ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Afhankelijk van gebruik

Gebruikt u een bedrijfsmiddel 10% of minder zakelijk, dan valt het verplicht onder uw privévermogen. Gebruikt u het bedrijfsmiddel juist 90% of meer zakelijk, dan is het verplicht ondernemingsvermogen. Alleen in bijzondere situaties kan hiervan worden afgeweken. In alle overige gevallen mag u kiezen of u het bedrijfsmiddel als zakelijk of als privé aanmerkt. 

Belang van keuze

Een eenmaal gemaakte keuze heeft vaak belangrijke fiscale gevolgen en kan niet zomaar worden herzien. Zo is bij verkoop van een bedrijfsmiddel dat als ondernemingsvermogen is aangemerkt de boekwinst belast en een boekverlies aftrekbaar. Behoort het bedrijfsmiddel tot het privévermogen, dan is de verkoop ervan niet van invloed op de winst. Dit kan bijvoorbeeld bij een pand een fors verschil maken.

Keuze pand tandarts zakelijk of privé?

In een zaak die onlangs tot aan de Hoge Raad werd uitgevochten, ging het om de vraag of het pand van een tandarts tot het ondernemingsvermogen mocht worden gerekend. De inspecteur vond van niet, omdat van de woning in totaal slechts 7,75% zakelijk werd gebruikt. 

Beroepsregels

De tandarts voerde echter aan dat ze volgens de geldende beroepsregels verplicht was om binnen een half uur van haar praktijk te wonen. Bovendien voerde ze aan dat haar praktijkmanager de zakelijke ruimte mede gebruikte en dat naast het zakelijke gebruik van het pand ook de garage zakelijk gebruikt werd voor de stalling van de bedrijfsauto.

Bewijslast

Ook de Hoge Raad stelde, net als de rechter eerder, in deze zaak de Belastingdienst in het gelijk. Zo woonde de tandarts vóór aanschaf van de woning al dichter bij haar werk en dus kon niet gezegd worden dat de woning mede dienstbaar was aan de onderneming. Ook was er geen bewijs, zoals foto’s, van het feit dat de garage alleen voor het stallen van de auto werd gebruikt. Dat de praktijkmanager de zakelijke ruimte mede gebruikte, maakte voor de omvang van dit gebruik geen verschil en dus mocht de woning niet als ondernemingsvermogen worden aangemerkt.

nieuws
17/11/2025
Bedrijfspand

Is een pand waar u woont en werkt ondernemingsvermogen?

Ondernemers in de inkomstenbelasting gebruiken bepaalde bedrijfsmiddelen soms zowel zakelijk als privé. Onder voorwaarden kunnen deze bedrijfsmiddelen dan ofwel tot het privévermogen, ofwel tot het ondernemingsvermogen gerekend worden. Wat is daarvoor bepalend?

LEES VERDER

Periode niet betaald parkeren

Rechtbank Leeuwarden behandelde een zaak waarbij een automobilist een naheffingsaanslag parkeerbelasting had ontvangen. De automobilist was het hiermee niet eens, omdat de parkeerautomaat de mededeling bevatte: “Periode niet betaald parkeren“. De tekst was voorzien van een groot, geel uitroepteken.

Cryptisch bedoeld

Voor de rechtbank stelde de heffingsambtenaar dat er wel degelijk parkeerbelasting verschuldigd was. De tekst op de parkeerautomaat was juist cryptisch bedoeld en de parkeerder had dan ook moeten onderzoeken of er al dan niet parkeerbelasting verschuldigd was.

Duidelijk

De rechtbank was echter van mening dat de tekst heel duidelijk is. Ook het uitroepteken maakte dit niet anders. De rechtbank was het dan ook met de automobilist eens dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd en vernietigde deze.

nieuws
14/11/2025
Auto

Melding op parkeerautomaat wekt vertrouwen

Als op een parkeerautomaat duidelijk staat aangegeven dat u geen parkeerbelasting hoeft te betalen, mag u erop vertrouwen dat dit juist is. Ook als de gemeentelijke verordening bepaalt dat u wél parkeerbelasting verschuldigd bent. U kunt zich dan met succes beroepen op het vertrouwensbeginsel.

LEES VERDER

Betalingsonmacht

In een van de gepubliceerde documenten wordt ingegaan op de situatie dat een bestuurder bij de ontvanger van de Belastingdienst betalingsonmacht heeft gemeld. Een dergelijke melding is met name van belang vanwege de aansprakelijkstelling van bestuurders van een rechtspersoon, zoals een bv. De melding is echter ook van belang in het kader van het niet opleggen of matigen van een verzuimboete.

Wanneer geen of beperkte verzuimboete?

In het document wordt duidelijk dat bij een melding van betalingsonmacht van belang is of er ook een verzoek is ingediend tot uitstel van betaling. Dit verzoek moet bovendien betrekking hebben op dezelfde belasting en op hetzelfde tijdvak als waarop de boete betrekking heeft. Het verzoek moet ook zijn ingediend vóór de uiterste betaaldatum en de inspecteur moet het verzoek ook vóór die datum hebben goedgekeurd. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan wordt de boete vernietigd.

Overleg boetespecialist

Ook wordt duidelijk dat er bij de Belastingdienst speciale boetespecialisten zijn. Deze moeten worden ingeschakeld als de inspecteur na de betalingstermijn uitstel van betaling heeft verleend. De boetespecialist moet beoordelen of de boete dan alsnog vernietigd kan worden. Ook moet de boetespecialist worden ingeschakeld als een belastingplichtige zich beroept op slechte financiële omstandigheden. De boetespecialist kan dan beoordelen of hiervan sprake is en de boete daarom matigen.

Rechtspraak

Een ander document gaat in op de rechtspraak die er rondom het matigen van verzuimboetes verschenen is. Hieruit blijkt dat er bij strafverminderende omstandigheden vaak een boetevermindering optreedt. Het betreft dan geringe termijnoverschrijdingen van maximaal tien dagen, belastingplichtigen waarbij voor het eerst sprake is van een verzuim, kleine bv’s die vergelijkbaar zijn met eenmanszaken en situaties waarbij sprake is van een slechte financiële positie en beperkte draagkracht.

Mate van strafvermindering?

Is sprake van één van bovengenoemde omstandigheden, dan wordt matiging van de boete overwogen, in sommige gevallen tot halvering ervan. Bij meerdere van genoemde omstandigheden gaat het soms om een beperking van de boete tot € 500. Uit de rechtspraak wordt duidelijk dat de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de overige omstandigheden bepalend zijn voor de uiteindelijke matiging van de boete.

Niet voor de inkomstenbelasting

Aangegeven wordt ook dat er nauwelijks rechtspraak is die betrekking heeft op matiging van boetes van belastingplichtigen die onder de inkomstenbelasting vallen. Omdat deze situaties verschillen van die inzake de vennootschapsbelasting, is genoemde rechtspraak hierop niet zonder meer van toepassing. 

nieuws
13/11/2025
Overheid

Meer duidelijkheid over vermindering verzuimboetes

Als u een belastingaanslag niet of te laat betaalt, kan een verzuimboete worden opgelegd. Er kunnen echter redenen zijn een verzuimboete niet op te leggen of te matigen. De Belastingdienst heeft onlangs enkele documenten gepubliceerd die aangeven op basis van welke argumenten een boete vernietigd of gematigd wordt.

LEES VERDER

Verplichte keuzebegeleiding: onbelast

Voor het antwoord op deze vraag is allereerst van belang wat het pensioenadvies inhoudt. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioen (Wtp) zijn pensioenuitvoerders verplicht om werknemers te begeleiden bij het maken van een keuze binnen de pensioenregeling. Als het pensioenadvies zich beperkt tot keuzebegeleiding, is dit verplichte advies onbelast voor de loonheffingen.

Persoonlijk pensioenadvies: belast

Als meer persoonlijke achtergrondinformatie – bijvoorbeeld de hypotheek of de aangifte inkomstenbelasting van de werknemer – bij het pensioenadvies wordt betrokken is het pensioenadvies niet meer beperkt tot keuzebegeleiding. Er is dan sprake van persoonlijk pensioenadvies. De Wtp verplicht niet tot een dergelijk uitgebreid advies.

De Belastingdienst heeft aangegeven dat de kosten van een persoonlijk pensioenadvies belast loon vormen voor de werknemer. In antwoord op Kamervragen heeft de staatssecretaris aangegeven dit standpunt van de Belastingdienst te onderschrijven. De staatssecretaris ziet ook geen aanleiding tot introductie van een gerichte vrijstelling voor persoonlijk pensioenadvies.

Vrije ruimte

U kunt er als werkgever voor kiezen om het persoonlijk pensioenadvies aan te wijzen voor de werkkostenregeling. In dat geval wordt bij de werknemer geen loonheffing geheven als de werkgever nog vrije ruimte heeft. U betaalt 80% eindheffing voor zover het totaal van aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar de vrije ruimte overschrijdt.

Let op! In 2025 bedraagt de vrije ruimte 2% van het totale fiscale loon tot en met € 400.000 en 1,18% daarboven.

nieuws
13/11/2025
Handtekening

Moet u op pensioenadvies aan personeel loonheffing inhouden?

Een werknemer krijgt door u als werkgever betaald pensioenadvies. Is hierover wel of geen loonheffing verschuldigd?

LEES VERDER

Afrekenen, bijhouden, bewaren

De nieuwe tool bevat een onderverdeling in drie thema’s: afrekenen, bijhouden en bewaren. De tool vraagt bijvoorbeeld als eerste of er bij het afrekenen gebruik wordt gemaakt van een digitaal kassasysteem. Daarbij wordt gewezen op de voordelen ervan en wordt gevraagd of er gebruik wordt gemaakt van dagrapporten.

Tips

De tool bevat per onderdeel ook de nodige tips. Zo wordt de ondernemer tijdens het beantwoorden van de vragen erop gewezen dat de administratie minstens zeven jaar bewaard dient te worden en welke onderdelen dit betreft. En bij vragen over het al dan niet gebruiken van een boekhoudpakket wordt aangegeven dat de kosten ervan aftrekbaar zijn van de winst.

Contanten

De ondernemer wordt tijdens het invullen gewezen op de verplichtingen die samenhangen met het gebruik van contant geld en op de gevaren als niet dagelijks het kasboek wordt bijgehouden. Daarnaast wordt expliciet ingegaan op een aantal zaken dat moet worden bijgehouden, met name als wordt aangegeven dat geen gebruik wordt gemaakt van een boekhouder of adviseur.

Digitalisering

Er wordt ook aandacht besteed aan digitalisering van de administratie en aangegeven dat de onderliggende papieren administratie niet zomaar vernietigd mag worden. Daarbij wordt de ondernemer duidelijk gemaakt dat hierover afspraken te maken zijn met de inspecteur. 

Checklist

Gedurende het invullen van de tool kan de horecaondernemer belangrijke zaken waarop hij terug wil komen opslaan in een checklist. Na het invullen van de tool krijgt de ondernemer een overzicht van aandachtspunten binnen zijn administratie en kan hij deze aan de hand van de checklist verbeteren. 

nieuws
12/11/2025
Horeca

Nieuwe tool voor horeca bij administratie

De Belastingdienst heeft een tool ontwikkeld waarmee horecaondernemers kunnen nagaan of hun administratie op orde is. Aan de hand van een aantal ja/nee-vragen krijgt de horecaondernemer inzicht in zijn administratie, eventuele gebreken erin en advies voor mogelijke oplossingen.

LEES VERDER

Gerichte vrijstellingen en werkkostenregeling

Een werkgever kan zaken belastingvrij vergoeden en verstrekken als deze gericht zijn vrijgesteld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van de vrije ruimte in de werkkostenregeling. Tot het bedrag van de vrije ruimte kunnen zaken worden vergoed en verstrekt tot een bedrag dat afhankelijk is van de hoogte van de kloonsom van de werkgever. Voor 2025 en 2026 is dit 2% tot een loonsom van € 400.000 en 1,18% over het meerdere van de loonsom. Voor beide regelingen geldt dat de belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen door de werkgever moeten zijn aangewezen, uiterlijk op het moment dat ze verstrekt worden. 

Niet-inhoudingsplichtige werkgever

In bovengenoemd arrest is aangegeven dat een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrijstellingen ook kan toepassen als ze niet zijn aangewezen. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest, waarin was aangegeven dat werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever hierdoor niet in een nadeliger positie mogen komen dan collega’s met een werkgever die wel inhoudingsplichtig is.

Kostenvergoeding piloot

In deze betreffende zaak ging het om een piloot die buitenlandse inkomsten had. Van deze inkomsten wilde hij een deel aanmerken als onbelaste kostenvergoeding. De inspecteur ging hier niet in mee, onder andere omdat de kostenvergoedingen niet door de werkgever als zodanig waren aangewezen. De Hoge Raad is echter van mening dat deze eis niet geldt voor niet-inhoudingsplichtig werkgevers.

Kostenvergoeding beperkt

De onbelaste kostenvergoeding werd wel beperkt tot een door de inspecteur eerder akkoord bevonden bedrag. Dit was voor het gerechtshof in Den Haag als compromis voorgesteld en hierop kon dus later niet meer worden teruggekomen.

nieuws
11/11/2025
Euro

Niet-inhoudingsplichtige werkgevers en belastingvrije vergoedingen

Werkgevers die zaken belastingvrij vergoeden of verstrekken aan hun werknemers, zijn verplicht deze zaken aan te wijzen. Deze verplichting geldt echter niet voor niet-inhoudingsplichtige werkgevers, zoals buitenlandse werkgevers. Dit standpunt is onlangs bevestigd in een arrest van de Hoge Raad.

LEES VERDER

Hoe wordt de nieuwe belastingrente vastgesteld?

De belastingrente wordt één keer per jaar opnieuw vastgesteld. De nieuwe rente gaat dan per 1 januari gelden. In een besluit is vastgelegd hoe dit moet gebeuren. Daarbij geldt als basis de vóór 1 november van het voorafgaande jaar laatste gepubliceerde ECB-rente voor basisfinancieringstransacties.

Voor de belastingrente voor het jaar 2026 gaat het hierbij om de op 11 juni 2025 gepubliceerde ECB-rente voor basisfinancieringstransacties. Die bedraagt 2,15%. Vóór 1 november 2025 vond geen andere publicatie meer plaats.

Let op! In het besluit is ook opgenomen dat de belastingrente altijd wordt vastgesteld op een afronding van halve procenten. Leidt de berekening tot een andere belastingrente, dan vindt dus afronding plaats. Verder wordt het belastingrentepercentage ten opzichte van het bestaande belastingrentepercentage maximaal 2% hoger of lager.

Belastingrente IB 2026

Voor de IB wordt de hiervoor genoemde ECB-rente volgens het besluit verhoogd met 3%. Daarbij is ook opgenomen dat de minimale belastingrente altijd 4,5% is.

Met deze rekenregels bedraagt de belastingrente voor de IB in 2026 5% (2,15% + 3% = 5,15%, afgerond op halve procenten is dat 5%). In 2025 bedraagt de belastingrente voor de IB nog 6,5%.

Let op! Dit percentage geldt ook voor de meeste andere belastingen, onder meer de loonbelasting, omzetbelasting, dividendbelasting, erfbelasting et cetera.

Belastingrente Vpb 2026

Voor de Vpb wordt de hiervoor genoemde ECB-rente volgens het besluit verhoogd met 5,5%. Daarbij is ook opgenomen dat de minimale belastingrente altijd 5,5% is.

Met deze rekenregels bedraagt de belastingrente voor de Vpb in 2026 7,5% (2,15% + 5,5% = 7,65%, afgerond op halve procenten is dat 7,5%). In 2025 bedraagt de belastingrente voor de Vpb nog 9%.

Let op! Dit percentage geldt ook voor onder meer de bronbelasting en de minimumbelasting.

Nog geen officiële bekendmaking

Het belastingrentepercentage voor 2026 is nog niet door de Belastingdienst bekendgemaakt. Gebaseerd op het besluit komen de percentages uit op 5 en 7,5%, maar daarvoor is dus nog geen officiële bevestiging.

Bezwaar belastingrente

Over de hoogte van de belastingrente loopt een procedure bij de Hoge Raad. Bezwaren tegen de belastingrente zijn aangewezen als zogenaamde massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat degenen die bezwaar maken tegen de belastingrente pas een uitspraak van de Belastingdienst krijgen als de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.

Let op! Wil u aansluiten bij deze massaalbezwaarprocedure, dan moet u op tijd een bezwaar indienen tegen de belastingrente. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

nieuws
10/11/2025
Overheid

Lagere belastingrente IB en Vpb in 2026

De belastingrente voor de inkomstenbelasting (IB) bedraagt in 2026 hoogstwaarschijnlijk 5%. Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) zal dit waarschijnlijk 7,5% zijn. Beide percentages zijn 1,5% lager dan in 2025.

LEES VERDER

Outplacement

Een outplacementtraject begeleidt een werknemer van zijn huidige baan naar een andere baan. U kunt met uw werknemer afspreken dat u de kosten van het outplacementtraject betaalt. Of hierover loonheffing verschuldigd is en zo ja wanneer, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Outplacement tijdens de dienstbetrekking

Loopt de werknemer het outplacementtraject door terwijl hij nog bij u in dienst is, dan kunt u gebruikmaken van een gerichte vrijstelling. U betaalt dan geen loonheffing hierover en u hoeft ook geen gebruik te maken van uw vrije ruimte.

Let op! Het voorgaande geldt alleen als de kosten van outplacement voldoen aan de gebruikelijkheidstoets die geldt in de werkkostenregeling.

Outplacement na de dienstbetrekking

Betaalt u het outplacementtraject voor uw werknemer nadat hij bij u uit dienst is, dan kunt u de gerichte vrijstelling niet toepassen, volgens de Belastingdienst. Het outplacementtraject vormt dan namelijk loon uit vroegere dienstbetrekking. De gerichte vrijstelling geldt daarvoor niet.

Outplacement bij vaststellingsovereenkomst

Aan de Belastingdienst zijn vragen gesteld over twee situaties waarbij een werkgever en een werknemer een vaststellingsovereenkomst sloten tot beëindiging van het dienstverband:

  • In de ene situatie werd afgesproken dat de werknemer recht had op een outplacementtraject na uitdiensttreding, startte dit outplacementtraject ook pas na uitdiensttreding en werden de facturen ook pas na uitdiensttreding voldaan.
  • In de andere situatie was de afspraak dat de werknemer recht had op een outplacementtraject als de werknemer binnen drie maanden na einde van het dienstverband geen nieuw werk gevonden had.

De Belastingdienst heeft geantwoord dat in beide situaties het genietingsmoment van het outplacementtraject gelegen is ná uitdiensttreding omdat pas ná uitdiensttreding recht was op het outplacementtraject. In dat geval vormt dit outplacementtraject loon uit vroegere dienstbetrekking en kan de gerichte vrijstelling niet worden toegepast.

Andere afspraken maken?

De werkgevers in de hiervoor beschreven situaties moeten, naast de kosten van outplacement, ook de loonheffing hierover dragen. Als zij dit van tevoren hadden geweten, hadden ze wellicht andere afspraken met de werknemer gemaakt.

Denk daarbij aan het al starten van het outplacementtraject tijdens de dienstbetrekking (zorg dan wel dat alle facturen ook al tijdens de dienstbetrekking zijn betaald). Of het maken van de afspraak dat de werkgever een bedrag vergoed voor outplacement waarbij de eventuele loonheffingen voor rekening van de werknemer zijn.

Let op! Bent u met uw werknemer in overleg over een outplacementtraject? Overleg dan met onze adviseurs over de mogelijke fiscale gevolgen voor de loonheffingen.

nieuws
10/11/2025
Strategie

Wel of geen loonheffing bij outplacement

Een werknemer gaat uit dienst en u spreekt af dat u het outplacementtraject betaalt. Moet u hierover loonheffing betalen en zo ja, wanneer?

LEES VERDER

Auto kinderdagverblijf stond ter beschikking

In een zaak die door het gerechtshof Den Haag werd behandeld, ging het om de vraag of de auto’s van een kinderdagverblijf aan het personeel ter beschikking stonden. Het Hof was van mening dat dit het geval was en stelde dat niet van belang is dat een auto ook privé mag worden gebruikt. Het gaat erom of de feitelijke macht over een auto kan worden uitgeoefend, hetgeen in genoemde zaak het geval was. De betreffende werknemer was locatiemanager en in staat om te bepalen of zij van de auto gebruikmaakte. Ook kon zij vanwege haar positie over de autosleutels beschikken, hoewel een andere werknemer deze in beheer had. 

Privégebruik verboden

Het Hof stelde verder vast dat een verbod op privégebruik, waarvan in deze zaak sprake was, niet van belang is voor de vraag of een auto ter beschikking staat. Het verbod is wel van belang voor de vraag of er met de auto al dan niet meer dan 500 km privé is gereden. Dat de locatiemanager wilde voorkomen dat zij misbruik maakte van haar positie en dat ze ook in privé over een auto beschikte, maakte dit niet anders. 

Privégebruik beperkt tot 500 km?

Nu er geen kilometeradministratie was bijgehouden en ook ander toezicht ontbrak, was met de bijtelling terecht rekening gehouden door de inspecteur. Er was immers niet aangetoond dat met de auto niet meer dan 500 km privé was gereden. Ook het feit dat er een sleutelkastje aanwezig was waarin de sleutels na gebruik werden opgeborgen, was hiervoor onvoldoende omdat iedere controle ontbrak.

Bewijs grove schuld onvoldoende

De inspecteur slaagde er echter niet in te bewijzen dat er sprake was van grove schuld voor wat betreft het niet aangeven van de bijtelling. Personeelsleden moesten namelijk een autoverklaring ondertekenen waarin stond dat ze de auto niet privé zouden gebruiken. Het gebruik van de auto was ook vastgelegd in een personeelshandboek. Het Hof achtte ook van belang dat de locatiemanager richting het andere personeel wilde voorkomen dat ze misbruik maakte van haar positie inzake het privégebruik van de auto. 

Alles overwegende vond het Hof dat er geen sprake was van grove schuld en dat de boete dan ook ten onrechte was opgelegd.

nieuws
7/11/2025
Auto

Niet aangeven bijtelling auto betekent niet automatisch boete

Als aan een werknemer een auto ter beschikking is gesteld, moet in beginsel de bekende bijtelling worden toegepast. Dit hoeft niet als er jaarlijks niet meer dan 500 km privé wordt gereden. De belastinginspecteur kan naheffen als de bijtelling ten onrechte achterwege is gebleven, maar voor het opleggen van een vergrijpboete is meer nodig.

LEES VERDER

Inhouding huisvestingskosten

Inhouding van de kosten van huisvesting op het minimumloon gebeurt vooral bij arbeidsmigranten. Werkgevers zorgen dan namelijk vaak voor die huisvesting.

Plan: afbouw en afschaffen

Bij een minimumloon mag een werkgever voor huisvesting in 2025 maximaal 25% van dat loon inhouden. Het plan was om dit percentage vanaf 2026 met 5% per jaar af te bouwen. Vanaf 2030 zou het dan verboden zijn om de kosten van huisvesting in te houden op het wettelijk minimumloon. Doel van dit plan was om de uitbuiting van arbeidsmigranten tegen te gaan.

Besluit: toch geen afbouw

Het kabinet is echter tot de conclusie gekomen dat de afbouw van de inhouding eigenlijk meer nadelen dan voordelen voor de arbeidsmigrant heeft. De huidige regeling maakt het voor werkgevers en arbeidsmigranten namelijk makkelijker om huisvesting te regelen. Bovendien verliest de overheid het toezicht op de kwaliteit van de woning, als de regeling wordt afgeschaft. Om die reden kiest het kabinet er nu voor om de geplande afbouw (nog) niet in te voeren.

Let op! Het is uiteraard niet uitgesloten dat een nieuw kabinet alsnog ervoor kiest om de regeling af te bouwen. Dat zal dan in ieder geval niet per 1 januari 2026 zijn.

nieuws
6/11/2025
Woning

Maximale inhouding huisvesting op minimumloon blijft 25%

Werkgevers mogen in 2025 voor de kosten van huisvesting van een werknemer maximaal 25% van het wettelijk minimumloon inhouden op dit minimumloon. Het plan om dit percentage te verlagen en uiteindelijk de inhouding te verbieden, gaat vooralsnog niet door.

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE