor bussen en touringcars die meer dan acht personen vervoeren (zonder de bestuurder mee te rekenen). Ook was de slimme tachograaf al verplicht voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kilo.  

Let op! De maximummassa is het eigen gewicht van het voertuig plus het maximale laadvermogen. 

Uitbreiding vanaf 1 juli 2026 

Vanaf 1 juli 2026 is het verplichte gebruik van slimme tachografen uitgebreid. De slimme tachograaf geldt vanaf die datum ook voor onder andere bestelbussen en auto’s met een aanhangwagen. Het voertuig moet een toegestane maximummassa tussen 2.501 en 3.500 kilo hebben en er moet in het buitenland goederen mee vervoerd worden of er moet sprake zijn van cabotagevervoer. Cabotagevervoer betekent dat je bedrijf in Nederland is gevestigd, maar dat met je bedrijfsvoertuig in een ander EU-land goederen of mensen vervoerd worden. 

Tip! De toegestane maximummassa staat vermeld op het kentekenbewijs. 

Vrijstellingen verplichte tachograaf 

Er geldt ook een aantal vrijstellingen van de tachograafplicht, bijvoorbeeld voor campers en kampeerwagens met een toegestane maximummassa tot en met 7.500 gram. 

Ook vrijgesteld zijn voertuigen voor het vervoeren van apparatuur door professionals, zoals het gereedschap van een loodgieter. Hiervoor geldt als voorwaarde dat het voertuig maximaal 12 uur per week (op basis van een werkweek van 40 uur) mag worden gebruikt en alleen in een straal van 100 kilometer rondom de vestiging van het bedrijf. 

Let op! De slimme tachograafplicht geldt alleen als met het voertuig ook goederen worden vervoerd in het buitenland. De bestelbus of auto met aanhangwagen van de loodgieter die alleen in Nederland goederen vervoerd hoeft dus geen slimme tachograaf te hebben, ook niet als de loodgieter meer dan 12 uur per week van het voertuig gebruik maakt. 

Verder zijn vrijgesteld volledig elektrische voertuigen en voertuigen met waterstofbrandstofcel die een toegestane maximummassa tussen de 3.501 en 4.250 kilogram hebben en binnen 100 kilometer van de vestigingsplaats en binnen Nederland blijven. 

Voertuigen tussen de 2.501 en 3.500 kilo die alleen voor de onderneming of de bestuurder worden gebruikt, zijn ook vrijgesteld. Als extra voorwaarde geldt dan dat het vervoeren van producten niet het hoofddoel van de onderneming of bestuurder mag zijn. 

Let op! Op de site van de ILT tref je ook een overzicht aan van alle nationale en internationale vrijstellingen inzake de tachograafplicht. 

Controle door ILT 

De controle op de slimme tachograaf wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Bij overtreding van de regels of wanneer geen slimme tachograaf is geïnstalleerd kunnen boetes volgen en kan de vervoersvergunning worden ingetrokken.  

nieuws
13/7/2026
Transport

Slimme tachograaf verplicht voor meer voertuigen

Vanaf 1 juli 2026 is een slimme tachograaf ook verplicht voor lichtere bedrijfsvoertuigen waarmee buiten Nederland goederen vervoerd worden. Met behulp van een slimme tachograaf kan beter gecontroleerd worden of vervoerders zich aan de regels houden.

LEES VERDER

Betaalperiode beperkt 

In een zaak die speelde voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, was in de betreffende situatie in Groningen het voldoen van parkeerbelasting beperkt tot een periode van maximaal twee uur. Langer parkeren was toegestaan, maar dan moest er opnieuw actie worden ondernomen om parkeerbelasting te betalen. 

Parkeerduur niet beperkt, dus naheffing terecht 

Omdat de parkeerduur in deze zaak niet was beperkt tot twee uur, maar er na die periode opnieuw een parkeerticket kon worden gekocht, was volgens het gerechtshof de naheffing parkeerbelasting terecht. De parkeerder die langer dan twee uur stond, had immers niet betaald voor de verschuldigde belasting die voldaan had moeten worden. 

Afwijkend wanneer parkeerduur beperkt is 

Het gerechtshof merkte op dat de betreffende situatie afwijkt van die waarin de parkeerduur is beperkt. Belanghebbende had in dat verband tevergeefs verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad besliste dat dan geen naheffing kan volgen. In die zaak had een automobilist in Hilversum voor de maximale parkeerduur van één uur parkeerbelasting betaald, maar na dat ene uur zijn auto gewoon laten staan. De naheffing parkeerbelasting was in die casus onterecht, omdat er na het uur door hem helemaal niet meer geparkeerd mocht worden op de betreffende parkeerplaats. Er hoefde dus voor die periode ook geen parkeerbelasting betaald te worden. 

Parkeerboete als alternatief 

Staat een auto geparkeerd op een plaats waar deze auto niet meer mág parkeren omdat de maximale parkeerduur is overtreden, dan kan de gemeente dus geen naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen. De gemeente kan echter wel een parkeerboete opleggen. Dat kan zelfs als het technisch wel mogelijk is om voor een langere periode te betalen. Het ‘teveel’ betaalde wordt dan dus niet automatisch beschouwd als betaalde parkeerbelasting voor een periode waarin helemaal niet meer geparkeerd had mogen worden. 

Praktische oplossing 

Parkeercontroleurs die een naheffing parkeerbelasting op mogen leggen, mogen niet altijd ook een boete opleggen als wordt geparkeerd terwijl dat niet meer is toegestaan. Gemeentes dienen in die gevallen na te denken over hoe dan toch adequaat kan worden opgetreden tegen te lang parkeren. Uiteraard kan een wel bevoegde collega worden opgetrommeld, of net als tegenwoordig in Hilversum met een scanauto eerst de overtreding vastgelegd worden, waarna men vervolgens handmatig de juiste sanctie oplegt. Uiteraard kan men ook, net als in de casus in Groningen, parkeerders verplichten regelmatig een nieuw parkeerkaartje te kopen. 

Parkeerbelasting alleen te voldoen bij aanvang 

In een ander zaak besliste gerechtshof Amsterdam overigens anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gerechtshof besliste dat de parkeerder in die zaak de belasting voor opvolgende tijdvakken (na de maximumperiode van een uur die in die zaak gold) niet kon voldoen. In de Gemeentewet en in de Verordening was namelijk opgenomen dat de parkeerbelasting uitsluitend kon worden voldaan bij aanvang van het parkeren. 

nieuws
10/7/2026
Auto

Naheffing parkeerbelasting bij maximum parkeerduur

Op veel plaatsen in Nederland moet voor het parkeren van een auto parkeerbelasting worden betaald. Dat is soms beperkt tot een bepaalde maximumperiode, om de doorstroom van parkeerders te bevorderen. Wat zijn de gevolgen als desondanks toch langer geparkeerd wordt zonder of met betaling?

LEES VERDER

Betalingsregeling twaalf maanden 

De standaardbetalingsregeling heeft een looptijd van maximaal twaalf maanden vanaf het moment dat de Belastingdienst de betalingsregeling toestaat. De particulier moet zijn belastingschuld in gelijke maandelijkse termijnen terugbetalen. De maandelijkse termijn bedraagt minimaal € 20. 

Voor welke schulden? 

De betalingsregeling geldt in beginsel voor alle belastingaanslagen die de particulier op het moment van het aanvragen heeft openstaan. De volgende aanslagen gaan echter niet mee in de standaard betalingsregeling: 

  • voorlopige aanslagen inkomstenbelasting van het lopende jaar, 
  • conserverende aanslagen, en 
  • aanslagen waarvoor al een verzoek om uitstel van betaling i.v.m. bezwaar of beroep in behandeling of toegewezen is. 

Wanneer geen standaard betalingsregeling? 

Er zijn verschillende redenen voor de Belastingdienst om de standaard betalingsregeling niet te verlenen. Zo staat de Belastingdienst de standaardregeling niet toe als de belastingschulden € 100.000 of hoger zijn of als de particulier nieuw opkomende schulden meer dan incidenteel niet volledig heeft voldaan. Verder zal de Belastingdienst geen standaardregeling toestaan als de nakoming van de betalingsregeling onvoldoende gewaarborgd is. 

Let op! In die gevallen waarin de standaard betalingsregeling niet wordt toegestaan, zal de Belastingdienst het verzoek om een betalingsregeling niet automatisch afwijzen. De Belastingdienst beoordeelt dan eerst nog of de particulier in aanmerking komt voor een niet-standaard betalingsregeling. 

Verrekening tijdens betalingsregeling 

Heeft de particulier gedurende de betalingsregeling recht op een belastingteruggave? Dan verrekent de Belastingdienst deze met de openstaande belastingschulden. 

Tip! Op verzoek van de particulier kan de Belastingdienst er voor kiezen om de teruggave niet te verrekenen. 

Let op! De voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting van het lopende jaar wordt in principe niet verrekend. 

Hoe aanvragen? 

De standaard betalingsregeling kan mondeling, schriftelijk of digitaal worden aangevraagd. 

Let op! De standaard betalingsregeling kan alleen worden aangevraagd door particulieren. Ex-ondernemers worden in dit verband ook als particulier aangemerkt! 

Invorderingsrente 

Ook een particulier zonder betalingsproblemen kan een beroep doen op de standaard betalingsregeling. Een particulier die liever in termijnen betaalt dan in één keer kan dit dus regelen. Houd er wel rekening mee dat de Belastingdienst gedurende de betalingsregeling invorderingsrente berekent. 

nieuws
9/7/2026
Belastingdienst

Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren

Met ingang van 1 juli 2026 hanteert de Belastingdienst in beginsel een standaard betalingsregeling voor particulieren die om uitstel van betaling vragen. Wat houdt dit in?

LEES VERDER

Aanleiding: arrest Hoge Raad

Naar aanleiding van een uitspraak waarin een rechtbank oordeelde dat de belastingrente op een aanslag vpb te hoog was, werden er veel bezwaarschriften ingediend. Dit was aanleiding om tijdige bezwaren tegen de belastingrente op een aanslag Vpb aan te wijzen als massaal bezwaar. 

De Hoge Raad oordeelde vervolgens op 16 januari 2026 – heel kort samengevat – dat de belastingrente die vanaf 2022 berekend wordt op een aanslag vpb te hoog is. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat het belastingrentepercentage moet worden vastgesteld op het percentage dat voor overige belastingen geldt.

Collectieve uitspraak op bezwaar vpb

Bij een aanwijzing massaal bezwaar doet de Belastingdienst niet op elk bezwaar individueel een uitspraak, maar één collectieve uitspraak op bezwaar. Op 25 februari 2026 verklaarde de Belastingdienst in een collectieve uitspraak alle bezwaren tegen de belastingrente vpb in de massaalbezwaarprocedure gegrond.

Hoogte belastingrente vpb

Conform het arrest van de Hoge Raad wordt de belastingrente vpb gelijk aan de belastingrente voor de overige belastingen. Zie hiervoor onderstaande tabel.

Periode Belastingsrente Vpb was Belastingrente Vpb wordt
1-1-2022 t/m 30-06-2023 8% 4%
1-7-2023 t/m 31-12-2023 8% 6%
1-1-2024 t/m 31-12-2024 10% 7,5%
1-1-2025 t/m 31-12-2025 9% 6,5%
Vanaf 1-1-2026 7,5% 5%

Belastingdienst vermindert belastingrente

Inmiddels is de Belastingdienst vanaf begin juli 2026 begonnen met het teruggeven van de te veel berekende belastingrente. Die teruggave gaat de Belastingdienst niet voor elke aanslag vpb met belastingrente toepassen, maar alleen voor de volgende twee groepen:

  • alle op tijd ingediende bezwaren die vallen onder de massaalbezwaarprocedure, en 
  • alle aanslagen vpb met belastingrente die een dagtekening hebben tussen 16 januari 2026 en 14 februari 2026.

Let op! Aanslagen vpb met belastingrente met een dagtekening vanaf 14 februari 2026 zijn volgens de Belastingdienst al berekend met het nieuwe rentepercentage.

Voor 25 augustus 2026

De aanslagen die onder de massaalbezwaarprocedure vallen moet de Belastingdienst binnen zes maanden na de collectieve uitspraak verminderen. Dit betekent dat deze aanslagen voor 25 augustus 2026 verminderd moeten zijn.

nieuws
8/7/2026
Overheid

Teruggave belastingrente vennootschapsbelasting van start

De Belastingdienst is begin juli 2026 gestart met de teruggave van te veel berekende belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting (vpb).

LEES VERDER

Achtergrond

Al langer bestaat de wens om het belastingstelsel eenvoudiger en doelmatiger te maken. Een manier om dat te bereiken is het schrappen van negatief beoordeelde fiscale regelingen. Bijkomend voordeel hiervan is dat er financiële middelen vrijkomen om andere beleidsopgaven te dekken.

De Tweede Kamer heeft op 26 februari 2026 ook een motie aangenomen om de in het coalitieakkoord opgenomen vrijheidsbijdrage op een andere manier te financieren, bijvoorbeeld door het afschaffen of versoberen van negatief beoordeelde fiscale regelingen.

Negatief beoordeelde regelingen

De staatssecretaris geeft aan dat van de 124 geëvalueerde fiscale regelingen er 55 negatief zijn. Negatief kan betekenen dat ze niet doeltreffend, niet doelmatig en/of te complex zijn. Het totale budgettaire belang van deze regelingen is ongeveer 90 miljard euro.

Voorstellen

Het kabinet heeft over een deel van de 55 negatief beoordeelde fiscale regelingen al de volgende voorstellen gedaan:

  • verlagen van de startersaftrek voor ondernemers in de inkomstenbelasting per 2027 en afschaffen per 2028,
  • afschaffen van de gerichte vrijstelling voor korting op branche-eigen producten per 2027,
  • afschaffen van de aftrek voor specifiek zorgkosten per 2028,
  • afschaffen van het verlaagde btw-tarief op sierteelt per 2028, en 
  • samenvoegen van EIA, MIA en Vamil tot één investeringsregeling.

Andere negatief beoordeelde regelingen

In de lijst van 55 negatief beoordeelde fiscale regelingen hebben, buiten de hiervoor genoemde regelingen, nog andere regelingen het label “reden voor overheidsingrijpen” gekregen. Dit betekent overigens niet dat deze regelingen per definitie op de nominatie staan om af te schaffen. Overheidsingrijpen kan ook aanpassen van de regeling betekenen. Het gaat om de volgende regelingen:

  • aftrek van alimentatie en het belasten van alimentatie,
  • reisaftrek OV,
  • startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting,
  • fiscale faciliteiten Natuurschoonwet,
  • liquidatie- en stakingsverliesregeling,
  • willekeurige afschrijving op zeeschepen,
  • arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting,
  • salderingsregeling energiebelasting,
  • inputvrijstelling energiebelasting voor elektriciteitsopwekking,
  • verlaagd btw-tarief geneesmiddelen en hulpmiddelen,
  • verlaagd btw-tarief personenvervoer,
  • btw-vrijstelling werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede politieke, godsdienstige, levensbeschouwelijke en liefdadige organisaties,
  • vrijstelling assurantiebelasting brede weersverzekering, transportverzekeringen, exportkredietverzekeringen, luchtvaartuigen.

Prinsjesdag 2026

Het kabinet beslist in augustus welke negatief beoordeelde fiscale regelingen afgeschaft of aangepast worden. De verwachting is dat het met name zal gaan om de regelingen waarvoor al voorstellen voor zijn gedaan, zoals hiervoor beschreven. Op Prinsjesdag 2026 wordt een en ander bekendgemaakt.

Let op! Als een negatief beoordeelde fiscale regeling op Prinsjesdag overeind blijft, wil dat niet zeggen dat deze op een later moment niet alsnog kan worden aangepakt.

nieuws
7/7/2026
Prinsjesdag

Lijst met 55 negatief beoordeelde fiscale regelingen

De staatssecretaris van Financiën heeft een lijst met 55 negatief beoordeelde fiscale regelingen gepubliceerd.

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE