ACTUEEL

Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Zoek:
Filter op soort artikel:
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Zakelijkheid betwist

In een zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Noord-Nederland, werd de zakelijkheid van een lening betwist. Een bv kreeg een lening kwijtgescholden, maar de bv betwistte dat de lening zakelijk was. De bv vond dat er sprake was van een informele kapitaalstorting en dat er dus bij kwijtschelding van belastingheffing geen sprake kon zijn.

Lening zakelijk of niet?

De rechtbank overwoog dat voor de zakelijkheid van een lening van belang is of een rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken, onder overigens dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Is dit niet het geval, dan is een lening in beginsel onzakelijk. Dit is ook zo als de rente zodanig moet worden aangepast dat de lening in wezen winstdelend zou worden.

Wie eist, bewijst

Omdat de bv van mening was dat de lening onzakelijk was, diende de bv dit te bewijzen. Er was weliswaar geen schriftelijke leningsovereenkomst en ook ontbraken een aflossingsschema en een rentepercentage en waren er geen zekerheden bedongen, maar dit was nog onvoldoende om te kunnen spreken van een onzakelijke lening. De bv diende namelijk aan te tonen dat de leningen onder zodanige voorwaarden en omstandigheden waren verstrekt, dat daarbij een debiteurenrisico was gelopen dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen. Dit lukte de bv niet. Bovendien waren de leningen ook fiscaal en boekhoudkundig als lening verwerkt. Aan de bewijslast dat de lening onzakelijk was, was dan ook niet voldaan. 

Kwijtscheldingswinstvrijstelling

De rechtbank was daarom van mening dat er sprake was van een kwijtgescholden zakelijke lening. Het voordeel ervan behoorde tot de winst, maar hierop was wel de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing. Hierdoor was het voordeel in deze casus, na aftrek van de nog verrekenbare verliezen, onbelast

nieuws
24/3/2026
Euro

Onzakelijke lening niet aangetoond, kwijtschelding belast

Als een zakelijke lening niet kan worden terugbetaald en vervolgens wordt kwijtgescholden, is dit voordeel in beginsel belast. Wel kan dan de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing zijn. Is de lening echter onzakelijk, dan is de kwijtschelding veelal onbelast. Dat een lening onzakelijk is, zal dan wel moeten worden aangetoond.

LEES VERDER

Let op! Dien uw aanvraag tijdig in. Er is een totaalbudget van € 8,5 miljoen.

Belangrijkste voorwaarden

Om voor de subsidie in aanmerking te komen moet u rechtspersoonlijkheid hebben, u voert uw onderneming bijvoorbeeld vanuit een bv. Als u uw onderneming vanuit een eenmanszaak of vof voert, kunt u deze subsidie niet aanvragen. Verder moet u exporteren naar of investeren in het buitenland, dient u uw product of dienst in Nederland te ontwikkelen en moet u minimaal drie werknemers in dienst hebben.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden

Hoogte subsidie

Voor een demonstratieproject kunt u 50% subsidie krijgen. Draagt het project bij aan vergroeningsdoelen, dan bedraagt de subsidie 70%. De maximale subsidie is € 200.000.
Ook voor een haalbaarheidsstudie en een investeringsvoorbereidingsproject kunt u 50% subsidie krijgen, of 70% bij projecten die bijdragen aan vergroeningsdoelen. De maximale subsidie is € 100.000.

De minimale subsidie is € 25.000.

Marktvalidatie

Vanaf 2026 is het onder de DHI ook mogelijk om subsidie aan te vragen voor marktvalidaties in het buitenland. Startups tot tien jaar oud kunnen deze subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt € 25.000, mits de projectkosten minimaal € 50.000 bedragen. Met deze subsidie kunnen startups bijvoorbeeld testen of hun product of dienst aansluit bij de lokale vereisten of samenwerken met lokale ondernemers of juridische barrières oplossen.

Let op! Subsidieaanvragen voor marktvalidatie in het buitenland worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Er wordt in 2026 voor maximaal 40 marktvalidaties in het buitenland subsidie toegekend: 20 in ontwikkelingslanden en 20 in andere landen.

Stappenplan

RVO heeft een stappenplan DHI-subsidie aanvragen ontwikkeld. Aan de hand van dit stappenplan kunt u beoordelen of u in aanmerking komt voor de DHI-subsidie en deze ook aanvragen.

nieuws
23/3/2026
Internationaal

DHI-subsidie voor mkb-ondernemingen

Mkb-ondernemingen kunnen tot en met 31 december 2026 weer DHI-subsidie aanvragen. Deze subsidie is bedoeld om mkb-ondernemingen te helpen bij de financiering van demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies, investeringsvoorbereidingsprojecten en marktvalidaties in het buitenland.

LEES VERDER

Wat speelde er?

Drie werknemers waren in dienst als (senior) accountmanager bij een grote speler in de verzekeringsbranche. Ze namen ontslag per september 2024 en traden in dienst bij een concurrent.  Vervolgens stapten achttien klanten van de voormalige werkgever die tot de portefeuilles van de betreffende werknemers behoorden over naar die concurrent. Het in de arbeidsovereenkomsten overeengekomen geheimhoudings- en relatiebeding was inmiddels afgelopen. 

Onrechtmatige concurrentie?

De voormalige werkgever startte een kort geding en vorderde daarin onder meer een verbod op het benaderen van zijn klanten. De oud-werknemers hadden zich schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatige concurrentie, omdat zij tijdens en na hun dienstverband stelselmatig minimaal 33 klanten hadden benaderd om een overstap te maken naar hun nieuwe werkgever, aldus de voormalige werkgever. 

Drie vereisten

Geldt er geen concurrentiebeding, dan kan een werknemer zijn voormalige werkgever beconcurreren, ook wanneer deze daarvan nadeel ondervindt. Bijkomende omstandigheden kunnen er wel voor zorgen dat bepaalde concurrerende activiteiten toch onrechtmatig zijn. Volgens vaste jurisprudentie geldt voor oud-werknemers dat sprake is van onrechtmatige concurrentie wanneer voldaan is aan de volgende drie cumulatieve vereisten, namelijk:

  1. het stelmatig en substantieel afbreken van
  2. het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever
  3. met gebruikmaking van kennis en gegevens die bij de voormalige werkgever vertrouwelijk zijn verkregen.

Wat oordeelde de rechter?

De rechter oordeelde dat dit in dit geval niet aan de orde is. Het gaat immers om een grote speler in de verzekeringsbranche met een groot klantenbestand. In dat geval ligt de drempel om te kunnen spreken van een substantiële afbreuk relatief hoog. Inmiddels waren er zestien maanden verstreken en was de bij de oud-werkgever opgedane kennis en bedrijfsinformatie niet meer actueel. Er was dus geen sprake van een concreet en reëel risico op onrechtmatige concurrentie. Daarnaast kon de ex-werkgever niet aantonen dat de kennis en gegevens vertrouwelijk waren verkregen.

Ook de belangenafweging tussen enerzijds het belang van de werknemers om bij een andere werkgever in dienst te treden versus het bedrijfsbelang van de werkgever, viel in het nadeel van de werkgever uit. Het staat relaties vrij van makelaar te wisselen en het is in algemene zin een normaal bedrijfsrisico dat het vertrek van ervaren accountmanagers tot verlies van omzet leid. Er was daarom geen sprake van onrechtmatige concurrentie. 

Let op!Zoals uit bovenstaande casus volgt, is een en ander afhankelijk van de concrete feiten en omstandigheden. Een werkgever moet de verwijten goed onderbouwen en tijdig in actie komen en de aantasting van het bedrijfsdebiet kunnen aantonen.

nieuws
23/3/2026
Dobbelstenen

Toch onrechtmatige concurrentie als concurrentiebeding niet geldig is?

Kun je als werkgever optreden tegen concurrerende activiteiten van een voormalige werknemer als een concurrentie- of relatiebeding ontbreekt of inmiddels is verlopen? Deze vraag stond centraal in een onlangs bij de rechtbank Rotterdam gevoerde procedure.

LEES VERDER

Baz

In het wetsvoorstel Baz, Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, wordt elke zelfstandige verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid tot de AOW-leeftijd. Dat kan door deelname aan de Baz, maar de zelfstandige kan ook, onder voorwaarden, voor een private verzekering kiezen. In dat geval geldt de Baz niet.

Premie

In het wetsvoorstel Baz is een premie opgenomen van 5,4% van de winst van de zelfstandige met een maximum van € 171 bruto per maand.

Let op!Het bedrag van € 171 is gebaseerd op het wettelijk minimumloon uit 2025 en zal jaarlijks worden geïndexeerd.

Uitzonderingen

Naast de zelfstandige die voor een private verzekering kiest, gelden nog wat andere uitzonderingen.

Zelfstandigen die ook in loondienst werken zijn al verzekerd voor arbeidsongeschiktheid. Hebben zij van daaruit bij arbeidsongeschiktheid recht op een uitkering op het niveau van het minimumloon, dan hoeven zij straks geen Baz-premie te betalen.

Ook een zelfstandige die vanuit een bv opereert, zoals de dga, valt straks niet onder de Baz.

Wachttijd

In het wetsvoorstel is een wachttijd opgenomen van twee jaar. Dit betekent dat de zelfstandige pas na twee jaar ziekte een AOV-uitkering ontvangt. Dit is vergelijkbaar met de wachttijd van een zieke werknemer voor een WIA-uitkering.

Vanaf?

De contouren lijken nu aardig bekend. Een en ander moet echter nog door de Tweede en Eerste Kamer. Het is daarom nog niet zeker of en zo ja vanaf wanneer er een verplichte AOV voor zelfstandigen komt.

nieuws
20/3/2026
Invalide

Voortgang wetsvoorstel verplichte AOV zelfstandigen

Het kabinet laat weten dat er een basisverzekering komt die zelfstandigen bij arbeidsongeschiktheid een minimuminkomen garandeert. Daarmee lijkt een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen weer een stap dichterbij.

LEES VERDER

Verschil ruisende of geruisloze inbreng

Als u uw onderneming ruisend de bv inbrengt, moet u fiscaal afrekenen over de stille en fiscale reserves en de goodwill in uw onderneming. Wilt u dat niet, dan is het ook mogelijk om geruisloos de bv in te gaan met uw onderneming. U hoeft dan niet fiscaal af te rekenen over de stille en fiscale reserves en de goodwill. De fiscale claim hierover schuift dan door naar de bv.

Let op! Hoewel geruisloos de voorkeur lijkt te hebben, is ruisend in bepaalde situaties voordeliger of gewenster. Bijvoorbeeld als er nauwelijks stille en fiscale reserves en goodwill zijn of als er voldoende geld is om de belasting al te voldoen. Laat u adviseren wat in uw situatie raadzaam is.

Intentieverklaring bij ruisende inbreng vóór 1 april 2026

Heeft u plannen om uw IB-onderneming ruisend met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 in te brengen in een bv? Leg dan in ieder geval de intentie hiervoor vast. Zorg dat deze vastlegging vóór 1 april 2026 door de Belastingdienst ontvangen is. Alleen dan kan het namelijk met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 plaatsvinden.

Tip! Gebruik voor de verzending naar de Belastingdienst het daarvoor bedoelde Geleideformulier voorovereenkomst of intentieverklaring.

Intentieverklaring bij geruisloze inbreng vóór 1 oktober 2026

Heeft u plannen om geruisloos de bv in te gaan, dan heeft u meer tijd. U moet dan zorgen dat de intentie vóór 1 oktober 2026 door de Belastingdienst ontvangen is om met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 de bv in te gaan.

Oprichting en inbreng in bv

Bij een ruisende inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 30 september 2026 hebben plaatsgevonden om de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 te behouden.

Bij een geruisloze inbreng moeten de oprichting van de bv en de inbreng van de onderneming in de bv uiterlijk op 31 maart 2027 hebben plaatsgevonden voor de terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Let op! Voor de geruisloze inbreng met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 verloopt binnenkort ook de deadline. Hiervoor moet de bv en de inbreng plaatsvinden uiterlijk 31 maart 2026.

nieuws
19/3/2026
Verkeersbord

Met terugwerkende kracht de bv in per 2026?

Als u uw IB-onderneming, bijvoorbeeld uw eenmanszaak, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 vanuit een bv wilt uitoefenen, moet u mogelijk vóór 1 april 2026 actie ondernemen. Wanneer is dat het geval?

LEES VERDER

Bepalen hoogte billijke vergoeding

Bij het vaststellen van een billijke vergoeding wordt vaak gekeken naar de periode dat het dienstverband nog zou hebben voortgeduurd en het loon dat de werknemer dan nog ontvangen zou hebben gedurende die periode. Met andere woorden: wat is de loonwaarde die de werknemer als gevolg van het ernstig verwijtbare eindigen van het dienstverband heeft gemist. Moet er dan rekening worden gehouden met een mogelijke WW-uitkering die de werknemer over deze periode ontvangt? Hierover bestond verdeeldheid in de literatuur. 

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft bepaald dat de rechter bij het bepalen van de billijke vergoeding de mogelijke WW-uitkering over die periode op het gederfde loon in mindering mag brengen. Als de rechter bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houdt met de gevolgen voor de werknemer van het voortijdige einde van de arbeidsovereenkomst, ligt het volgens de Hoge Raad voor de hand dat hij in dat verband niet alleen rekening houdt met nadelen (verlies van loon), maar ook met eventuele voordelen die daarmee voldoende samenhangen. Denk hierbij aan het recht op een uitkering of de mogelijkheid andere inkomsten te verwerven.

Nuancering mogelijk

Het is echter ook weer geen wet van Meden en Perzen dat de WW-uitkering altijd in mindering moet worden gebracht op de loonbetaling. De Hoge Raad overweegt dat in welke mate de vastgestelde gevolgen de hoogte van de billijke vergoeding bepalen, mede afhangt van de aanwezigheid van andere omstandigheden die bij het vaststellen van de vergoeding van belang zijn. Daarbij kan ook meewegen of de werknemer wordt benadeeld in mogelijke toekomstige rechten op een WW-uitkering. Denk aan de situatie dat iemand nog jaren te gaan heeft tot zijn pensioen. In dat geval kan de werknemer, afhankelijk van bijvoorbeeld het soort werk en de arbeidsmarkt er groot belang bij hebben om zijn potentiële aanspraak op de opgebouwde WW-rechten te behouden. Dan is het mogelijk niet redelijk en niet wenselijk deze als schadebeperkingsmaatregel op de te begroten billijke vergoeding in mindering te brengen.

Het zal een interessante puzzel worden. Nog afgezien van de vraag of er, als de plannen van het nieuwe kabinet doorgaan, nog wat overblijft van de WW om van de billijke vergoeding af te trekken

nieuws
19/3/2026
Laptop

Hou rekening met WW-uitkering bij billijke vergoeding

Als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, kan de rechter een billijke vergoeding toekennen aan een werknemer. Moet er dan ook rekening worden gehouden met een eventuele WW-uitkering?

LEES VERDER

Vrije ruimte

Alles wat u aan uw werknemers in 2025 vergoedde, verstrekte of ter beschikking stelde, vormt in beginsel loon waarover loonbelasting verschuldigd is. Als u ervoor gekozen heeft om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon, hoeft u geen loonbelasting in te houden op het loon van uw werknemers, maar betaalt u wel mogelijk een eindheffing.

Dit is het geval als er geen nihilwaardering of gerichte vrijstelling van toepassing was en u uw vrije ruimte in 2025 overschreed. Die vrije ruimte bedroeg in 2025 2% van uw totale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Let op! Sommige zaken mag u niet aanwijzen als eindheffingsloon. Voor deze zaken moet u altijd de loonbelasting inhouden op het loon van uw werknemers. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de bijtelling voor het privégebruik van een auto van de zaak. Maar ook als het niet gebruikelijk is om aan te wijzen als eindheffingsloon (en dus niet aan de gebruikelijkheidstoets wordt voldaan), mag u niet aanwijzen.

Afrekenen overschrijding vrije ruimte

Overschreed u in 2025 uw vrije ruimte, dan betaalt u 80% eindheffing over deze overschrijding. Dit geeft u uiterlijk in uw tweede aangifte loonheffingen over 2026 aan.

Let op! Is dit een maandaangifte, dan is de deadline 31 maart 2026. Bij een vierweken-aangifte, ligt de deadline op 22 maart 2026.

Bekijk ook uw financiële administratie

Niet alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen zullen in uw salarisadministratie zijn opgenomen. Sommigen zult u waarschijnlijk uit uw financiële administratie moeten halen.

nieuws
18/3/2026
Mobiel

Vergeet uw afrekening WKR 2025 niet!

Controleer of u in 2025 binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR) bleef. Als dat niet het geval is, moet u uiterlijk in uw tweede aangifte loonheffingen 2026 uw overschrijding afrekenen.

LEES VERDER

Hoogte belastingrente

Over de hoogte van de belastingrente liep de afgelopen jaren een rechtszaak. Uiteindelijk heeft de hoogste rechtsinstantie, de Hoge Raad, geoordeeld dat de belastingrente voor de btw niet te hoog is. Vanaf 1 januari 2026 bedraagt deze belastingrente 5%.

Voorkom belastingrente

U kunt deze belastingrente voorkomen door vóór 1 april 2026 uw btw-suppletie over het jaar 2025 in te dienen. Dus heeft u in 2025 te weinig btw aangegeven in uw btw-aangifte en dus te weinig btw afgedragen, corrigeer dit dan vóór 1 april 2026 met een btw-suppletie.

Let op!Ontvangt de Belastingdienst uw btw-suppletie 2025 niet vóór 1 april 2026, dan berekent de Belastingdienst vanaf 1 januari 2026 5% belastingrente.

Boete

U bent verplicht om een btw-suppletie in te dienen binnen acht weken nadat u constateerde dat u zo’n suppletie moet doen. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen.

Let op! De termijn van acht weken kan nog korter zijn. U moet uw btw-suppletie namelijk ook indienen voordat u weet of redelijkerwijs moet weten dat de Belastingdienst al bekend was of zou worden met de te weinig aangegeven of afgedragen btw.

Digitaal

Doet u zelf uw btw-suppletie, dan doet u dat digitaal via het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’. U vindt dit als u bent ingelogd op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Btw-suppletie tot en met € 1.000

Bedraagt uw btw-suppletie € 1.000 of minder, dan verwerkt u de correctie in uw eerstvolgende btw-aangifte. U dient dan dus geen btw-suppletie in.

Tip! De Belastingdienst legt geen vergrijpboetes op als uw btw-suppletie € 1.000 of minder bedraagt.

nieuws
17/3/2026
Overheid

Btw-suppletie 2025 vóór 1 april 2026 voorkomt belastingrente

Droeg u te weinig btw af over het jaar 2025, dan berekent de Belastingdienst geen belastingrente als u uw btw-suppletie over het jaar 2025 vóór 1 april 2026 indient.

LEES VERDER

Wel afschriften, geen uitleg

De Hoge Raad geeft aan dat op verzoek de afschriften van de betreffende gegevens moeten worden verstrekt en dat deze ook per gemeente kunnen verschillen, maar dat hierover geen uitleg hoeft te worden gegeven. Of de gegevens nuttig of noodzakelijk zijn voor de waardebepaling, is niet van belang. De bronnen van de betreffende gegevens hoeft een gemeente echter niet aan te geven. 

Gebruik internet

De gemeente moet ook inzage geven tot informatie wat gaat over eventueel gebruikte berekeningen. Ook zaken die een belastingplichtige zelf kan vinden, bijvoorbeeld via internet, moeten ter beschikking worden gesteld. Het vermelden van een site op internet kan in beginsel voldoende zijn, tenzij de site niet meer beschikbaar is. 

Taxatieverslag niet altijd voldoende

Is door een gemeente een taxatieverslag gebruikt, dan is dit alleen niet voldoende als er ook gegevens zijn gebruikt die hier niet in staan, maar wel bij de waardebepaling zijn gebruikt. De informatieverplichting geldt bovendien niet alleen voor het pand waarvoor de WOZ-waarde is bepaald, maar ook voor de vergelijkingsobjecten waar deze waarde mede op is gebaseerd.

Objectkenmerken

Voor wat betreft de factoren waarop de waarde kan worden bepaald, noemt de Hoge Raad primaire en secundaire objectkenmerken. Bij primaire objectkenmerken gaat het onder meer om het type woning, het bouwjaar, de gebruiksoppervlakte en perceeloppervlakte. Bij de secundaire kenmerken gaat het met name om zaken als kwaliteit, onderhoud, uitstraling, doelmatigheid, voorzieningen en ligging (KOUDVL-kenmerken) van een woning. Hierop toegepaste correcties vanwege afwijkingen van het gemiddelde dienen ook als gegeven te worden verstrekt, maar de basis waarop deze correcties zijn gebaseerd weer niet, aldus de Hoge Raad. Hetzelfde geldt voor correcties gebaseerd op een al dan niet aanwezigheid van een reserve in een Vereniging van Eigenaren.

Kennis en ervaring valt buiten informatieplicht

Gemeentes hoeven daarentegen geen informatie te verstrekken die gebaseerd is op kennis en ervaring, of van de bronnen ervan. Hiervan kunnen immers geen afschriften worden verstrekt, zo meent de Hoge Raad.

Bewijslast

De bewijslast dat niet de benodigde gegevens door de gemeente zijn verstrekt, ligt bij de belastingplichtige. Dit is echter anders als deze niet over deze gegevens kan beschikken, omdat ze in bezit zijn van de gemeente en deze de gegevens niet heeft verstrekt. In dat geval dient de gemeente aan te tonen dat de gevraagde gegevens niet aan de waardebepaling van de woning hebben bijgedragen.

nieuws
16/3/2026
Woning

Hoge Raad verduidelijkt te verstrekken informatie WOZ-taxatie

Gemeentes zijn verplicht om op verzoek informatie te geven over de gegevens waarop uw WOZ-waarde is gebaseerd. Op deze manier wordt een informatieachterstand voorkomen en daarmee onnodige procedures. In een recente zaak heeft de Hoge Raad verduidelijkt welke gegevens hiertoe behoren en welke niet.

LEES VERDER

Hoeveel subsidie?

De subsidie is gericht op projecten die duurzame energie produceren of de uitstoot van broeikasgassen verminderen. De omvang van de subsidie varieert en is afhankelijk van de marktprijs van de opgewekte energie of de verminderde CO2-uitstoot die gerealiseerd wordt. Bij een hogere prijs krijgt u daarom minder subsidie, bij een lagere prijs juist meer.

Bestaande en nieuwe categorieën

De SDE++ is dit jaar beschikbaar voor bestaande en nieuwe categorieën van subsidiabele projecten. Zo blijven projecten voor zonne-energie, aardwarmte, waterstof en CO2-afvang en -opslag in aanmerking komen voor de subsidie. Nieuw zijn onder meer zonne-energie projecten langs wegen en spoor, proces-geïntegreerde warmtepompen en nieuwe categorieën CO2-afvang en opslag met koolstofarme waterstof.

Susidie evenwichtig verdeeld

Om de subsidie evenwichtig te kunnen verdelen, wordt ook dit jaar gebruikgemaakt van vijf fasen. Op die manier wordt binnen de subsidie budget gereserveerd voor bepaalde categorieën of technieken.

Aanvragen subsidie

De aanvraagperiode van de SDE++ start op dinsdag 22 september 2026 9.00 uur en sluit op donderdag 22 oktober 2026, 17:00. 

Let op!Deze aanvraagperiode van een maand is opgedeeld in vijf fasen. Wanneer u uw subsidie aan moet vragen, hangt af van de subsidie-intensiteit van uw project. Met behulp van een rekentool op RVO.nl kunt u de subsidie-intensiteit berekenen voor uw project en weet u wanneer u uw aanvraag kunt indienen. 

eHerkenning

Voor uw aanvraag is eHerkenning niveau 3 of DigiD nodig. Heeft u eHerkenning nodig, vraag dit dan tijdig aan als u hier nog niet over beschikt. 

Vergunning nodig?

Heeft u voor uw installatie een vergunning nodig, vraag die dan op tijd aan. Als u de SDE++ aanvraagt, moet u namelijk over alle benodigde vergunningen beschikken. Kopieën hiervan dient u mee te sturen met uw aanvraag.

Voorwaarden

Voor de subsidie gelden tal van voorwaarden. Zo mag u op het moment van aanvragen van de subsidie nog geen opdracht hebben gegeven tot de bouw van uw productie-installatie. U vindt hier alle informatie. 

nieuws
16/3/2026
Windmolen

Vanaf 22 september opnieuw subsidie SDE++ aanvragen

Vanaf 22 september 2026 is de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) subsidie opnieuw beschikbaar. Met de SDE++ regeling worden grootschalige duurzame energieprojecten gesubsidieerd. Hiervoor komt dit jaar naar verwachting € 8 miljard beschikbaar.

LEES VERDER

Eight weeks 

In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed. 

Example 
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026. 

Calculation of tax interest 

The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision. 

Continuation of example 
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026. 

Timely appeal against the rejection of a VAT refund claim 

Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest. 

Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late. 

news
17/8/2026
Portemonnee

Tax interest in the event of delays in processing VAT refunds

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.

READ MORE

Right of access to tax records 

It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.  

Fragmented 

At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years. 

‘Keuze digitaal’ programme 

Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return. 

 Timeline 

The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:  

  • Phase 1 covers access to formal correspondence, such as tax assessments, decisions, formal letters and submitted forms. The plan is to introduce this for VAT in 2026, for vehicle taxes, payroll taxes, corporation tax and gift and inheritance tax in the period 2027–2028, and for income tax in 2029. 
  • Phase 2 provides access to the reasoning behind decisions, such as the grounds for an assessment and the progress of a case. This is planned for all the taxes listed in Phase 1 during the period 2029 to 2031 inclusive. 
  • Phase 3 will provide access to a comprehensive and coherent case file. This is planned from 2032 onwards. 

Exception for excise duties and consumption taxes 

For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

news
10/8/2026
Tweede Kamer

Phased introduction of the right of access to tax records

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.

READ MORE

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

news
21/7/2026
Juridisch

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

READ MORE

What is Solvit?

Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.

What kinds of problems?

The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.

Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.

Procedure

A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.

Examples

On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.

Also for advice

Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

news
4/6/2026
Internationaal

Solvit helps with cross-border issues within the EU

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.

READ MORE

What does this mean for you?

If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.

Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.


The most commonly used new account number for the Tax and Customs Administration is NL04 RABO 0200112244. However, please note that different new account numbers are used for some taxes.

Note regarding recurring payments

If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.

You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.

Using the old number is (still) fine

If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.

New income tax account number effective April 20, 2026

To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026. 

Benefits

The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.

Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.

Tax and Customs Administration warns against phishing

Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number. 

news
26/5/2026
Belastingdienst

New account number for the Tax Authority effective May 1

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.

READ MORE

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

news
20/5/2026
Geld

Base fine of €10,000 for cash payments of €3,000 or more

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

READ MORE

Deduction of housing costs

It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.

Phasing out and abolition

The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.

The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.

 Year  Maximum deduction percentage
2025  25
2026  20
2027  15
2028  10
2029  5
2030  0

Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.

Internet consultation

The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

news
5/6/2025
Agrarisch

Phasing out deduction the amount for accommodation employers

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.

READ MORE