ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Let op! De wijzigingen gelden voor de ISDE in 2026 die u in 2026 kunt aanvragen vanaf 5 januari, 12:00 uur. Vraagt u de ISDE in 2025 nog aan, dan gelden nog de bestaande huidige voorwaarden.

Bij isolatie ook subsidie voor ventilatie 

Als u isolatiemaatregelen combineert met energiezuinige ventilatietechnieken, kunt u hiervoor vanaf 2026 € 400 subsidie krijgen. Een voorbeeld is een afzuigventilator met minstens twee sensoren. U dient de subsidie binnen twee jaar na de isolatiemaatregel aan te vragen, maar kunt deze ook tegelijk aanvragen.

Wijziging subsidie lucht-waterwarmtepompen

Investeert u in meer dan één lucht-waterwarmtepomp, dan krijgt u hiervoor minder subsidie. U krijgt voor deze pompen dan alleen nog het subsidiebedrag van € 225 per kW. Voor de eerste krijgt u door een verhoging van het startbedrag naar € 1.250, € 225 meer subsidie. Ook krijgt u voor de eerste lucht-waterwarmtepomp al vanaf de eerste kW € 225 in plaats van vanaf de tweede kW.

Let op! Om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, mogen bepaalde lucht-waterwarmtepompen vanaf 2026 niet meer worden verkocht. Ook de subsidie voor deze pompen komt te vervallen.

Let op! Zakelijke gebruikers hoeven vanaf 2026 bij aanschaf van een lucht-warmtepomp geen bewijs meer op te sturen dat de aardgasmeter is verwijderd. Een bevestiging van de netbeheerder is voldoende.

Nieuwe berekening milieu-impact isolatiemateriaal

Voor ‘biobased’, ofwel milieuvriendelijk isolatiemateriaal, krijgt u extra subsidie. De manier waarop de milieuvriendelijkheid berekend wordt, gaat per 2026 veranderen. 

Overige wijzigingen 

  • Vervangt u bij het plaatsen van isolerend glas ook uw kozijnen, dan worden geen eisen meer gesteld aan de isolatiewaarde.
  • Plaatst u glas in een monumentenwoning, dan wordt de isolatiewaarde versoepeld. Daardoor kunt u ook subsidie krijgen bij voor- of achterzetbeglazing.
  • De voorwaarden voor het isolatiemateriaal bij bodemisolatie worden verruimd.
  • Bij een aansluiting op het warmtenet hoeft u geen bewijs meer op te sturen dat de aardgasmeter is weggehaald. Een bevestiging hiervan van de netbeheerder, is voldoende.  

Aanvragen 

U vraagt de ISDE aan bij Subsidie-loket.nl. Daar vindt u ook meer informatie over de mogelijkheden en de voorwaarden voor uw aanvraag. 

nieuws
15/12/2025
Zonnepanelen

Wijzigingen ISDE per 5 januari 2026

De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) wordt vanaf 2026 op een aantal punten gewijzigd. We zetten de belangrijkste wijzigingen op een rij.

LEES VERDER

Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van het soort rijbewijs en of het rijbewijs nodig is voor werkzaamheden van uw werknemer. 

Rijbewijs B

Een regulier bewijs benodigd voor het besturen van een auto (rijbewijs B) kunt u aan uw werknemer vergoeden. Dit kan onbelast als u deze vergoeding aanwijst als eindheffingsloon in de vrije ruimte. Dit gaat dus ten koste van uw vrije ruimte. 

Gebruikelijkheidstoets 

Het vergoeden van het rijbewijs moet wel aan de gebruikelijkheidstoets voldoen. Anders kan dit niet onbelast (u kunt dan niet aanwijzen als eindheffingsloon) en moet u dit in de belastingheffing betrekken bij de werknemer. 

De gebruikelijkheidstoets betekent dat het vergoeden niet meer dan 30% mag afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. De beoordeling van deze toets vindt plaats aan de hand van onder meer de soort vergoeding en de waarde en wie de vergoeding krijgt. 

Heeft uw werknemer het rijbewijs op geen enkele manier nodig voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden, dan kan het zijn dat de Belastingdienst vindt dat de vergoeding niet gebruikelijk is. In zo’n geval kan de vergoeding van het rijbewijs B niet belastingvrij. 

Tip! De beoordeling of iets voldoet aan de gebruikelijkheidstoets is niet altijd eenvoudig. Om discussie over elke euro met de Belastingdienst te voorkomen, kunt u gebruikmaken van de doelmatigheidsmarge van € 2.400. Tot een bedrag van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst de zaken namelijk in alle redelijkheid als gebruikelijk. In alle redelijkheid betekent dat het loon van de werknemer bijvoorbeeld niet lager mag worden dan het wettelijk minimumloon of bij een stagiair.

Rijbewijs E

Heeft uw werknemer al een rijbewijs B, dan kunt u een rijbewijs voor het rijden met een aanhanger van maximaal 3.500 kilogram (rijbewijs E) aan uw werknemer vergoeden. Dit kan onbelast als uw werknemer het rijbewijs E nodig heeft voor zijn werkzaamheden. 

Moet u werknemer bijvoorbeeld regelmatig met een zware aanhanger (meer dan 750 kilogram) op pad voor zijn werkzaamheden, dan heeft hij daarvoor een rijbewijs E nodig. In dat geval geldt voor de vergoeding van dit rijbewijs een zogenaamde gerichte vrijstelling voor de verbetering van de vaardigheden ter vervulling van de dienstbetrekking. De vergoeding is dan onbelast zonder dat u de vrije ruimte daarvoor hoeft aan te spreken. 

Let op! Is het rijbewijs E niet nodig voor de werkzaamheden van de werknemer, dan kan de vergoeding eventueel alsnog onbelast als u deze aanwijst als eindheffingsloon in de vrije ruimte. Let daarbij wel op de gebruikelijkheidstoets, zoals hiervoor beschreven.

nieuws
15/12/2025
Bedrijfswagen

Belastingvrije vergoeding rijbewijs B en E mogelijk?

U wilt de kosten van het behalen van een rijbewijs aan een werknemer vergoeden. Kan dit belastingvrij? En zo ja, gaat dit dan ten koste van uw vrije ruimte?

LEES VERDER

Jubelton 

De verhoogde vrijstelling voor de eigen woning was met name bedoeld om de toegang voor jongeren tot de woningmarkt te vergemakkelijken. De vrijstelling bedroeg bij aanvang € 100.000. Om oneigenlijk gebruik tegen te gaan, kende de vrijstelling een aantal strenge voorwaarden.  

Vervallenverklaring 

In een zaak die onlangs speelde voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, wilde een belastingplichtige gebruikmaken van de volledige schenkvrijstelling voor de eigen woning. Ze had in het verleden echter al gebruikgemaakt van de eenmalige verhoogde schenkvrijstelling (in 2025 is dit € 32.195). Daardoor zou ze de vrijstelling voor de eigen woning nog maar deels kunnen gebruiken. Om dit te voorkomen hadden belastingplichtige en haar ouders besloten de eerdere schenking te laten vervallen door middel van een vervallenverklaring.

Schuldigerkenning 

De ouders hadden het bedrag destijds geschonken onder schuldigerkenning. De dochter kreeg de schenking dus alleen op papier en nog niet in handen. Het bedrag van de schenking zou pas bij overlijden van de ouders opeisbaar zijn. Tot die tijd zou er over het bedrag rente verschuldigd zijn.

Vervallenverklaring niet effectief

Voor het gerechtshof bleek dat de vervallenverklaring helaas niet effectief was. Het Hof overwoog dat het herroepen van een schenkingsovereenkomst waarvan een notariële akte is opgemaakt, alleen mogelijk is als in de akte de bevoegdheid tot herroeping is bedongen. Dit bleek niet het geval te zijn. Dat er over het geleende bedrag – ondanks de afspraak – hierover geen rente was betaald, betekende evenmin dat de schenking was ontbonden. 

Standpunt kennisgroep 

Belastingplichtige wees ook nog op het feit dat de Belastingdienst in een standpunt had aangegeven dat in de omschreven situatie wel een beroep op de volledige vrijstelling kon worden gedaan. Het Hof ging in deze redenering echter niet mee, omdat de betreffende situatie afweek van die zoals door de kennisgroep van de Belastingdienst was omschreven. De schenking was hier namelijk niet aangegaan met de mogelijkheid van herroeping en evenmin onder een ontbindende voorwaarde. Het Hof stelde de inspecteur dan ook in het gelijk en besliste dat er geen recht bestond op de volledige vrijstelling. 

nieuws
12/12/2025
Overheid

Gaat niet te herroepen schenking ten koste van vrijstelling?

Tot 2024 bestond er een speciale vrijstelling in de schenkbelasting ten behoeve van de eigen woning. Deze vrijstelling, ook wel bekend als jubelton, kon niet of maar deels worden toegepast als in het verleden al gebruik was gemaakt van een verhoogde vrijstelling in de schenkbelasting. Het herroepen van een dergelijke schenking is echter alleen onder voorwaarden mogelijk.

LEES VERDER

Accijnskorting

De Tweede Kamer heeft een voorstel tot wetswijziging aan genomen om de brandstofaccijnskorting in 2026 met € 448 miljoen te verlagen. In plaats van een totale accijnskorting van € 1.716 miljoen, wordt de korting daardoor € 1.268 miljoen. De verlaging van de brandstofaccijnskorting wordt evenredig over benzine, diesel en LPG verdeeld (zie onderstaande tabel).

 Accijns 2026 (euro per liter)  Benzine  Diesel  LPG
 Oorspronkelijke voorstel  € 0,7891  € 0,5163  € 0,1862
 Na wetswijziging Tweede Kamer  € 0,8447  € 0,5523  € 0,1993
 Verschil (hogere accijns)  € 0,0556  € 0,036  € 0,0131

Al met al wordt de accijns op benzine door dit voorstel ongeveer 5,5 eurocent hoger, de accijns op diesel 3,6 eurocent en op LPG 1,3 eurocent.

Vrijgekomen budget naar OV

De Tweede Kamer wil dat het vrijgekomen budget wordt ingezet om bezuinigen op en verschraling van het OV te voorkomen.

Let op! Het voorstel tot wetswijziging is nog niet definitief. De Eerste Kamer moet hier namelijk ook nog mee instemmen.

nieuws
11/12/2025
Tankstation

Minder korting op brandstofaccijns per 2026

De Tweede Kamer wil dat de accijnskorting op fossiele brandstoffen in 2026 lager wordt. Dit betekent dat u aan de pomp waarschijnlijk meer gaat betalen.

LEES VERDER

Adequate compensatie

Deze compensatie voorziet dus in de gemiste pensioenopbouw in de toekomst. Dit speelt met name bij bedrijfstakpensioenfondsen, omdat zij werken met een doorsneepremie. Daarbij betaalt iedereen evenveel, maar omdat jongeren een langere beleggingshorizon hebben, subsidiëren zij feitelijk de oudere werknemers. Vanaf ongeveer 45 jaar is het kantelpunt.

Actieve 45-plusser

De 45-plussers moeten dus bij de overgang naar de Wtp gecompenseerd worden. Deze compensatie wordt vaak betaald uit de buffer van het pensioenfonds. Deze compensatie wordt dan betaald op het moment dat het fonds invaart en wordt alleen betaald aan actieve werknemers. 

Let op! Zogenaamde slapers krijgen dus geen compensatie. Zij bouwen immers geen pensioen meer op en kunnen er dan ook niet op achteruitgaan met de overstap naar de Wtp.

Vrije markt

Ook werkgevers in de vrije markt moeten compenseren als zij overstappen naar de Wtp. Als zij voor bestaande werknemers echter de huidige beschikbare premiestaffel houden, is er uiteraard geen sprake van een mogelijke achteruitgang en hoeft er niet gecompenseerd te worden. Nieuwe werknemers na 2028 krijgen gewoon de nieuwe flatrate en hoeven ook niet gecompenseerd te worden.

Pensioen of loon

De compensatie kan op drie manieren:

  • In de vorm van extra pensioen gedurende maximaal tien jaar;
  • 3% boven op de maximale 30%-premie;
  • In de vorm van extra loon. 

Als de compensatie in de vorm van pensioen gaat, krijgen – dat moet – ook nieuwe werknemers deze compensatie. In sommige situaties bestaat de compensatie zowel uit een deel vanuit het fonds op het moment van invaren, als in de toekomst uit een deel door de werkgever betaald.

Ontslag of reorganisatie?

Van belang is dus vooral of een werknemer in dienst is op het moment dat de compensatie wordt gegeven. Bij ontslag – krijgen of nemen – of in geval van een reorganisatie moet dan ook goed rekening worden gehouden met de compensatie sec en het moment dat deze wordt gegeven. Als een werknemer op 1 december uit dienst gaat en het fonds vaart per 1 januari daarna in, dan krijgt hij niets. Zou het ontslag pas per 1 februari zijn, dan wel. 

Let op! Werkt u met zzp’ers, dan is het ook hiervoor van belang te weten of er sprake is van schijnzelfstandigheid of niet.

Werkgevers moeten dan ook goed communiceren om niet aansprakelijk te zijn. Werknemers – en hun adviseurs/vakbonden – moeten alert zijn op de afspraken, rekening houdend met de keuzes van het betrokken pensioenfonds. Van de meeste pensioenfondsen is inmiddels bekend wanneer zij gaan invaren en ook wat de eventuele compensatie is.

Let op! Als deze datum wordt uitgesteld, moet goed onderzocht worden wat de gevolgen zijn en wie daarvoor verantwoordelijk is.

nieuws
10/12/2025
Sparen

Compensatie bij lager pensioen door Wtp

Alle pensioenregelingen moeten per uiterlijk 2028 aangepast zijn aan de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Het uitgangspunt is dan een flatratepremie die voor iedereen gelijk is. Omdat het op te bouwen pensioen vanaf 2028 dan lager kan zijn dan het pensioen dat onder de bestaande regeling zou zijn opgebouwd, moet er – als dat het geval is – een ‘adequate compensatie’ worden gegeven.

LEES VERDER

Btw-ondernemer of niet?

Voor de heffing van btw bij verhuur van een vakantiewoning is dus van belang of u hiervoor al dan niet als btw-ondernemer wordt aangemerkt. De verhuur moet dan zodanig zijn dat sprake is van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. De vraag is wanneer hiervan sprake is. Die vraag is niet in alle gevallen eenvoudig te beantwoorden en afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Duurzaam

Van belang daarbij is met name of de verhuur van de vakantiewoning erop gericht is om duurzaam opbrengst hieruit te krijgen. Daarvan zal bij een incidentele verhuur van de vakantiewoning geen sprake zijn. Vraag daarbij is uiteraard wanneer de verhuur incidenteel is. Daar zijn helaas geen harde cijfers voor beschikbaar.

Let op! In een ver verleden was er een goedkeuring dat er geen sprake was van btw-ondernemerschap als de vakantiewoning was aangeschaft met het oogmerk om deze in de eerste plaats zelf te gebruiken. Goedgekeurd was dat er in ieder geval vanuit gegaan mocht worden dat er sprake was van btw-ondernemerschap als de vakantiewoning minstens 140 dagen per jaar verhuurd werd. Het besluit waarin deze goedkeuring was opgenomen, is echter medio 2009 al ingetrokken. Voor de beoordeling of wel of niet sprake is van btw-ondernemerschap, kunt u daarom geen gebruikmaken van deze getalsmatige beoordeling.

Vooroverleg

Twijfelt u of u wel of niet btw-ondernemer bent voor de verhuur van uw vakantiewoning? U kunt door middel van een verzoek tot vooroverleg de Belastingdienst vragen een standpunt hierover in te nemen. Verschilt u van mening, dan kunt u de zaak altijd voorleggen aan de belastingrechter door in beroep te gaan tegen de beslissing van de Belastingdienst over al dan niet in rekening gebrachte btw.

Btw-vrijgesteld of btw-belast

Bent u btw-ondernemer voor de verhuur van uw vakantiewoning, dan moet nog bepaald worden of er sprake is van een btw-vrijgestelde verhuur of een btw-belaste verhuur is. Over het algemeen zal de verhuur btw-belast zijn (nu nog met 9% btw, vanaf 1 januari 2026 met 21% btw). Dat kan anders zijn als het verhuur van een woning betreft voor een langere periode aan één persoon.

Tip! Overleg over uw eigen situatie met één van onze adviseurs.

Voor- of nadeel?

Het in rekening moeten brengen van btw lijkt nadelig, maar kent ook een voordelige kant. Het betekent immers ook dat de btw die bij aanschaf van de vakantiewoning mogelijk betaald is en de btw over de exploitatiekosten (zoals onderhoud, energie, schoonmaakkosten en bemiddelingsfee), aftrekbaar is. Welk deel ervan aftrekbaar is, hangt weer af van de mate van btw-belaste verhuur en het eigen gebruik.

Voorbeeld
U koopt in 2025 een vakantiewoning voor € 121.000 (inclusief btw). De vakantiewoning wordt in 2025 voor 70% btw-belast verhuurd en staat dan niet aan u ter beschikking. Voor 30% wordt de vakantiewoning door u zelf gebruikt. Van de btw bij aankoop van € 21.000 kunt u dan in 2025 € 14.700 (70%) terugvragen in uw btw-aangifte.

Let op!Als de verhouding tussen de btw-belaste verhuur en het eigen gebruik in de jaren wijzigt, kan het zijn dat u een deel van de afgetrokken btw op de aanschaf van de vakantiewoning terug moet betalen of dat u een deel van de niet-afgetrokken btw alsnog in aftrek kunt brengen.

9% of 21%?

Als de verhuur van uw vakantiewoning btw-belast is, brengt u in 2025 9% btw in rekening. Houd er rekening mee dat dit percentage vanaf 2026 21% bedraagt.

Let op! Ontvangt u in 2025 al vooruitbetaling voor verhuur die in 2026 plaatsvindt? Dan moet u daarover in 2025 al 21% btw berekenen.

nieuws
9/12/2025
Zonnepanelen

Wel of geen btw over verhuur vakantiewoning

Als u een vakantiewoning bezit en deze deels verhuurt, moet u mogelijk btw in rekening brengen als u voor deze verhuur wordt aangemerkt als btw-ondernemer. Wanneer u wel of niet een btw-ondernemer bent, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

LEES VERDER

Vermogenstoets

Voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget is voor 2025 bepaald dat geen recht op deze toeslagen bestaat als de ontvanger ervan meer dan € 141.896 aan vermogen bezit. Heeft de ontvanger een toeslagpartner, dan mag het gezamenlijke vermogen niet meer zijn dan € 179.429. Voor de huurtoeslag geldt een maximaal vermogen van € 37.395, met een partner geldt een maximum van € 74.790. Genoemde maxima worden jaarlijks geïndexeerd.

Uitzonderingen

Op de vermogenstoets geldt voor een aantal vermogensbestanddelen een uitzondering, vanuit de gedachte dat het niet rechtvaardig zou zijn als het bezit van dergelijk vermogen aan een toeslag in de weg zou staan. Denk bijvoorbeeld aan de financiële ondersteuning die zorgmedewerkers ontvingen in verband met langdurige post-COVID klachten. Afhankelijk van het vermogensbestanddeel geldt een uitzondering voor drie of tien jaar.

Nieuwe uitzonderingen

Aan de lijst met uitzonderingen worden met ingang van 2026 twee nieuwe uitzonderingen toegevoegd. Dit betreft tegemoetkomingen die zijn uitgekeerd aan nabestaanden van een gedupeerde overleden aanvrager.

De andere nieuwe uitzondering betreft de wettelijke rente die uitkerende instanties verschuldigd zijn als een uitgezonderde uitkering niet tijdig wordt uitbetaald. Deze uitzondering geldt voor de periode die ook geldt voor het betreffende uitgezonderde vermogensbestanddeel.

nieuws
9/12/2025
Portemonnee

Meer uitzonderingen vermogenstoets toeslagen

Een van de voorwaarden voor het recht op toeslagen is dat de ontvanger ervan over niet te veel vermogen mag beschikken. Deze zogenaamde vermogenstoets geldt alleen niet voor de kinderopvangtoeslag. Een aantal specifieke vermogensbestanddelen is van de vermogenstoets uitgezonderd. Vanaf 2026 wordt dit aantal uitgebreid.

LEES VERDER

Wat speelde er?

Een fysiotherapeut was het gewend om zijn hond mee naar het werk te nemen. Hij was niet de enige, ook zijn collega’s deden dat. Op een bepaald moment besloot de werkgever dat honden met ingang van 1 juli 2024 niet langer werden toegelaten op het werk. De werknemers ageerden hiertegen met als gevolg dat de maatregel werd uitgesteld tot 1 mei 2025. 

De fysiotherapeut legde zich er niet bij neer en startte een kort geding. Hij was van mening dat er sprake was van een verworven recht door het langjarige gebruik binnen de organisatie. De organisatie daarentegen gaf aan dat het onder haar instructierecht viel en dat er signalen van overlast waren geweest en er risico’s voor de hygiëne, veiligheid en aansprakelijkheid bestonden.

Wat oordeelde de rechter?

De rechter refereerde aan het Pontmeyer-arrest van een aantal jaren geleden waarin de Hoge Raad diverse gezichtspunten had geformuleerd om te kunnen beoordelen of sprake is van een verworven recht. Denk hierbij aan de volgende zaken:

  1. de inhoud van de gedragslijn; 
  2. de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer jegens elkaar innemen; 
  3. de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd;
  4. hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard;
  5. de aard van de voor- en nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien; en 
  6. de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.

De hond mee blijkt verworven recht

De rechter schaarde zich in deze casus achter de fysiotherapeut. Het was duidelijk dat de fysiotherapeut zijn hond sinds zijn indiensttreding had meegenomen naar het werk, net als zes andere collega’s op dezelfde locatie. Het was voor de werknemer niet mogelijk een hondenuitlaatservice in te schakelen vanwege de ligging van zijn huis. Bovendien waren er geen bezwaren gekomen vanuit cliënten. Als er wel bezwaren waren, ging de hond in de bench. De hond kwam niet in eetruimten, sanitaire ruimten en kantoren. Ook had de werkgever tot eind mei nooit bezwaar gemaakt tegen het meenemen van de hond. Hierdoor mocht de werknemer erop vertrouwen dat hij de hond in het kader van zijn arbeidsovereenkomst mocht meenemen naar het werk en dat er inmiddels sprake was van een arbeidsvoorwaarde geworden.

Vanuit de werkgever was onvoldoende onderbouwd welk zwaarwegend bedrijfsbelang de werkgever had om de hond niet langer toe te staan. Ook was er geen eenzijdig wijzigingsbeding overeengekomen. De werkgever was dus afhankelijk van de instemming van de werknemer die hij niet had gekregen. 

Conclusie in deze zaak was daarmee dat het meenemen van de hond naar het werk een arbeidsvoorwaarde was. 

Let op! Deze uitspraak geldt specifieke voor de situatie in deze casus.

nieuws
8/12/2025
Kantoor

Een hond mee naar het werk een arbeidsvoorwaarde?

In het arbeidsrecht zien rechters zich regelmatig geconfronteerd met bijzondere vragen. Zo ook recentelijk in een zaak waar de vraag centraal stond of het een arbeidsvoorwaarde was om een hond mee te mogen nemen naar het werk.

LEES VERDER

Griffierecht

Voor de behandeling van een ingesteld beroep, hoger beroep en beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. De hoogte ervan hangt af van de instantie waar u procedeert, van de vraag of u al dan niet een natuurlijk persoon bent en van de belastingsoort waartegen u procedeert. De hoogte van het griffierecht varieert in 2025 van € 53 tot € 579.

Betalingsonmacht

Om de rechtsgang zo min mogelijk te beperken, is geregeld dat onvermogenden geen griffierecht hoeven te betalen. Bij een zaak die onlangs speelde voor de Hoge Raad, maakte de Hoge Raad nieuwe richtlijnen bekend over de vraag wanneer sprake is van onvermogen.

Wanneer onvermogen?

De Hoge Raad geeft aan dat sprake is van onvermogen als een belastingplichtige een maandelijks netto-inkomen heeft dat minder is dan 95% van de voor een alleenstaande geldende maximale bijstandsnorm. De werkelijke gezinssamenstelling is hiervoor niet van belang. Bovendien mag een belastingplichtige niet beschikken over vermogen waaruit het verschuldigde griffierecht kan worden betaald. Ook het inkomen en vermogen van een eventuele fiscale partner moet hierbij in aanmerking worden genomen.

Toetsmoment

De hoogte van het inkomen en vermogen worden bepaald in de periode tussen het moment dat de griffier voor de eerste maal op de verschuldigdheid van het griffierecht heeft gewezen en het einde van de voor de betaling ervan gestelde termijn.

Verruiming

De nieuwe richtlijnen betekenen een verruiming van de vrijstelling tot betaling van griffierecht. In een eerder arrest uit 2015 werd nog uitgegaan van onvermogen als het inkomen minder dan 90% van genoemde bijstandsnorm bedroeg. 

Let op! De verruimde vrijstelling geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

nieuws
8/12/2025
Juridisch

Verruiming richtlijnen betalingsonmacht griffierecht

Als u het niet eens bent met een aanslag of andere beslissing van de belastinginspecteur, kunt u hiertegen bezwaar aantekenen. Wordt dit afgewezen, dan kunt u in beroep bij de rechter en daarna eventueel in hoger beroep en cassatie. Voor een behandeling door de rechter moet u in principe griffierecht betalen.

LEES VERDER

Kerstarrest

De Hoge Raad oordeelde in 2021 in het zogenaamde Kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Alle bezwaarschriften die meeliepen in de massaalbezwaarprocedure werden vervolgens in een collectieve uitspraak op bezwaar op 4 februari 2022 gegrond verklaard. Hierdoor kwamen die aanslagen allemaal onherroepelijk vast te staan. Een beroep bij de rechtbank is dan niet meer mogelijk.

Andere verdeling box 3-inkomen partners

Fiscale partners kunnen hun box 3-inkomen in de aangifte onderling verdelen. In de wet is opgenomen dat een andere verdeling alleen kan tot het moment waarop de beide aanslagen onherroepelijk vaststaan. Aanslagen uit de massaalbezwaarprocedure kwamen op 4 februari 2022 onherroepelijk vast te staan. Op grond van de wet is het daarom niet meer mogelijk om de verdeling van het box 3-inkomen na 4 februari 2022 aan te passen.

De Belastingdienst stuurde echter pas ná 4 februari 2022 de nieuwe berekeningen van het box 3-inkomen op basis van het rechtsherstel. Met dit nieuwe box 3-inkomen zou in bepaalde situaties een andere verdeling van het box 3-inkomen optimaler kunnen zijn. De Belastingdienst staat dit echter niet meer toe, omdat de aanslagen op 4 februari 2022 onherroepelijk vast zijn komen te staan.

Vragen rechtbank aan Hoge Raad

Rechtbank Den Haag twijfelt aan het standpunt van de Belastingdienst. Onder meer omdat op 4 februari 2022 nog niet duidelijk was wat de collectieve uitspraak voor het box 3-inkomen van individuele belastingplichtigen zou betekenen. De nieuwe berekeningen van het box 3-inkomen werden immers pas ná die tijd bekend. De rechtbank stelde daarom de volgende vragen aan de Hoge Raad:

  1. Kan de verdeling van het box 3-inkomen nog gewijzigd worden als een aanslag onherroepelijk vast is komen te staan na een collectieve uitspraak op bezwaar als op dat moment de gevolgen van die uitspraak nog niet duidelijk zijn voor een individuele belastingplichtige?
  2. Zo ja, tot wanneer kunnen fiscale partners dan een verzoek tot wijziging doen?

Advies AG

AG Koopman adviseert de Hoge Raad om het wijzigen van de verdeling tussen fiscale partners in deze situatie toe te staan. De AG vindt dat een verzoek tot wijziging mogelijk moet zijn tot zes weken na de beschikking waarin het rechtsherstel is opgenomen. Het wachten is nu op het eindoordeel van de Hoge Raad.

Let op! Is het in uw situatie optimaler om te kiezen voor een andere verdeling van het box 3-inkomen? Doe dan zo spoedig mogelijk een verzoek daartoe – waar mogelijk binnen zes weken na de rechtsherstelbeschikking – samen met uw fiscale partner. Mogelijk kan later door de Belastingdienst aan dit verzoek tegemoetgekomen worden. Een en ander zal afhankelijk zijn van de antwoorden van de Hoge Raad.

nieuws
5/12/2025

Mogelijkheid andere partnerverdeling na rechtsherstel box 3

De Belastingdienst vermindert uw box 3-inkomen na de massaalbezwaarprocedure. Uw definitieve aanslag staat dan onherroepelijk vast. Kunt u dan uw box 3-inkomen nog anders verdelen met uw fiscale partner? De Belastingdienst vindt van niet, maar een AG adviseert de Hoge Raad dit toe te staan.

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE