In verband met de hoge energieprijzen wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:
Om Nederland minder afhankelijk te maken van fossiele energie wil het kabinet de volgende maatregelen nemen:
Om de kosten van deze maatregelen te dekken wil het kabinet onder meer:
Let op! Het kabinet houdt rekening met een verdere verslechtering van de situatie. Het kabinet heeft zich daarop voorbereid door verschillende scenario’s uit te werken

Het kabinet wil voor bijna een miljard euro aan maatregelen nemen voor ondernemers en huishoudens om tegemoet te komen aan de economische gevolgen van de onrust in het Midden-Oosten.
LEES VERDER
Het kabinet wil de zelfstandigen op korte termijn meer duidelijkheid en rust te geven door middel van een aantal maatregelen.
Door het schrappen van het verduidelijkingsdeel uit de Wet Vbar wil het kabinet rust op de markt brengen en de onduidelijkheid wegnemen. Het toetsingskader dat is gebaseerd op actuele rechtspraak zal gepubliceerd worden op www.hetjuistecontract.nl om de duidelijkheid daarover verder te vergroten.
Het kabinet wil een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst invoeren bij een uurtarief onder € 38. Als een werkende minder verdient dan dit bedrag, dan wordt hij geacht dit op basis van een arbeidsovereenkomst te doen. Op die manier wordt bescherming gegeven aan een kwetsbare groep werkenden. Het streven is dit rechtsvermoeden uiterlijk op 31 augustus 2026 in het Staatsblad te publiceren.
Het kabinet zet in op een communicatiecampagne: zo kan zzp wél. Hierbij worden opdrachtgevers gewezen op de punten waar ze op moeten letten bij een overeenkomst van opdracht en opdrachtnemers waar zij rekening mee moeten houden bij het aangaan van een arbeidsrelatie. Het kabinet wil daarbij benadrukken dat wanneer géén sprake is van een werknemer, er wél met en als zelfstandige gewerkt kan worden. De bedoeling is om nog voor de zomer met de communicatiecampagne te starten.
De minister verwijst in zijn brief ook naar het antwoord op prejudiciële vragen door de Hoge Raad in de Uber-zaak op 21 februari 2025, en de vervolg-uitspraak van gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2026. Daarin is uitgemaakt dat er geen rangorde bestaat tussen de punten uit de Deliveroo-uitspraak die moeten worden meegewogen bij de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst of niet. Daarbij wordt onder meer gekeken naar ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie (‘extern ondernemerschap’).
De webmodule beoordeling arbeidsrelatie zal worden aangepast door de rol van extern ondernemerschap duidelijk te benoemen bij de startpagina. Ook de leidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt wordt herzien op basis van de meest recente rechtspraak. Er wordt binnen afzienbare termijn een hierop gebaseerd beslis- en afwegingskader gepubliceerd op de websites van de Belastingdienst en hetjuistecontract.nl.
Om draagvlak te creëren dient de overheid het goede voorbeeld te geven. Het streven is daarom de schijnzelfstandigheid naar nul te brengen en niet onnodig categorisch zzp’ers uit te sluiten.
Erkenning zelfstandige en schijnzelfstandigheid tegengaan
Het kabinet wil verder de zelfstandige erkennen en schijnzelfstandigheid tegengaan door middel van onder meer de nieuwe Zelfstandigenwet.
Het kabinet wil zo snel mogelijk aan de slag met een Zelfstandigenwet, zodat zelfstandigen de erkenning krijgen die ze verdienen. Het eerder ter internetconsultatie voorgelegde initiatiefwetsvoorstel zal als basis dienen. Voor de zomer zal de Tweede Kamer over de vervolgstappen worden geïnformeerd.
Het kabinet blijft handhaven op schijnzelfstandigheid, met oog voor de menselijke maat. Ook op de lange termijn. De handhaving heeft de bewustwording over wet- en regelgeving vergroot.
Naar een gelijker speelveld: goede vertegenwoordiging in de polder
De afgelopen jaren is er meer aandacht geweest voor de vertegenwoordiging van zelfstandigen in diverse overleggen, zoals binnen de Sociaal-Economische Raad (SER). Dit heeft tot gevolg gehad dat het perspectief van zelfstandigen meer wordt meegewogen in beleidsvorming.

Minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie heeft de Tweede Kamer op 9 april 2026 geïnformeerd over een "zzp-koers van meer rust en duidelijkheid”. Wat betekent dat?
LEES VERDER
In de MB+-procedure staat de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3, toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.
De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NBA, NOB, RB en SRA) menen dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening is gehouden. Daar gaat de MB+-procedure over.
Let op!In de brief die u ontvangt van de Belastingdienst staat dat uw bezwaar te laat was en dat u daarom onder de MB+-procedure valt.
In de MB+-procedure zijn proefprocedures gevoerd voor vier rechtbanken. De rechtbanken hebben inmiddels allemaal de Hoge Raad gevolgd. De groep niet (of te laat)-bezwaarmakers heeft dus ook volgens de rechtbanken geen recht op berekening van het box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 op basis van werkelijk rendement.
Let op!Twee procedures zijn inmiddels in behandeling bij de Hoge Raad. In afwachting van het oordeel van de Hoge Raad, hoeft u geen nadere actie te ondernemen.

Maakt u voor de jaren 2017 tot en met 2020 bezwaar tegen box 3, maar was dit bezwaar te laat? Dan ontvangt u in de week van 13 april 2025 een brief van de Belastingdienst over de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) box 3.
LEES VERDER
De site biedt uitgebreid info over diverse financieringsvormen, zoals bijvoorbeeld een zakelijke lening, crowdfunding, factoring of leasing. Na een korte toelichting kan informatie worden opgevraagd over de betreffende financieringsvorm, inclusief kosten en bijvoorbeeld eventuele fiscale aspecten. Ook wordt desgewenst doorverwezen naar experts die nader kunnen adviseren.
Door aan te geven waarvoor een financiering nodig is, worden mogelijkheden aangereikt betreffende een specifieke situatie. Zo zijn de financieringsbehoeften verschillend voor starters, ondernemers die gaan innoveren of bijvoorbeeld een bestaand bedrijf willen overnemen.
Via een keuzetool wordt de ondernemer begeleidt bij het vinden van de juiste financieringsvorm. Gevraagd wordt naar het benodigde kapitaal en waarvoor het gebruikt gaat worden, de gewenste terugbetalingstermijn en eventueel te bieden zekerheden. Ook dient onder meer de rechtsvorm aangegeven te worden en de branche.
Na invulling van de gevraagde gegevens wordt automatisch inzicht verstrekt in de financieringsmogelijkheden voor de betreffende situatie. Op basis van een keuze te maken uit de beschikbare financieringsvormen, worden organisaties gemeld die de betreffende financieringsvorm kunnen aanbieden. Ook het telefoonnummer, emailadres en de website worden verstrekt, zodat de aanvraag voor een financiering gestart kan.
De KVK biedt ook de helpende hand voor ondernemers die bij hun financieringsvraagstukken hulp nodig hebben. Dit kan telefonisch, maar er kan ook online een afspraak gemaakt worden met een financieel expert van de KVK in de regio.

Via een nieuwe tool van de Kamer van Koophandel (KVK) kunnen ondernemers informatie krijgen over beschikbare financieringsvormen die zijn afgestemd op de specifieke wensen van de ondernemer. Welke mogelijkheden zijn er, waarvoor zijn ze te gebruiken en waar kan de ondernemer terecht?
LEES VERDER
Belgische werknemers betalen een bepaald percentage belasting over hun inkomen aan de nationale overheid. Daarnaast betalen ze extra percentages over hun inkomen aan stedelijke agglomeraties en gemeenten. Niet in België woonachtige belastingplichtigen betalen in plaats van deze extra percentages, een toeslag (opcentiemen genoemd) aan de nationale overheid. Deze toeslag ligt tussen de 6% en 7%.
Uit antwoorden van het Hof van Justitie op door een Belgische rechter gestelde vragen komt naar voren dat deze toeslag misschien in strijd is met EU-recht.
Die strijd met EU-recht is er als de belastingdruk op een niet in België woonachtige belastingplichtige zwaarder is dan de belastingdruk op een wel in België woonachtige belastingplichtige. Dit zou het geval kunnen zijn omdat de stedelijke agglomeraties en gemeenten zelf kunnen bepalen of ze extra percentages willen rekenen en zo ja, hoe hoog die zijn. Als gevolg daarvan kan het zijn dat de belastingdruk (inclusief de opcentiemen) voor buitenlandse belastingplichtigen hoger is dan de belastingdruk (inclusief de extra percentages voor gemeenten) voor inwoners van België. Of zo’n situatie zich voor doet, moet de Belgische rechter nog onderzoeken.
Het voorgaande betekent dat niet in België wonende belastingplichtigen, zoals veel grensarbeiders, hun Belgische belastingaanslag voor wat betreft de toeslag misschien met succes kunnen aanvechten. Een en ander is nog wel afhankelijk van het onderzoek van de Belgische rechter. Zijn er situaties in België waarin de belastingdruk van een Belgische inwoner lager is dan de belastingdruk van een niet in België wonende belastingplichtige? Dan is er sprake van discriminatie en strijd met EU-recht voor alle niet in België wonende belastingplichtigen.
Let op!De toekomstige uitspraak van de Belgische rechter zal meer duidelijkheid geven. In verband met het verlopen van termijnen, is het wel verstandig om nu al in actie te komen. Neem hiervoor contact op met uw (Belgische) adviseur.

De Belgische belastingheffing is voor wat betreft de toeslag (opcentiemen genoemd) discriminerend en daardoor in strijd EU-recht. Als gevolg hiervan kunnen personen die geen fiscaal inwoner van België zijn misschien met succes in bezwaar gaan tegen dit deel van de belastingheffing over hun Belgische inkomen.
LEES VERDER
De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) heeft hierover informatie op de website geplaatst.
Bij een aflossingsvrije hypotheek lost de geldlener (over het algemeen de eigenaar van de woning waarop de hypotheek gevestigd is) de hypotheek niet af. Hij betaalt dus alleen de rente.
Een voordeel is dat hierdoor de maandelijkse lasten minder groot zijn dan bij een niet-aflossingsvrije hypotheek. In de huidige woningmarkt is een woning dan eerder betaalbaar.
Een nadeel van een aflossingsvrije hypohteek is dat de hypothecaire schuld niet afneemt en dus bestaan. Dit brengt een risico met zich mee als de huizenprijzen dalen en de woning verkocht wordt. Het kan zijn dat er dan een restschuld bij de bank overblijft. Bovendien brengt dit het risico met zich mee dat er mogelijk geen nieuwe hypothecaire geldlening verstrekt wordt als de hypotheek afloopt. Dit kan zich voordoen als er op dat moment onvoldoende inkomen is om een nieuwe hypotheek af te sluiten.
Een ander belangrijk nadeel is dat de rente van aflossingsvrije hypotheken die vanaf 1 januari 2013 zijn afgesloten, niet fiscaal aftrekbaar is. Daardoor kunnen de lasten van een dergelijke hypotheek een stuk hoger zijn dan die van niet-aflossingsvrije hypotheken.
Let op!Aflossingsvrije hypotheken komen naar verwachting dan ook vooral voor bij hypotheken van vóór 2013.
Toezichthouders waarschuwen dat er in Nederland te veel aflossingsvrije hypotheken worden verstrekt. Men is bang dat bij dalende huizenprijzen de bezitters van een aflossingsvrije hypotheek met een hoge schuld blijven zitten. Daarom hebben de banken de opdracht gekregen minder aflossingsvrije hypotheken te verkopen en bij hypotheken uitgebreider aandacht te besteden aan de financiële draagkracht van de geldlener.
Een drietal banken heeft inmiddels besloten dat klanten nog maar maximaal 30% van hun hypothecaire geldlening aflossingsvrij mogen lenen. Bij de meeste andere banken is dit maximaal 50%. Ook moeten woningbezitters er rekening mee houden dat de banken meer informatie vragen over hun financiële positie. Banken zijn hiertoe verplicht.
Voor degenen die nu al een aflossingsvrije hypotheek bezitten, verandert er in eerste instantie niets. Deze hypotheken worden gewoon voortgezet onder de afgesproken voorwaarden. Bij het aflopen van de hypotheek of bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek (bijvoorbeeld bij een verhuizing), moet men er rekening mee houden dat wellicht een geringer deel van de hypotheek aflossingsvrije gefinancierd kan worden.
Tip! Maakt u zich nu al zorgen over uw aflossingsvrije hypotheek of toekomstige situatie, neem dan contact op met uw financiële adviseur of met uw bank.

De aflossingsvrije hypotheek is de laatste tijd veel in het nieuws. Hierbij gaat het met name over het beperken van de mogelijkheid om een hypotheek aflossingsvrij af te sluiten.
LEES VERDER
Het steunpakket lijkt geen accijnsverlaging te bevatten. Dat is te duur en bovendien niet doelmatig. Het is onvoldoende gericht op huishoudens en bedrijven die het hardst geraakt worden door de hoge brandstofprijzen.
Het lijkt erop dat het verhogen van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 cent wel tot de steunmaatregelen gaat behoren. Die verhoging zou dan mogelijk tot eind 2026 gelden.
Voor dezelfde periode zou het kabinet de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor bestelbussen van ondernemers – de zogenaamde grijze kentekens – willen halveren.
De bronnen bevestigen aan NOS ook dat er 50 miljoen extra beschikbaar komt voor het energienoodfonds. Verder zou er extra geld komen voor het isoleren van huizen.
De NOS meldt ook nog dat budgetten voor groene subsidies voor bedrijven voor de jaren na 2026 eerder beschikbaar komen.
Het steunpakket wordt vrijdag 17 april a.s. in de ministerraad besproken en waarschijnlijk na het weekend gepresenteerd. Daarna moet het kabinet ook nog voldoende steun voor het pakket zien te vinden bij de oppositiepartijen in zowel Tweede als Eerste Kamer. De Tweede Kamer debatteert volgende week over het steunpakket.
Let op!De NOS meldt dit alles op basis van bronnen. Een officiële bevestiging of vastlegging is nog niet verschenen.

De NOS meldt dat het kabinet een steunpakket van 1 miljard voorbereidt om tegemoet te komen aan de effecten van de oorlog in het Midden-Oosten. Dit pakket wordt vrijdag 17 april 2026 in de ministerraad besproken.
LEES VERDER
De BOR kan – grofweg omschreven - van toepassing zijn bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (denk aan eenmanszaak of aandeel in een firma) en bij het schenken van aandelen in een bv die een onderneming drijft.
Let op!De vrijstelling bedraagt in 2026 100% van de goingconcernwaarde tot een bedrag van € 1.543.500 en 75% daarboven.
De vrijstelling is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat de onderneming door ontvanger van de schenking een aantal jaren wordt voortgezet. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedroeg deze voortzettingstermijn nog minimaal vijf jaar.
Let op!Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 bedraagt de voortzettingstermijn minimaal drie jaar.
Als de ontvanger van de schenking de onderneming niet minimaal zolang voortzet, vervalt de vrijstelling en moet alsnog schenkbelasting betaald worden over de verkregen onderneming.
In een brief die de Belastingdienst in de week van 23 april 2026 stuurt, wijst de Belastingdienst op deze voortzettingseis voor schenkingen die gedaan zijn in het jaar 2022. Ontvangt u zo’n brief en heeft u niet voldaan aan de voortzettingseis of twijfelt u daaraan? Neem dan contact op met één van onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met u beoordelen of u nog voldoet aan de voorwaarden, zo nodig na overleg met de Belastingdienst.
Let op!U voldoet bijvoorbeeld niet meer (geheel) aan de voorzettingseis als u binnen de voortzettingstermijn de onderneming (deels) verkoopt, uw aandelen (deels verkoopt), uw onderneming of de bv failliet wordt verklaard, de onderneming wordt beëindigd, de activiteiten van de onderneming wijzigen et cetera.
Voldoet u niet meer aan de voorzettingseis, dan moet u daarvan aangifte doen. Dit moet uiterlijk binnen acht maanden nadat u niet meer voldeed aan de voorzettingeis met het formulier Aangifte niet voldoen aan het voortzettingsvereiste.
Let op!Als u via een erfenis een onderneming verkreeg en daarbij de BOR toepaste, moet u ook voldoen aan de voortzettingseis. Doet u dat niet meer, dan vervalt de vrijstelling en moet u daarvan ook aangifte doen.

Kreeg u een onderneming geschonken in 2022? En maakte u daarbij gebruik van de vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling? Dan ontvangt u in de week van 23 april 2026 een brief van de Belastingdienst.
LEES VERDER
Uw kind heeft een bv. Die bv wil een lening afsluiten bij een bank, maar de bank wil de lening alleen verstrekken als er een borgstelling is. U besluit persoonlijk borg te staan voor de lening. U berekent daarvoor geen vergoeding (borgstellingsprovisie) aan de bv van uw kind. Is hier sprake van een schenking?
De Belastingdienst geeft aan dat hier sprake is van een schenking, omdat u uit vrijgevigheid genoegen neemt met een lagere vergoeding voor de borgstelling dan wat een zakelijke vergoeding is. De schenking wordt toegerekend aan degene die voordeel heeft van die vrijgevigheid, in dat geval uw kind die de aandeelhouder is van de bv.
Let op!De schenking vindt plaats op het moment dat u de borgstelling verstrekt en dus niet pas op het moment dat u zou worden aangesproken als borg, aldus de Belastingdienst.
Door het borgstaan voor een lagere dan een zakelijke vergoeding, worden de aandelen van de bv van uw kind meer waard volgens de Belastingdienst. De bv kan immers onder aantrekkelijke voorwaarden geld lenen bij de bank zonder (of tegen een lagere) vergoeding dan in zakelijke verhoudingen. De hoogte van de schenking is daarom gelijk aan de waardestijging van de aandelen als gevolg van die borgstelling tegen een lagere vergoeding dan zakelijk.
Voor de schenkbelasting wordt gerekend met de tarieven en vrijstelling die gelden voor een kind. De schenking wordt immers toegerekend aan uw kind.
Let op!Het standpunt van de Belastingdienst wordt in de fiscale vakliteratuur bekritiseerd. Neem voor uw eigen situatie daarom contact op met onze adviseurs.

Als u persoonlijk borgstaat voor een lening aan de bv van uw kind, is dat dan een schenking?
LEES VERDER
In de Gemeentewet is sinds eind 2025 opgenomen dat een gemeente een leegstandsheffing kan opleggen aan eigenaren van woningen die langer dan twaalf maanden leegstaan. Het betreffende artikel is per 21 maart 2026 in werking getreden.
Nu de wettelijke bepaling in de Gemeentewet in werking is getreden, kunnen gemeenten ervoor kiezen om de leegstandsheffing op te nemen in een lokale belastingverordening. Pas nadat de leegstandsheffing is opgenomen in zo’n lokale belastingverordening, gaan de twaalf maanden voor leegstand lopen. De gemeente kan dus niet meteen na de lokale belastingverordening de heffing opleggen.
Let op!De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) werkt aan een modelverordening die gemeenten zouden kunnen gebruiken.
De hoogte van de heffing en de beslissing om een leegstandsheffing in te voeren wordt overigens bepaald door de gemeente. Het is dus een keuze en geen verplichting.
Wijzigingen in de Leegstandswet gaan binnenkort voor advies naar de Raad van State. Als deze wijzigingen door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, krijgen gemeenten effectievere bevoegdheden om leegstand tegen te gaan. Dit zijn onder meer:

Het artikel in de Gemeentewet dat gemeenten de mogelijkheid biedt om een leegstandsheffing in te voeren is met ingang van 21 maart 2026 in werking getreden. Wat betekent dit?
LEES VERDER
In principle, the Tax and Customs Administration has eight weeks to process your VAT refund claim. If this takes longer, you are entitled to compensation for tax interest provided that the VAT refund relates to a previous year and 1 April has already passed.
Example
The Tax and Customs Administration receives your request for a VAT refund for the fourth quarter of 2025 on 20 January 2026. If you have not yet received a refund decision from the Tax and Customs Administration by 1 April 2026, you are entitled to compensation for tax interest from 1 April 2026.
The period over which tax interest is calculated begins on 1 April or eight weeks after receipt of your claim (if this is later than 1 April). The period runs until fourteen days after the date of the refund decision.
Continuation of example
If the Tax and Customs Administration issues a refund decision dated 15 June 2026, it must reimburse 5% tax interest for the period from 1 April 2026 up to and including 29 June 2026.
Has the Tax and Customs Administration wrongly rejected your VAT refund claim? If so, you must lodge an objection in good time, i.e. within six weeks of the date of the rejection notice. If the Tax and Customs Administration subsequently grants the VAT refund, you are also entitled to reimbursement of tax interest.
Please note! In response to enquiries on this matter, the Tax and Customs Administration has stated that there is no entitlement to reimbursement of tax interest if the original application for a VAT refund was submitted too late and/or if the appeal against the rejection notice was lodged too late.

Have you applied for a VAT refund and is the processing taking a long time? If so, you may be entitled to compensation for tax interest.
READ MORE
It is laid down in law that taxpayers have the right to inspect their own tax files held by the Tax and Customs Administration. In the letter, the State Secretary sets out how the implementation of this right of access to tax files will take shape in the coming years, what the intended timetable is and what exceptions will be made to the right of access.
At present, the Tax and Customs Administration does not yet have a centralised file system: the information in the tax file remains highly fragmented across dozens of unlinked systems. To facilitate the right of access to tax files, the Tax and Customs Administration will therefore need to implement a change in its working methods. The aim is to achieve a structured, externally oriented and accessible filing system, according to the State Secretary. The documents in the tax file will be made available digitally in stages over the coming years.
Under the ‘Keuze digitaal’ programme currently being implemented within the Tax and Customs Administration, decisions, invitations, reminders and submitted documents will gradually become available on MijnBelastingdienst (Business) by 2030. This will later be expanded to include standard letters and automated messages, followed by information from individual files, for example regarding the processing of a tax return.
The letter also sets out a provisional timetable, which includes the planned introduction of the right of access to tax records:
For Customs, the right of tax inspection would only apply to excise duties and consumption taxes. However, the State Secretary is excluding these levies from the right of tax inspection. The State Secretary points out that this does not mean that Customs is not committed to further improving the information position and legal protection of taxpayers.

In a letter to the House of Representatives, the State Secretary for Finance has outlined the current situation regarding the introduction of the right of access to tax records. This right of access will be introduced in phases.
READ MORE
The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.
If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal
The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority.
The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you.

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?
READ MORE
Solvit is a body established by the European Commission that mediates in disputes regarding the correct application of EU law. Solvit’s services are free of charge.
The issues you can bring to Solvit are diverse. These include problems related to visas, child benefits, or pensions. For businesses, issues concerning trade and services, the recognition of professional qualifications, and VAT refunds are particularly relevant.
Please note!You cannot use Solvit if you have a problem with another business, if you have a problem as a consumer, or if you are seeking compensation. Solvit also cannot help if your case has been brought before a court.
A complaint or problem can be submitted online. You must indicate the nature of the problem and which government agency you wish to report the issue to. You may also attach relevant documents, such as correspondence. After submission, the Solvit center in your own country will contact you to prepare your case and then forward it to the Solvit center in the country to which your complaint relates. The goal is to resolve a problem within ten weeks.
On the Solvit website, you’ll find numerous examples of cases that have been resolved with Solvit’s help. These include, for example, the failure to refund VAT or delays in doing so. Another case involves the refusal to issue a certificate of inheritance. Yet another example involves the refusal to allow a product onto the French market, even though it complied with European regulations.
Solvit can also be contacted if you need advice on your EU rights. If necessary, you will be referred to services that can provide better assistance. Requests for advice are answered within a week.

Are you, as a citizen or business, facing problems because a government agency in another EU country, Iceland, Liechtenstein, or Norway is not complying with EU law? If so, you can try to resolve this through Solvit.
READ MORE
If you owe taxes, you will receive a notice from the Tax and Customs Administration. The new account number will be included in the notice regarding the taxes due.
Please note!The new account number does not affect the payment method. For example, online payments will still be possible.
If you pay the Tax and Customs Administration periodically via direct debit, you do not need to do anything. The payments will be automatically transferred to the new account number.
You only need to be careful if you have arranged a recurring payment differently, for example via a recurring transfer with your bank. In that case, you must ensure that the account number is updated yourself.
If you accidentally use the “old” account number for a payment to the Tax Authority, your payment will still be forwarded to the Tax Authority and processed there for the time being. The Tax Authority has made arrangements with ING regarding this, so that taxpayers are not penalized.
To pay a provisional or final income tax assessment, you can use the new account number starting April 20, 2026.
The Benefits Service is also switching to Rabobank and will therefore have a new account number starting May 1, 2026. From that date, you can make payments to the Benefits Service using the new account number NL04 RABO 0200112244. The Benefits Service will make its first payments from this number on Monday, June 22, 2026.
Please note! Here too, if you make a payment to the old account number, the payment will be forwarded to the Tax and Customs Administration’s new account number for the time being.
Due to the change in account numbers, the Tax and Customs Administration strongly warns against phishing. Criminals regularly attempt to collect non-existent tax debts from taxpayers via email, text message, WhatsApp, or by phone. However, the Tax and Customs Administration never collects taxes in this manner. If you are unsure whether a message is genuine, follow the step-by-step guide on the Tax and Customs Administration’s website and verify the account number.

As of May 1, 2026, the Dutch Tax and Customs Administration and the Benefits Service will switch from ING to Rabobank. This means that the account numbers will also change.
READ MORE
For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.
Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.
The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.
The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.
Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.
Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.
READ MORE
It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee's wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.
The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.
The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.
| Year | Maximum deduction percentage |
| 2025 | 25 |
| 2026 | 20 |
| 2027 | 15 |
| 2028 | 10 |
| 2029 | 5 |
| 2030 | 0 |
Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.
The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.

In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee's statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.
READ MORE